Interview Stine Jensen

Filosoof-programmamaker Stine Jensen: ‘Het interessante zit ’m vaak in falen en niet trainbaar zijn’

Stine Jensen – opgegroeid met Scandinavische melancholie – verdiepte zich voor het filosofieprogramma YES ik ben! in positief denken. Wat blijkt: dat hoeft dus helemaal niet.

Stine Jensen Beeld Frank Ruiter

Yes ik ben! of Mwoah ik ben?

‘Het glas is bij mij halfleeg, maar de echte pessimist is in feite een grote optimist. Dat heeft de filosoof Seneca goed uitgelegd: mensen met hoge verwachtingen van het leven zijn vaak een stuk ongelukkiger, omdat de realiteit tegenvalt en ze dus sneller teleurgesteld raken. Als je net als Schopenhauer denkt dat het ergste nog moet komen, valt de werkelijkheid altijd mee. Zo pakt pessimisme toch optimistisch uit, en kan een optimist vatbaar zijn voor pessimisme.

‘Ik beschouw mezelf als een optimist, omdat ik geloof in maakbaarheid en kneedbaarheid. Ik ben een doorzetter. Voor mijn boek Lieve Stine, weet jij het? heb ik een rondgang langs vijf uitgeverijen moeten maken. Het werd vijf keer afgewezen, maar ik vond een filosofieboek voor kinderen met vragen over het leven een goed idee en ging gewoon door, en de zesde keer is het gelukt. Daarvoor moet je toch een beetje optimistisch zijn en tegenslagen verwerken. Zo sta ik er ook in met relaties. Gaat het niet goed? Relatietherapie! Wat mij tot een pessimist maakt, is dat ik altijd scenario’s zie van wat er mogelijk zou kunnen misgaan. Ik zie de beren op de weg, maar ga ook meteen de oplossingen bedenken.’

De positivo’s in Amerika of de melancholici die je bezocht in Noorwegen? 

‘Er zijn enorme Amerika-lovers, maar daar behoor ik niet toe. Ik heb er een jaar gestudeerd en wist toen al zeker: ik zou hier nooit kunnen wonen. De maakbaarheidscultuur is er zo individualistisch en zo gericht op materiële welvaart. Het Scandinavische model is meer gericht op welvaart en welzijn voor de gemeenschap, al zijn Scandinavische samenlevingen ook individualistische samenlevingen, in termen van ontwikkeling en zelfontplooiing. 

‘In Noorwegen vond ik het fantastisch. Ik voel me er meer thuis, ook in de sombere grondstemming die er zo veel ruimte krijgt. Er gaat een zekere rust van uit. En ik vind die downplayende ironie heel grappig. Zo van: ‘Hoe gaat het met je?’ ‘Nou, ik heb mezelf nog net niet van de brug gegooid.’ Een treurige grappigheid waarmee je de zwaarte wat lichter maakt. Je stopt de zwaarte tenminste niet weg, zoals met dat hartstochtelijke Amerikaanse positivisme. Je woont op straat in een tent en je hebt geen eten, en dan nog moet je in de American dream geloven. Niet te doen.’

Interview met Dirk de Wachter

In maart publiceerde de Volkskrant een interview met de Vlaamse psychiater Dirk de Wachter, die ook aan het woord komt in de serie van Stine Jensen over de kracht en gevaren van positief denken. De Wachter bespeurt in onze maatschappij een onwil verdriet onder ogen te zien. ‘We verdoven onszelf in de westerse wereld met leukigheid: áls het leven maar leuk is. Maar af en toe zijn er moeilijkheden en dan vragen we ons af: waarom? Er is geen antwoord op het waarom. Er is alleen een samen machteloos zijn, denk ik. Mensen die geworpen zijn in zinloosheid, hebben heel vaak niemand om zich aan vast te haken.’

Coach of filosofie? 

‘Ik heb aan beide veel gehad. Toen ik op mijn 20ste begon aan een studie filosofie, was dat een eyeopener. Je maakt een reis langs ideeën over de wereld en je ontdekt vrij snel dat er niet één waarheid over te vertellen is. Filosofie kan je autonomer maken, en ervoor zorgen dat je vanzelfsprekendheden gaat bevragen.

‘En goede coaches, ja, die kan ik ook iedereen aanraden. Ik heb me enorm opgewonden over die documentaire van Menna Laura Meijer, Nu verandert er langzaam iets, over de hedendaagse coaching- en trainingscultuur. Ik heb er moeite mee, omdat-ie eigenlijk alle coaches op een hoop gooit, en mede door het camerastandpunt het fenomeen een beetje belachelijk maakt. Ik hou van medemenselijkheid, maar door zo veel verschillende sessies van een afstand te registreren laat je vooral de diersoort mens zien die van coach naar coach rolt. Het is bijna Bert Haanstra, aapjes kijken. De vorm is uitmuntend, maar ook sturend, vind ik: de mens is best wel wanhopig. 

Menna Laura Meijer over de documentaire Nu verandert er langzaam iets

Filmredacteur Bor Beekman interviewde regisseur Menna Laura Meijer over Nu verandert er langzaam iets, de op documentairefestival Idfa bekroonde film van Mint film office die bestaat uit aaneengeschakelde opnamen van therapie- en coachingsessies. ‘Nu verandert er langzaam iets gaat ook over de schaal, over de omvang van die coaching-industrie. Het feit dat mensen heel veel geld verdienen aan jouw specifieke onzekerheid, aan je angsten, verlangens en dromen.’

‘Waarom gaan we massaal naar coaches? Dat begrijp ik na het zien van de film absoluut niet. Wat die laat zien wist ik al: dat er een wildgroei aan coaches is en dat je de gekste dingen hebt in coachingsland. 

‘Het gevaar is dat je het onderliggende probleem in de maatschappij niet aanpakt, zegt coach Jikke de Ruiter in de eerste aflevering van YES ik ben!, over zoeken naar een betere versie van jezelf. Als veel mensen een burn-out hebben en iedereen gaat individueel op zoek naar een coach, dan behandel je niet de laag eronder. Niet de 24-uurseconomie, waarin voortdurend productiviteit wordt verwacht en we onszelf over de kop blijven werken. Ik ben het met haar eens dat je ook naar het systeem moet kijken.’

Stabiel of pieken en dalen? 

‘Liever stabiel. Ik heb aardig geleerd hoe met mijn pieken en dalen om te gaan. Ik ben mijn lichaam aandacht gaan geven, onder meer door haptotherapie. Dat was voor mij de sleutel. Er was tien jaar geleden een noodzaak, omdat ik door mijn rug ging op de universiteit waar ik werkte. Door mijn rug gaan was geen puur fysieke kwestie, er was ook veel twijfel of ik op de goede weg zat. De werkverhoudingen waren slecht op dat moment, er werd bezuinigd en er hing een slechte sfeer. En ik zat met existentiële twijfel: waar gaat het leven eigenlijk over?

‘De Deense filosoof Kierkegaard zegt dat het denken in zichzelf al een beetje verdrietig is. Het is niet voor niets dat veel spirituele bewegingen die jou geluk beloven vaak anti-denken zijn. Denken, daar zit een taboe op, je moet voelen. Met mantra’s moet piekeren worden stopgezet.’

Mediteren of hardlopen?

‘Hardlopen vind ik verschrikkelijk, maar yoga en mediteren hebben mij doen inzien dat je werkelijk iets kunt doen waardoor je wat positiever gaat denken.’

Struisvogelen of oplossen?

‘Dat laatste, maar er zit in mij een luide struisvogel. Je ziet een probleem aankomen, je klaagt erover en bespreekt het probleem met heel veel mensen, maar je komt niet in actie. Klagen is toch vaak een gebrek aan verantwoordelijkheid nemen. Ook in die zin heeft de theorie van yoga mij wel geholpen, en dan met name de uitspraak act, don’t react, handelen in plaats van reageren. Dat is iets wat ik ben gaan ervaren en doorvoelen en proberen. Niet dat het altijd lukt. Voor een groot deel kun je jezelf mentaal trainen, maar niet alles valt af te leren. Gelukkig maar, anders werden we een soort robotjes. Het interessante zit ’m vaak toch ook in de dingen waarin we falen en niet trainbaar zijn.’

Snel tevreden of eerder teleurgesteld? 

‘Op veel gebieden ben ik snel tevreden. Ik kan al tevreden zijn als ik een brief op de post heb gedaan. Zo, dat is alvast één actie die ik heb voltooid. Ik ben ook wel een beetje lui, denk ik. Mijn tweelingzus was van ons tweeën de winnaar. Zij ging altijd voor de winst, voor goud. Ik heb me verzoend met de tweede plek en het feit dat je in Nederland altijd nog een poedelprijs kunt winnen. Als kind werd ik er soms ook wel onzeker van, hoor. Het is niet goed voor je zelfbeeld om vaak te verliezen.’

Je gevoelens delen of voor jezelf houden? 

‘Dat is een eigentijds dilemma. De onlinecultuur duwt ons richting delen, naar de extraverte mens. Maar ik zie toch ook de schoonheid van introversie, van dat wat nog niet is uitgesproken en zich niet in een foto met een tekstje eronder laat uitdrukken.

‘In de samenleving waarin wij nu leven is het een uitdaging, en misschien wel een oefening voor mensen, om niet te delen. Wat is het eigenlijke motief van dat verslavende delen op sociale media? Waar het eigenlijk om gaat is volgens mij de bevestiging van anderen. De oefening zit ’m erin: kun je zonder Instagram, kun je zonder Twitter? En wat voel je dan?

‘Ik keek met verbazing naar Emma Wortelboer, die zich op televisie en sociale media profileerde om namens Nederland de punten te mogen uitdelen op het Songfestival, waar vervolgens iedereen wat van vond  het debatje over de vraag of haar optreden te hysterisch en egomaan was. Over de kwestie Emma Wortelboer had ik wel een cultuurfilosofische analyse van vier pagina’s willen schrijven, want hier zit wat mij betreft álles in. 

‘Sommigen vonden het briljant en verdedigen haar omdat ze ‘gewoon’ enthousiast was. Mag dat dan niet meer? Volgens mij zagen we hier het overheersende ego in optima forma. Het ging om haar en niemand anders. Ik zeg: please, een beetje meer elegantie! Ineens begon ik naar Tim Douwsma te verlangen. 

‘En ik ging toch haar Instagram bekijken, want ik raakte tegelijkertijd wel zéér geïnteresseerd in Emma Wortelboer. Waar ben ik mee bezig, dacht ik, maar goed. Wat ik daar aantrof: het kán haast niet extraverter. Als ik dan foto’s van haar zie waar ze bijna bloot opstaat, roept dat allerlei vragen bij mij op: is dit delen onwijs assertief of ongelooflijk onzeker? Is het superexhibitionistisch en een beetje triest of juist heel erg feministisch? Wat is dit? En waarom wind ik me hierover zo op? Dat zegt natuurlijk ook van alles over mij.’

Zoekende of gevonden?

‘Een leven lang zoekende, dat kan niet anders. Ik denk alleen dat een groot deel van het zoekende zijn ook acceptatie is; het onderzoeken van je verleden en het omarmen van je ongeluk, op de een of andere manier. Niet ál het ongeluk kun je omarmen, maar je zult je ertoe moeten verhouden. Dat maakt ook dat ik empathisch sta tegenover de mens die zichzelf wil verbeteren, en niet denk: wéér zo’n onuitstaanbaar type dat naar een paardencoach gaat. Er wordt geleden, dáárom gaan we op zoek.’

YES ik ben! (Human), vanaf zondag 9/6 om 19:25 uur op NPO 2.

CV Stine Jensen

1972 Geboren in Hillerød, Denemarken
2002 Promoveert aan de Universiteit Maastricht op Waarom vrouwen van apen houden, na studies literatuurwetenschappen en filosofie aan de Rijksniversiteit Groningen
2005 Eerste boek Turkse vlinders
2006-heden Publiceert columns en artikelen in onder meer NRC Handelsblad en Filosofie Magazine
2010 Eerste reeks van het tv-programma Dus ik ben (Human)
2013 Licht op het Noorden (Human, VPRO), gelijknamig boek over het leven in Scandinavië
2014 Kinderboek Lieve Stine, weet jij het? 20 vragen over het leven (winnaar Zilveren Griffel)
2017 Kinderboek Alles wat ik voel. Het grote emotieboek
2018 Doet mee aan Wie is de Mol? (Avrotros), programma Stine boekt sterren (Human)
2019 Eerste liefde (het essay van De Maand van de Spiritualiteit), programma YES ik ben! (Human)

Stine Jensen woont in Amsterdam met haar dochter (9).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden