Interview Fokke Obbema

Fokke Obbema werd overspoeld met reacties op zijn ‘Even dood’-stuk: ‘Ik werd er stil van’

‘Vorig jaar was ik even dood’, luidde de eerste zin van het artikel dat Volkskrant-redacteur Fokke Obbema schreef naar aanleiding van zijn hartstilstand op 1 april 2017. Volkskrant-lezers reageerden massaal – naast de vele discussies die op sociale media plaatsvonden, kwamen zo’n vijfhonderd mails bij de auteur binnen. Hoe ervoer Fokke de dagen na de publicatie?

Fokke Obbema Beeld Jitske Schols

Hoe was het om zoveel reacties te krijgen?

‘Buitengewoon indrukwekkend. De eerste reactie die ik ontving, was op zaterdagochtend om zeven uur – een huisarts die iets ouder is dan ik, even gezond en sportief. Hij was ook geheel onverwacht slachtoffer van een hartstilstand. Hij begon met zijn verbaasde constatering dat zijn wangen bij lezing nat waren geworden. En toen hij dat ontdekte, kwamen de tranen pas echt los. Zeer ontroerend vond ik dat.

‘Dat was het begin van een lang weekend vol buitengewoon persoonlijke verhalen, emotionele mails vol dankbaarheid, kennelijk omdat ik verwoordde wat mensen zelf hadden ervaren. Er reageerden niet alleen mensen die zelf een hartstilstand hadden meegemaakt, maar ook familieleden van mensen die wel hersenschade hadden opgelopen. Daarnaast reageerden ook nabestaanden die de hartstilstand van een overleden familielid nu beter begrepen.

‘Ik werd er stil van. Zeker door de verhalen van mensen die vele malen meer leed hadden meegemaakt dan ik, zoals diverse hartstilstanden achter elkaar op jonge leeftijd. Regelmatig overviel me bij lezing van dat soort reacties de gedachte dat mijn episode een walk in the park was geweest. Onzin natuurlijk, maar ik besefte wel nog meer hoe gelukkig ik me kon prijzen met mijn gezin en vrienden.

‘In het begin dacht ik nog: “Ik ga meteen reageren”. Maar er was geen houden aan de stroom reacties. Het was moeilijk niet eindeloos te blijven lezen, maar op een gegeven moment ben ik toch maar gewoon gaan sporten en daarna gaan koken om mijn hoofd even op iets anders te kunnen richten.

‘Met mijn dochter ben ik langs het OLVG-ziekenhuis gegaan om de krant te bezorgen bij de twee afdelingen waar ik heb gelegen, de intensive care en cardiologie. Dat voelde als een mooie afronding van een proces dat met mijn opname was begonnen. Ik mocht altijd langskomen als ik er nog eens over wilde praten, zei een verpleegster.’

Wie reageerden er verder?

‘Het verwerkingsproces dat ik beschreef, werd ook herkend door mensen met allerlei andere ziektes, opvallend vaak mensen met een burn-out. Onder de indruk was ik verder van de hulpverleners: ambulancemensen, verpleegkundigen, cardiologen. Heel mooi vond ik de reactie van een ambulancechauffeur, die vertelde hoe fijn hij het vond het hele verhaal te horen. Hij gaat altijd maar van patiënt naar patiënt en hoort een fractie. Hij was geroerd door mijn term ‘prachtland’ die ik gebruikte omdat ambulance, brandweer en politie zo snel ter plaatse kwamen. Dat deed hem erg goed. ‘Ik ben trots dat ik deel uitmaak van die rood-blauw-witte colonne’, schreef hij. Toen ik dat las, kreeg ik op mijn beurt tranen in mijn ogen.

‘Een medisch specialist schreef me hoe belangrijk hij mijn verhaal voor beroepsgenoten vond. Hij vond het onbegrijpelijk dat de relatie tussen stress en hartstilstand niet wordt erkend, terwijl die volgens hem evident is. Dat is een onderwerp voor onze wetenschapsredactie, denk ik.’

Hoe verklaar je het grote aantal reacties?

‘Het blijkt vooral de openheid te zijn waardoor mensen worden geraakt. Ze voelden zich daardoor heel direct aangesproken en zetten vervolgens de stap om zelf hun ervaring op papier te zetten. Openheid leidt tot openheid. Voor sommigen was het echt voor de eerste keer dat ze hun geschiedenis opschreven. Dat was een vorm van verwerking die ze nog niet eerder hadden uitgeprobeerd. En voor een flink aantal was het voor het eerst dat ze iets naar de krant stuurden: ‘Ik schrijf nooit, maar nu…’ was een zin die ik veel tegenkwam. Ik denk dat een aantal mensen iets verder is gekomen met hun verwerking.’

Zaten er nog negatieve reacties bij?

‘Nauwelijks. Een enkeling weet het aan mijn sportgedrag: zeventig kilometer fietsen, dat moet je niet doen, dom van je. Dat was op Facebook en diegene kreeg de volle laag van anderen. Een kerkelijk figuur meende dat ik niet gekwalificeerd was een interviewserie over de zin van het leven te maken. Alleen een hartstilstand was niet genoeg, dat kon je toch veel beter aan een kerkelijk iemand uitbesteden, vond hij. Dan had je nog mensen, die anders dan mijn artsen, toch precies wisten waar het aan had gelegen, van mijn voeding tot zeer langzame koolmonoxidevergiftiging.

‘Redelijk verbijsterend vond ik nog de reactie van iemand die me voorhield dat ik zo wel een snelle dood was misgelopen. Nu had ik misschien mooie jaren voor me, maar er wachtte me waarschijnlijk wel een langdurig ziekbed zoals de meeste mensen. Dus moest ik wel zo blij zijn met deze afloop? Nu ja, ik schaar dat maar in de categorie humor.’

Wat ga je met al die reacties doen?

‘Ik heb genoeg leestips gekregen tot het einde van mijn leven. En ik kan allerlei workshops gaan volgen om achter de werkelijke betekenis van mijn hartstilstand te komen. Het artikel heeft kortom een mooi, rijk proces in gang gezet. Oorspronkelijk was het vooral bedoeld als startschot voor mijn wekelijkse interviewserie over de zin van het leven, die iedere maandag in de krant verschijnt. Maar het is nu al zoveel meer geworden. Daarom wil ik graag op deze plek iedereen bedanken die op welke wijze dan ook heeft gereageerd.’

‘Ik heb mezelf zes weken gegeven om te reageren. Ik wil vooral niet echt bedolven raken door deze indrukwekkende toevloed. Gelukkig maakte een aantal mensen meteen duidelijk geen reactie te verwachten, dat scheelt alweer. Maar er zitten veel mensen bij die een reactie verdienen, omdat ze zo openhartig zijn geweest. Of omdat ze met hun antwoorden op de vraag naar ‘de zin van het leven’ komen met interessante suggesties waarin ik me wil verdiepen. Ik kan al die ideeën weer gebruiken voor volgende verhalen.’

Even dood: leven na een hartstilstand
Lees hier het verhaal van Fokke Obbema: ‘Vorig jaar ging ik plotseling even dood. Om precies te zijn was het op zaterdag 1 april, om een uur of één 's nachts. Na een week avonddiensten op de redactie van de Volkskrant lag ik diep in slaap. Een dag eerder had ik nog 70 kilometer op mijn racefiets afgelegd, met een aardig gemiddelde. Op 54-jarige leeftijd zag ik dat als een indicatie van mijn goede gezondheid. Nooit gerookt, een matig drinker, geen overgewicht, dagelijks gezond eten en enkele keren per week sporten - wat kon mij gebeuren?’

De zin van het leven
Fokke Obbema beschreef hoe hij ‘even doodging’. Lees hier enkele reacties van lezers op zijn verhaal.

Spiritueel leraar Jan Geurtz: ‘Ons leven is straks totaal weg, mooi hoor’
Fokke Obbema  gaat in de reeks Zin van het leven op zoek naar antwoorden op die aloude vraag: waartoe zijn wij op aarde? In deze eerste aflevering spreekt hij met Jan Geurtz, kenner van het Tibetaans boeddhisme. ‘Waar zit de ‘ik’? In het lichaam? In gedachten? Een emotie?’

Podcast het Volkskrantgeluid: Hoe moet je verder als je even dood bent geweest?
Fokke Obbema verwerkte zijn aanvaring met de dood door hem op te schrijven, tot zijn eigen verbazing werd dat een onderzoekend, journalistiek stuk. Gijs Groenteman praat met hem over zijn ervaring en over zijn nieuwe interviewreeks over de zin van het leven, deze week in het Volkskrantgeluid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.