Postuum Ethy Dorrepaal

Ethy Dorrepaal (1966-2018) vond therapie voor jeugdtrauma’s

Ze combineerde het moederschap van vijf kinderen met een carrière, maar overleed een half jaar nadat ze was gepromoveerd aan alvleesklierkanker.

Ethy Dorrepaal.

Een op de tien vrouwen is als kind mishandeld of seksueel misbruikt. Veel houden daar een jeugdtrauma aan over dat zich als volwassene zelfs openbaart in zelfbeschadigende en suïcidale gedragingen, verlies van tijdsbesef en onverklaarde lichamelijke klachten. Ook nachtmerries, flashbacks, vermijding en prikkelbaarheid kunnen optreden.

Psychiater en psychotherapeut Ethy Dorrepaal promoveerde in 2013 op een baanbrekende methode om daar iets aan te doen: de vaardigheidstraining en cognitieve therapie Vroeger en verder. Bij de helft van de proefpersonen waren de klachten na twintig weken afgenomen, zo schreef de Volkskrant. Handboeken en werkboeken voor de behandeling zijn inmiddels door vele ggz’s in Nederland geïmplementeerd.

Een half jaar nadat ze promoveerde werd bij Dorrepaal zelf de diagnose alvleesklierkanker gesteld. Ethy Dorrepaal overleed op 10 mei op pas 51-jarige leeftijd als gevolg van deze ziekte. Ze laat een gezin met vijf kinderen achter, waarvan de oudste 24 en de jongste pas 7 jaar is. Ze was altijd al bang om haar kinderen op zo jonge leeftijd achter te moeten laten. Zelf verloor ze ook haar moeder toen ze nog heel jong was.

Ze werd geboren in Utrecht als oudste dochter van een hoofdonderwijzer. Na het vwo ging ze geneeskunde studeren in Maastricht met het voornemen cardioloog of longarts te worden. Maar ze was superslim en deed er daarom een opleiding geestelijke gezondheidheidskunde bij. Ook was ze lid van de universiteitsraad waar ze haar latere man Nanko van der Wijngaart leerde kennen. Hij zou later rechter in Amsterdam worden.

Al tijdens haar coschappen in Amsterdam woonden ze samen en kort daarop kregen ze het eerste kind. De zorg voor het gezin deelde zij met haar man, waardoor ze in staat was de opleiding tot psychiater en psychotherapeut te voltooien. ‘Ethy worstelde, zoals zoveel ouders, met de combinatie van ouderschap en werk’, zei haar man op de uitvaart. ‘Want hoewel ze de kinderen op de eerste plaats stelde, had ze ook een enorme bevlogenheid en ambitie om voor patiënten betekenisvol te zijn, als behandelaar en onderzoeker. Van werken werd ze ook een leukere moeder, zo wist ze zelf. En aan het eind van elk van de vijf bevallingsverloven waren wij het daar allemaal hartgrondig mee eens: het was de hoogste tijd dat ze weer aan het werk ging.’

Ze maakte carrière bij de GGZ in Amsterdam en Den Haag. Het onderzoek naar de behandeling van complexe posttraumatische stressstoornis (ptss) was voor haar nog een braakliggend terrein. Ze probeerde het effect uit van een in de VS ontwikkelde behandelmethode met stabiliserende groepssessies die met wat aanpassingen in Nederland bij de moeilijkste patiënten verbazend effectief bleek te zijn. Niet alle psychiaters waren overtuigd. Van der Wijngaart: ‘Ethy beweerde niet dat deze methode perfect zou zijn, maar ze concludeerde dat die beter werkte dan andere. Ze stond altijd open voor nog betere methodes.’ Dorrepaal bestreed de kritiek op haar aanpak als ‘onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd’.

Toen de ziekte zich in 2013 openbaarde, raakte ze door behandelingen uit haar werk. De zorg voor patiënten zou ze daarna ook niet meer doen. Wel pakte ze na een jaar haar managementtaken bij zorggroep Parnassia weer op en bleef ze betrokken bij onderzoek. In het laatste half jaar spande ze zich in om een nieuwe behandelrichtlijn te verbeteren.

En ze realiseerde eindelijk de herziening van het boek Vroeger en verder, waar de uitgever al zo lang om vroeg.