Geen plek voor een gelukkig gezinnetje

Opvallend veel films in Rotterdam gaan over de moeizame verhouding tussen ouders en kinderen. Aan de hand van negen films uit het festivalprogramma een paar pedagogische handreikingen....

Opvoeden is een hele kunst. Hou ze maar eens in het gareel, die gillende peuters, mokkende pubers en losgeslagen adolescenten. Ouders doen het niet snel goed: is er te veel liefde en koestering in het spel, dan kweken ze een generatie grenzeloze, narcistische slampampers. Een overmatig geloof in de zelfstandigheid drijft het nageslacht rechtstreeks in de armen van de jeugdzorg.

Over de valkuilen van het opvoeden zijn al heel wat films gemaakt. Dit jaar lijkt het onderwerp actueler dan ooit: in Rotterdam zijn opvallend veel films te zien waarin de moeizame verhouding tussen ouders en kinderen een rol speelt. Met toepasselijke titels als Mama, Mother, My Daughter en J’ai tué ma mère tonen ze de goede, maar vooral ook de duistere kanten van ouderliefde.

Net als in de literatuur is er in films weinig plaats voor gelukkige gezinnen. Een fijne jeugd is nu eenmaal geen aantrekkelijk onderwerp. De cinema is het terrein van gebroken of gestoorde gezinsverhoudingen, waarbij ouders doorgaans de schuld krijgen van alle problemen.

Dat is niet opwekkend, maar wel leerzaam. Het zijn natuurlijk geen opvoedcursussen, deze verhalen over opstandige zoons, overbezorgde vaders, laveloze moeders en vertwijfelde dochters. Maar met een beetje goede wil vallen er lessen uit te trekken. De films op het festival laten zien wat er allemaal mis kan gaan, en werpen ook licht op de oorzaak van de ellende. Daarom, aan de hand van negen films uit het festivalprogramma, een paar handreikingen.

WEET WAAR JE AAN BEGINT

Een goede opvoeding begint al tijdens de zwangerschap. Zijn de voorschriften voor zwangere vrouwen tamelijk uitputtend, aanstaande vaders moeten maar uitzoeken hoe ze zich voorbereiden op hun rol. In de Nederlandse film Hunting & Zn. komt eindelijk eens de mannenrol tijdens de zwangerschap aan bod, waarbij overigens pijnlijk duidelijk wordt dat de invloed van de man in deze fase gering is.

Regisseur Sander Burger schreef het scenario samen met de acteurs Maria Kraakman en Dragan Bakema, en liet zich enigszins inspireren door zijn eigen ervaringen als jonge vader. Hunting & Zn. gaat over de invloed van het aanstaande ouderschap, maar ook over de Nederlandse neiging tot gelijkvormigheid en perfectionisme.

De film begint als een antropologische studie naar doodgewoon burgerlijk geluk. Het jonge stel dat in Hunting & Zn. aan gezinsuitbreiding begint, lijkt het goed voor elkaar te hebben. Maar dat is schijn. Sandra heeft een eetstoornis, Tako vraagt zich af wat hij in hemelsnaam nog met zijn vrouw deelt. Dat het helemaal misgaat met het stel en hun toekomstplannen, is een duidelijke les. Een baby krijgen is niet zoiets als een nieuw bankstel bestellen.

MAAK VAN HET GEZIN GEEN GEVANGENIS

Als de kinderen er eenmaal zijn, is de verleiding groot hen naar eigen inzicht in model te kneden. Op jonge leeftijd lijken ze fris en onbedorven, en bereid om alles wat hun ouders zeggen voor waar aan te nemen. De Griekse regisseur Yorgos Lanthimos toont in Dogtooth de gevolgen van de drang tot beheersing waarvan veel ouders last hebben.

Het gezin in Dogtooth bestaat uit vader, moeder en drie zo goed als volwassen kinderen, die voor hun begrip van de wereld volledig op hun ouders zijn aangewezen. Ze zijn nooit buiten het erf van hun riante villa geweest. Om hen zo puur mogelijk te houden, hebben de ouders de kinderen de gekste dingen wijsgemaakt: dat katten levensgevaarlijke roofdieren zijn, dat vliegtuigen zo klein zijn als speelgoed en soms in de tuin vallen, dat er buiten de omheining van hun erf nauwelijks overlevingskansen zijn.

Het volslagen uit de hand gelopen opvoedexperiment kan natuurlijk geen stand houden. De buitenwereld dringt het merkwaardige gezin binnen, met alle gevolgen van dien. Lanthimos levert met zijn excentrieke, wrange film commentaar op de Griekse samenleving, maar ook op ouders die hun kinderen te lang thuishouden en te afhankelijk maken.

LAAT DE KINDEREN LOS

Kun-Jae Jang maakte zijn eerste lange speelfilm naar eigen zeggen om zijn tienerjaren te verwerken. Het was een tijd vol restricties, en dat is geen wonder als je in Zuid-Korea opgroeit, waar ouders hun kinderen traditioneel kort houden. Toch is het verhaal van Eighteen universeel: een jongen en een meisje, 18 en verliefd, knijpen er onaangekondigd een paar dagen tussenuit en worden bij thuiskomst opgewacht door boze ouders.

De mooi opgebouwde, bescheiden film laat haarscherp zien hoe frustrerend een gedwarsboomde liefde kan zijn, en de scène waarin de vader van het meisje uitbarst in razernij is een grandioos voorbeeld van doorgeslagen beschermingsdrift.

Maar ook zonder gewelddadige woede kan ouderlijke bemoeizucht verstikkend zijn. Het Russische Sonny van Larisa Sadilova is een ontroerend portret van een alleenstaande vader die verschrikkelijk zijn best doet, maar niet kan voorkomen dat zijn tienerzoon van hem vervreemdt. Alles wil Igor in de gaten houden: hoe laat zijn zoon thuiskomt, waar hij uithangt en met wie. De jongen zoekt vrijheid en kiest precies het verkeerde moment om ervandoor te gaan. De film veroordeelt niet, maar de boodschap is helder: bij opvoeden hoort loslaten.

STUUR JE PUBER NAAR EEN KOSTSCHOOL – OF NIET

‘Ik kan niet geloven dat je mijn zoon bent. Ik heb gefaald.’ Zo fanatiek en werklustig als Marie is, zo lui is haar zoon. In White Material, de nieuwe film van Claire Denis, speelt Isabelle Huppert Marie, die in een door burgeroorlog verscheurd Afrikaans land een koffieplantage beheert. Als blanke loopt ze er hoe langer hoe meer gevaar, maar ze weigert de plantage te verlaten, zoals ze eerder koppig weigerde haar zoon naar een kostschool in Frankrijk te sturen.

De jongen groeide op in Afrika, en dat blijkt desastreus. Door het contrast tussen zijn huidskleur en zijn loyaliteit raakt hij het spoor bijster. Natuurlijk gaat White Material over veel meer dan opvoeden, maar de moeder-zoonrelatie draagt bij aan een reeks foute beslissingen.

Dat de kostschool ook een rampzalige keuze kan zijn, bewijst het Canadese drama J’ai tué ma mère, geschreven en geregisseerd door de 20-jarige Xavier Dolan, die ook de hoofdrol speelt. Hubert, een lastig en opvliegend type, wordt door zijn alleenstaande moeder naar een internaat gestuurd. Het maakt dat Hubert nog meer van haar walgt dan hij toch al deed.

J’ai tué ma mère is grotendeels autobiografisch, en dat is geen reclame voor Dolans moeder, die er niet best van afkomt. Maar de jonge regisseur spaart ook zichzelf niet. Het kooigevecht tussen moeder en zoon, die nu eenmaal tot elkaar zijn veroordeeld, maakt de film tot een intrigerend opvoedingsdocument.

EEN KIND IS FLEXIBEL, MAAR ER ZIJN GRENZEN

Iedere generatie ouders maakt zijn eigen fouten, maar in de jaren zeventig maakten hippies, krakers en andere wereldverbeteraars het wel erg bont. Voor My Queen Karo liet de Vlaamse regisseur Dorothée van den Berghe zich inspireren door haar jeugdjaren in een Amsterdamse krakerscommune. De 10-jarige Karo ziet haar verhuizing naar krakershoofdstad Amsterdam als een groot avontuur, maar het serieuze meisje raakt al snel verstrikt in een loyaliteitsconflict.

Haar vader predikt vrije seks, wat erop neerkomt dat hij een nieuwe vriendin heeft. Uit stil verzet breekt haar moeder met de principes van de commune, die onder meer voorschrijven dat er niet wordt betaald voor gas en licht. De arme Karo radicaliseert al snel en wil zelf ook de barricaden op – al heeft ze geen idee waarvoor.

Van den Berghe laat het aan de kijker over om een oordeel te vellen, maar wanneer Karo haar vader weer eens ziet rommelen met zijn vriendin, spreekt de onrust in haar ogen voor zich. In een huis waar muren verboden zijn en waar niemand een eigen kamer heeft, is vrije seks pedagogisch niet verantwoord.

LIEFDE IS NIET ALTIJD GENOEG

‘We kunnen iedereen begrijpen, behalve onze kinderen’, zegt een advocate tegen de overbezorgde vader die dacht zijn zoon te kennen in Sonny.

Andersom geldt hetzelfde, blijkt uit de verzuchting van Hubert uit J’ai tué ma mère, die zich vertwijfeld afvraagt waarom zijn moeder is wie ze is. ‘Ik kan haar zoon niet zijn. Ik zou ieders kind kunnen zijn, maar niet het hare.’ Om de generatiekloof compleet te maken, haalt de film een citaat van Jean Cocteau aan: ‘De moeder van een zoon zal nooit haar vriend worden.’

Ook zonder woorden kan de wurggreep van een haat-liefdeverhouding pijnlijk duidelijk worden. Mama, de debuutfilm van Nikolaj en Yelena Renard, toont de dagelijkse rituelen van een Russische moeder en haar inwonende, 40-jarige zoon, die lijdt aan ziekelijk overgewicht. Gesproken wordt er niet, maar de tergend trage scènes leggen genadeloos de goede bedoelingen, irritatie, wederzijdse afhankelijkheid en machteloosheid vast van deze verstikkende relatie.

Het is om somber van te worden. De films uit het festivalprogramma laten talloze manieren zien waarop het fout kan gaan tussen ouders en kinderen, en niet één heeft te maken met een gebrek aan liefde. Gelukkig valt er door die niet aflatende liefde – in beide richtingen – vaak ook weer het een en ander te repareren. De troostende slotwoorden van Tetro, Francis Ford Coppola’s film over een problematische vader-zoonrelatie, bieden enige hoop. ‘Het komt allemaal goed. We zijn familie.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden