'Frankrijk is tegen Tribunaal wegens rol in Rwanda'

Franse militairen zullen komen getuigen voor het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag, zo maakte het Franse ministerie van Defensie donderdag bekend....

MARTIN SOMMER

Van onze correspondent

Martin Sommer

PARIJS

Deze volstrekte vanzelfsprekendheid voor Britten, Canadezen en Belgen (die allemaal reeds in Den Haag getuigd hebben), wijst op een flinke overwinning voor procureur Louise Arbour, die een stekelige betrekking met Parijs onderhoudt. Onlangs zei de Franse minister van Defensie nog dat Franse officieren 'nimmer' voor het tribunaal zouden verschijnen.

Woordvoerder Chartier van het Joegoslavië-Tribunaal bevestigt dat 'de dialoog weer op gang is gekomen. En dat was een maand geleden anders'. Het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken meldt dat aanklagers van het tribunaal in verband met vooronderzoek in Parijs dertig Franse officieren hebben gehoord, onder wie generaals.

Alle partijen lopen op eieren. Heel anders dan zes weken geleden, toen de Franse minister Richard (Defensie) tijdens een diner met journalisten het tribunaal afdeed als 'spektakel-justitie'.

Daarna liep de temperatuur verder op. Louise Arbour gaf half december een interview aan Le Monde waarin ze zei dat de oorlogsmisdadigers in Bosnië zich in de Franse zone 'absoluut veilig' voelen, dat het Franse ministerie van Defensie 'de toegang van het tribunaal tot de waarheid wil controleren'.

De Fransen lijken inschikkelijker geworden, maar de beer is voor mevrouw Arbour nog niet geschoten. De essentie voor het tribunaal is dat getuigen worden gehoord in de rechtszaal, ten overstaan van de aangeklaagde, en zich onderwerpen aan een kruisverhoor. Zover gaat het Franse ministerie van Defensie niet.

Waarom stellen de Fransen, in 1993 nog een warm voorstander van het Joegoslavië-Tribunaal, zich vier jaar later 'extreem formeel' (Arbour) op? Ook haar voorganger als procureur, Richard Goldstone, klaagde steen en been over het gebrek aan medewerking van Parijs.

Naar het zich laat aanzien geldt de Franse allergie de 'angelsaksische' procedure van het tribunaal.

Woordvoerder Chartier van het Joegoslavië-tribunaal noemt deze bezwaren 'volstrekt onbegrijpelijk', aangezien ook het Franse strafrecht de mondelinge getuigenis én het kruisverhoor kent.

Philippe Moreau-Defarges van de Franse Clingendael-pendant IFRI vermoedt dat de verklaring voor de huivering gezocht moet worden in de Franse militaire traditie. Frankrijk heeft zich veel moeite getroost in Joegoslavië - het grootste contingent blauwhelmen geleverd, de meeste slachtoffers geïncasseerd - en wil zijn militairen niet achteraf met een mogelijke rekening in de rechtszaal confronteren.

'Volgens het Franse recht is 'het niet-bijstaan van mensen die in gevaar verkeren' strafbaar. Het verschil tussen getuige en verantwoordelijke is maar klein. VN-soldaten zijn gedwongen te overleggen met oorlogsmisdadigers. Frankrijk heeft een grote traditie in het beschermen van zijn soldaten, en wil voorkomen dat die door het tribunaal in een onmogelijke positie terechtkomen. Een principe-kwestie.'

Het gevaar van de getuigenbank te moeten verhuizen naar de beklaagdenbank is beperkt in het Joegoslavië-Tribunaal, omdat de Fransen in Bosnië een betrekkelijk schoon blazoen hebben; afgezien van Srebrenica, dat ook voor Frankrijk geen prettige klank heeft.

Maar het zuster-tribunaal over de genocide in Rwanda, waar mevrouw Arbour eveneens de scepter zwaait, betekent een directe bedreiging voor het Franse leger. De opzet van het tribunaal in Den Haag en dat in Arusha (Tanzania) is dezelfde: mondelinge verhoren in de rechtszaal, ten overstaan van de verdachten.

De journalist Patrick de Saint-Exupéry schreef onlangs een vierdelige artikelenserie in Le Figaro over Frankrijk en Rwanda, en kwam tot de slotsom dat de polemiek slechts officieel over Bosnië gaat.

'Zowel in Parijs als in Den Haag weet iedereen wat werkelijk de inzet is: Rwanda. Voor Frankrijk is Bosnië niet meer dan een eerste verdedigingslinie. Het uitgangspunt dat officieren niet zullen verschijnen voor het Bosnië-tribunaal, betekent hetzelfde voor het Rwanda-tribunaal.'

Pas onlangs is de rol van Frankrijk vóór en tijdens de genocide in Rwanda in 1994 in enige omvang naar buiten gekomen. Niet in Frankrijk zelf, waar nooit een kamerdebat is geweest, en waar nooit een officieel onderzoek heeft plaatsgehad. Maar in België, waar half december het rapport uitkwam van een parlementaire enquête die in 1995 werd ingesteld naar het drama in Rwanda.

In het Belgische rapport staat zwart op wit hoe Franse militairen hun Rwandese collega's trainden die later de genocide uitvoerden, hoe Frankrijk eerst het Hutu-regime bewapende en daarmee bleef doorgaan toen de massamoord op de Tutsi's al ruimschoots was begonnen, hoe 'operatie Turquoise' een weinig verhulde poging was om de Hutu's te beschermen, en hoe Frankrijk uiteindelijk hielp de elite van de moordenaars een veilig heenkomen te zoeken. Geen rapport om mee voor de dag te komen op een tribunaal, ook niet als getuige.

De Figaro-journalist Saint-Exupéry is niet de enige die een verband legt tussen de zware verantwoordelijkheid van de Fransen in Rwanda, en hun terughoudende opstelling in Den Haag.

De jurist William Bourdan, secretaris-generaal van de Fédération internationale des droits de l'homme, die zich hard maakt voor een Permanent Internationaal Strafhof, zegt: 'Frankrijk heeft geen enkele onderzoeker naar Rwanda gestuurd. Er zijn geen Franse getuigenissen verzameld. Ik heb geen bewijs, maar alle tekenen wijzen erop dat Rwanda de oorzaak is van de Franse tegenwerking in Den Haag.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden