Fija de Heer: ‘Samenwonen voor het trouwen vond ik vroeger verschrikkelijk. Maar nu vind ik het juist goed.'

100 jaar

Fija de Heer (100 jaar): ‘Twee keer per week fiets ik op de hometrainer en ik heb een trilbed, dat is goed voor de doorbloeding’

Fija de Heer: ‘Samenwonen voor het trouwen vond ik vroeger verschrikkelijk. Maar nu vind ik het juist goed.'Beeld Aurélie Geurts

Fija de Heer is net zoals de Volkskrant 100 jaar. Hoe kijkt deze sportieve en nuchtere Brabantse terug op de afgelopen eeuw en hoe ziet ze het huidige tijdsgewricht?

Marjon Bolwijn

Fija de Heer heeft de looks en moves van een 75-jarige. Ze gaat kwiek voor naar de serre om tussen het oerwoud aan planten door de wand met knipsels te laten zien over familieleden die de regionale krant hebben gehaald. Zoals de koninklijke onderscheiding voor haar oudste zoon, voor tientallen jaren vrijwilligerswerk bij de scouting en een interview met haar kleinzoon die raadslid en statenlid is voor D66. De geboren Papendrechtse, die op 2-jarige leeftijd haar moeder verloor, woont nog zelfstandig in een twee-onder-een-kapwoning met een diepe tuin. In de bijkeuken staat een hometrainer met een zadelhoes van schapenwol. Op haar salontafel ligt naast haar iPad dagblad BN De Stem met daaronder een stapel roddelbladen. ‘Je moet van àlles op de hoogte blijven’, schaterlacht ze.

Hoe ziet uw gemiddelde dag er uit?

‘Elke dag is hetzelfde. Ik sta om 7 uur op en dan komt de hulp mij helpen met wassen en aankleden. Ze maakt ook een ontbijtje voor mij klaar. Dus dan zit ik om half 8 hier op de bank bij het raam met een kop thee en een boterham. Daarna verzorg ik de planten, ga met de kruimeldief door de huiskamer, doe nog wat klusjes zoals de was vouwen, lees de krant en ga dan het middageten klaarmaken. Ik eet altijd warm tussen de middag. Vandaag wordt het zelfgemaakte erwtensoep, mijn schoondochter heeft alle ingrediënten gehaald. Ik verveel mij nooit. Ik brei en haak veel, kijk voetbalwedstrijden en doe spelletjes op de iPad. Mijn kinderen en kleinkinderen komen geregeld langs. Al mijn vriendinnen zijn helaas overleden.’

Voelt u zich weleens eenzaam?

‘Als ik mij alleen voel, ga ik om zes uur naar bed. Dan heb ik geen zin meer. Wat ik vooral mis, is kaarten met vrienden. Ik had vier kaartclubjes. Bij elkaar thuis klaverjassen, zo gezellig. Al mijn kaartvrienden zijn overleden. Ik ben nog wel lid van de Fokkerclub hier in Hoogerheide, opgericht door mijn man, die 44 jaar bij vliegtuigbouwer Fokker heeft gewerkt. Misschien moet ik er weer eens heen, om te sjoelen.’

Wat is uw geheim, dat u zo’n hoge leeftijd heeft bereikt én nog zo kwiek bent?

‘Dat ik niet erg gevoelig ben. Ik raak niet gauw van slag en kan veel hebben. Daarom kan ik al 18 jaar alleen zijn. Mijn man is in 2003 overleden, hij was 82 jaar. Ik had nog wel een nieuwe vriend kunnen krijgen, ik ken hem van de kerk en hij is 20 jaar jonger. Maar wat moet ik met zo’n jonge man? Ik beschouw hem als mijn kerkvriend. Na de kerkdienst haalt hij koffie voor mij en elke zaterdag bellen we elkaar. Hij hoeft van mij niet aan huis te komen.

‘Ik heb altijd veel gesport: fietsen, zwemmen, sjoelen. Ik fiets nu nog een à twee keer per week op de hometrainer en boven heb ik een trilbed, dat is goed voor de doorbloeding. Maar het gaat wel minder hoor, ik kan niet goed meer horen en heb de longziekte COPD.’

Gelooft u in God?

‘De nacht dat ik 100 jaar werd en even wakker was, zag ik gele bloemen op het plafond van mijn slaapkamer. Ik zie ook weleens hoofden op het plafond, als ik in bed lig. Dan zeg ik: kom maar naast me liggen, en ligt er ineens een figuur naast mij, met zijn hoofd op het kussen. Ik zie dat als tekenen van God.’

Zou u in deze tijd jong willen zijn?

‘Nee, vroeger was het veel gezelliger. Wij deden thuis meer met elkaar. Dan werd er een zak olienoten op tafel leeggegooid en gingen we die met zijn allen pellen. Ik heb het idee dat jongeren nu meer hun eigen gang gaan, minder thuis zijn en meer op stap gaan: naar de disco, ergens iets drinken of eten. Er zijn ook meer problemen in de wereld om je druk om te maken. Nu hoor je van alle kanten wat er speelt, vroeger waren die communicatiemiddelen er niet.’

Maakt u zich druk, om de klimaatcrisis bijvoorbeeld?

‘Ik lees er wel over, maar ik ben 100 jaar, waarom zou ik mij daar druk om maken? Het zal nog wel even duren voordat het echt problematisch wordt en ze proberen er wat aan te doen. Het is alleen de vraag of dat gaat lukken.’

Fija de Heer op de foto met haar man die in 2003 overleed. ‘De moeilijkste periode was na zijn overlijden. Ik hield hem altijd zo lekker vast in bed. De eerste dagen lag ik daar alleen en zocht ik hem met mijn armen.' Beeld Aurélie Geurts
Fija de Heer op de foto met haar man die in 2003 overleed. ‘De moeilijkste periode was na zijn overlijden. Ik hield hem altijd zo lekker vast in bed. De eerste dagen lag ik daar alleen en zocht ik hem met mijn armen.'Beeld Aurélie Geurts

Welke periode in uw leven was voor u de grootste beproeving?

‘Ik heb in de oorlog bombardementen meegemaakt en honger gehad. Maar de moeilijkste periode was na het overlijden van mijn man. Ik hield hem altijd zo lekker vast in bed. De eerste dagen lag ik daar alleen en zocht ik hem met mijn armen, maar oh god, hij was er niet meer. Maar ik ben niet bij de pakken neer gaan zitten, ik heb daarna nog veel gereisd. De maanden na de geboorte van mijn eerste zoon waren ook niet makkelijk. Ik moest vaak huilen en lag veel op bed. Voeden en een luier omdoen gingen nog wel, maar verder was ik tot niets in staat. Mijn buurvrouw nam de verzorging op zich. Ik ging naar de dokter en die zei: je ziet zo wit, ik geef je een pil. Nu weet ik dat ik last had van, hoe heet het ook alweer, een postnatale depressie. In die tijd kregen zwangere en bevallen vrouwen weinig aandacht, tegenwoordig gelukkig wel.’

U was 2 jaar toen uw moeder stierf, was er vroeg of laat wel aandacht voor de verwerking van dat verlies?

‘Er werd niet meer over mijn moeder gesproken. Mijn vader bleef alleen achter met vijf kinderen. We werden ondergebracht bij familieleden. Daar heb ik het heel goed gehad. Ook de zus van mijn moeder vertelde niets als ik vroeg hoe mijn moeder was. Ik ben weinig over haar te weten gekomen. Ik ving wel op dat mijn vader haar sloeg. Toen ik 6 jaar was, ging ik net zoals mijn broers en zus weer bij mijn vader wonen. Mijn zus van 14 zorgde voor ons en deed het huishouden. Twee jaar later hertrouwde mijn vader met een tien jaar jongere vrouw. Ze was 28 en ze kregen nog twee kinderen samen. Wij hadden geen zin haar ‘moeder’ te noemen. Alleen voor haar eigen kinderen was ze goed. Ze was vaak boos op ons en lag veel op bed. We gingen dan zonder eten en drinken naar school. Ook draaide ze de gaskraan dicht, zodat wij geen thee konden zetten. Er kwam een keer een voogd langs om te kijken of de situatie wel goed voor ons kinderen was. Dan beloofde mijn stiefmoeder dat ze beter voor ons zou zorgen. Ik vond het niet erg dat ik op mijn 13de weer bij mijn tante kon wonen. Mijn zus werkte al elders in de huishouding en mijn drie broers waren jong op een schip gaan werken. Achteraf denk ik: het is nogal wat om te trouwen met een man en voor zijn vijf kinderen te moeten zorgen. Ze kon het niet aan. Mijn vader sloeg mijn stiefmoeder ook. Dan hoorden we haar ’s avonds schreeuwen: ‘Ik steek je met een mes!’ Ze is een keer weggelopen, naar haar moeder, maar dan kwam mijn vader haar weer halen. Ik heb mijn vader een keer gezegd: ‘Je mag haar niet slaan, waarom doe je dat?’ Hij zei: ‘Ze heeft steeds geen zin.’

Hoe hebben uw kinderjaren u gevormd?

‘Ik heb mijzelf gevormd. Mijn jeugd heeft mij bijdehand gemaakt. Doordat ik van gezin naar gezin ging, leerde ik voor mezelf op te komen. In mijn eigen gezin heb ik altijd erg meegeleefd met mijn kinderen en veel samen ondernomen, zoals actief zijn bij de scouting, mee naar wielrenwedstrijden, dagjes naar het strand.’

Is er iets waarover u de afgelopen 100 jaar van mening bent veranderd?

‘Samenwonen voor het trouwen vond ik vroeger verschrikkelijk. Maar nu vind ik het juist goed. Je kunt sparen en aan elkaar wennen. Je komt van alles tegen in de ander als je dag en nacht samen bent.’

Kwam u zelf voor verrassingen te staan nadat u was getrouwd?

‘Koos hield van duiven houden. Hij timmerde zelf de hokken. In het begin leefde ik mee. Maar op een gegeven moment was hij alleen maar met die duiven bezig, ik schoot erbij in. Dan zei ik op een zaterdag: laten we een dagje naar Dordrecht gaan, maar dan was hij te druk met zijn duiven en ging ik maar alleen. Het heeft er weleens om gespannen. Op een dag in 1968, we hadden twee kinderen, heb ik hem gezegd: ‘Je raakt ons kwijt of de duiven.’ Toen heeft hij ze weggedaan en de hokken opgeruimd. We konden met het gezin op stap. Zodra de kinderen uit huis waren, heb ik gezegd dat de duiven weer terug mochten komen, omdat ik merkte dat hij er nog steeds de pest in had. Maar Koos had er geen zin meer in. Hij had genoeg vrijwilligerswerk te doen en was druk met de tuin. Een paar dagen voor zijn dood zat hij nog op zijn knieën onkruid te wieden. Zijn levensmotto was: als je niks meer kan, moet je wegwezen. Dat is het mooiste: ineens weg zijn.’

Naam: Fija de Heer

Geboren: 5 juni 1921 in Papendrecht

Woont: zelfstandig, in Hoogerheide

Familie: twee zoons, vier kleinkinderen, een achterkleinkind

Weduwe: sinds 2003

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden