Europese wildernis

Vijf oerbossen in Europa hebben het predikaat tot dusver gekregen: PAN Park. Natuurbeschermen én toeristen lokken, het gaat samen. Met Ikea-bed en kampwinkel....

Het Zweedse dorpje Mörkret blijkt niet meer dan een paar houten huizen langs een T-spitsing in het bos. Wie even op de teller van zijn Volvo kijkt, kan het dorp zomaar missen. Mörkret (Zweeds voor duisternis) is een spookdorp. Kinderstemmen klinken er niet meer, de meeste huizen staan leeg en de laatste elf bewoners hebben zich verzoend met het einde van hun gemeenschap.

Althans, tot voor kort. 'Nooit gedacht dat ik hier nog zou willen terugkeren', zegt de 27-jarige Järd Eriksson. Toch is het weer een reële optie. Eriksson, student economie en journalistiek in Stockholm, is op bezoek bij haar moeder. Dat kostte zeven uur treinen, bussen en liften. 'Dit is een uithoek van Europa. Ik ben dol op de natuur – maar verder was hier niks te halen voor iemand die heeft gestudeerd en de wereld heeft gezien.'

Dat veranderde toen het ruige gebied bij Mörkret twee jaar geleden werd uitgeroepen tot Fulufjället Nationaal Park; een verlaten plateau, hoog boven de naaldbossen, bedekt met een roodbruin mostapijt dat meeveert onder je voeten. Tot de horizon geen boom te bekennen. Alleen zachtroze zandsteen dat hier en daar uitsteekt en visserhutjes die klepperen in de wind.

Op de flanken van de Fjäll groeien naaldbomen, sommige 400 tot 500 jaar oud met gifgroen baardmos aan hun takken. De hoogste waterval van Zweden (93 meter) stort zich hier naar beneden. Volgens de folder bij het bezoekerscentrum leven in dit park nog bruine beren, wolven, lynxen, veelvraten en arenden. Langs snelstromende riviertjes stikt het van elanden en bevers.

De vriend van Eriksson gidst al toeristen door het park, haar moeder exploiteert een restaurant naast het bezoekerscentrum. De mogelijkheden worden nog groter, nu het natuurgebied ook een zogeheten PAN-Park is geworden. Een keurmerk waarmee het Wereldnatuurfonds en particuliere investeerders toeristen lokken naar de laatste oerbossen van Europa.

Vijf natuurgebieden hebben inmiddels een zogeheten PAN-park keurmerk (Protected Area Network): Fulufjället, Oulanka National Park in Finland, Bieszczady in zuid-Polen, het enorme Central Balkan National Park in Bulgarije en sinds kort Retezat in Roemenië. Niet onbelangrijk uit milieu-opzicht: ze zijn bereikbaar zonder vliegtuig.

Het lijkt een paradox, natuur beschermen door toerisme te stimuleren. Maar als bewoners en bestuurders voor hun inkomen afhankelijker worden van parkbezoekers, stoppen zij vanzelf met jagen en zagen. Dat hopen althans de initiatiefnemers.

Geen sterkere prikkel dan eigenbelang, is de wat cynische filosofie van de PAN Park Stichting. De vraag is alleen: wie doet de eerste investering? In de uithoeken van Europa zijn de faciliteiten vaak onaantrekkelijk voor het modale gezin. Door bijvoorbeeld vakantiehuisjes neer te zetten, met vaatwasser en allesbrander, komt deze groep toeristen misschien wel. En durven bewoners kleine restaurantjes en winkeltjes te beginnen.

In Fulufjället bijvoorbeeld, konden wandelaars tot voor kort alleen terecht in berghutten zonder stromend water. Met een stalen emmer richting meer om de oksels te wassen, is voor velen geen vakantiepret. En dan hebben we het nog niet over de latrine waar koude wind langs je billen waait. Daar staat tegenover dat deze fjällstuga een geweldig uitzicht bieden en wandelaars een vliegende start geven.

Om het gebied toegankelijker te maken, werd eind september een zogeheten PAN-park accommodatie geopend. Ruim twintig vakantiehuisjes aan de voet van de Fjäll. Het aantal Ikea-bedden in Mörkret steeg in één klap met 140 stuks. Het bungalowparkje heeft de steun van Wereldnatuurfonds, de vlag met de panda wappert er bij de receptie. Verder is er nog niet veel: geen zwembad, geen restaurant, geen fiets-of kanoverhuur.

'Nu kunnen hier ook gewone gezinnetjes komen kijken, zegt initiatiefnemer Cees Slager. De 54-jarige exploitant van elf vakantieparken in Nederland (Molecaten Groep) is mede-oprichter van de Pan Parks Foundation. Hij stak, samen met een medefinancier en een Zweedse bank, ruim drie miljoen euro in het parkje bij Mörkret. Ook de beheerder staat bij hem op de loonlijst.

'Nu is de plaatselijke bevolking aan zet', zegt Slager die hoopt dat iemand een winkeltje of restaurant begint. Slager en zijn financiers eisen overigens een gewoon rendement op de vakantiehuisjes. Zij het met een hoog risico. 'Ik doe dit voor de natuur. Vaders kunnen hier hun kinderen laten zien hoe bijzonder de natuur is.'

De bevolking toont zeker belangstelling. Voor honderd euro per jaar kan iedereen Pan Park-partner worden, inclusief schildje op je deur en een vermelding op website en prikbord naast de balie. Daar staat onder meer de herberg in het plaatsje Särna op, twintig kilometer verderop. Eigenaar Lars Lillemor: 'Het aantal gasten is gestegen. We krijgen zelfs reserveringen uit het buitenland. Dat hebben we nog nooit gehad!' Die internationale dimensie, stelt de herbergier, is het belangrijkste voordeel van PAN Parks.

Ook in Särna: een nieuwe kennel voor sledenhonden. En daarnaast een stal voor Shetlandponies in aanbouw. Zo kunnen toeristen in zomer en winter meerdaagse tochten door het Nationaal Park maken. Eigenaar Seth Sjöblom: 'Ik heb een paar ton geïnvesteerd. Dat zou ik nooit gedaan hebben zonder dat Pan Park.' Zelfs onder de bejaarde bewoners van Mörkret circuleert een plan om een soort kampwinkeltje te beginnen.

Partners moeten wel aan strenge voorwaarden voldoen. Zij moeten zich beperken tot toeristische activiteiten die de natuur ontzien en de plaatselijke cultuur respecteren. Dus geen motorbootjes verhuren en geen snackbar naast de waterval. Een team van waarnemers controleert jaarlijks of het park en de partners nog aan de eisen van het keurmerk voldoen.

Dit jaar wordt een tweede PANpark-accommodatie gebouwd bij het Finse Oulanka. Daarna volgt Polen. Andere parken die bezig zijn het keurmerk te behalen: Abruzzo National Park (Italië, 2005), Triglav (Slovenië, 2005), Slovensky Raj (Slowakije, 2006) en Rila National Park (Bulgarije, 2007).

Spanje, Frankrijk en Griekenland toonden in eerste instantie ook belangstelling. Zelfs de Waddenzee werd voorgedragen. 'West-Europa is slecht vertegenwoordigd omdat zij ons minder hard nodig hebben', stelt directeur Zoltán Kun van Pan Parks. Parken als Mercantour en Coto de Doñana hebben volgens de Hongaar al een eigen plan voor duurzaam beheer en veel bezoekers. 'Ik blijf proberen ze mee te krijgen.'

Kun is blij dat hij in Zweden eindelijk iets concreets kan laten zien. Aan toeristen én aan financiers. 'De potentie is enorm. Nu al worden de vijf parken bezocht door een miljoen mensen per jaar. Zonder enige marketing.' Wel is het volgens Kun hoog tijd meer financiers te zoeken. 'Ik hoor af en toe nog steeds dat het ”het Wereldnatuurfonds zich zou laten gebruiken door een handige bungalowverhuurder uit Nederland”.'

Het blijft een lastig concept. Zelfs PAN Park-partners, bleek onlangs in Zweden, hebben soms nog niet door wat de bezoekers nu precies komen doen. Zo hoorde de uitbaatster van het Fulufja¿let-restaurant haar klagende gasten onlangs hoofdschuddend aan. Vijftien kilometer langs de Fulan-rivier gelopen, de grens van het park, en geen eland gezien? 'Er zitten daar anders genoeg, hoor. Mijn man heeft er vorige week nog zeven neergeschoten!'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden