Farmacie met compassie bestaat

De farmaceutische industrie stelt het patentrecht boven alles. Maar steeds vaker speelt de maatschappelijke verantwoordelijkheid ook een rol...

amsterdam Farmaceutische bedrijven doen beter hun best om medicijnen beschikbaar te stellen aan de Derde Wereld, zo bleek deze week uit de tweede Access to Medicine Index. Maar het is nog lang niet genoeg. Bescherming van het intellectueel eigendom staat de productie van betaalbare medicijnen voor ontwikkelingslanden in de weg.

‘Er is nog geen reden voor farmaceutische bedrijven om comfortabel achterover te leunen’, vindt Hans van de Weerd, directeur van Artsen zonder Grenzen. Vooral op het gebied van patentrecht is nog veel werk aan de winkel. ‘De bedrijven die het hoogst scoren in de index spannen wel rechtszaken aan in India tegen producenten van generieke medicijnen om te voorkomen dat die hun medicijnen goedkoper op de markt brengen.’

Ook binnen Europa gebruiken de grote farmaceutische bedrijven hun macht om concurrentie uit ontwikkelingslanden tegen te gaan. Zo worden regelmatig scheepsladingen generieke medicijnen op doorvoer naar Afrika of Zuid-Amerika door de Europese douane tegengehouden op verdenking van ‘namaak’.

Ruim 2 miljard mensen in ontwikkelingslanden hebben geen toegang tot medicijnen. Omdat ze te duur zijn, niet verspreid kunnen worden vanwege een gebrekkige infrastructuur, of omdat ze er simpelweg niet zijn. Voor veel tropische ziekten bestaan nog geen medicijnen omdat de farmaceutische bedrijven er geen brood in zien.

Hardnekkig
In de Access to Medicine Index, die maandag werd gepresenteerd, wordt de wet- en regelgeving over patentrecht en competitie als een ‘hardnekkig probleem’ omschreven. Zo zijn er volgens Wim Leereveld, die de index twee jaar geleden introduceerde, nog farmaceutische bedrijven die kleinere spelers opkopen om te voorkomen dat ze hun concurrerende producten op de markt brengen.

Maar er zijn ook goede voorbeelden, vindt Leerveld. Zo heeft het Amerikaanse Gilead de licentie van zijn aidsmedicijnen uit handen gegeven om prijsconcurrentie op de lokale markt te bewerkstelligen.

Een ander voorbeeld komt van de aanvoerder van de index, het Britse GlaxoSmithKline (GSK). Het bedrijf hanteert voor ontwikkelingslanden not-for-profitprijzen voor zijn aidsremmers en malariavaccins. ‘En de prijzen zijn gekoppeld aan het bruto binnenlands product van het afnemende land’, legt manager Kees van Schagen uit.

Toch moeten bedrijven zichzelf niet te snel op de borst kloppen, vindt Ellen ’t Hoen van ontwikkelingsorganisatie Unitaid. ‘Een korting op de prijs is mooi meegenomen, maar de laagste prijzen krijg je door concurrentie op de generieke markt. Dat gebeurt niet als de patenthouders het alleenrecht op productie en verkoop houden.’

Om dit probleem aan te pakken heeft Unitaid het idee van een medicine patentpool ontwikkeld. ‘Doel is farmaceutische bedrijven uit te nodigen hun patenthoudende medicijnen ter beschikking te stellen zodat generieke fabrikanten in lagelonenlanden ze tegen een veel lager tarief kunnen produceren’, legt ’t Hoen uit. De patenthouder krijgt een bepaald percentage van de winst als royalty. ‘Zo heeft iedereen er wat aan.’

Sterk signaal
De patentpool moet eind dit jaar in de lucht zijn. Bedrijven die hun medewerking willen geven, zijn daarvoor beloond in de index. ‘Een sterk signaal’, vindt ’t Hoen. Dat is ook precies de bedoeling van de index, zegt Leereveld. ‘Wij willen meer farmaceutische bedrijven in beweging krijgen om hun sociale verantwoordelijkheid te nemen.’

De index is dan ook een prima initiatief, zo vinden inmiddels ook de farmaceutische bedrijven. In tegenstelling tot de vorige keer waren die nu zeer bereid inzage te geven in hun activiteiten. De index laat immers zien welke mooie dingen ze doen en dat is goed voor het imago van het bedrijf. Hetzelfde moet gelden voor de beleggingsmaatschappijen, die evenzeer moeten laten zien dat ze investeren in maatschappelijk verantwoorde ondernemingen, zo is de redenering.

Zo profileert MSD/Merck zich al jaren als ‘sociaal’ bedrijf. ‘Wij hadden 25 jaar geleden al een project voor rivierblindheid’, vertelt Robert Berkelbach van der Sprenkel, manager public affairs van MSD/Merck. Nu stelt het bedrijf expertise en financiering ter beschikking aan ontwikkelingslanden om samen met hen medicijnen en vaccins te laten ontwikkelen. ‘Maar er zullen nog grote slagen gemaakt moeten worden’, beaamt hij.

Doordrongen
Zo bestaat er nog steeds geen vaccinatie tegen hiv of tbc. Iedereen is ervan doordrongen dat die vaccins er moeten komen. ‘Maar wij kunnen het niet alleen’, zegt Van Schagen van GSK. ‘De ontwikkeling van een nieuw geneesmiddel kost gemiddeld 800 miljoen euro. Maar dan moet je het ook nog distribueren en leren toepassen. In een land als Mozambique, waar in totaal negenhonderd dokters zijn, is dat knap lastig.’

Verbetering van de toegankelijkheid van medicijnen lukt dus alleen als alle partijen samenwerken: farmacie, ontwikkelingsorganisaties, overheden en de wetenschap. ‘Gelukkig begint dat besef nu bij iedereen te komen’, aldus Van Schagen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden