Zinvol levenic-verpleegkundige en schrijver Linda de Roos

‘Geen vogel maakt zich druk waar hij volgend jaar vliegt’

Linda de RoosBeeld Jitske Schols

In haar werk op de ic is de dood soms dichterbij dan het leven. Het inzicht dat je als mens niet de controle hebt en ‘het leven zijn eigen gang gaat’, heeft Linda de Roos rust gebracht. Ook nu, in coronatijd.

‘Mensen uiten op het eind van hun ­leven soms spijt: dat ze te veel hebben gewerkt, of dat ze onvoldoende aan zichzelf zijn toegekomen. Doordat ik op de ic dagelijks met de dood te maken heb, ben ik me ervan bewust wat voor mij essentieel is. Dat is: leven in het moment.’

De 48-jarige Linda de Roos, al bijna een kwart eeuw verpleegkundige op de intensive care (ic), vooral in het Utrechtse academisch ziekenhuis UMC, benadrukt dat laatste herhaaldelijk. Ook in Flinterdun, een bundeling indrukwekkende columns over haar werkervaringen, komt die boodschap ruim aan bod. Bewonderend verhaalt ze over de tachtiger die aan een motoruitje een hoge dwarslaesie overhoudt, waardoor alleen zijn lippen en oogleden nog bewegen. Op zijn humeur trekt dat geen enkele wissel. ‘Dat vind ik ultieme levenskunst. Sommige mensen kunnen van nature zijn met wat is’, observeert De Roos – groot, blond, vrolijk en een spraakwaterval.

Dat laatste staat in contrast met haar Friese jeugd die zij ‘stotterend en me eenzaam voelend’ doorbrengt. Ze groeit op in een christelijk gezin, waarin ze zich ‘de zwakste schakel’ voelt. Haar oudere zus, later hoog­leraar, wekt jaloezie op – voor haarzelf wordt het de mavo. Op haar 12de verhuist het gezin van het vertrouwde dorp Tijnje naar het grote Heerenveen: ‘Ik was faalangstig door mijn spraakgebrek, kende niemand op school. Ik heb toen wel een tijdje gedacht: ik wil het leven niet.’ Binnen het gezin is haar moeder haar baken. Haar vader, leraar van beroep, gaat op in zijn werk en muziek: ‘Ik zag God als de vader die mij beschermde.’

Maar het geloof stelt haar ook voor problemen: ‘Ik wilde drummen, maar moest op orgelles. Met een vriendinnetje mocht ik van mijn moeder niet meer spelen, omdat die naar de openbare school ging.’ Ook haat ze het verplichte rokje op zondag: ‘Ik wilde een broek. Mijn geest was vrijer dan de omgeving waarin ik zat.’ In haar puberteit ontdekt ze haar voorkeur voor meisjes: ‘Ik kende niemand die zo was. Alleen Jos Brink en André van Duin kwamen er op ­televisie openlijk voor uit, in mijn omgeving bestond het niet. Zelfs van het woord lesbisch had ik nooit gehoord.’ Pas op haar 18de durft ze het haar moeder te vertellen: ‘Ik was bang dat ze me de deur uit zou zetten.’ Vier jaar later krijgt haar moeder maagkanker, waaraan ze na drie maanden overlijdt: ‘Onbeschrijflijk. Het blijft moeilijk erover te praten.’

Na de dood van haar moeder verhuist Linda, inmiddels verpleegkundige, naar Rotterdam: ‘Nu gaat mijn leven beginnen, dacht ik.’ Ze leeft zich uit in de gayscene en vindt haar plek op de intensive care: ‘Het ziekenhuis voelde voor mij als thuiskomen, ik werd er gewaardeerd – heerlijk voor een onzeker meisje.’ Vanaf haar 30ste onderneemt ze een spirituele zoektocht. Een gezin heeft ze nooit gewild: ‘Kinderen passen niet bij mijn vrijheidsdrang. Ik hou van de hectiek van mijn werk, maar als ­tegenhanger wil ik rust.’ Sinds enkele jaren heeft ze een lat-relatie, ook al dacht ze single te blijven: ‘Als ik kijk naar de voorbije tien jaar dan is mijn leven volledig anders gelopen dan wat ik had bedacht. Als mens denk je controle te hebben, maar het leven gaat zijn eigen weg.’

Wat is voor u een zinvol leven?

‘Het mirakel dat ik ben en dat ik dit mysterie mag beleven, dat is voor mij genoeg. Ik omarm de Griekse uitdrukking panta rhei: alles stroomt. We zijn onderhevig aan de stroom van het leven, sterker: we zijn zelf het leven. Dat geeft me rust. Waar ik vroeger nog dacht: ik moet het zo goed mogelijk doen en op zoek naar nut en zingeving, wat tot mijn spirituele zoektocht leidde, denk ik nu: het ­leven gaat vanzelf. Dat woord is voor mij belangrijk. Het besef dat het ­leven mij beweegt, ervaar ik als een bevrijdend inzicht. Dat brengt een licht, relaxed bestaan binnen bereik.

‘In de coronatijd is me dat van pas gekomen. Vroeger zou ik me druk hebben gemaakt over wat er op ons afkwam, nu was mijn houding: laten we kijken wat het leven brengt. Ik kon het nieuwsgierig aanschouwen, verlost van de illusie dat ik enige controle kon uitoefenen. Vergelijk het met een kind dat in zo’n wagentje in een pretpark hard zit te sturen; wat hij ook doet, dat wagentje volgt toch zijn loop. De kunst van het leven is je aan dat besef over te geven.’

BOEKTIP 

Het kleine meisje van meneer Linh van Philippe Claudel

‘In alle eenvoud vertelt Claudel het prachtige en ontroerende verhaal van meneer Linh, die uit een Aziatisch land naar Frankrijk is gevlucht. Hij belicht de thema’s die het leven zo mooi kunnen kleuren: veiligheid, vriendschap, respect en liefde. Ik was oprecht geraakt door dit juweeltje, mede door zijn verrassende ontknoping, waarmee Claudel briljant illusie en werkelijkheid illustreert.’

Hoe moet ik me dat in het dagelijks leven voorstellen?

‘Wanneer ik me dat realiseer en zeg maar in uitgezoomde staat ben, kijk ik iedere dag nieuwsgierig naar hoe die zich ontvouwt. Dan voel ik ontspanning, hoef ik niet meer een vinger in de pap te hebben. Dat wisselt zich af met een ingezoomde staat waarin ik het spel vol overgave meespeel: niks doet ertoe, maar doe of alles ertoe doet, is dan mijn adagium. Op de ic ben ik volledig aanwezig, blijkbaar geeft het leven me dat in. De irritantste patiënt kan ik zien als iemand die als twee waterdruppels op me lijkt, want ten diepste zijn we gelijk. Ik ga zonder oordeel om met mensen, want uiteindelijk doet ­iedereen zoals hij wordt bewogen.’

Kunt u een voorbeeld geven?

‘Wanneer iemand uit de islamitische cultuur overlijdt komen er soms te veel mensen naar de ic, wel vijftig of nog meer. Dat kan niet, zeker niet in coronatijd. Bovendien uiten ze hun emoties heftig – je denkt weleens dat er iemand wordt vermoord. Familieleden moeten soms letterlijk op ­iemand zitten om diegene rustig te krijgen. Dan treed ik daadkrachtig op: we zijn in Nederland, op een ­Nederlandse ic, we hebben coronatijd en we hebben regels. Maar ik realiseer me ook dat hun cultuur erom vraagt je emoties heftig te uiten, dat helpt de overledene over te laten gaan. Dus ik respecteer het, maar ben ook duidelijk.’

Doet u uw werk beter dankzij uw levensfilosofie?

‘Een boeddhistische uitspraak luidt: vóór het inzicht is het houthakken en water dragen en na het inzicht is het houthakken en water dragen. Maar het grote verschil is wel dat mijn ­leven relaxter is geworden – ik heb meer rust, nu ik me overgeef aan wat is. Dat lukt me niet altijd. Soms zit ik in een vernauwing, in die ingezoomde toestand, waarin mijn ego niet gelooft dat het leven vanzelf gaat. Dan denk ik dat het erom gaat doelen te bereiken. Of wanneer ­iemand me lelijk benadert en mijn ego wordt gekwetst. Maar meestal kan ik inzien dat het leven wordt gedaan, of zoals Boeddha zei: ‘De handeling vindt plaats, maar er is niet ­iemand die het doet.’ Dat inzicht over het functioneren van ons ego heeft gemaakt dat ik meer in het moment leef, waardoor ik nauwelijks meer wroet in mijn jeugd of me bezighoud met toekomstplannen. We hebben de tijd bedacht als horizontale lijn om orde in de chaos te scheppen, maar eigenlijk doet alleen de verticale lijn van het nu ertoe. Meer is er niet.’

Wat beoogt u met patiënten en familieleden te bereiken?

‘Zijn met wat er is. Acceptatie van het lot is het hoogst bereikbare, zoals die meneer met zijn hoge dwarslaesie die dat vanzelf kon. Dat lukt lang niet altijd. Als een appende automobilist een fietser halfdood heeft gereden, dan is de familie van die fietser in alle staten. Ik ben dan de bedding voor hun zielenroerselen. De een komt met engelen, de volgende vraagt of je mee wilt bidden. Omdat ik zelf een spirituele zoektocht heb gedaan, vind ik niks gek en doe wat zich aandient. Dus bid ik mee, als het wordt gevraagd.

‘Familieleden denken ook vaak vooruit: hoe zal de patiënt verder leven, hoe moet het straks thuis? Dan probeer ik ze terug te brengen naar wat is: die antwoorden komen wel, let it be; wat er nu is, is meer dan genoeg, zeg ik vaak. Tegelijkertijd begrijp ik dat je wilt handelen. Als mijn liefje op de ic terecht zou komen, zou dat zoveel pijn doen dat ik heus niet rustigjes zeg: ‘Dit is hoe het leven gaat.’ We hechten ons nu eenmaal aan onze medespelers in dit spel.

‘Mijn inzicht is dat ik ten diepste niet mijn denken ben, en ook niet mijn lichaam, mijn gevoelens of mijn verlangens, maar iets wezenlijk diepers, namelijk leven. Dat geeft me rust, maar daarmee kan het leven nog altijd pijn doen. Het biedt vreugde en plezier, maar ook pijn en verdriet. In spirituele kringen hoor je soms: we ontwikkelen ons tot steeds hogere bewustzijnslagen, tot er alleen liefde is. Niks van waar, het leven blijft een munt met twee kanten. Maar het lijkt erop dat we de zijde van pijn en verdriet steeds minder ­accepteren.’

Hoe bedoelt u?

‘Als ik zie hoe de medische techniek wordt ingezet om het leven te rekken, heb ik daar bedenkingen bij. Ik vind het soms mensonterend wat we patiënten aandoen. Dat krijgen ze niet allemaal bewust mee, maar soms ook wel. We laten de natuur niet meer haar werk doen. Het gevolg is dat we, het klinkt hard, soms een lijk aan het behandelen zijn. We willen het eeuwige leven, lijkt het wel. Ik vind het erg goed dat huisartsen in de coronacrisis aan oudere patiënten hebben gevraagd: wil je in geval van corona straks wel naar de ic?

‘Door corona is er veel angst bijgekomen. Voor mij verklaart dat de complottheorieën – mensen willen zo graag houvast. Terwijl het gaat om een nieuw virus waar we bar weinig van weten. Ook dat is de ­natuur. Mij stemt het vooral nederig. We willen zo graag het leven ­begrijpen, maar het is een mysterie. Dat beseffen geeft al ontspanning.

‘Waarom kunnen we niet gewoon zijn, zoals de vogels in mijn tuin? Dat is voor mij genoeg. Die overtuiging helpt me ook bij ­tegenslag. Want die gaat ook weer voorbij, dus hang in there, er komt vanzelf iets anders voorbij. Alles stroomt. Dat inspireert me iedere dag. Ik ben thuisgekomen in het moment. Het belang ervan resoneert diep in me, ook omdat ik zie hoe het in de natuur wordt gespiegeld. Geen vogel vraagt zich af wat zijn zin is, geen vogel maakt zich druk om waar hij volgend jaar vliegt.’

Na zijn serie over de zin van het leven gaat Fokke Obbema dit jaar in een nieuwe reeks op zoek naar het antwoord op de vraag: wat is voor u een zinvol leven? Op deze overzichtspagina leest u alle voorgaande gesprekken in deze serie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden