Interview Douwe Draaisma

‘Geheugenprofessor’ Douwe Draaisma zwaait af: ‘Veel van wat we ons herinneren komt van een foto en dat zal alleen maar meer worden’

 Als ‘geheugenprofessor’ brengt Douwe Draaisma fascinerende vraagstukken onder de aandacht van een breed publiek. Deze week neemt hij afscheid, maar hij schrijft rustig door.

Psycholoog Douwe Draaisma . Beeld Rebecca Fertinel

Op zijn afscheidsbijeenkomst zal Douwe Draaisma woensdag een fragment laten zien uit het tv-programma Verborgen Verleden waarin cultuurhistoricus Herman Pleij op zoek gaat naar zijn familiegeschiedenis. Pleij ontdekt dat zijn opa, de vader van zijn moeder, het gezin heeft verlaten en pas na lange tijd is teruggekeerd, en die kennis blijkt opeens het contact dat Pleij met zijn moeder had in een heel ander perspectief te plaatsen. ‘Voor mij illustreert dat heel mooi hoe iets wat later in je leven gebeurt, je verleden verandert’, zegt Draaisma.

Waarom zijn we vergeten wat in onze eerste levensjaren gebeurde? Kun je herinneringen verdringen? Hoe kan het dat een collega wel uw idee heeft onthouden maar is vergeten dat het uw idee was? Waarom blijven vernederingen tot in lengte der dagen in ons geheugen zitten? Het zijn dat soort fascinerende vraagstukken die Draaisma de afgelopen decennia onder de aandacht van een groot publiek heeft weten te brengen, in zeven boeken die wereldwijd werden vertaald. Met als bekendste de bestseller Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt, over het fenomeen waarmee ook hij, als midden veertiger, ooit werd geconfronteerd: ‘Is het nou alweer Kerst? Wat gaat de tijd ineens snel.’

In een restaurant aan de voet van de Groningse Martinitoren blikt Draaisma terug op zijn carrière als hoogleraar geschiedenis van de psychologie, een carrière die in het teken stond van één onderwerp en die hem de titel van geheugenprofessor opleverde. Veel verandert er niet nu hij met emeritaat gaat, vertelt hij. Behalve dan dat hij af is van saaie vergaderingen en overtollig papierwerk – ‘een hele verlossing’. Hij werkt aan een nieuw boek, over wanen en hallucinaties.

Wat is er zo fascinerend aan het geheugen dat u daar een hele carrière aan heeft besteed?

‘Het geheugen is het natuurlijke hart van de psychologie. Onze intelligentie, onze persoonlijkheid, onze waarnemingen zouden allemaal niet bestaan zonder geheugen. Als er niks beklijft, als je niks uit het verleden onthoudt, dan ben je uitgehold, dan kun je niet eens een gesprek voeren.’

Voelt u zich vereerd met de titel geheugenprofessor?

‘Het voelt wat ongemakkelijk want ik doe zelf geen onderzoek, ik baseer me op materiaal dat door anderen is verzameld. Neem cryptomnesie, het verschijnsel dat een ander op jouw idee komt maar kwijt is dat het jouw idee is. Daar zijn gemakkelijk honderd experimenten van te verzamelen, en wat ik dan kan, al zeg ik het zelf, is al die resultaten omzetten in een verhaal dat je wilt lezen. Dat is zoveel leuker dan het schrijven van wetenschappelijke artikelen.’

Hoe onderzoeken wetenschappers het geheugen?

‘Het eerste onderzoek dateert van anderhalve eeuw geleden, maar naar het autobiografisch geheugen, zeg maar de herinneringen aan onze eigen lotgevallen, wordt pas een jaar of 25 onderzoek gedaan. Dat komt doordat we heel lang het idee hebben gehad dat we daar kwantitatief geen vat op konden krijgen. Onze eerste herinneringen vallen bijvoorbeeld niet te bevestigen, wat onderzoek lastig maakt. Maar als je, zoals journalist Nico Scheepmaker ooit deed, ruim 350 eerste herinneringen verzamelt, dan kunnen daar toch wetmatigheden in worden teruggevonden. Zo blijkt een eerste herinnering in driekwart van de gevallen een onaangename herinnering en vallen ze statistisch gezien meestal tussen ons derde en vierde levensjaar. Iets fragiels als een eerste herinnering kan dus toch in een wetenschappelijke opzet worden gevangen. 

‘Op dezelfde manier zijn wetenschappers zich bijvoorbeeld gaan bezighouden met flitslichtherinneringen, herinneringen aan schokkende publieke gebeurtenissen. Ze ondervroegen mensen meteen na die gebeurtenissen en een paar jaar later nog eens. Zo werd gaandeweg duidelijk dat er over het geheugen veel meer in maat en getal was uit te drukken dan altijd gedacht.’

En dan zijn er individuele patiënten die de geheugenpsychologie vooruit hebben geholpen

‘De man die ons het meeste heeft geleerd over het geheugen, was bij leven alleen bekend met zijn initialen, H.M. In 1953 werd bij hem een deel van zijn hersenen verwijderd in een poging zijn epilepsie te bestrijden. Daarna bleek zijn kortetermijngeheugen compleet verdwenen. Hij heeft meegedaan aan wetenschappelijk onderzoek en dat is van groot belang geweest. Bijvoorbeeld voor wat we het impliciete geheugen zijn gaan noemen, dat deel van het geheugen dat kennis bevat waarvan we ons niet bewust zijn, bijvoorbeeld hoe je moet fietsen. Lang werd gedacht dat M. door zijn handicap niets meer kon leren, maar dat bleek onterecht. Hij vergat alleen de trainingsuren, maar nieuwe vaardigheden kon hij zich eigen maken.

‘En dan was er de professor die zijn hele leven zwaar dronk, maar toch normaal functioneerde. Op zijn 65ste schreef hij een autobiografie, twee jaar later kreeg hij, als gevolg van zijn drankgebruik, de ziekte van Korsakov waardoor ernstig geheugenverlies optrad. Wat hij vertelde kon worden getoetst aan zijn eigen autobiografie. Of denk aan patiënten met het syndroom van Capgras, die ervan overtuigd zijn dat hun dierbaren zijn vervangen door dubbelgangers. Zij hebben ons geleerd hoe in het brein de normale gezichtsherkenning in zijn werk gaat. Het zijn allemaal tragische situaties, maar wel buitenkansjes voor het geheugenonderzoek.’

Wat zou u graag nog willen weten over het geheugen dat nog niet is opgehelderd?

‘Hoe een déjà vu ontstaat. Daar zijn veel hypothesen over, maar ik heb het gevoel dat het echte antwoord er nog niet bijzit. Wat me ook fascineert, is de vraag of mensen die op het punt van sterven staan, zeg maar de laatste seconden voor een frontale botsing, inderdaad een serie beelden uit hun leven terugzien. De klassieke film die voorbijtrekt, bestaat die echt en wat gebeurt er dan in je brein? Van mensen die opzettelijk van de brug springen en dat overleven, weten we dat die film uitblijft. Dus het doet zich kennelijk alleen voor bij onverwachte doodsnood.’

In een van uw boeken citeert u een wetenschapper die enthousiast is over de vergeetpil. ‘In de zeer nabije toekomst zal herinneren een keuze zijn’, verkondigt hij. Hoe is het met die pil?

‘We weten nu dat het medicijn propranolol de emoties kan dempen die na een traumatische gebeurtenis ontstaan, maar daarmee heb je nog geen vergeetpil. Ik vraag me af of zo’n pil er ooit komt. De meeste mensen zeggen dat ze best een vergeetpil zouden willen hebben, maar die niet zouden gebruiken. Onaangename herinneringen hebben ons immers mede gevormd tot wie we zijn. Als die herinneringen worden verwijderd, komt een deel van onszelf in de lucht te hangen. Bovendien leren we van onze slechte ervaringen. Zou je die herinneringen wissen, dan loop je het risico om nog eens hetzelfde mee te maken. Onderzoek onder vrouwen die zijn verkracht maakt duidelijk dat de vrouwen die dronken waren of gedrogeerd de verkrachting het slechtst verwerken. Ze hebben een gat in hun herinnering en dat is moeilijker te verdragen dan wat voor herinnering dan ook. Dat gat gaan ze zelf invullen en mensen zitten nu eenmaal zo in elkaar dat ze daarvoor de ergste scenario’s bedenken.’

Wat verandert er aan onze herinneringen nu we ons hele leven vastleggen op sociale media?

‘Als ik terugdenk aan mijn vakanties, zitten daar veel beelden tussen van foto’s in plaats van echte herinneringen. Veel van wat we ons herinneren komt van een foto en dat zal alleen maar meer worden. In de meest dramatische vorm gebeurt dat bij gezichten. Als jij terugdenkt aan hoe jouw dochter eruit zag toen ze 10 was, dan weet ik zeker dat je je eigenlijk een foto uit die tijd herinnert. Want haar gezicht is in jouw geheugen de hele tijd bijgewerkt tot de meest recente versie. Toch zit dat ook weer best ingewikkeld in elkaar, want als jij een onbekende foto ziet van je 10-jarige dochter zou je haar ogenblikkelijk herkennen. Foto’s zullen herinneringen dus nooit kunnen vervangen, om een foto te kunnen duiden heb je herinneringen nodig. Anders snap je niet wie erop staan en wat er gebeurt.’

Douwe Draaisma: ‘Veel van wat we ons herinneren komt van een foto en dat zal alleen maar meer worden.’ Beeld Rebecca Fertinel

Helpt het om zorg te besteden aan je herinneringen?

‘Mijn zus kwam altijd bij ons de Wimbledon-finale kijken, op voorwaarde dat het commentaar van de BBC kwam. Ze is tien jaar geleden overleden, maar nog ieder jaar zetten we bij die finale de BBC aan. Dan is zij op een bijzondere manier in onze gedachten. Ik zie dat als een soort onderhoud van herinneringen. Ze heeft nogal wat wedstrijden bij ons gezien en als Nadal bijvoorbeeld in de finale staat, herinner ik me ook weer dat we een keer Nadal tegen Federer hebben gekeken en hoe dat was. Zo wekt de ene herinnering de andere op.’

Vorige week heeft hij op de universiteit zijn werkkamer leeggehaald; zijn hele wetenschappelijke carrière is door zijn handen gegaan. ‘Ik heb heel wat dingen weggegooid die mij ooit hebben beziggehouden, aantekeningen voor eerdere boeken, documentatie, verslagen van interviews. Drie kliko’s vol met mijn wetenschappelijke en intellectuele verleden.’

En met uw herinneringen.

‘Ja dat ook. Ik moest me steeds afvragen: wat bewaar ik en wat niet? Het is bijna een metafoor voor het geheugen.’

Maakt iemand die heel veel over het geheugen schrijft zich ook zorgen over zijn eigen geheugen?

Onmiddellijk: ‘O ja.’

Wat voor zorgen?

‘Ik kan af en toe niet op namen komen en dat is vervelend in gesprekken en interviews, maar ik hoop niet dat het erger wordt en mijn schrijven aantast. Ik betrap me er nu op dat ik soms in twee zinnen achter elkaar een woord herhaal en dat is stilistisch niet mooi. Als ik geluk heb, zie ik dat als ik de tekst overlees. Het kortetermijngeheugen is als een venstertje, al lezend in een tekst valt er soms iets buiten dat venstertje en dan mis je zo’n doublure.’

Hoe wilt u zelf herinnerd worden?

‘Mijn boeken zijn mijn nalatenschap, ik houd me vast aan wat Rudy Kousbroek ooit zei: Stijl veroudert niet. Ik hoop dat mijn boeken over vijftig jaar nog worden gelezen en dat lezers dan af en toe denken: dat is best mooi opgeschreven.’

Het autobiografisch geheugen kent raadselachtige wetmatigheden, zegt Draaisma. Vijf geheugenwetten:

Ons geheugen kan niet goed overweg met het alledaagse: Sleur en routine worden niet opgeslagen. Dat verklaart waarom een eerste herinnering vaak negatief is: het gaat om de afwijking, de uitzondering is memorabel.

Een scherpe herinnering staat in de tijd dichterbij: Geheugenpsychologen noemen dat telescopie, een verschijnsel dat collectief tot uitdrukking komt als bijvoorbeeld daders van ernstige misdrijven worden vrijgelaten. Toen Volkert van der G. vrijkwam, klonk alom de verzuchting: Nu al? Hij zit nog maar net vast!

Krenkingen worden in onuitwisbare inkt geschreven: Vernederingen zijn beladen met emoties. We slaan ze daardoor beter op maar we denken er ook vaak aan terug waardoor ze almaar opnieuw worden opgeslagen. Voor haar boek Eeuwelingen interviewde journalist Steffie van den Oord mensen van honderd jaar en ouder en allemaal hebben ze wel een herinnering, zegt Draaisma, die hen nog altijd boos maakt. ‘Dat ze achter in de kerk moesten zitten omdat ze van simpele komaf waren, of dat ze door een huzaar werden beledigd. Het gaat soms om dingen die 98 jaar geleden zijn gebeurd.’

Hoe ouder we worden, hoe dichter we bij onze jeugd komen te staan: Bekend als het reminiscentie-effect, dat op gang komt als we tegen de 60 lopen. Vanaf dat moment hopen onze herinneringen zich op in de periode tussen ons 15de en 25ste. Die herinneringen bevatten veel eerste keren en juist voor die herinneringen geldt dat ze bij het ouder worden dichterbij komen. Geldt ook voor popmuziek: het beste liedje komt vaak uit onze jeugdjaren.

Het leven gaat sneller als we ouder worden: Een uur duurt net zo lang, maar de subjectieve tijdsbeleving verandert. In onze jeugd doen we zo veel nieuwe ervaringen op dat jeugdjaren zich in onze herinneringen van elkaar onderscheiden, terwijl op latere leeftijd de sleur intreedt en de weken op elkaar gaan lijken.

Zit er een limiet aan het aantal mensen dat je kunt kennen? Wat bewijst de uitslag van een schriftelijke test eigenlijk? In onze Grote Vragen Podcast beantwoorden we ‘vragen waar je nooit over na hebt gedacht maar plotseling dolgraag een antwoord op wilt hebben’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden