Interview Femke van der Laan

Femke van der Laan over het leven zonder Eberhard en rouwen om een geliefde: ‘Heb in godsnaam verdriet’

Femke van der Laan, gefotografeerd in Amsterdam. Beeld Maarten van der Kamp

Femke van der Laan (40) begon na het overlijden van haar man Eberhard een column in Het Parool over haar rouw. ‘Gewoon werk’, noemde ze het schrijven. Maar het was toch wel meer.

Femke van der Laan staart naar haar telefoon. Even daarvoor is een pushbericht van de NOS binnengekomen. ‘Schoten op plein Utrecht, meerdere gewonden.’

‘Dat lijkt ernstig’, zegt ze als ze haar telefoon weer neerlegt.

Sta jij nog altijd direct aan bij dit soort berichten? Als weduwe van een burgemeester weet je hoe dit soort dagen verloopt.

‘Als het in Amsterdam was gebeurd wel. Dan wist ik: die is sowieso niet thuis tijdens het avondeten.’

De 40-jarige weduwe van de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan benadrukt het meerdere keren in het interview: ze hadden een gewone relatie. Met een gewoon gezinsleven. Gewoon, gewoon, gewoon.

Ze kregen een relatie in 2000, toen zij als secretaresse bij Kennedy Van der Laan werkte, het advocatenkantoor dat hij oprichtte. Er was een leeftijdsverschil van 23 jaar en hij had al twee kinderen uit een eerder huwelijk, maar toch woonden ze binnen zes weken na het begin van hun relatie samen. Dat klinkt stormachtig, maar Femke van der Laan houdt het graag nuchter: ‘We wilden gewoon bij elkaar zijn.’

Dat alledaagse staat in contrast met de bijna mythische status die Eberhard van der Laan heeft gekregen in het laatste jaar van zijn burgemeesterschap. Toen hij in oktober 2017 op 62-jarige leeftijd overleed aan longkanker, rouwde Nederland mee. ‘Het is opvallend hoe geliefd Van der Laan was – en is’, schreef De Groene Amsterdammer in een postuum. De Volkskrant noemde hem ‘een van de geliefdste burgemeesters ooit’.

In de periode voorafgaand aan zijn dood klampte de stad Amsterdam zich aan hem vast. ‘Eberhard we love you’, schreven de marktkooplui van het Waterlooplein onder het raam van zijn werkkamer in de Stopera. Het interview in het programma Zomergasten werd op grote schermen bekeken. ‘Ik hoop dat Amsterdam een lieve stad blijft’, zei een emotionele Van der Laan die avond.

Toen hij twee weken voor zijn dood toch echt moest stoppen met werken, trokken Amsterdammers naar de ambtswoning om voor hun burgemeester te applaudisseren. Stadszender AT5 legde vast hoe honderden mensen ‘Aan de Amsterdamse grachten’ zongen en ‘Eberhard’ scandeerden. Aan het eind van de bijeenkomst verscheen Femke van der Laan met twee van hun drie jonge kinderen om de aanwezigen te bedanken. ‘Jullie burgemeester had hier graag zelf gestaan, maar dat gaat helaas niet’, zei ze. ‘Maar hij heeft jullie kunnen horen en ervan genoten.’

Nu, anderhalf jaar na zijn overlijden, verschijnt Stad vol ballonnen. Het boek is een bundeling van columns over rouw die Van der Laan schreef voor Het Parool. Het idee voor een column kwam van haarzelf. Voor zijn overlijden werkte ze als journalist en eindredacteur voor NPO Focus, een online platform van de publieke omroep. Eerder al schreef ze vijf jaar een column voor Fabulous Mama. ‘Toen het leven nog leuk was en niemand dood’, in de woorden van Van der Laan.

Het was een paar maanden na zijn dood, het moment naderde dat ze weer aan het werk zou gaan in Hilversum. En daar zag ze gruwelijk tegenop. ‘Impulsief’ belde ze Ronald Ockhuysen, hoofdredacteur van Het Parool. ‘Als iemand doodgaat, zijn veel zaken plotseling minder belangrijk’, zegt ze nu. ‘Dan heb je behoefte aan iets waardevols, dingen die de kern raken. Daarmee wilde ik me bezighouden.’

In de columns observeert ze scherp hoe zij en hun drie jonge kinderen – inmiddels tussen de 10 en 14 jaar oud – omgaan met het verdriet. Ze beschrijft hoe ze zich door de stad beweegt waarvan haar man burgemeester was, welke vragen de kinderen haar stellen. Hoe ze zich klaarmaakt voor een feestje, haar eerste in lange tijd en dan plotseling de stropdas van haar overleden echtgenoot in een tasje vindt. Dat ze leerde de foto’s op haar telefoon alleen achterstevoren te bekijken – terug in de tijd, van onheil naar geluk – want andersom is te pijnlijk. De onwetendheid op die blije foto’s is anders ‘niet om aan te zien’.

Femke van der Laan. Beeld Maarten van der Kamp

Dat is kenmerkend voor rouw in deze digitale tijd. Kijk je ook weleens naar jullie gesprekken op WhatsApp?

‘Zeker. Ik ben wel verstandiger geworden: ik kijk er niet meer ’s avonds in bed naar, want dan kan ik niet slapen. Maar ik vind het wel fijn om die gesprekken te lezen. Vaak kan ik erom lachen. Jezus, denk ik dan, wij waren echt grappig.’

Je beschrijft details, maar die raken wel aan universele gevoelens van rouw.

‘Zo heb ik ook geprobeerd te schrijven. De eerste columns gaan nog erg over Eberhard, maar op een gegeven moment gaan ze zelfs niet meer over mij. Ze gaan over wat rouw is, wat verdriet is. Daar hebben mensen hopelijk iets aan.

‘De titel van het boek is Stad vol ballonnen. Geliefden die leven, kun je straffeloos even vergeten. Die duiken wel weer op. Iemand die dood is, sleep je de hele tijd met je mee, als een ballon die met een touwtje aan je pols vastzit. Hij is er altijd.’

Hielp het schrijven bij de verwerking?

‘Eerst dacht ik van niet. Ik zag het als werk, met een deadline, een bepaald aantal woorden en zinnen die lekker moeten lopen. ‘Nee, dit is gewoon werk!’, riep ik dan ook tegen mensen die hetzelfde aan mij vroegen. Toch klopt dat niet helemaal. Door het schrijven van deze columns moest ik boven ons verdriet gaan hangen, er van een afstandje naar kijken. Het even niet alleen maar voelen, maar ook analyseren wat er echt gebeurt.’

Hij was een publiek figuur. Hoe is het om op onverwachte momenten, via de media bijvoorbeeld, met beelden van hem geconfronteerd te worden?

‘Dat is helemaal niet erg. Er gaat geen dag voorbij dat de kinderen en ik niet over hem praten, hij zit permanent in onze gedachten. Het voelt helemaal niet als een confrontatie als hij op een of andere manier komt binnenzeilen. Hij is er gewoon.

‘De kinderen kunnen hem altijd zien bewegen of zijn stem terughoren. Maar al dat beeldmateriaal gaat natuurlijk wel over de burgemeester Eberhard. En niet over de vader die zij moeten missen, of mijn man.’

Welke les over rouw wil je mensen meegeven?

‘Heb verdriet. Heb in godsnaam verdriet.’

Vorige week trok Van der Laan twee jeans uit haar kast en gaf ze aan hun 14-jarige dochter. Het waren spijkerbroeken die ze in de maanden na het overlijden van Eberhard droeg. Ze zijn haar nu te klein – een goed teken. ‘Daar kom ik vandaan, dacht ik toen ik mijn dochter in een van die broeken zag. Het gaat beter met me.’

Maar toch. Het is een misvatting om het rouwproces als een stijgende lijn te zien, eentje die almaar omhoog gaat. Er zitten slechte weken bij, slechte dagen, minuten. ‘Gisteren waren de kinderen en ik op de begraafplaats’, zegt ze. ‘Dat doet geen pijn. Het went om daar te zijn. We babbelden wat, over een boom die mooi roze kleurde, dat het lente werd. We liepen weg, klaar om verder te gaan met de dag. En toen zag ik onze jongste omkijken. Die blik in zijn ogen… Ik kneep in zijn hand en hij kneep terug. Verdomme, dacht ik toen. Daar ligt zijn vader. Mijn kinderen hebben geen vader meer.’

Denk je weleens: verdomme, had hij maar gezonder geleefd?

‘Nooit. Dingen zijn zoals ze zijn. Ik kan wel postuum kwaad op hem worden, ‘had je maar’, maar dat zou een behoorlijk nutteloze emotie zijn.’

Hebben jullie geprobeerd de kinderen voor te bereiden op wat komen ging?

‘Ze wisten dat hij doodging. Achteraf gezien denk ik dat ze vrij bang waren. Dit was hun eerste dode. Ze kenden de dood alleen uit films en boeken – en daarin is het natuurlijk vaak drama. Als een vader overlijdt, gaat de moeder met een fles drank in bed liggen, dat idee. Ze hebben zich schrap gezet, dus het was een opluchting voor hen om te merken dat het leven ook gewoon doorging, dat er ook fijne dingen zijn, dat er nog gelachen kan worden. Het is een drama, maar de dagen bestaan niet alleen maar uit drama. Had ik dan van tevoren moeten zeggen: jullie kunnen straks ook nog lachen?’

Naast het verdriet krijgen kinderen er een grote angst bij. Ze zijn zich plotseling bewust van de sterfelijkheid van de andere ouder.

‘Ouders hebben de neiging om te zeggen: dat gebeurt niet, wij gaan niet dood. Ik zeg dat niet meer, want het is niet langer geloofwaardig. ‘Het ligt niet in de lijn der verwachtingen dat ik snel dood zal gaan’, zeg ik nu tegen de kinderen. Maar ik geef ze geen garantie. Dan zou ik liegen.’

Ze is wel bezorgd, zegt Van der Laan even later. Haar kinderen moeten het al vanaf jonge leeftijd zonder vader stellen. ‘Opvoeden is voorleven en nu zien ze dat nog maar van één iemand. Ik probeer weleens wat stoerder te doen, zeker bij ons jongetje. Harder duwen, grove grappen maken.’ Lachend: ‘Nou ja, dat deed Eberhard eigenlijk helemaal niet.’

‘Op het moment dat mensen horen wie ik ben, vertellen ze vaak hun eigen verhaal. Dat ze hun vader ook zijn verloren op hun elfde, of op hun dertiende. Zo kun je worden als je vader vroeg komt te overlijden, denk ik dan. Hoopgevend.’

‘Met deze brief breng ik u op de hoogte van slecht nieuws’, schreef de burgemeester begin 2017 aan de ‘lieve Amsterdammers’. Uitgezaaide longkanker. De diagnose gaf, in de woorden van Van der Laan, ‘weinig reden voor optimisme’. Het was begonnen met een sleutelbeenbreuk die maar niet heelde. Toen er een scan werd gemaakt, bleek op die plek een uitzaaiing te zitten. Liep hij lang met klachten door? Femke van der Laan kijkt veelbetekenend. ‘Hij was de zoon van een huisarts, hè.’ Ja dus.

Twee dagen na de diagnose stelden jullie de wethouders op de hoogte. Op hun vraag of hij niet moest stoppen met werken, zou jij hebben gezegd: ‘Ik wil hem niet thuis hebben.’

‘Dat was een grapje. Zo zat het natuurlijk niet helemaal – of eigenlijk helemaal niet. Hij zou doorwerken, punt. Daar wilde ik helemaal niets over zeggen. Hij ging dood, dit moest hij op zijn manier doen.’

Je dacht niet: hij moet nog zoveel mogelijk tijd met mij en de kinderen doorbrengen?

‘Hij bracht tijd met ons door, en hij werkte. Het gaat niet om de kwantiteit, niet om de hoeveelheid uren. Je kunt een heel leven leiden in vijf minuten.

‘Iemand op het stadhuis zei: het is een enorm compliment voor je leven als je gewoon doorgaat met wat je deed. Wat zegt het als je een enorme bucketlist moet afwerken, gaat parachutespringen en nog met een camper door de VS moet trekken? Dan leefde je blijkbaar tot die tijd een leven dat niet bij je paste.’

Maar er zat ook calvinistisch plichtsbesef in.

‘Natuurlijk.’

Na zijn dood verschenen in de media kritische stukken over dat hij te lang is doorgegaan met werken, zo lang dat het politiek onverantwoord zou zijn geweest. Hoe kijk jij daar tegenaan?

‘Er stonden fantastische mensen om hem heen: de wethouders, ontelbaar veel ambtenaren. Die maakten het mogelijk. Dat hij doorwerkte, heeft ook tot iets moois geleid: saamhorigheid in de stad. Vanaf zijn eerste brief aan de Amsterdammers over zijn ziekte is er elke dag post gekomen, werden er elke dag bloemen bezorgd. Er zijn zoveel lieve initiatieven geweest. Het ging maar door en door.’

Toen hij echt doodziek was en het werk moest neerleggen, verzamelden honderden Amsterdammers zich bij jullie huis voor een applaus. Dat was ontroerend, maar ik dacht tegelijkertijd: heeft dit gezin niet behoefte aan rust?

‘Dat was geen onderbreking van de rust. Het was gewoon heel lief en warm. Echt prachtig, zo’n bad liefde voor je deur.’

Femke van der Laan. Beeld Maarten van der Kamp

Op de uitvaart waarschuwde Geert Mak voor mythevorming. ‘Onze vriend is hard op weg naar een heiligverklaring’, zei hij.

‘Dat klopt. Natuurlijk was hij hartstikke leuk, maar hij deed gewoon zijn werk zoals hij vond dat het gedaan moest worden. Veel mensen vonden het bewonderenswaardig dat hij daarmee doorging. Maar nee, een heilige was hij niet.’

Ze werkt nu aan een boek over hem. Maar, zo waarschuwt ze snel, het gaat niet over hun relatie. ‘Jongetje, meisje, relatie, kinderen – daarin zit de meerwaarde niet.’ Het boek gaat over burgemeester Van der Laan, over de belangrijkste dossiers van die zeven jaar. Maar ze vertelt óók hoe er bij hen aan de keukentafel werd gesproken over onderwerpen als MH17, Robert M., de inhuldiging en Ajax. ‘Ik pak het journalistiek aan. Ik behandel de feiten, interview betrokkenen. Maar objectief is het boek natuurlijk niet. Ik blijf zijn vrouw.’

Ja, ze zal waarschijnlijk ook schrijven over de zogenoemde ‘grijze campagne’, een omstreden project dat burgemeester Van der Laan naar verluidt initieerde. Vlogs zouden radicale moslimjongeren ervan moeten weerhouden verder te radicaliseren. Dat deze filmpjes – die uiteindelijk nooit online zijn verschenen – van de gemeente Amsterdam afkomstig waren, mocht niet bekend worden. Vanwege de geheimzinnige gang van zaken werden er na de dood van de burgemeester in de media toch kritische kanttekeningen geplaatst bij zijn handelen – hoe ongemakkelijk ook.

‘Het zou gek zijn om dit dossier te laten liggen’, zegt zijn vrouw. ‘Makkelijk is het natuurlijk niet, dus is het niet het eerste hoofdstuk waarmee ik ben begonnen. Het zou een saai boek worden als ik alleen zaken zou behandelen waarin hij werd bejubeld. Natuurlijk zijn er mensen die met hem botsten. Die wil ik ook spreken.’

Leer je nog nieuwe dingen over hem bij het maken van dit boek?

‘Het is leuk om te horen hoe anderen hem zagen. Vaak komt dat overeen met mijn ervaringen. Er was maar één Eberhard en die functioneerde overal wel zo’n beetje hetzelfde. Ik merk dat mensen enige schroom voelen om aan mij te vertellen wat niet leuk aan hem was. Maar dat probeer ik wel te bespreken. Dan zeg ik: ‘Hij kon wel eigenwijs zijn, hè.’ Uiteindelijk durven ze vaak wel.’

De vele reacties op haar columns gaven haar wel een nieuw inzicht over de man met wie ze zeventien jaar samen was. ‘Veel mensen schreven mij dat ze iets aan mijn columns hadden. En dat was zo fijn. Daardoor begrijp ik nu ook met terugwerkende kracht dat het bij Eberhard niet alleen calvinistisch plichtsbesef was. Hij vond het ook gewoon fijn om al die Amsterdammers te kunnen helpen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.