Gebroken vingers, bevroren ogen, wat al niet!

Morgen wordt voor de vijftiende maal een Elfstedentocht gereden. De Tocht der Tochten werd in 1909 voor het eerst geschaatst....

'Voor iemand die nooit meegejaagd heeft langs de Friese steden is het heel moeilijk te begrijpen, waarom iemand het hele jaar zijn leven richt naar die ene dag. Voor mij betekent het winnen van die Elfstedentocht het bereiken van een doel in het leven, een doel dat ik heel hoog acht voor een doodgewone fietsenmaker-boer.'

Anton 'dat is geen dooi, dat is condens' Verhoeven, aan de vooravond van de Elfstedentocht van 1963.

Zoals het was, zal het nooit meer worden. Hoe dieper weggezakt in de geschiedenis, hoe mooier de verhalen. Zoals de anekdote over de Amsterdamse schaatsenrijder Willem Augustin die de dag voorafgaande aan een Elfstedentocht per fiets over de Afsluitdijk naar Leeuwarden reed, waarna hij tijdens De Tocht zelf niet eens een gekke prestatie neerzette.

Eerste wereldoorlog-achtige taferelen zullen zich ook wel nooit meer voordoen, zoals journalist Hylke Speerstra, zelf een uitstekende rijder, ze in 1963 beschreef vanuit het gemeentehuis in Sloten: 'Een veldlazaret; allemaal slachtoffers, gebroken vingers, gebroken heupbeen, bevroren ogen, wat al niet'

En worden er nog kerels geboren als Anton Verhoeven, bijgenaamd de Beul uit Dussen of de Schaatsende Spierbundel? Driemaal per week trainen op de Jaap Eden Baan, elke keer honderd kilometer schaatsen, en dan terug naar Dussen, op de fiets, om de koeien te melken, 'zonder krukje, voor de rug'.

In 1963 kwam de Zuidelijke Krachtmens sneeuwblind aan. 'Tien weken heb ik hier gelegen', zei hij in 1978 in Vrij Nederland, 'de dokter zei, je bent er nou, maar je had even goed dood kunnen zijn.'

Of neem Karst Leembrug, kolenhandelaar uit Leeuwarden, en winnaar in 1929. Vooraf had hij tegen zijn vrouw gezegd: 'Nou 's kijken, elf steden, dat is elf uur rijden, dus je weet het.'

Die schatting klopte keurig (11 uur en negen minuten), maar Leembrug was wel een bevroren linkerteen kwijt. De teen ging op sterk water in de prijzenkast, Leen heeft als krasse knar nog vaak geroepen dat hij 'zijn grote teen nog steeds in de nek kan leggen'.

In het heerlijke Eerste Friese Schaatsmuseum in Hindeloopen zijn de parafernalia van de Tocht der Tochten te zien. Het kruisje van de eerste winnaar van de eerste Tocht (1909) Minne Hoekstra Azn. uit Warga, theologiestudent, maar in de geschiedenisboeken vaak al dominee genoemd, want dat bekte beter.

De trui van Jan Uitham, nog zo'n legendarische Elfstedennaam, hangt er. De stempelkaarten van Willem Augustin zijn er, en de houten schaatsen van Klaas Leffertstra, die er in 1954 tot vlak voor de finish mee in de kopgroep wist te blijven, liggen er. Hij demarreerde zelfs nog, maar ja, de anderen hadden al hoge noren.

En natuurlijk, de schaatsen van Reinier Paping, de winnaar van de Tocht uit 1963, de laatste Elfstedentocht van de oude stempel, staan in een vitrine.

Al in de achttiende eeuw waren er schaatsenrijders die binnen een dag alle elf Friese steden aandeden. Uit een geschrift uit 1763: 'Het is ook meer dan eens gebeurt dat goede schaatseryders op eene wintersche dag alle de XI steden van Frieschland doorgereden en gezien hebben, dog dan moeten ze nergens lang vertoeven en 't Ys moet goed en sterk wezen.'

Ook in de 'legendarische' winter van 1890 'joegen groepjes Friezen, op verschillende dagen, met fors geweld over 200 kilometer ijs'. Volgens de overlevering schaatsten die winter vijfhonderd Friezen de Tocht.

In december van dat jaar stapt ook Pim Mulier te Leeuwarden op het ijs. De vader van de vaderlandse sport (hij introduceerde atletiek, hockey en voetbal in Nederland) gaf een officieel tintje aan zijn tocht: hij liet onderweg een stuk papier - een nota van hotel Weidema in Leeuwarden - afstempelen door kasteleins, stationschefs, vrienden en familie. Hij deed 12 uur en 55 minuten over de tweehonderd kilometer - onderweg lunchte hij uitgebreid bij een tante in Bolsward.

Mulier had een en ander prima georganiseerd, onderweg nam hij af en toe lokale gidsen in de arm. Deze jongens hadden vaak moeite hem bij te houden: Dêr moatte wy op oan, mar jo moatte net sa duvels hurd ride!

Het was een koude dag, maar Mulier mocht niet klagen. 'Ik had een prachtige baan voor mij en reed zo hard ik kon, van tijd tot tijd een beetje uitgejouwd door boeren die ik voorbijreed, doch dat maakt de mens kwaadaardig en des te harder gaat het.'

Mulier hield aan de dag een grote wens over: een georganiseerde Elfstedentocht, een rit met wedstrijd- èn toertochtkarakter. Die kwam er pas in 1909, het jaar waarin de Friese IJsbond de organisatie op zich nam: 'Nu dan heren, een goede reis.' 23 Deelnemers waren er, 'dominee' Hoekstra won, maar verloor wel zijn lorgnet.

Buiten mededinging reed ook jonkheer Jan Feith, een verslaggever van het Algemeen Handelsblad, mee, die het begin oversloeg, omdat hij nog zijn verslag naar de krant moest doorbellen. Winnaar Hoekstra: 'Vlak voor de finish hoorde ik een scherp gekras achter mij. Ik werd bang en keek om - gelukkig, het was slechts jonkheer Feith, die 150 kilometer met de kopgroep had meegereden.'

Na de eerste tocht kwam de organisatie in handen van een speciale Elfstedenvereniging, de Friesche Elf Steden. In 1912 werd de volgende editie verreden. Het dooide zo hevig, dat sommige wedstrijdrijders de laatste kilometers per trein mochten afleggen. Winnaar werd oud-wereldkampioen Coen de Koning, die het gehele traject wèl schaatsend aflegde. Dat hij zich had laten 'opleggen', zich had laten voortrekken door een sterke schipper, is nooit bewezen.

De Koning was in die jaren echt de beste, in 1917 won hij weer. Vooraf had hij gezegd dat hij de Tocht òf zegevierend òf in een doodskist zou beëindigen. Meteen bij de start ging hij er al vandoor, en niemand zag hem meer, tot bij de finish. De legende wil, dat hij zand achter zich aan strooide, zodat de concurrentie de schaatsen bot reed.

De Koning, Arnhemmer - dát stak de Friezen natuurlijk óók - was niet geliefd. In 1912 was hem door een van de favorieten vooraf, ene sergeant J. Ferwerda, verweten, dat hij zich niet aan de 'afspraak' had gehouden. De groep zou bij elkaar blijven, maar De Koning was toch weggesprint. In de geschiedenis van de Tocht zouden er meer van deze 'afspraken' geschonden worden.

In 1917 reed voor het eerst een vrouw, de 24-jarige Janna van der Weg, de Tocht helemaal uit. In 1912 deed al ene Jikke Gaastra mee, maar die haalde het einde niet. Ze kreeg overigens wel een kruisje.

1929 was het jaar van kolenhandelaar Karst Leembrug, de man die zijn teen verloor, en die op 'onverklaarbare wijze een achterstand van achttien minuten op koploper C. Jongert binnen enkele kilometers in een voorsprong van twintig minuten wist om te zetten'. Waar of niet waar, Friesland had weer een zoon als winnaar, het was een barre Tocht (alleen vergelijkbaar met de helletocht van 1963) en de winnaar sleepte een dag later al weer met zakken steenkool door de straten van Leeuwarden.

1929 bleef een mooie winter. Twee weken later werd er dus nog een 'Elfstedentocht' gehouden, georganiseerd door drie Leeuwarder kasteleins. Vijftig mannen en een vrouw bonden de schaatsen om. Deze officieuze 'Tolhuister Elfstedentocht' werd gewonnen door Marten van der Kooy uit Hindeloopen, in een snellere tijd dan 'de eerste Friese ijsheilige' Leembrug. Het officiële Elfstedenbestuur was not amused.

In 1933 werd, voor de eerste en enige maal, een Elfstedentocht vòòr de jaarwisseling verreden. Koplopers A. de Vries en S. Castelein spraken af gezamenlijk over de finish te rijden, maar de record-race (9 uur en vijf minuten) werd toch gewonnen door De Vries. Hij kwam als eerste aan, oordeelde de jury, met een 'schaatslengte'.

In 1940, 1941 èn 1942 werd de Tocht der Tochten geschaatst. In 1940 was er alweer sprake van een 'afspraak', het 'Pact van Dokkum' ditmaal. Vijf koplopers zouden gelijk over de streep. Vlak voor de finish kon Auke Adema zich echter niet meer inhouden. Hij ging sprinten. Keyzer en Jongert snelden achter hem aan, Keyzer won alsnog, maar Jongert liet zijn kaart als eerste afstempelen. 'Alle drie claimden de zege.'

De politie moest met de gummiknuppel het boze publiek uiteenjagen, en het Elfstedenbestuur velde een Salomons-oordeel: vijf winnaars. Adema tegen de toekijkende Prins Berhard: 'Het werd mij te machtig, toen ben ik gaan spurten. . .'

In het oorlogsjaar 1941 zegevierde Auke Adema alsnog in zijn eentje, in 1942 won slagersknecht Sietze de Groot uit Weidum. Drie jongens overleden dat jaar aan de gevolgen van bevriezing. Een van de slachtoffers, Douwe Stellingwerf, had na de Tocht wat last van een voet: 'Wat gek, ik voel het helemaal niet.' Zijn been werd geamputeerd, maar het was al te laat.

1947 was het jaar van de diskwalificaties. Joop Bosman triomfeerde, maar later bleek dat hij gefraudeerd had. Hij was niet de enige. Ook Klaas Schipper, Jeen Nauta en Jaap Wynia hadden vrienden als gangmakers gebruikt, waren door toeschouwers gedragen en hadden zich op handkarren laten vervoeren. Andere rijders zouden zich per motorslee, auto of fiets, 'of in het geheel niet' (!) door het Friese land hebben begeven. Jan van der Hoorn, nummer vijf, werd winnaar.

De jaren vijftig - tweemaal een Tocht: 1954 en 1956 - zijn de jaren van Jeen van den Berg, een van de legendarische Elfstedenrijders. De onderwijzer uit Nijbeets, in die jaren ook aanwezig bij 'gewone' schaatswedstrijden tijdens de Olympische Winterspelen, wint in 1954. Een gelukje, want de vier anderen uit de kopgroep Jeen Nauta, Aad de Koning, Jan Charisius en Anton - de Beul uit Dussen - Verhoeven zijn net zo sterk, zo niet sterker. Van den Berg krijgt als groentje de kop opgedrongen, maar dat wordt zijn geluk.

Vlak voor de finish bemerken de rijders dat ze niet onder de Noorderbrug door kunnen. Van den Berg gaat als eerste over het speciaal aangelegde trappetje, de anderen duwen en trekken, Charisius, de beste sprinter, valt tweemaal. Anton Verhoeven komt nog dichtbij Van den Berg, wint, maar dan bemerken de twee rijders, dat de finish iets verderop ligt - ook dat hoort bij een Elfstedentocht.

Van den Berg schaatst door, Verhoeven zit vast tussen het publiek, en kijkt beteuterd naar het bordje met 'Einde'. Met kleine lettertjes staat eronder: 'Over vijfhonderd meter.'

In 1956 is er weer sprake van een 'Pact', ditmaal vooral gericht tégen die dekselse Jeen van den Berg. Er is een kopgroep van zes, mèt de winnaar van '54. Maar Van den Berg krijgt een kromme schaats en vijf man gaan gezamenlijk over de streep. Onder hen drie uit de kopgroep van twee jaar eerder, Jeen Nauta, Anton Verhoeven en Aad de Koning.

Jan Charisius deed ditmaal niet mee, maar stond aan de finish. 'Meteen rijden Verhoeven en Nauta naar me toe: ''Het is gelukt, we hebben Jeen van den Berg kapot gereden'' ' Het bestuur reikt echter geen prijzen uit.

De Tocht van 1963 geldt als de zwaarste uit de gehele serie. Reinier Paping, sportleraar uit Ommen, wordt winnaar op 'moordend ijs' en in 'verblindende sneeuw'. Slechts 58 wedstrijdschaatsers volbrengen de Tocht. Jan van der Hoorn haakt al in Sneek af: 'Ik heb vrouw en kinderen.'

De verslaggever van de Volkskrant: 'Met bloedige wonden, opgelopen in valpartijen, met bevroren oogleden en ledematen kwamen de mannen onder de hoede van de eerste hulpsoldaten.'

Van de vele duizenden toerrijders halen slechts 69 de finish. De weinigen die doorgingen sleepten zich verder in de nacht: 'Tot laat in de nacht kwamen zij een voor een binnen, geen mensen meer, lichamen slechts, die vol waren van uitputting.' Bij de eindstreep ging de wachtende koningin Juliana bijna door het ijs.

Na 1963 duurde het meer dan twintig jaar voordat er weer een Tocht kwam. Vaak was er - 'als er 's winters ergens een koelkast in Friesland openstond' - opwinding in het land, zoals in 1976, 1978 en 1982, maar steeds bleek het ijs niet goed genoeg. De toenmalige Friesche Elf Steden-voorzitter Kuperus gold bovendien als een 'voorzichtig man'.

De edities van jaren 1985 en 1986 liggen nog vers in het geheugen. Beide malen was Evert van Benthem, een 'slechts 72 kilo wegend manneke', winnaar. De boer uit Sint Jansklooster werd de derde schaatser die zich tweevoudig winnaar van de Tocht mag noemen - samen met Coen de Koning en Auke Adema.

In 1986 ging Van Benthem alleen op de finish af, een jaar eerder maakte hij deel van een kopgroep van vier. Maar moderne schaatsers doen niet aan 'Pacten', het werd een heuse eindsprint.

De eerste Tocht na die van 1963 was er een zonder sneeuw en helse omstandigheden - eigenlijk een beetje een teleurstelling na al het opgeklopte gedoe vooraf. Bij een paar graden boven nul, is 'dat toch zoiets als een Tour de France zonder bergen', oordeelde de Volkskrant.

Tijdens de laatste Elfstedentocht, die van 1986, ging het al 'beter': 'Hevige kou en een gure oostenwind hebben woensdagavond laat honderden toerrijders van de veertiende Elfstedentocht parten gespeeld.'

Vorig jaar ging de schaatstocht op het laatste moment niet door. Enige verontwaardiging ontstond er in het land toen voorzitter Henk Kroes voor de tv-camera's eerlijk toegaf dat de tocht achteraf gezien toch gereden had kunnen worden.

En dan is het nu 1997. Hoe zwaar de tocht van morgen ook wordt, de verhalen over nieuwe edities van de Tocht der Tochten zullen nooit meer zo bont worden.

Frauderen, zandstrooien, of toch maar een stukje per trein? Vergeet het, tegenwoordig is alles 'gezien'.

Frank van den Wall Bake, die met zijn sportmarketing-bureau Evert van Benthem onder zijn hoede nam, verwoordde het in maart 1985, na de eerste Elfstedenoverwinning van Van Benthem, zo: 'Wat voor de verkoop van het produkt Evert nadelig is geweest, was die continue tv-uitzending. Daardoor heeft hij te direct bij de mensen gezeten, een stukje over-exposure.

'Veel beter was het geweest met slechts een paar minuten, zoals met Paping in 1963, waardoor het een mysterie bleef.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden