Floortje Dessing

Boem boem, hard werken, avontuur: één grote stijgende lijn was het leven van Floortje Dessing (38). Tot haar carrière stokte....

Drie dagen nadat Llink en Floortje Dessing ‘in goed overleg’ hadden besloten haar contract te beëindigen, zat ze in de auto op weg naar Zwitserland. Ze moest even rijden. In haar eentje. En niet op en neer naar Antwerpen, nee: een substantieel aantal kilometers, ‘om alles te kunnen loslaten wat er het afgelopen jaar is gebeurd.’ In de cd-wisselaar zaten Italiaanse cd’s, gekregen van haar vriend Franscesco. ‘Dus ik ben in een emotionele Italiaanse mood naar Zwitserland gereden.’ Stond ze een dag later op haar snowboard op een hoge berg en voelde ze voor het eerst dit jaar: de wereld ligt weer open, ik kan met iets nieuws beginnen. Of, in Floortje Dessing-jargon: ‘Hoogste tijd om een paar nieuwe gps-coördinaten uit te zetten.’ Ze voert onderhandelingen met een investeerder om haar keten van winkels met fairtradekleding, Nikuhiva, uit te breiden. Ze is bezig met een nieuw reisboek, en bereidt een programma voor over de klimaattop in Kopenhagen, eind december. Ook is ze alweer in gesprek over 3 op reis. Er zijn nog geen knopen doorgehakt, maar zoals het er nu uitziet, blijft het programma bestaan, wordt het een coproductie van Llink met een andere omroep, en die omroep neemt Dessing in dienst. ‘Mooi,’ zegt ze, ‘dat een ander te hulp wil schieten.’

Haar overstap naar Llink, twee jaar geleden, was nieuws. De vrouw die acht jaar reisprogramma’s had gemaakt voor de commerciëlen ging naar de kleinste publieke omroep, want: ‘Ik wilde meer verdieping in mijn werk.’

‘Hilarisch’, noemde je kort daarna die overgang. ‘Een van de eerste dagen in ons nieuwe kantoortje vroegen we ons af waar we moesten kopiëren. Was het antwoord: ‘O, dat doen we altijd om de hoek, bij de supermarkt.’ Ander voorbeeld: ‘Ik heb de onderhandelingen met Llink hier aan de keukentafel gevoerd. Ze vroegen wat ik wilde verdienen. Ik ging een ton onder het bedrag dat ik bij RTL verdiende zitten. Nou, dat was goed. En of ik dan nog ergens een oud contract had liggen, dan konden ze dat overschrijven.’

Ongelooflijk. ‘Begrijp me goed. Ik wil niemand zwartmaken. Llink wordt nu in de media afgeschilderd als ’

Een omroep die er een zooitje van heeft gemaakt. ‘Maar de intenties zijn altijd oprecht geweest. Dat meen ik echt. Het ontbrak ze alleen aan ervaring.’

Er is geld over de balk gegooid. ‘Dat weet ik niet. Ik heb niet in de boeken gekeken. Er zijn hier en daar wel keuzen gemaakt die ik niet zou hebben gemaakt. Een jaar geleden werd er voor de ledenwerfactie een prijs van 75 duizend euro uitgereikt voor het beste televisie-idee. Daar had ik moeite mee.’

Wanneer dacht jij voor het eerst: zit ik hier wel goed? ‘Vorig jaar zomer, toen het over mijn salaris ging. Ik was gevraagd mee te doen aan een artikel in NRC Handelsblad over omroepsalarissen, maar dat werd uiteindelijk een verhaal over mij alleen: ‘Floortje verdient meer dan Balkenende’. Daar kwamen Kamervragen over. Werd ik de kop-van-jut.’

Bijna twee ton, en dat bij een idealistische omroep, was de kritiek. Verontwaardigd: ‘Moet ik, omdat Llink idealistisch is, minder verdienen dan een presentator van de TROS?’

Kort daarna kwam de kritiek dat 3 op reis geen milieuvriendelijk programma was. ‘Niet per se, nee. Maar ik ben ook niet stompzinnig de wereld overgevlogen. Ik heb twee seizoenen over land en over zee gereisd, ik heb culturen laten zien waar je niet snel mee in aanraking komt. Dat is, als je het mij vraagt, waar Llink voor moet staan. Niet per se groen, maar duurzaam, in de zin van: betrokken.’

Wat vond je van alle kritiek het ergst? ‘Dat ik in het nieuws kwam met dingen die zo ver afstaan van wie ik ben. Mensen die me kennen, zullen beamen dat ik het helemaal niet belangrijk vind om veel geld te hebben. Ik heb een woonboot en ik mag reizen – meer heb ik niet nodig.’

Had je zien aankomen dat je contract zou worden beëindigd? ‘Eerlijk gezegd kwam in januari het nieuws over de financiële problemen als een verrassing. Ik heb toen aangeboden mijn salaris te verlagen, maar dat bleek niet genoeg. Er moesten mensen uit. Mensen die zich het snot voor de ogen hebben gewerkt. Dan ga ik niet blijven. Daar voelde ik me niet senang bij.’ ‘Ja,’ zegt ze terwijl ze uitvoerig in haar ogen wrijft, ‘het is het zwaarste jaar dat ik ooit heb gehad. Ik moet mezelf echt weer terugvinden.’

Wat ben je kwijtgeraakt? ‘Mijn ongebreidelde optimisme. Normaal sta ik altijd aan het roer. Hup, rechtuit met die neus en gaan. Boem, boem, geen gezeur, en hard werken want daar kom je ver mee. Mijn leven was één grote stijgende lijn. En die stokte, voor het eerst.’

Het gesprek vindt plaats op haar woonboot, aan de rand van Amsterdam. Groot, licht, glas aan alle kanten, een kookeiland, drie banken, een daybed, en in de boekenkast Lonely Planets van alle denkbare uithoeken van de wereld. Om thuis te komen moet ze met de auto door een park, over het wandelpad. Bóós dat mensen soms zijn, zegt ze. ‘Dan wijs ik maar steeds naar de ontheffing op mijn voorruit.’ Ze groeide op in Heemstede, als jongste dochter in ‘een groen en sociaal gezin’. Voor de deur stond geen auto, de ramen waren beplakt met stickers ‘Wees wijs met de Waddenzee’, en als het vakantie was, trokken vader, moeder en hun vier kinderen er met fiets en tent op uit. ‘Ik was een week geleden een weekend met mijn vader aan het kamperen in Bladel, op een natuurcamping. ’s Avonds zaten we met een paar van die echte hardcore kampeerders om een kampvuur, hilarisch. Het ging alleen maar over primussen en de nieuwste tenten en slaapzakmodellen. Dan zie ik mijn vader tevreden zitten, met zijn beerenburg, en dan komen alle herinneringen aan mijn jeugd weer boven.’ Ze zat op de Vrije School. Laatst vond ze haar getuigschriften in een doos. ‘Floortje begint altijd heel enthousiast aan iets maar kan het niet afmaken’. Lachend: ‘Dat was de gouden zin, elk jaar weer. Raar, want ik doe nu al tien jaar hetzelfde.’

Wat was je voor kind? ‘Onrustig. Drammerig. Een stemmingmaker, maar ook heel enthousiast.’

Dat onrustige, waarin uitte dat zich? ‘Ik kon echt in paniek raken als er iets voor me werd uitgestippeld. Op mijn 12de was ik een tijdlang heel bokkig en verdrietig van het vooruitzicht dat ik tot mijn 18de naar school moest. Ik vond het vreselijk dat dat al vast lag. Mijn moeder heeft toen bedacht dat ik een jaar naar Zwitserland kon gaan. Daar hadden we familie, daar kon ik naar school. Weten dat ik weg kon, bleek genoeg.’ Onverklaarbaar, maar zo lang ze het zich kan herinneren is er de drang om de wereld te ontdekken. Als kind hing ze uren boven De Grote Bosatlas. Toen ze 20 was maakte ze haar eerste verre reis. ‘Met Pakistan Airlines naar Amerika, om drie maanden zeilles te geven. Op de startbaan dacht ik: gelukkiger zal ik in mijn leven niet worden.’

Je wilde avonturen beleven. ‘Nog steeds. Als ik langs Schiphol rijd en ik zie een vliegtuig opstijgen, dan denk ik: die gaan wat meemaken, daar wil ik bij zijn.’ Haar eerste reisprogramma maakte ze op haar 26ste voor Veronica. Arrivals heette het. Voor aflevering 1 vloog ze samen met een vriendin naar Mexico, ‘met alleen een Lonely Planet op zak. We hadden geen idee wat we gingen doen. Ik heb dat eerste seizoen nog wel eens teruggezien. Echt: Peppie en Kokkie-televisie.’

In de laatste aflevering van het eerste seizoen 3 op reis zit een nummer van Bløf: ‘En ik weet niet hoe het komt dat ik weg wil. Maar het treft me hard en zuiver, en het houdt hardnekkig stand.’ Ze veert op van haar stoel. ‘Dat is nou precies Dat is in essentie wie ik ben. Ik verbaas me er wel eens over hoe weinig mensen diezelfde drang hebben om weg te gaan. Hoe vaak hoor ik niet: ‘Ach, het zal allemaal wel met dat buitenland.’ Maar Jezus, deze planeet is zo on-waar-schijnlijk mooi. Ik kan me niet voorstellen dat je dat niet wilt zien.’ Voor 3 op reis trok ze vorig jaar met de trein en de boot in tweeëneenhalve maand door Oekraïne, Abchazië, Georgië, Azerbeidzjan, Turkmenistan, Iran, Dubai, Oman en India om in Bhutan te eindigen. Turkmenistan: ‘Er is bijna geen land vreemder. In het begin van de jaren negentig kwam daar een meneer Niazov aan de macht, die zichzelf de titel Turkmenbashi gaf: leider der Turkmenen. Hij was een zelfverheerlijker. Overal staan zijn beelden. Hij heeft een hoofdstad laten bouwen middenin de woestijn, en omdat hij zo dol was op fonteinen liet hij een rivier afdammen, waardoor nu een heel gebied droogligt. Voor een reisprogrammamaker is zoiets geweldig. Dat je zulke misstanden kunt laten zien.’ Afgelopen seizoen maakte ze weer zo’n lange reis, naar Amsterdam Island in de Indische Oceaan. ‘Fasci- nerend, zo ver van alles vandaan.’

Ik hoorde dat je de tocht bijna niet had gemaakt omdat je er een maand lang voor op een boot moest. Voor iemand die altijd weg wil kunnen lijkt me dat een nachtmerrie; je kunt er niet af. ‘O nee, heerlijk. Ik mag dan net een kind in een snoepwinkel zijn, een kind dat niet kan kiezen, een kind dat alles wil, maar als die snoepwinkel dicht is, kan ik ontzettend genieten van de rust.’

Waarom had je het dan toch bijna niet gedaan? ‘Nou ja, vanwege al die gedachten die je krijgt: dat er iets met mijn familie gebeurt, en dat je het dan pas na een maand hoort, en het dan te laat is. Of dat er met mij iets gebeurt. Ik heb al eens ernstige hartklachten gehad, en de ziekte van Lyme. Sindsdien zit de schrik er wel in.’

Wie zaten er nog meer op die boot? ‘Wetenschappers die voor een jaar werden gestationeerd op het permanente waarnemingsstation op Amsterdam Island – Frans overzees gebied. Maar ook iemand die lid is van een club die de moeilijkst bereikbare plekken van de wereld in kaart brengt. En iemand die voor Lonely Planet schrijft. En een Fransman die een jaar burgemeester werd van het eiland.’ Kwamen ze op weg naar Amsterdam Island langs de eilandengroep Kerguelen, stonden er honderdduizenden pinguïns op het strand naar haar te kijken. ‘En dat mag ik dan allemaal meemaken.’ Later, op Amsterdam Island: ‘Een oogverblindend mooi landschap, en daar sta je dan, in de wetenschap dat jij een van de eerste Nederlandse vrouwen bent die er voet aan wal zet, en het is oorverdovend stil – nou ja: wéér tranen in je ogen.’

Bijna al haar vrienden zijn laatbloeiers. Veel gereisd, en nu, eind 30, aan de kinderen. Ze dacht vanochtend nog: zo gaat het nou, tot je 30ste is het tralala, na je 30ste iets minder tralala, en tegen je 40ste wordt het serieus.’

Hoe vind je dat? ‘Wat me er aan benauwt, is weet je, ik leid al zo lang een ongeregeld leven, ik weet niet hoe ik het anders zou moeten doen. Veel mensen hebben moeite iets vertrouwds los te laten, ik heb juist moeite in iets vertrouwds terecht te komen.’

Vandaar die kralenketting van liefdesrelaties, de afgelopen tien jaar. Lacht: ‘Het is net als vroeger op school: Floortje laat te veel werkjes liggen.’ Maar nu is er Franscesco. ‘Een Zuid-Italiaan. Zoon uit een geslacht van wijnboeren. Een emotioneel dier. Hij is galant, hij houdt van het goede leven, hij kan een drama maken van niks en vervolgens weer over the moon gelukkig zijn. Franscesco is er goed in mij het gevoel te geven dat ik heel Hollands ben. Terwijl ik mezelf behoorlijk internationaal vind.’ En nu wil Fransceso een eco-resort gaan opzetten in Panama. Afgelopen jaar zijn ze er samen geweest. Avontuur zoals Floortje Dessing het het liefste heeft: reizen per jeep en per boot om een strandje te vinden ‘aan het einde van de wereld, waar tien mensen wonen in een paar hutjes. De ultieme eenvoudige samenleving. Wakker worden, een vis vangen, een beetje praten. Niks: altijd verder en altijd maar meer.’

Zegt de vrouw die altijd maar verder wil. ‘Ja, gek is dat, hè. Ik moet zeggen: ik heb heel veel niet uitgedokterd. Hoe het bij mij werkt. Ik heb een heel ingewikkelde bedrading in mijn hoofd, en die zou ik dolgraag willen leren ontwarren.’

Zou je met je vriend mee willen? ‘We zouden heel graag samen gaan, maar ik heb het gevoel dat ik nog niet klaar ben hier. Als ik nu onder een tram kom, heb ik een leuk leven gehad, maar niets bijgedragen aan de samenleving.’

Wat zou dat moeten zijn? ‘Dat weet ik niet. Maar het kan niet zo zijn dat ik alleen maar reisprogramma’s heb gemaakt en dat het dat dan is. Dat ik dan kinderen krijg, en de rest van mijn leven pasta’s draai met mijn Italiaan.’

Dan zegt ze: ‘Weet je, een van de beste dingen nee, het allerbeste dat ik ooit heb gedaan, dat echt zin heeft gehad, is dat ik de familie van mijn moeder heb gevonden.’ Haar moeder werd in 1939 als 1-jarige geadopteerd. ‘Ze stond in de krant: baby aangeboden. Degene met de beste papieren mocht haar hebben. Zo ging dat, voor er een adoptiewet kwam. Mijn moeder heeft lang heel luchtig gedaan over die adoptie. Afgestaan – nou ja. Enig kind gebleven – nou ja. ‘Ik heb jullie toch’, relativeerde ze dan. Maar we zagen dat ze het er moeilijk mee had.’ Zes jaar geleden ging Floortje bij haar ouders langs in Zwitserland. De laatste avond ging het gesprek weer over familiebanden. ‘In de auto terug naar huis dacht ik: en nu ga ik het uitzoeken. Ik kwam ’s avonds laat thuis, heb de computer aangezet en de achternaam ingetikt van de vrouw die mijn oma zou moeten zijn. Verscheen er zó’n lijst op het scherm. Ik dacht: ik bel de eerste, dan heb ik het in ieder geval geprobeerd.’ Raak. ‘Ik kreeg een man aan de lijn die de halfbroer van mijn moeder bleek te zijn. Een paar dagen later heb ik met hem afgesproken op het Centraal Station. Er kwam een kopie van mijn moeder aanlopen. Hij vertelde dat er nog twee zussen in Amerika woonden.’ Op vaderdag, ze weet het nog precies, heeft ze tegen haar moeder gezegd: ‘Ik heb je familie gevonden, maar je moet zelf beslissen of je het wilt weten.’

Wat zei ze? ‘Ze is meteen met haar zussen gaan bellen. Een maand later heb ik een ticket voor haar gekocht en zijn we naar Amerika gevlogen. De oudste zus: ook een exacte kopie van mijn moeder. Die twee zijn vier handen op een buik.’

Je zus vertelde: Floor is de verbindende schakel in ons gezin. Ze brengt ons altijd bij elkaar.’ ‘Mijn familie is mijn anker. Ik kan doen wat ik doe, omdat zij er zijn.’

Zou je zelf een gezin willen? Ze zucht. ‘Dat is nou de vraag die iedereen me stelt.’

Je bent er zelf niet mee bezig? ‘Natuurlijk. Maar het is zoiets dat je heel lang voor je uit kunt schuiven: het behoort nog tot de mogelijkheden. Alleen, ik ben nu 38. Over een paar jaar kan het niet meer.’

Is dat erg? ‘Weet je,’ zegt ze, ‘het is bij mij altijd anders gegaan dan bij anderen.’ Ze schetst een visioen. ‘Een warm land. Kinderen die buiten kunnen spelen. En een lieve, ronde, gezellige oppas die zich om hen bekommert. Als het zo zou kunnen – wie weet wil ik dan wel.’

cv Floortje Dessing

geboren 31 augustus 1970 in Heemstede

burgerlijke staat Heeft een vriend

opleiding Havo, daarna audiovisuele media aan de kunstacademie (niet afgemaakt)

werk 1995 eerste presentatieklus voor Veronica | 1999 eerste reisprogramma, Arrivals, voor Veronica | 2001 Yorin Travel (later RTL Travel) | 2007 overstap naar omroep Llink, met het programma 3 op reis Dessing is ambassadeur van de stichting Max Havelaar en van het Rode Kruis, mede-eigenaar van twee winkels met fairtradekleding, Nikuhiva, en auteur van reisgidsen. Onder meer: 100 wereldplekken die je gezien moet hebben

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden