Geen waakhond, maar een waak-eend

Niet de eend in kwestie. Beeld RV

Mijn ouders, twee zussen en ik woonden in een verbouwde boerderij met een grote sloot ernaast. Op een dag kwam mijn vader thuis van kantoor met een grote kartonnen doos. De koffiedame had zich over een kleine, verwaarloosde eend ontfermd, maar zij woonde op een flat. Of wij voor hem wilden zorgen.

De eend was een mannetje en hij heette Pipo. Chocoladebruin, zwart op de kop met een klein wit befje bij de keel; ik kan hem nóg uittekenen. Pipo genoot van de sloot en als hij zin had in een boterham stond hij voor de keukendeur te kwaken. Hij ontwikkelde zich tot een soort waakeend: als hij mensen niet kende, vloog hij ze al bijtend in de kuiten. Ook als ik hem ervan verzekerde dat het goed volk betrof, ging hij er eigenwijs met open bek in. Maar Pipo was eenzaam en op een dag is hij weggevlogen, op zoek naar gezelschap.

Dik twee jaar later liep ik de tuin in en schrok me rot. Daar lag Pipo, zwaargewond op de grond. Een jager had hem aangeschoten, bij zijn linkerpoot zat veel bloed. Met een allerlaatste krachtsinspanning was hij naar zijn oude verzorgers teruggevlogen. Mijn vader racete met hem naar de dierenarts. Die heeft hem geopereerd, een spuitje gegeven voor de weerstand en vervolgens is hij nog een dag in de sloot blijven aansterken. Daarna vloog hij opnieuw uit.

Bert ten Holter, Prinsenbeek

Wie overtreft dit beste huisdierverhaal? Stuur uw anekdote (maximaal 200 woorden) naar didu@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden