Interview Jos Jansen

Fotograaf Jos Jansen fotografeerde ‘de magie’ van wetenschap op het Science Park in Amsterdam: ‘Dit park is een playground’

Twee jaar lang had fotograaf Jos Jansen onbeperkt toegang tot het Amsterdamse Science Park. Zijn doel: een ‘breed, associatief verhaal’ over deze playground. Maar ja, fundamentele wetenschap – probeer daar maar eens overtuigende foto’s van te maken.

Beeld Jos Jansen

Er was een tijd, nog helemaal niet zo lang geleden, dat fotograaf Jos Jansen (67) het Science Park in Amsterdam tot zijn bijna dagelijkse habitat mocht rekenen. De afgelopen twee jaar reisde hij vanuit zijn woonplaats Eindhoven regelmatig naar dat wonderlijke wetenschapsconglomeraat in de Watergraafsmeer, waar je innovatieve bedrijven vindt en opleidingsinstituten zoals de Universiteit van Amsterdam. En waar gebouwen Nikhef (Nationaal instituut voor subatomaire fysica) heten, of AMOLF (onderzoeksinstituut voor fysica van functionele complexe materie). Hij sprak er met talloze wetenschappers, keek mee met het onderzoek naar de manipulatie van licht op nanoniveau en kreeg toegang tot het gebouw waar in lange, witte gangen al onze computerdata liggen opgeslagen (zie foto #6).

‘Feest’, zegt Jansen zelf over die tijd, waarin alles nog openlag en hij van sterrenkijker naar microscoop rende. Had-ie als 7-jarige jongen, gefascineerd door de werking van zijn zelf in elkaar geknutselde Philips-radiootje, nooit kunnen dromen: dat hij ruim vijftig jaar later in de lift van het Nikhef een knop met ‘Derde verdieping: Dark Matter’ zou tegenkomen. Complete sciencefiction natuurlijk. Het Science Park is een magische plek en de fotograaf verloor zich er maar al te graag, als was hij Sjakie in de chocoladefabriek, net zo lang tot hij niet meer om die ene vraag heen kon.

Wat was hij nu eigenlijk aan het doen? En parallel daaraan: wat waren ze híér, in deze kennisintensieve wetenschapshub, nu eigenlijk aan het doen?

Het punt was: Jansen ging een boek maken, het liefst een met een kop en een staart. En daarvoor was enige controle over zijn onderwerp wel zo handig, hoe fijn dat bandeloze gejakker van hem ook was. In 2016 had hij een voorstel gedaan voor de jaarlijkse Documentaire Foto-opdrachten van het Amsterdamse Stadsarchief en het Amsterdams Fonds voor de Kunst. Dat voorstel, ‘een breed, associatief verhaal’ over het Science Park en de dingen die daar gebeuren, was gehonoreerd. Hij had een project voor ogen met dat wetenschappelijke onderzoek aan de basis, net als in het fotoboek Seeds dat hij in 2014 uitbracht, over de voedselindustrie en de plekken waar zaden worden gekweekt en bewerkt. Maar waar de onderzoekers in Seeds een duidelijk afgebakend doel hadden, dat relatief makkelijk in beeld kon worden gebracht, hebben ze dat in de verschillende instituten op het Science Park veel minder.

Beeld Jos Jansen

‘Dit park’, zegt Jansen in een café op het terrein, en hij wijst met zijn duim over zijn schouder naar de gebouwen achter hem, ‘is een playground.’ Die term komt van de Nederlandse chemicus en Nobelprijswinnaar Ben Feringa, die de ideale universiteit eens omschreef als een speeltuin, waar onderzoekers en studenten onbeteugeld nieuwsgierig mogen zijn en mogen falen tot ze een ons wegen, waar het vergaren van kennis centraal staat en het eindresultaat van ondergeschikt belang is. ‘Dat geldt in hoge mate voor het Science Park’, zegt Jansen. ‘Hier probeert men door wetenschappelijk onderzoek de dingen te begrijpen. Er is geen noodzaak om er iets tastbaars uit te halen. Het is fundamentele wetenschap, die op het eerste gezicht nutteloze kennis oplevert en misschien pas over een halve eeuw tot een belangrijke uitvinding leidt.’

Maar ja, probeer daar maar eens een overtuigende foto van te maken, laat staan een heel boek. Bovendien: modern wetenschappelijk onderzoek is vaak met het blote oog niet te zien. Het is kleiner dan klein, complex en abstract. Spoileralert: het is Jansen gelukt. Op tafel ligt de proefdruk van Universe. Facts in the Post-Truth Era, een combinatie van eigen foto’s, gevonden materiaal en datavisualisaties.

‘Ik wilde de magie van de plek weergeven, de verbazing en verwondering die ik hier voel over dingen die ik maar tot op zekere hoogte begrijp’, zegt Jansen. ‘Tegelijkertijd wilde ik recht doen aan het wetenschappelijke onderzoek dat ze hier doen. Het Science Park is een speler op wereldniveau. Wat hier gebeurt, heeft op den duur invloed op ons allemaal.’ Een speeltuin dus, maar geen spielerei – dat dat even duidelijk is in deze tijd, waarin wetenschap dikwijls denigrerend wordt gereduceerd tot ‘ook maar een mening’, en een mening, als dat zo uitkomt, ineens dezelfde status kan hebben als een wetenschappelijk feit.

Jansen deelde zijn eigen onderzoek op in clusters, liet het project beginnen bij de kleinste, subatomaire deeltjes en eindigde bij algoritmen, een soort organische clusters van kennis. En hij stelde elke student, elke wetenschapper steeds dezelfde vragen: wat is de essentie van wat je doet en heb je daar afbeeldingen bij? Die afbeeldingen moesten, net als de foto’s die hij zelf maakte, voldoen aan twee criteria: ze moesten bij hem een huh-wat-is-dit-nou-voor-iets-geweldig-geks?-reactie oproepen én ze moesten gaan over de kern van het onderzoek.

Jos Jansen:

‘Ik ben blij met het evenwicht tussen eigengemaakt beeld en datavisualisatie in Universe. Dit is de grafische voorstelling van de waarschijnlijkheidsberekeningen en -algoritmen die hier in het Science Park zijn bedacht en waarmee in 2012 in het CERN (Zwitserland), de Europese organisatie die fundamenteel onderzoek doet naar elementaire deeltjes, het bestaan van het subatomaire higgsdeeltje kon worden aangetoond. De wetenschapper die ik hierover sprak, dacht niet dat hij een beeld had dat geschikt zou zijn voor in mijn boek. Ineens zag ik in de hoek van zijn powerpointpresentatie een deel van deze vogel. Mijn dag was goed.’

‘Ik heb de mensen hier benaderd als een antropoloog zou doen, met veel aandacht voor de dagelijkse dingen die zij zelf niet eens meer zien. Mijn strategie was: zo dicht in de buurt van het onderzoek komen, door middel van voorwerpen die er rechtstreeks naar verwijzen.’ Een onwerelds meetapparaat, een algoritme in de vorm van een vogel (zie foto #1), een ingewikkelde formule op een ouderwets schoolbord (zie foto #3) – het werd allemaal vastgelegd en opgenomen in Universe, dat nog immer uitdijde, maar niet meer zo rap als in het begin.

Zo eigende Jansen zich het onderwerp langzaam maar zeker toe, kreeg hij steeds meer grip op het verbazingwekkende universum aan de rand van Amsterdam, waar specifiek onderzoek wordt gedaan naar alles. En om zijn lofzang op de wetenschappelijke wereld te zingen en de betovering van wat hij daar zag niet te verbreken, permitteerde hij zich zo nu en dan wat artistieke vrijheden. Hij manipuleerde zijn foto’s, paste kleuren aan, ensceneerde kleine gebeurtenissen, veranderde – ja, wacht even. In een boek met een ondertitel die het huidige door emoties en meningen beheerste klimaat hekelt, gaat Jos Jansen zijn foto’s lopen manipuleren? Is er dan niets meer heilig?

De fotograaf blijft er kalm onder. ‘Het valt allemaal wel mee, hoor’, zegt hij droogjes. ‘Ik heb de werkelijkheid nergens geweld aangedaan, ik heb haar soms versterkt, maar nooit de essentie van het onderzoek aangetast.’

Hij citeert de Franse antropoloog Bruno Latour, die eveneens regelmatig rondhing in wetenschappelijke laboratoria en schreef dat ook wetenschappelijke feiten constructies zijn. Het zijn feiten, net zolang tot een andere wetenschappelijke theorie ze weer ontkracht. ‘Zijn uitspraken gaven mij permissie om te zeggen: naast deze wonderlijke wetenschappelijke wereld bouw ik mijn eigen, parallelle wereld, tussen documentair en autonoom in. Ik maak mijn eigen constructies, binnen de wetten van de fotografie. En trouwens: wetenschappers manipuleren zelf ook hun beelden. Ze kleuren ze in, dat vind ik dan weer helemaal niet interessant.’

En trouwens: alle wetenschappers hebben ‘hun’ beelden goedgekeurd. En trouwens: het is zíjn boek. Zíjn universum.

Jos Jansen: Universe. Facts in the Post-Truth Era; voorwoord door Robbert Dijkgraaf, The Eriskay Connection; € 40. Van 05/09 t/m 21/10 is Universe als tentoonstelling te zien op BredaPhoto: To Infinity and Beyond.

Foto #1 (Algoritme) Credits: Stefan Gadatsch (Nikhef, CERN)

‘Ik ben blij met het evenwicht tussen eigengemaakt beeld en datavisualisatie in Universe. Dit is de grafische voorstelling van de waarschijnlijkheidsberekeningen en –algoritmen die hier in het Science Park zijn bedacht en waarmee in 2012 in CERN (Zwitserland), de Europese organisatie die fundamenteel onderzoek doet naar elementaire deeltjes, het bestaan van het subatomaire Higgs-deeltje kon worden aangetoond. De wetenschapper die ik hierover sprak, dacht niet dat hij een beeld had dat geschikt zou zijn voor in mijn boek. Ineens zag ik in de hoek van zijn powerpointpresentatie een deel van deze vogel. Mijn dag was goed.’

Algoritme. Beeld Stefan Gadatsch (Nikhef, CERN)
Algoritme (2). Beeld Stefan Gadatsch (Nikhef, CERN)

Foto #2 (Bol op tafeltje + blauwe versie)

‘Dit is een optische module voor de studie van neutrino’s, elementaire deeltjes die met miljarden tegelijk ongehinderd door materie en ruimte gaan. Ze kunnen gewoon dwars door je nagel heen, en dwars door de aarde. Deze modules laten ze aan lange lijnen in de Middellandse Zee zakken om neutrino’s te meten. Het zijn fascinerende dingen. Ik vroeg of ik er een los mocht fotograferen. Toen hebben ze een module op dit lullige bijzettafeltje gezet, waardoor hij iets klungeligs krijgt. Dat vond ik mooi, voor die wetenschappers is dit ding gewoon een dagelijks gebruiksvoorwerp, zoals een wasmachine. Om de magie van zo’n bol te laten zien en hem toch een beetje op een voetstuk te zetten, heb ik er ook nog een glamourfoto van gemaakt.’

Bol op tafeltje. Beeld Jos Jansen
Bol op tafeltje (blauwe versie). Beeld Jos Jansen

Foto #3 (Schoolbord met groen ernaast)

‘Fundamenteel onderzoek is een combinatie van theoretische studies en het uitvoeren van experimenten. Veel van dat onderzoek vindt nog altijd gewoon plaats op het schoolbord, met een borsteltje ernaast om de berekeningen weer uit te vegen. Toen ik dit beeld zag, met die gekke plantenbak ernaast, vond ik dat zo’n schitterend ouderwets paneel. Of ik weet waar die formules over gaan? Nou, inmiddels wel, want ik heb het gevraagd. 

Mijn boek was eerst heel associatief samengesteld. Ik heb het toen laten zien aan de directeur van het Nikhef. Die zei: ‘Ja, dat is mooi, maar je hebt nu dingen gecombineerd die geen bal met elkaar te maken hebben.’ Toen heb ik me precies laten uitleggen wat hier staat – laten we het erop houden dat het gaat over subatomaire deeltjes – en de volgorde van het boek helemaal omgegooid.’

Schoolbord met groen ernaast. Beeld Jos Jansen

Foto #4 (Machine met zilverfolie)

‘Eigenlijk kijk je hier naar een foto van menselijke invloed. Dat dit apparatuur is waarmee nieuwe kwantummaterialen worden onderzocht, is goed om te weten, maar ik vind het interessanter om het proces van zo’n onderzoek te laten zien. Ik ben altijd meer gefascineerd geweest door hoe machines tot stand komen dan door wat ze daadwerkelijk doen, en dat kun je hier goed zien. Je ziet het proces, de oneffenheden, het gebruik. Afhankelijk van het experiment ziet dit ding er steeds anders uit, maar het zilverfolie blijft. Dat is nodig om de warmte in het apparaat gelijkmatig te verspreiden, als bij een kip in de oven. Hier begrijp ik niet precies wat ik zie, maar ik vind het mooi. De foto heeft een sculpturale kwaliteit, ik word erin gezogen. Dat groene snoertje was trouwens in het echt veel harder van kleur, dat heb ik iets afgezwakt.’

Machine met zilverfolie. Beeld Jos Jansen
Machine met zilverfolie (2). Beeld Jos Jansen

Foto #5 (Buisje met roze muizenklieren)

‘Dit is een buisje van ongeveer tien centimeter lang, met daarin een borstkliersample van een vrouwtjesmuis. Die klieren worden gebruikt in het kader van onderzoek naar het ontstaan en de groei van tumoren. Die rode stipjes zijn lymfeklieren. Ik heb deze foto gemaakt tegen de achtergrond van een stukje zwart tekenpapier. Wel drie of vier keer heb ik het buisje gefotografeerd, steeds met verschillende scherptedieptes. Thuis heb ik al die foto’s over elkaar heen geschoven in de computer. Het was de enige manier om het hele ding scherp te krijgen en niet alleen bijvoorbeeld het middelste stuk.’

Buisje met roze muizenklieren. Beeld Jos Jansen

Foto #6 (Lange witte gang)

‘Dit is The Cloud, die zogenaamde wolk waar we zo vaak naar verwijzen wanneer we onze digitale data opslaan. Die ziet er vanbinnen zo uit. Amsterdam is een van de grootste internethubs van de wereld. Op het terrein van het Science Park staan twee hoge datatorens, beheerd door particuliere bedrijven. Die zijn nodig om alle data van het onderzoek dat hier wordt gedaan op te slaan. Ook leveren ze de benodigde rekenkracht. Bovendien is er een gedeelte van ‘AMS-IX’ in gevestigd, het grootste knooppunt voor datatransport ter wereld. Privébedrijven als T-Mobile kunnen hier ruimte huren. Het is moeilijk om binnen te komen, je ziet er ook heel weinig mensen. Op de foto lijkt het sereen en koel, maar het is daarbinnen verschrikkelijk warm en je wordt er gek van de herrie van de ventilatoren. Ik liep langs die eindeloze hekken met computers en dacht: Hier ergens liggen dus al mijn likes.’

Lange witte gang. Beeld Jos Jansen

Statement

Op zijn 55ste zegde Jos Jansen zijn baan als communicatiepsycholoog bij Philips op en begon hij aan de fotografieopleiding van de kunstacademie in Breda. De lessen die hij daar kreeg zal hij nooit vergeten. ‘Ik was gewend om de dingen positief en genuanceerd te brengen. Op de academie riepen de docenten: ‘Godverdomme, Jos, het moet bót!’ Ik moest een statement maken.’ Jansen mocht niet meer met zijn eigen mooie camera fotograferen, in plaats daarvan kreeg hij een lullig oud dingetje met een paar pixels. Op het Centraal Station in Antwerpen maakte hij korrelige kleurenbeelden met, toen hij ze wat beter bekeek, ‘een enorme zeggingskracht.’ ‘Ik heb daar enorm veel van geleerd. Ik realiseerde me dat elk project een eigen beeldtaal vergt.’ 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.