Interview Max Siedentopf

Gasthoofdredacteur Magazine Max Siedentopf geeft een interview in beelden: ‘Het leven gaat snel. Ik wil er zo veel mogelijk uithalen’

De samenleving wordt in de ogen van reclamemaker en kunstenaar Max Siedentopf (27) gegijzeld door ernst en gebrek aan humor. De wereld kleur geven is daarop zijn antwoord. 

Max Siedentopf. Beeld Jaap Scheeren

Dit is Max, al weet je nog niet met welke Max je te maken hebt. De Max die in Namibië is, bij zijn ouders, en net Toto de woestijn in heeft geslingerd. De Max die naar Milaan vliegt omdat hij een dolle klus heeft voor een Gucci-modeshow.

Of toch de Max die in Londen woont en werkt. De boven zijn bureau bij KesselsKramer hangende Max. Of de in de stad een videoclip schietende Max voor indieband Two Door ­Cinema Club.

Max Siedentopf (27) is heel erg cross-over, hij crosst van fotografie, reclame, zelfgemaakte bladen, beeldende kunst, video’s naar geluidsinstallaties, artdirection etc., etc. Hij is et cetera. Hij gaat oneindig door, ja maximaal. Hij is een platenzaak van acht verdiepingen waar alle vakjes voor artiesten en ­genres zijn weggehaald.

Goeie achternaam heeft hij trouwens, voor een Max zoals hij. Het kan zomaar verzonnen zijn, Siedentopf. Het betekent maankrater, dat is een ringberg op de maan veroorzaakt door een meteoriet. Precies wat hij wil zijn, hij wil dat zijn werken inslaan als een meteoriet. Wellicht heet hij in het echt Hans von Hindeburg. Of is hij het alias van Christiaan Müller, de liefhebbende zoon van Hans en Britha Müller, een bejaard bakkers­echtpaar uit Wertheim am Main.

Dat hij Max van voren heet zal ook wel niet zonder reden zijn. Lange Max was een Duits kanon uit de Eerste Wereldoorlog. Strammer Max betekent uitsmijter in het Duits.

Max Siedentopf, een kanonvormige uitsmijter die een maankrater veroorzaakt. Whoesssjjj- boem!

Je kunt het zo gek niet verzinnen, dat is Max Siedentopf. Dat zou je al kunnen denken als je zijn website hebt gezien: ­maxsiedentopf.com. Moet je maar eens proberen, ga ervan uit dat je daarna even een ommetje moet maken om alle indrukken te verwerken. Niets is daarna meer hetzelfde, alles wat je ziet kan ook iets anders zijn. Auto’s worden gepimpt met ­karton. Plastic bestek is het begin van een kunstwerk. Vieze stickers voor iedereen. Op het dak van een museum om te gluren bij de buren. Ja, etc., etc. Als je Max zijn werk eenmaal hebt gezien, dan lijkt het hele bestaan opeens vol met Max-achtige gekte. Hij is een absurdist, die denkbeeldig de wc-pot van Marcel Duchamp vol piest.

Max Siedentopf. Beeld Jaap Scheeren
Max Siedentopf. Beeld Jaap Scheeren

Nog iets uit zijn biografie: opgegroeid in Windhoek. Een winderige uithoek, het zou waar kunnen zijn – maar het hoeft niet.

Ja, Max Siedentopf, de Duitse Namibiër, die in Los Angeles en Amsterdam en Berlijn woonde, dat is me er eentje. Hij is overigens een telg van de vierde generatie Duitsers in Namibië, al werd hij toevallig geboren in een klein Beiers stadje. Zijn vader heeft een architectenbureau en daar werkt zijn moeder ook, op de administratie.

‘Hallo John. Ik hoop dat je een leuk weekend had!’

‘Ik wil me excuseren omdat ik zo weinig tijd heb.’

‘Deze week heb ik een grote pitch.’

‘Ik heb eindelijk mijn mail van de laatste dagen kunnen bekijken.’

Dit is Max. Hij heeft het druk. Hem even aan zijn vestje trekken is een ingewikkelde aangelegenheid. Hij kan er ook niets aan doen, dat hij de wereld wordt rondgeschoten door talloze opdrachtgevers. Eerdaags gaat hij naar de Dominicaanse Republiek voor een klus van schoenenmerk Timberland. Gaan er zes ontwerpers, zoals hij, schoenen ontwerpen, en via sociale media wordt gekozen welke boots in productie gaan.

Ochtendmens 

Hij kan soms behoorlijk irritant zijn voor mensen om hem heen, weet Max, er is altijd iets gaande. Veel mensen zitten maar op hun krent, en staren naar hun tijdlijn op Instagram, of naar de televisie, en verknoeien uren en dagen van hun leven. Hij is zich altijd bewust van zijn tijd, je moet je tijd goed gebruiken. We hebben gemaild, heen en weer, de afgelopen maand. We mailen ’s morgens vroeg, want Max is een ochtendmens. Toen hij jonger was, deed hij aan competitiezwemmen, zes uur trainen per dag. Voor zijn eerste trainingssessie moest hij om kwart over vier zijn bed uit. Daarmee is hij opgehouden. Maar het idee van vroeg opstaan heeft hij vastgehouden. Nu staat hij om half zes op, elke ochtend, gaat een uurtje werken, dan rennen of zwemmen, en dan naar kantoor in het oosten van Londen, op een tijdstip dat het kantoor nog zeker een uur leeg is.

Dat zijn zijn uren, dan doet hij het meest – zoals mailen om te zeggen dat het niet lukt om terug te mailen. Of mailen dat we elkaar niet in Londen kunnen ontmoeten. Of misschien wel. Maar dan wel om zes uur ’s avonds. Als het lukt. Anders niet, dan niet.

‘Hallo John. Druk met een campagneshoot, gisteren en vandaag. Morgen en zondag ben ik bezig met fotografie voor een tentoonstelling. Ik kom terug op je vragen als ik een vrije seconde heb.’

We zouden een interview doen, een interview in Volkskrant Magazine met de man die de gasthoofdredacteur is van het Volkskrant Magazine. Een interview, dat is iets als: je stelt een vraag en dan geeft de geïnterviewde een antwoord. Dat kost pak ’m beet anderhalf uur van ieders tijd, in totaal. Je stelt vragen als: moest je je verzetten tegen je ouders? Heb je altijd de aandrang gevoeld om het leven anders vorm te geven? Was de dood van je hamster iets waar je snel overheen bent gekomen? Was je altijd vormgever? Denk jij dat de aarde rond is?

‘Hi John. Hoop dat het goed met je gaat. Sorry voor het uitstel, ik heb een beetje te veel werk op mijn bord, de laatste tijd.’

Met Max gaat het anders, en op een vroege druilerige dinsdagochtend mailt hij dat we het ook anders gaan doen. Hij weet het zeker! Een ander soort interview, geïnjecteerd met een beetje humor. Ja, laten we dat doen! En laten we dan de antwoorden visualiseren, want het gaat hier toch om een ­designnummer en dan moet alles visueel zijn. Daar houden artdirectors van. Die houden niet van te veel letters en woorden. Hij stuurt wat mee, wat hem het beste lijkt. Een nieuwe taal van antwoorden en vormgeving, waarin het mysterie van Max Siedentopf in stand wordt gehouden.

Verschillende glazen

Dit is Max, hij is opeens te zien, al is het dan geen ontmoeting. Hij zit voor het scherm van zijn laptop in het Londense kantoor van reclamebureau KesselsKramer, en er is sprake van een Skype-interview. Hij heeft een vlassige snor en de twee brilglazen van zijn bril zijn verschillend: één rond en één vierkant. Het haar op zijn hoofd wordt dunner en er zijn inhammen zichtbaar. Hij heeft een gezicht dat het liefst de hele dag wil lachen, zelfs als de verbinding hapert.

- Wat vind je van je leven tot nu toe?

- Wat zeg je?

- Hoe vind je dat je leven tot nu verloopt?

- Wat? Mijn leven?

- Jaaa.

- Het leven gaat snel. Ik wil er zo veel mogelijk uithalen, zo veel mogelijk doen. Ik ben blij met mijn leven.

Max heeft even tijd, maar niet te veel. Het is vijf uur ’s middags in Londen, en om zes uur moet hij weer aan de slag. Hij woont op vijf minuten van zijn kantoor. Dat is prettig, want dan wordt hij op weg naar zijn werk niet te veel overdonderd door de drukte van de stad. Hij heeft eerdaags een tentoonstelling in Stuttgart, in Gallerie Kernweine. Die tentoonstelling heet Stock im Arsch.

De stok in de reet houdt hem nogal bezig. De stok in de reet verwijst naar onze samenleving die in zijn optiek wordt gegijzeld door ernst, en een gebrek aan humor. Om te begrijpen waarom de stok in de reet hem nogal bezighoudt, spoelt hij de tijd even terug, met wederzijds goedvinden.

Max Siedentopf. Beeld Jaap Scheeren
Max Siedentopf. Beeld Jaap Scheeren

Hij heeft namelijk een hoop positieve aandacht gekregen vanwege zijn muziekinstallatie in de woestijn in Namibië. Daar heeft hij in december vorig jaar zes speakers neergezet, aangesloten op een mp3-speler, en daar is tot in de eeuwigheid Toto’s Africa te horen. Je kunt zeggen dat hij daarmee goed gescoord heeft in de internationale wereldpers, als je door zijn ­digitale knipselmap bladert.

Maar voor het eerst heeft hij ook busladingen digitale haatmail gekregen. Of hij gek is geworden? Wat doet zo’n geluidsinstallatie in de woestijn? Al die mensen die daar gaan kijken. De rommel die de bezoekers daar achterlaten. Mensen op internet willen haten, zegt hij, dus hij heeft zijn portie kritiek gekregen. Daar kan hij mee leven; je werk stelt pas iets voor als veel mensen het ook haten. Dan heb je iets goeds te pakken. Maar... waar hebben die mensen het over? Daar vlakbij is een enorme snelweg gebouwd. Er is een omvangrijke uraniummijn in de buurt.

Dat zijn toch zaken die een stuk erger zijn voor het milieu dan een oneindig deuntje Toto?

Max, voordat jij verder gaat over de stok in de reet, staan we even stil bij dit project, bij Toto Forever. Want je kunt gerust vaststellen dat hierin het een en ander samenvalt van zijn kunnen als Max Siedentopf, zijn gevoel voor humor, en zijn hang naar duidelijkheid. Wat je ziet, dat is wat het is, en dat is wat hij wil. Of het nu gaat om reclame, fotografie of boeken of bladen. Iedereen moet het meteen begrijpen. Hij maakt het niet voor de kunstwereld of voor fancy exclusieve designers. Veel kunst is altijd slim en heel erg abstract, waardoor maar een kleine groep mensen het begrijpt. Hij vind het interessanter dat buitenstaanders meteen weten wat hij bedoelt.

Catchy

Dat idee van Toto Forever was er zomaar, het popte gewoon op in zijn hoofd. Het zou weleens erg grappig kunnen zijn, een goeie stomme grap zelfs, om Toto’s Africa af te spelen in Afrika. Dat een Amerikaanse band zingt over Africa zonder dat ze er ooit zijn geweest, is al behoorlijk geestig. Maar het is moeilijk om niet van dit liedje te houden, het is erg catchy, het hoort bij de popcultuur van nu, ook al komt het nummer uit 1982.

Dat was het ongeveer wel, qua denkwerk. Hij vertelde een paar vrienden erover, en niemand begreep eigenlijk wat er nu zo grappig aan was – wat hij weer grappig vond. Het mooiste moment van dit project, maar eigenlijk van elk project, is als een idee tintelt in je hoofd. Alsof je opeens een nieuwe wereld hebt gecreëerd. Daarna moet je het maken, in het echt. Dat gebeurde dan ook: die geluidsinstallatie moest het doen op zonne-energie, zodat het oneindig door zou gaan, en een batterij op zonne-energie was zo gevonden.

Het is zoals met veel van zijn projecten: het is makkelijk te maken, met een maximaal resultaat, voor de maximale Max. Hij houdt er niet van om een hoop tijd ergens in te steken, of te werken aan één ding.

Idee. Uitvoering. Klaar. Move on. Next!

Hij was dus bij zijn ouders, in Namibië, in december, om voor drie weken kerstvakantie te vieren. Dat doet hij elk jaar, het is dan zomer daar, dus goed om een winterdepressie te omzeilen. Zijn ouders hebben twee huizen, één in de hoofdstad, in Windhoek, en de ander aan de kust, in een stad die Swakopmund heet, en eruitziet als een oud Duits stadje. Daar ben je omringd door woestijn. In zijn Ford Ranger reed hij midden ­december naar de woestijn, een ritje van niets. In de achterbak van deze pick-uptruck had hij al zijn spullen gelegd, zelf bekostigd, een paar tientjes in totaal. Binnen vijf minuten was hij klaar met de hele installatie. Toen is hij nog een tijd gebleven om te filmen, want hoe fijn is het om de woestijn te zijn, de ongekende rust.

Het Toto-project had geen serieuze component, wat mensen er ook in zien. Je kunt het zo interpreteren als je zelf wilt: de westerse kijk versus de Afrikaanse kijk op het leven, het eeuwenoude conflict. Je kunt er een heel universum aan opinies op loslaten – hij heeft het gemerkt, de kritiek kwam van alle kanten. Maar het is behoorlijk simpel, het is Africa in Afrika. De reactie van Toto vond hij trouwens heel erg cool. De band liet weten overweldigd te zijn door zijn project, dit hadden ze nooit kunnen dromen, zo over de top.

Levend kunstwerk 

Onlangs was hij gevraagd door een groot en beroemd warenhuis, de naam houdt hij geheim. Hij moest een grote etalage inrichten. Zijn idee was om acht mannen in te huren en die op een stoel te laten wachten, beetje op een telefoon te laten kijken, de krant lezen, om zich heen kijkend. Als een verwijzing naar hetgeen je veelvuldig ziet in winkelcentra: mannen die wachten op hun vrouw of vriendin tot ze klaar zijn met winkelen. Zie het als een performance, een levend kunstwerk.

De directie van het warenhuis wilde het niet, omdat het niet aansloot bij hun genderbeleid. Ze noemde het te rolbevestigend. Wat een onzin, zegt Max, we leven in 2019. We mogen toch grappen maken over elk gender. Belachelijk, vindt hij nog steeds. Waarom neemt iedereen alles zo serieus?

Max Siedentopf. Beeld Jaap Scheeren

Zo kwam hij op de stok in de reet, stick up your butt, Stock im Arsch. Eerst die kritiek op Toto Forever en daarna de afwijzing van het warenhuis. Dus nu gaat hij het leven vieren, met zijn tentoonstelling in Stuttgart, met mensen met een stok in hun reet. Want er is een klimaatcrisis, er zijn grote politieke en economische spanningen in de wereld, en het laatste waar we tijd voor hebben is humor. En humor is zijn grootste wapen. Je moet de draak steken met het heden, zo laat je de andere kant zien van de zaak.

Daarom leer je in Stuttgart hoe je een stok in je reet kunt doen, en je kunt zelfs kiezen welke stok de voorkeur heeft.

‘Hi John. Ik zit vast in meetings de hele dag, dus ik heb twijfels of we elkaar nog kunnen zien, jammer genoeg. Maar ik heb een vlucht geboekt naar Amsterdam, en ik ben er al dinsdagavond. Dan kunnen we elkaar ontmoeten.’

Dit is dus Max, in real time. Hij draagt een grijze trui, en heeft er zin in. Eén minuut voor het afgesproken tijdstip arriveert hij in een taxi, rechtstreeks van het vliegveld, met vertraging uit Londen overgevlogen. Hij zit in een verbouwde kerk in De Jordaan in Amsterdam. Als opwarmer voor het gesprek heeft hij een knipsel uit 2011 gestuurd, waarop een van zijn eerste acties is te zien: straatnaambordjes volgehangen met hartjes en sterretjes. Om de wereld een beetje kleur te geven. Niemand in Windhoek wist wie hier voor verantwoordelijk was en de krant Republikein deed een oproep voor ‘lesers met antwoorde’. Hij was er vroeg bij, Max. En zijn hele leven wilde hij al uitvinder worden. Uitvinder van dingen.

Met Max kun je enorm lachen in de kerk waar KesselsKramer huist. Iedereen is al weg, het is ’s avonds laat, en hij zet de Bimbobox aan, het mechanisch apenorkest. Hij loopt door de kerk en vindt in een ruimte een koffer met Funny Money, een verzameling boekjes met lachende Namibiërs, omringd met geld. Ook tevoorschijn komt een boek met foto’s van mensen die in de woestijn over een bananenschil uitglijden.

Max Siedentopf. Beeld Jaap Scheeren

Oké, en dan is daar het klapstuk, dan is daar het Max-technisch gezien voorlopige hoogtepunt in zijn maximale oeuvre. Hij zet het op een tafeltennistafel. Het is geel. Het is dertig centimer hoog. Het is The Thing. Het is een ding dat hij maakte voor de Triënnale in Milaan in 2016. Hij noemt The Thing het enige ontwerp dat je nodig hebt in je leven – hahaha. The Thing doet alles wat je wilt dat het doet – hahaha. In het bijpassende boekje staat dat je ermee kunt bellen, poepen, neuken, in je oor pulken, powerliften, een prijs winnen en mee naar de maan reizen.

Hij heeft het ultieme ontwerp, zoals hij het noemt, gemaakt van een toiletrol en andere troep uit de prullenbak. Beetje dit en dat, verven, en klaar. Een kind doet de was. Als iemand er om moet lachen, noemt Max het geslaagd. Dan is zijn dag goed. Max gaat weer zitten, Max raakt op drift, Max is energiek. Uit zijn rugzak komt het blad waarvan hij de bedenker is. Het blad heet Ordinary, het is een van zijn vele hobbyprojecten. Want hij heeft een standpunt, en dat is dat hij het normale van het leven wil eren. Het doodgewone, het alledaagse. Dus gaat deze editie van Ordinary over de vuilniszak in al zijn hoedanigheden, bijgevoegd bij het blad, een vuilniszak.

Max zegt dat het normaal is om omringd te zijn met normale dingen, maar dat wij het normale vergeten omdat het zo normaal is. Het hele leven is normaal, daarom was Ordinary ook een keer gewijd aan het schuursponsje of aan lucht. Hoe normaal wil je het hebben. Doe normaal. Alles is normaal. Maak normaal zichtbaar.

Wat Max ook nog vindt is dat hij zelf heel erg normaal is.

Max Siedentopf noemt zichzelf zo gewoon als supergewoon. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.