FIS-woordvoerder verwijt Algerijns leger oorlog tegen het volk te voeren Niemand weet wat islamisten beweegt

Het Algerijnse dodental van de afgelopen drie dagen staat voorlopig op 181. Het patroon van het geweld is het gebruikelijke....

Van onze buitenlandredactie

AMSTERDAM

Bij iedere nieuwe aanslag neemt de kans op vrede af. De regering betoogt dat ze niet kan onderhandelen met opponenten die zo gruwelijk te werk gaan. Voor de moordenaars rest een leven als desperado. Het is een patstelling, waardoor de burgeroorlog eindeloos kan voortduren.

Een van de grote problemen in Algerije is de geheimzinnigheid, die samenhangt met de berichtgeving. De overheid censureert de media. De onlangs vrijgelaten topleiders van het Islamitisch Heilsfront (FIS) mogen niet met de pers praten. De gebieden waar het FIS of de nog radicalere fundamentalisten van de Gewapende Islamitische Groep (GIA) opereren zijn ontoegankelijk voor journalisten.

Slechts sporadisch wordt er iets meer duidelijk over de beweegredenen van de islamisten, of over de gruwelijkheden die ook de regering begaat.

In mei dit jaar publiceerde de Internationale Federatie voor de Rechten van de Mens (FIDH) een voor de regering zeer belastend rapport waaruit bleek dat 'de arrestaties die worden uitgevoerd door de veiligheidstroepen vaak lijken op de kidnappingen door de gewapende terroristen'. Arrestanten worden in geheime centra vastgehouden, zonder proces. Vaak worden ze gemarteld, onder meer door hun geslachtsdelen stroomstoten toe te dienen. Soms, schrijft FIDH, worden ze vermoord. De veiligheidstroepen zouden verantwoordelijk zijn voor de verdwijning van tweeduizend mensen.

Het FIS, dat de geannuleerde verkiezingen van 1992 zou hebben gewonnen, had vroeger talloze woordvoerders in het buitenland. Maar sinds de organisatie wordt beschouwd als terroristisch, zijn de zegslieden ondergronds gegaan. In de Verenigde Staten zit Anwar Haddam al negen maanden in voorarrest omdat hij contacten zou hebben met 'terroristische organisaties'. Het Duitse weekblad Der Spiegel slaagde erin met hem te praten en publiceerde deze week het interview met de belangrijke FIS-woordvoerder.

De 43-jarige Haddam weigert te spreken over een Algerijnse burgeroorlog. Hij noemt het 'een strijd van de militairen tegen het volk'. Gevraagd naar wie verantwoordelijk is voor die strijd, waarbij sinds 1992 naar sommige schattingen 150 duizend doden zijn gevallen, zegt hij: 'Zij die weigeren een neutrale commissie in te stellen om de achtergronden van dit bloedvergieten te onderzoeken.'

Even later komt het hoge woord eruit: 'Het militaire regime heeft de totstandkoming van zo'n commissie verhinderd.' Het GIA noemt hij 'een terroristisch werktuig van de militairen'.

Absurd als deze uitspraken in eerste instantie mogen klinken, er lijkt een kern van waarheid in te zitten. Politieke waarnemers stellen dat het Algerijnse leger inderdaad baat heeft bij het geweld. Door de blinde moordpartijen raken de extremisten steeds verder geïsoleerd. Ze verliezen de steun van de burgerbevolking, die wegvlucht. Zo, hoopt de regering, raken de rebellen uiteindelijk verstoken van voedsel en kan er eenvoudig met hen worden afgerekend.

Haddam beweert dat het FIS geen islamitische eenpartijstaat wil stichten, zoals de Algerijnse regering van president Zéroual steeds beweert. 'Het hele politieke spectrum moet vertegenwoordigd zijn, natuurlijk binnen het raamwerk van onze principes.'

De partij wil de democratie niet afschaffen als ze eenmaal aan de macht is. Dat was de grote vrees van het Westen, dat daarom de militaire coup van 1992 steunde. Haddam: 'Het Heilsfront gelooft in vrijheid van meningsuiting, een meerpartijenstelsel en vrije verkiezingen. Alleen de scheiding van staat en religie wijzen wij af.'

Sudan, Iran en Pakistan zijn volgens hem geen voorbeelden voor het FIS. 'Daar wordt de islam verbasterd. Wij in Algerije kunnen het voorbeeld geven van echte islamitische tolerantie, waarvan die andere landen kunnen leren.'

De Amerikaanse journalist Mark Dennis slaagde erin dieper door te dringen tot de kern van het FIS. Hij bezocht in juni een kamp van het AIS, de militaire vleugel van het Heilsfront. Daar sprak hij met rebellenleider Ahmed Benaïcha, een van de meest gezochte 'terroristen' van Algerije. Hij deed verslag in Newsweek.

Sommige rebellen die Dennis ontmoet zijn niet ouder dan vijftien jaar. Ze staan zich erop voor moordenaars te zijn. Een van de jongens vertelt dat hij de vorige week zeven man heeft gedood.

De meeste oudere strijders dragen niet de voor mujahedin kenmerkende baarden, waardoor ze zich zonder problemen in de steden kunnen bewegen. Ze beschikken over een beperkt wapenarsenaal. Lege frisdrankblikjes gevuld met buskruit dienen als granaten.

De militie die Dennis bezoekt, controleert een klein gebied, waar de strijders alle steun krijgen van de burgerbevolking. Het AIS beweert alleen militaire doelen aan te vallen. De gruwelijke slachtpartijen in het land worden op conto geschreven van 'andere gewapende groepen'. Wie dat zijn, blijft ook in het verslag van Dennis onduidelijk.

Net als FIS-woordvoerder Haddam zegt rebellenleider Benaïcha voorstander te zijn van een democratische islam. Hij ziet Turkije tijdens de korte periode onder premier Erbakan als hét voorbeeld. Benaïcha wijst erop dat Erbakan slechts 25 procent van de bevolking achter zich had, en het FIS ten tijde van de geannuleerde verkiezingen 80 procent. Dat die aanhang stevig zal zijn geslonken, deert hem niet. 'Het kostte Mohammed dertien jaar om een islamitische staat te stichten. Wij zitten pas in het vijfde jaar.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden