Femme fatale van het verzet

Samen met haar moeder redde de 19-jarige Tina Strobos in de Tweede Wereldoorlog ruim honderd joden. Ze regelde onderduikplekken en verstopte wapens. Ze werd vaak gearresteerd, maar nooit veroordeeld. Haar schoonheid was haar geheime wapen.

Tina StrobosBeeld Eva Besnyö / MAI

Op 16 mei 1940 - één dag nadat het Nederlandse leger capituleerde voor de Duitse overmacht - staat de eerste onderduiker al op de stoep van Nieuwezijds Voorburgwal 282 in Amsterdam. Hier woont de 19-jarige Tineke Buchter - de achternaam is van haar wettige vader - een studente geneeskunde, samen met haar moeder Marie Schotte. Ze hebben een pension voor kostgangers.

Op de stoep van het royale pand staat de 72-jarige vakbondsman Henri Polak en zijn vrouw Milly. Hij is bang, uitgeput en voelt zich niet lekker. Uit de verhalen van Duitse vakbondsmensen kent hij de meedogenloze reputatie van de nazi's. Polak was een vriend van Marie's vader Willem Schotte totdat die in 1925 overleed.

Net als Willem was Polak een vrijdenker die zich verzette tegen de maatschappelijke en politieke invloed van de kerk. Marie Schotte en haar dochter gaan na de dood van Willem nog af en toe bij Polak langs in zijn villa in Laren.

Als hij in de verwarrende meidagen dan ook voor de deur staat, twijfelt Marie niet: 'Kom binnen'. Polak schuifelt naar boven. Marie: 'Het probleem is dat ik alle kamers heb verhuurd. Ik denk ook dat dit geen veilig schuiladres is. De NSB'ers kennen onze opvattingen en ze zullen hier meteen komen kijken. Het beste is dat u voorlopig bij mijn moeder gaat wonen. Zij is 80. Dat wekt veel minder argwaan.'

Zij weet dat hij gevaar loopt. Vooraanstaande vakbondsleiders van socialistische signatuur zullen worden opgepakt. Zeker vooraanstaande vakbondsleiders die ook nog joods bloed hebben, zoals Polak.

De vakbondsman heeft bovendien zijn afkeer voor Hitler, de nazi's en de nationaalsocialistische NSB nooit onder stoelen of banken gestoken. In 1936 noemde De Nederlander, de krant van de gematigde, hervormde Christelijk Historische Unie, zijn felle anti-NSB artikelen 'onwaardig geschrijf', nadat Polak schreef: 'Mussert c.s. zijn geen andersdenkenden met wie men van mening kan verschillen, maar vijanden die onschadelijk moeten worden gemaakt.'

Als sommige Nederlandse joden vóór de oorlog beweren dat de vervolgingen in Duitsland niet in Nederland zullen voorkomen omdat deze niet stroken met de volksaard, verwijt Polak hen domheid. Hij voorspelt als een van de weinigen de Holocaust.

Beeld foto Eva Besnyö / mai

Tina Strobos

Studente Tineke Buchter - na haar huwelijk met Robert noemde ze zich Tina Strobos - was kunstenaarsmodel en feministe. Ze hoorde tijdens de oorlog al vroeg bij het zogenoemde 'verzorgingsverzet', een deel van het geheime verzet tegen de Duitse bezetter dat onderbelicht is gebleven in de geschiedschrijving van de oorlogsjaren. Achter de schermen werden hier persoonsbewijzen en voedselbonnen vervalst, onderduikadressen geregeld en wapens verborgen.

Na het overlijden van Strobos in 2012 kreeg Volkskrant-verslaggever Peter de Waard inzage in de familie-archieven in Washington en Dundee. In dit artikel en in een boek dat net is verschenen beschrijft hij haar leven.

Behalve door de fotografe Besnyö is Tineke voor en tijdens de oorlog veelvuldig geportretteerd door schilders en beeldhouwers. Opvallend is dat de naam van de makers veelal niet bekend is. Dat komt vermoedelijk doordat ze veelal zijn gemaakt door joodse kunstenaars die voor hun veiligheid hun werk niet hebben gesigneerd.

Strobos schrijft bovenstaande schilderij toe aan Martin Monnickendam (1874-1943) die ze vaak bezocht. Monnickendam was voor de oorlog een bekende kunstenaar uit Amsterdam en schilderde daar vaak de stad of joodse thema's. In 1924 was er in het Stedelijk Museum een tentoonstelling van zijn werk vanwege zijn 50ste verjaardag. Hij overleed in 1943. Zijn nalatenschap wordt beheerd door de Stichting Vrienden van de schilder Martin Monnickendam die stelt - onder meer op basis van het kleurgebruik - dat dit portret vrijwel zeker níét van hem is. Inmiddels is de BBC Antiques Roadshow een zoektocht naar de schilder van dit portret begonnen. Het zal volgend voorjaar worden geëxposeerd in het Joods Historisch Museum in Amsterdam.

Vluchtroute

Na de capitulatie doen de Duitsers net of ze zich fatsoenlijk zullen gedragen. Maar Tineke en haar moeder voelen intuïtief aan dat wat gebeurt, foute boel is. 'Verzet zagen we als onze natuurlijke plicht. Er was geen alternatief', schrijft Tineke in haar herinneringen. Er worden meteen na de overgave heimelijk aan de Nieuwezijds al voorbereidingen getroffen om onderduikers te kunnen opvangen. Al in de zomer van 1940 wordt achter een wandtapijt op de eerste verdieping een alarmbel aangebracht die Tineke of haar moeder kunnen bedienen als er beneden Duitsers voor de deur staan. De ondergedoken gasten op de tweede en derde verdieping krijgen dan de gelegenheid zich te verstoppen. Een timmerman maakt op de zolder een schuilruimte. Bij een noodsituatie moeten de gasten zich in een minuut op die plek verstoppen. Er is bovendien een alternatieve vluchtroute waarbij de onderduikers via het dakraam kunnen vluchten en door de goot naar de naastgelegen school kunnen lopen.

Tineke Buchter komt er pas na de oorlog achter dat haar wettige vader niet haar biologische vader is. Ze is geboren uit een korte affaire van haar moeder met een Russische zakenman. Ze is al van jongs af aan een opvallende schoonheid en staat model voor fotografen en schilders en beeldhouwers. Op de Montessori-school in Amsterdam is ze de beste vriendin van een lelijk joods meisje. Die introduceert haar in academische zionistische kringen waar idealen over de vorming van een eigen joodse staat gepaard gaan met drank en soms bandeloze vrijpartijen. Ze wordt verliefd op Bram Pais, een student natuurkunde die de laatste jood is die in de oorlog nog kan promoveren en daarna moet onderduiken. Dat ze zich met alle middelen tegen de Duitse bezetters zal keren, staat vanaf de eerste dag van de oorlog vast. Tineke en haar moeder behoren tot de kleine groep Nederlanders die beseffen dat de bezetters moeten worden bestreden. Maar ze weten ook dat ze daarbij voorzichtig te werk moeten gaan. Gewapend verzet, waarop Loe de Jong en vele andere historici hun geschiedschrijving zullen concentreren, is hen te roekeloos. Zij opereren achter de schermen - onzichtbaar - met als enige wapens hun principes en Tineke's uiterlijk; een effectiever en veiliger verdedigingsmiddel dan een pistool.

Beeld foto Eva Besnyö / mai

Naïef

Negen keer valt de Gestapo het pand aan de Nieuwezijds binnen, drie keer wordt Tineke gearresteerd, haar moeder twee maal. Maar telkens komen ze ermee weg. Als de Gestapo in 1942 bij hun zoektocht naar de joodse industrieel Hans de Jong het pension binnenvallen en haar moeder weg is, moet Tineke zich er alleen uit zien te redden. Ze is nerveus maar probeert zo naïef mogelijk de Duitsers te woord te staan. 'Mijn moeder is op vakantie en ik moet nu de kamers verhuren', zegt ze tegen de twee officieren. Plotseling stormen er vier Duitse politiemensen naar binnen. Ze drukken Tineke met geweld tegen de muur. 'Je bent gearresteerd. We zoeken de jood Hans de Jong. Kent u hem?' Tineke: 'Jazeker ken ik die. Hij heeft een fabriek in Hengelo en als hij naar Amsterdam komt, dan verblijft hij bij ons. We hebben een pension en hij houdt hier zakengesprekken. Zijn boekhouder is hier dan ook en als er zakenrelaties komen, is het hier net zijn kantoor. Heeft hij iets misdaan?' 'Hij is een jood.' 'Maar hij heeft blond haar en blauwe ogen. Hoe kan hij een jood zijn?' reageert Tineke, zogenaamd verbaasd.

'Sommige joden verschuilen zich Wie Veilchen im Wald im Dunkel (als viooltjes in het donkere bos)'. Het klinkt bijna poëtisch.

'Echt? Dat geloof ik niet,' antwoordt Tineke. Ineens voelt Tineke een klap tegen haar hoofd. Ze wordt op een stoel gezet voor ondervraging. Ze is nerveus en voelt haar lichaam trillen van angst. Ze houdt de stoelleuning vast en slaat telkens het ene been over het andere om haar lichaam onder controle te krijgen. Omdat het zomer is draagt ze een zogenoemd zonnepakje met een nogal korte broek. Ineens roept de Gestapo-man: 'Je hoeft je benen niet aan mij te tonen. Daar ben ik niet van onder de indruk.' Tineke beseft dan dat hij ook maar een man is. Ze heeft mooie benen en daar is hij niet ongevoelig voor. Als ze zich dat realiseert kan ze zich wat ontspannen. Plotseling is ze niet iemand die is gearresteerd en wie een straf boven het hoofd hangt. Nu is ze het jonge meisje dat er leuk uitziet en verleidelijk voor hem is. Dit blijkt de goede strategie. Ze doet net of ze geen idee heeft waarover ze het eigenlijk hebben. Ze heeft niets fout gedaan en weet niet waar al dat gedoe over gaat. Het wordt een menselijker conversatie. Tineke en haar moeder worden verordonneerd zich een week later in Den Haag te melden. Hier krijgen ze foto's voorgelegd van joden met hun specifieke kenmerken. Ze moesten beloven het onmiddellijk te melden als er iemand met deze kenmerken bij hun aanklopte voor een kamer.

Charme in de strijd

Als in het laatste oorlogsjaar haar vriend Bram Pais wordt gearresteerd, gooit ze weer haar charme in de strijd om hem vrij te krijgen. Via een andere onderduiker weet ze het adres te krijgen van een hoge nazifunctionaris in Amsterdam, die een vriend zou zijn van nazikopstuk Hermann Göring. Ze gaat naar hem toe in het besef dat de Duitsers weten dat ze de oorlog zullen verliezen en mogelijk eieren voor hun geld zullen kiezen. Tineke is bang dat de man seksuele gunsten van haar zal verlangen. Ze is altijd bang dat ze dergelijke diensten moet verrichten om dingen gedaan te krijgen. Maar als het moet om Bram vrij te krijgen, zal ze het niet laten. Ze maakt een afspraak met de invloedrijke Duitser. De vriend van Göring blijkt een karikatuur van een Duitser: kaal, dikke nek en rood gezicht. Hij ziet er afzichtelijk uit. Op zijn bureau staat inderdaad een groot portret van Göring met de tekst 'Für meinen Freund'. Het klopt in elk geval wel dat hij hoge Duitse vrienden heeft.

Ze vertelt hem dat de gevangene een geniaal natuurkundige is. 'Hmm,' zegt hij, 'in welke gevangenis zit hij dan?' Tineke antwoordt: 'Die aan de Weteringschans.' De man vraagt zijn secretaresse het telefoonnummer op te zoeken. Daarna draait hij het nummer en zegt: 'Ik wil met de Oberst spreken, het hoofd van de gevangenis.' En even later: 'Heinz, hast du einen Jude Pais dort?' Ja, dat hadden ze. 'Lass ihn gehen.' Op een van de laatste dagen van april wordt Pais bij de commandant van de gevangenis geroepen. 'U wordt vrijgelaten. Maar als u ook maar één verzetsdaad pleegt, zult u worden doodgeschoten,' krijgt hij te horen.'

Na de oorlog constateert Tineke, schrijft ze in de documenten die bewaard zijn gebleven in het familie-archief, tot haar afgrijzen dat dezelfde gevestigde namen en instituties van vóór 1940 het heft in Nederland weer in handen nemen. Samen met de opportunisten - vaak pas tot het verzet toegetreden toen de Duitsers aan de verliezende hand waren - kloppen ze zich nu op de borst als helden. Ze trouwt met de neurochirurg Robert Strobos en emigreert via Aruba en Engeland naar de VS, waar ze kinderpsychiater wordt. Ze krijgt drie kinderen. Haar oorlogsherinneringen probeert ze te verdringen, hoewel die vaak als nachtmerries van stampende soldatenlaarzen en angstig geschreeuw uit haar onderbewustzijn naar boven komen. Wat ze zich herinnert noteert ze in brieven, op briefjes en kartonnetjes soms op sigarettenvloeitjes die ze in dozen bewaard.

Pas in de jaren tachtig begint ze in Amerikaanse televisietalkshows over haar oorlogsverleden te praten. Ze verwerft in de VS een heldenstatus, maar in haar geboorteland blijft ze onbekend. Als ze in 2012 overlijdt, wordt dankzij de inspanningen van de journaliste Sandra Rottenberg een gedenkplaat opgehangen bij het toenmalige pension in Amsterdam - tegenwoordig het Betty Asfalt-theater - ter herinnering aan Tina Strobos, haar moeder en grootmoeder die tijdens de oorlog achter de schermen werkten en na de oorlog ook op de achtergrond bleven.

Peter de Waard, Schoonheid achter de Schermen: een oorlogsgeschiedenis. Querido, 256 pagina's, euro 18,99.

Beeld foto Eva Besnyö / mai
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden