InterviewTanny Dobbelaar

Filosoof Tanny Dobbelaar: ‘Wat is familie als je die niet kent?’

In veel families graaft wel iemand naar de voorouderlijke geschiedenis. Het fenomeen intrigeert filosoof Tanny Dobbelaar. Ze promoveerde onlangs aan de Rijksuniversiteit Groningen op haar onderzoek.

Tanny Dobbelaar : 'De groep is diverser dan je geneigd bent te denken.'Beeld Harry Cock

Bent u ook zo nieuwsgierig naar uw eigen voorouders?

‘Totaal niet, misschien dat het me daarom ook zo fascineert. Zelf ben ik opgegroeid zonder de nabijheid van familie buiten ons gezin. Toen ik later op feestjes nichten zag, vond ik het bijzonder om te zien dat ze bijvoorbeeld dezelfde ogen hadden of mimiek, waardoor iemand heel nabij kan voelen.

‘Tegelijkertijd bleken we op persoonlijk vlak weinig overeenkomsten te hebben. Dat riep bij mij allemaal vragen op over wat familie is. Wat betekenen verwanten voor je als je ze niet of nauwelijks hebt gekend. Wat deel je met hen, is hun geschiedenis automatisch de jouwe? Mijn beste vriendin is zoveel meer familie dan mijn neven en nichten. Maar in zo’n familiegeschiedenis zou zij niet staan.’

U schreef al eens een boek over de professionals in het genre, literaire non-fictieschrijvers die bestsellers schreven over hun tragische familiegeschiedenis. Waarin verschillen hun familiegeschiedenissen van die van de amateurs?

‘Schrijvers hanteren een romanachtige structuur, reconstructies, een moraal, personages met motieven, overwegingen en emoties om het leesbaar te maken – dat zie je in gewone familiegeschiedenissen niet. Die zijn, en dat bedoel ik absoluut niet respectloos, veel saaier. Het is echt een ander genre. Bovendien is het doel ook meestal anders: het publiek is de eigen familie, of bijvoorbeeld de (toekomstige) kinderen of kleinkinderen.

‘De meeste hobbyisten maken geen boek, die houden het bij onderzoek doen. Ze verzamelen bijvoorbeeld wel kopieën van dagboekjes of brieven. Dat gebeurt bijna altijd zonder interpretatie: de schrijver deelt de feiten, maar noteert daarover geen eigen verhaal. ‘Soms resulteert het onderzoek in stambomen met her en der informatieve blokjes. Soms is de geschiedenis genoteerd als uitgeschreven lijst: Stientje was een kind van Cornelia en daarvoor kwam die en die, zij was een ongehuwde moeder, tjonge dat was nogal wat in die tijd. Ze eindigen vaak rommelig en subjectief. Met zinnen als: en toen kwam ik, ik kreeg kinderen, Hans studeerde natuurkunde en studeerde cum laude af, the end. Dan verandert de familiearchivaris ineens weer in familielid.’

Het beeld van een oudere man in een zaal van het Nationaal Archief doemt op.

‘De studiezaal is steeds vaker dicht, mensen worden geacht online te zoeken. De groep is ook diverser dan je geneigd bent te denken. Zo is er een groep Surinaamse familiehistorici die elkaar helpen via fora, er zijn jongere mannen en ook veel vrouwen.’

Wat heeft u precies onderzocht?

‘Als casus heb ik 120 familiegeschiedenissen uit het archief van het CBG/Centrum voor familiegeschiedenis gehaald, uit het jaar 2013. Daar komt eigenlijk iedereen die naar familieleden speurt op een zeker moment terecht. Zij bestaan sinds 1945 en verzamelen alle eindproducten in hun archief, daar liggen tienduizenden boeken en boekjes. Soms indrukwekkend dik, prachtig ingebonden in kleurendruk, soms zijn het een paar blaadjes in een zuurvrije envelop.’

Wat noemen mensen zoal aan beweegredenen om te gaan speuren?

‘De wens hun ‘wortels’ te vinden, zichzelf beter te leren kennen. Om de doden te eren, uit onderzoekslust. Ook regelmatig gelezen: toen ik eenmaal begonnen was moest ik door. Soms is er een specifieke vraag: stammen wij af van die 16e-eeuwse edelman met dezelfde naam. Vaak is het een mix van meerdere motieven.

‘We verwachten allerlei psychologische afwegingen, maar meestal zijn de genoemde motieven pragmatischer van aard. Zo trof ik een man die schreef: bij het uitzoeken van de familie Morcus kreeg ik het probleem dat ik er steeds voor naar het Rijksarchief van Zeeland te Middelburg moest. Wegens drukte in de cactuskwekerij en natuurlijk met het gezin ontbrak me de tijd.’ Toen is hij overgestapt naar de familie van zijn vrouw, naar haar geboorteregio kon hij op zaterdagmiddag wel even op en neer voor onderzoek in de kaartenbakken van het streekmuseum.

‘Niemand schrijft: ik had een traumatische jeugd, daarom ben ik gaan graven.’

U merkt op dat familiegeschiedenissen allemaal hetzelfde format hebben.

‘Ten eerste ligt er veel nadruk op achternamen, waardoor vrouwen of kinderlozen minder aandacht krijgen. Ten tweede blijkt iedereen dezelfde software te gebruiken, gebaseerd op GEDCOM, een genealogisch hulpprogramma waarmee je al je gevonden data kan samenbrengen. In dit programma is geen ruimte voor meerdere ouders of samengestelde gezinnen. Homostellen moet je in het heteromodel forceren, waarbij de een in het vakje ‘man’ en de ander in het vakje ‘vrouw’ terecht komt. Elk individu is altijd het product van een vader en een moeder, en die zijn weer het product van een vader en moeder, enzovoorts. Misschien ook niet verwonderlijk als je weet dat het is ontwikkeld door de Amerikaanse mormonen, ofwel de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Zij zien de mensheid het liefst als een verzameling keurige kerngezinnetjes.

De Surinaamse oud-minister Stanley Raghoebarsing is nazaat van Indiase contractarbeiders. Hij schreef de geschiedenis van zijn (voor)ouders op. Daarin overheerst dat typisch Caraïbische gevoel van allemaal anders zijn, maar toch één.

Journalist Clarice Gargard schreef het boek Drakendochter over haar vader, die bevriend was met de Liberiaanse dictator ­Charles Taylor. Op zoek naar de waarheid over hem, ­ontdekte ze dat de werkelijkheid ­verschillende versies kent.

Ook uitzoeken of u afstamt van Franse kasteelheren of beroemde kunstenaars? Zo doet u dat.

Graven naar een familieverleden, vraagt veel van het autobiografisch geheugen dat raadselachtige wetmatigheden kent. Geheugenprofessor Douwe Draaisma vertelt erover in een afscheidsinterview.  

75 jaar geleden werd ons land bevrijd en daar staat de Volkskrant uitgebreid bij stil. Bekijk hier hoe Nederland er precies 75 jaar geleden uitzag en ontdek telkens nieuwe persoonlijke bevrijdingsverhalen uit nieuw bevrijd gebied.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden