Column Sylvia Witteman

Fijne boeken lezen deed ik tussen het taxi’s dirigeren door

Zowat niemand wil meer Nederlands studeren, las ik in de krant. Dat wil zeggen, in Nederland. In het buitenland doet de studie het gek genoeg veel beter. Vooral in Polen schijnen ze er wel pap van te lusten, wat merkwaardig is, want de Polen die ik in Nederland tegenkom zijn meestal fruitplukker of stukadoor, en hun Nederlands idioom gaat niet veel dieper dan ‘lekker biertje’, dus wat die lui met Marieke van Nieumeghen en ‘Ambrosia wat vloeit mij aan/uw schedelveld is koeler maan’ aanmoeten ontgaat me. (‘en alle appels blozen.’)

Toen ik zelf halverwege de jaren tachtig Nederlands ging studeren noemde ik het nuffig ‘Neerlandistiek’, dan léék het nog wat. Mijn keus was voornamelijk ingegeven door luiheid: wie studeerde kreeg 600 gulden per maand van de overheid, wat beter was dan niets, en Nederlands sprak ik al vrij behendig, dus dat scheelde alweer. Ik vermoedde bovendien dat wetenschap best leuk kon zijn, want Karel van het Reve schreef er vaak geestige stukjes over.

Tegenwoordig zitten ze nog maar met zijn zessen in een klasje, maar in mijn tijd trok Nederlands nog tamelijk volle zalen. Het merendeel van mijn studiegenoten wilde romanschrijver worden. Zelf wilde ik veel liever lezen dan schrijven, zij het niet de boeken die door het curriculum werden voorgeschreven, want die gingen allemaal over ‘het analyseren van een betoog’ of de een of andere Middeleeuwse ‘Willem die Madocke maekede’; taaie kost, in aanmerking genomen dat niemand, ook de hoogleraren, precies wist wie die ‘Willem’ was, of wat ‘Madocke’ inhield, laat staan waaróm Willem die Madocke gemaakt had.

Ja, dat was een tegenvaller, voor iemand die gehoopt had dat de studie vooral zou bestaan uit het lezen van – en ouwehoeren over – fijne romans en eventueel zélf een beetje leren schrijven, prettig terloops maar toch scherpzinnig en grappig, kortom, net zoals Karel van het Reve, al had die mij wat betreft de leukheid van wetenschap toch een lelijk rad voor ogen gedraaid.

Ook bleek die 600 gulden volstrekt niet toereikend. Ik zocht en vond een bijbaantje, als telefoniste op de taxicentrale. Het was gezellig werk, lekker met vrouwen onder elkaar, het betaalde behoorlijk en we kregen zelfs kerstpakketten, mét ragout in blik en bladerdeegbakjes. Kom daar maar eens om, in de wetenschap!

Ja, dat werkende leven beviel me goed. Fijne boeken lezen deed ik tóch wel, tussen het taxi’s dirigeren door, de studie kwam op een laag pitje te staan en uiteindelijk hield ik er maar helemaal mee op.

Tot op de huidige dag heeft er trouwens nog nooit iemand naar mijn diploma gevraagd. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden