Fietsen in de wind: hoe doe je dat?

Altijd wind in de Lage Landen. Zelfs met de wind mee, ervaren fietsers dat ze hem tegen hebben. Maar wie laat dan ook zijn jack flapperen? 'Koekebakker.'

Jongens, dit rijdt lekker. Met z'n zessen in een waaier langs de Langeraarse Plassen. Wiel in wiel, dicht tegen elkaar aan, de voorste zo ver mogelijk links op de weg, zijn hoofd vol in de wind, en wij
er schuin rechts achter. Hoe hard zou het waaien? Noordwest 4 was de voorspelling. Dat betekent een tegenwind van 28 kilometer per uur. Ik kijk op m'n fietscomputer: 35 kilometer per uur. Adrie gaat van kop af, de rest schuift een plaatsje op. Als hij langs me rijdt, kijken we elkaar even aan: Wij zijn sterker dan de wind.

We rijden de Joop Zoetemelk Classic, de eerste lange toertocht van het seizoen, die vertrekt bij het clubhuis van de Leidse wielrenvereniging Swift. We hebben gekozen voor de variant van 75 kilometer. Dat is ver genoeg, het seizoen is net begonnen. Voor ons vertrek hadden wij, bijna allen oud-renners, elkaar gek gemaakt. Wie zou deze eerste rit na de winter het hardst op kop kunnen rijden? En: wat bepaalt eigenlijk hoe hard je tegen de wind in kunt fietsen?

Vermogen

'Je vermogen', had Adrie beslist gezegd. Adrie is inspanningsfysioloog en professioneel wielertrainer Adrie van Diemen (50). Ooit begeleidde hij Greg LeMond en nu renners als topspurter Tyler Farrar uit de Garmin-wielerploeg. 'Tegen de wind in rijden, in je eentje of op kop van een groepje, is te vergelijken met tijdrijden. Dan komt het aan op de kracht in je benen.' En dat is een kwestie van trainen. En aanleg.
Maar vermogen alleen is niet genoeg. Met een goede houding op de fiets valt ook veel te winnen. Waarom besteden profploegen tienduizenden euro's aan testen in windtunnels? Omdat het in een tijdrit per kilometer seconden kan schelen als je armen te ver naar buiten steken of je hoofd te veel wind vangt. Goed, een toerfietser is geen prof, maar er zijn er nogal wat die eens langs een goede fietsenmaker zouden moeten gaan om zich te laten meten. Tien tegen een dat hun zitpositie beter kan.

Verder gaat het, over het Nieuwveens Jaagpad, langs de Geerpolderplas. Het Groene Hart, waar andere deelnemers aan de Joop Zoetemelk Classic ons af en toe smerig aankijken als we ze inhalen. Op 19 maart zijn velen nog niet in conditie. En zoals altijd zijn er die zich hebben overschat. Recreanten voor wie 50 kilometer al te ver zou zijn, maar die toch aan de 75 kilometer zijn begonnen en die nu, met de wind tegen, hun overmoed betreuren.

Stoempend en slingerend
Daar passeren we er weer een. Op een veel te zware versnelling, stoempend en slingerend. Zijn regenjack flappert alle kanten op. Verbazingwekkend hoe fietsers steen en been klagen over tegenwind, maar niet de moeite nemen even na te denken over hun kleding. Zo'n jack, dat is een remparachute als van een straaljager. Gekleed in een warme maar strakke en gladde outfit, wisselen de jongens in mijn groepje blikken van verstandhouding. 'Koekebakker.'

Een kleine man van een jaar of 45 moet alle zeilen bijzetten om niet door een windstoot opzij te worden geblazen. We sturen er in een reflex omheen. Schrik is er, even, maar we hebben wel erger meegemaakt. We mogen ons tot de stuurvaardigen rekenen.
Nooit vergeet ik de etappe naar Albacete in de Ronde van Spanje, ergens in de jaren negentig. Een harde wind staat dwars op de rijrichting van de renners. Helikopterbeeld: het peloton is uit elkaar gevallen in een aantal waaiers. Sommige slagen erin het gat met het groepje voor hen te dichten, waarna het gevecht om de beste posities opnieuw begint. Andere worden juist verder achteruit geslagen. Renners voor wie geen plaats is in een waaier proberen wanhopig op 'het kantje' (de uiterste zijkant van de weg, red.) bij te blijven. Totdat ze niet meer kunnen en terugwaaien naar de volgende waaier.

Meer kracht

In de wind heb je 30 tot 35 procent meer kracht nodig. Adrie had het laatst met eigen ogen gezien op zijn SRM-vermogensmeter. Op kop ontwikkelde hij bij een behoorlijke zijwind een vermogen van 290 watt, in het wiel had hij aan 180 tot 200 watt genoeg.

Het gaat eindeloos door. Helemaal achteraan de reddelozen die niet sterk, niet brutaal of niet stuurvaardig genoeg zijn om zich voorin te handhaven. Het zijn veelal de kleine mediterrane jongens, de Spanjaarden, de Italianen. Ze haten wind en laten zich gemakkelijk wegdrukken.

Dezelfde taferelen spelen zich af in pelotons toerfietsers. Wat is immers leuker dan profje spelen? Kijken wie het sterkst is, wie het brutaalst.

Beloning

Vanaf Leimuiderbrug hebben we de wind in de rug. De beloning die hoort bij fietsen in de wind is daar. Zeurpieten klagen dat het op de fiets lijkt alsof je ook met wind mee tegenwind voelt. 'Ja', lacht de Vlaamse weerman Frank Deboosere, die dagelijks 20 kilometer op en neer fietst naar zijn werk, 'je hoeft maar iets harder te fietsen dan de wind in je rug en je hebt 'm toch weer tegen.' Daarom blijven we in een waaier rijden. Lekker knallen, tot het clubhuis weer opdoemt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden