Eten om te vergeten

Vrouwen die tijdens de Tweede Wereldoorlog zaten opgesloten in kampen in Nederlands-Indië hadden vooral gebrek aan eten. Toch droomden ze van de heerlijkste gerechten en schreven de recepten daarvoor uit hun hoofd op....

Oesters in champagnesaus, zwartzuur van kip, boerenkool met kastanjes en rookworst, spekkoek, stamppot van snijbonen, goele arab. De recepten in De Smaak van Verlangen zouden zomaar geplukt kunnen zijn uit het kookboek van een gegoede Hollandse familie in Nederlands-Indië.

Dat klopt in zekere zin ook wel. Het bijzondere van de recepten in De Smaak van Verlangen is dat het weliswaar om echte gerechten gaat, maar dat ze niet geschreven zijn om op te eten. Ze zijn geschreven om bij weg te dromen.

Het zijn ‘droomrecepten’ in de letterlijke betekenis van het woord, geschreven door vrouwen die opgesloten zaten in Japanse interneringskampen in Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog.

In de kampen was gebrek aan van alles en nog wat, maar één ding was er in overvloed: honger. Voedselrantsoenen waren ondermaats, vrouwen en kinderen bezweken aan hongeroedeem, honger beheerste het dagelijks leven. Wat doe je in zo’n geval? Dan fantaseer je over wat je niet op je bord kunt krijgen, maar wel in je hoofd: witte bonen met hardgekookte eieren, ananassorbet, gadogado met knapperige verse groenten, chocoladetaart.

Het bleef niet bij fantaseren, de recepten werden ook genoteerd op alles wat maar beschrijfbaar was: oude agenda’s, enveloppen, de achterkant van brieven, de kantlijnen van EHBO-boekjes. Niet zomaar grofweg, maar uiterst precies en gedetailleerd, met tot op de halve gram afgewogen ingrediëntenlijsten.

Hele weekmenu’s werden samengesteld, met op zondag eiersoep, jachtschotel, biefstuk met snijbonen en aardappelpuree en roomstruif toe. Recepten werden becommentarieerd, gekopieerd, geruild en verzameld.

‘Het was een rage’, zegt historica Esther Captain, projectleider Nederlands-Indisch Erfgoed van de Oorlog op het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. ‘Bijna een obsessie.’ Wat het nog bijzonderder maakt, is dat de meeste vrouwen die de recepten opschreven, niet kookten: daar hadden ze immers bedienden voor.

De receptenschrijverij diende een ander doel: ‘Het was hun manier om te ontsnappen aan de oorlog en hun werkelijke situatie even te vergeten.’ Een manier van ontsnappen die universeel is. Ook in de concentratiekampen van Ravensbrück, Theresiënstadt en Auschwitz werd volop gewatertand en geschreven over eten. Door vrouwen én mannen.

Door over eten te fantaseren was het bijna alsof je het echt at, zegt Lily Kloots-Touwen, die geïnterneerd was in het beruchte kamp Tjidenk op Java. ‘We verdoofden ons daarmee. Het was geen zelfkwelling, het was een zoete kwelling.’

Kloots-Touwen is een van de dertien vrouwen die geïnterviewd is voor De Smaak van Verlangen. Captain, gepromoveerd op de Japanse bezetting van Nederlands-Indië, schreef het historische kader rond de interviews en recepten. Het boek verschijnt op 15 augustus; de datum van de Japanse capitulatie in 1945.

Van de 300 duizend Europeanen in Indonesië werden bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog er circa 100 duizend opgesloten in interneringskampen. Naar schatting 13 procent van de burgergeïnterneerden kwam om: door honger, uitputting en ziekte.

De moeder van Molly Kooijmans-Roukens stierf al snel, nadat ze in het kamp was opgesloten. Dat was op Sulawesi, waar haar vader een hoge bestuursambtenaar was. Vanaf dat moment stond ze er als oudste dochter met twee jongere zusjes alleen voor.

Uit de kast van haar appartement in een wijk uit de jaren dertig, vlak bij het Haagse Bronovoziekenhuis, haalt ze de recepten uit het kamp tevoorschijn die ze heeft bewaard. Want de jonge Molly, die 14 was toen de oorlog uitbrak, deed volop mee aan de receptenmanie.

Pisangbeignets, wentelteefjes, wadjik (koek van kleefrijst met palmsuiker), kue lapis van rijstemeel en suiker, knalgroen gekleurd door pandanblad. Allemaal zoete dingen. ‘Ik was ook nog maar kind.’

Het begon vaak met praten, zegt ze. Dan zei iemand bijvoorbeeld: ‘Was dat niet heerlijk, die gebraden kip op zondag. Hoe maakten jullie die eigenlijk klaar? Met uitjes? En dan werd erover gepraat en werden recepten uitgewisseld. Mensen die papier en potlood hadden, schreven het op. Ik had een poëziealbum. Op de achterkant van de blaadjes zette ik recepten.’

Kookte ze dan ook weleens? ‘Natuurlijk niet. Ik was nog maar een meisje. Bovendien hadden we een kokkie die voor ons kookte. Ik had, denk ik, nog nooit een kookboek gezien.’ Het was een manier om herinneringen op te roepen aan betere tijden, zegt Kooijmans-Roukens, die als wees uit de oorlog kwam. Ze leest nog steeds graag kookboeken.

Honger was een grote gelijkmaker. Europeanen waren de bevoorrechte klasse in Indonesië, Nederlandse vrouwen waren gewend aan bedienden. In de kampen moesten ze alles zelf doen en genoegen nemen met hetzelfde voedsel als hun voormalige personeel; pap, maïs, een handje rijst, een beetje groenten, een hapje vlees of vis, al dan niet bedorven.

‘Gelukkig at ik als kind al weinig. Dat was mijn redding’, zegt Paula Gomes, die een jaar of tien was toen de oorlog uitbrak in Indonesië en eveneens haar (Nederlandse) vader en (Indische) moeder verloor. Ze was klein voor haar leeftijd, dat is ze nog. ‘Ik eet nog steeds weinig. Sinds de dood van mijn man, elf jaar geleden, heb ik niet gekookt.’

Gomes, die geïnterneerd was op Java, is bekend als schrijfster van onder meer de autobiografische roman Tropenkind, over haar ervaringen tijdens de oorlog en de aankomst in 1946 in Nederland. Een snee brood was een traktatie, een ei een hoogtepunt.

Een tragisch hoogtepunt, herinnert Gomes zich. ‘Ik kan me herinneren dat we een keer een ei kregen. Eén ei voor het hele huis: 32 mensen. Sommigen van ons stelden voor het te verloten, dan had er nog iemand plezier van. Maar dat wilden de anderen niet. Uiteindelijk is het in 32 stukjes verdeeld, kreeg iedereen een kruimel.’

Gomes zag de receptenmanie om zich heen woeden. ‘Iedereen deed eraan mee.’ Ze werden haar ook aangeboden, maar ze hoefde ze niet. ‘Je kon het toch niet krijgen, dus wat had je er dan aan?’ De echte kamprecepten zagen er heel anders uit: tapiocapap, slakkensoep, sambal-hond en ‘koffieklop’: sterke koffie met suiker opgeklopt tot schuim.

Daarvoor moet je uren kloppen, zegt Paula Gomes. Maar aan tijd was geen gebrek. Aan suiker wel. ‘Dat had je maar af en toe. Koffieklop was heerlijk. Na de oorlog gaan we dit elke dag maken’, zeiden we tegen elkaar.’ Natuurlijk heeft ze het nooit meer gemaakt. Evenmin als sambal-hond die ze ook heeft geproefd. ‘Ik wilde het eigenlijk niet, maar ik was nieuwsgierig. Het smaakte zoet.’

Ook die recepten staan in de Smaak van Verlangen. Om het contrast met de droomrecepten te benadrukken, zegt Captain. Ze werd met het idee voor dit boek benaderd door mede-auteurs Cathelijne van den Bercken en Elwin Swinkels, die via via een grote verzameling droomrecepten in handen hadden gekregen.

Captain was meteen enthousiast. ‘Boeken over het Indische verleden zijn nogal zwaar. De nadruk ligt meestal op de ontberingen die mensen hebben meegemaakt. Dit is iets heel anders. Dit is een licht boek, waaruit je ook nog kunt koken. Een verademing.’

Al interviewend voor het boek merkte Captain ook dat eten een goede ingang is om de vaak zwijgzame slachtoffers van de Japanse kampen aan het praten te krijgen over hun ervaringen. Velen van hen zijn dichtgeklapt.

De overgang van Nederland verliep vaak moeizaam. Het was lastig erkenning te krijgen voor hun slachtofferschap, Nederlanders hier hadden hun eigen ervaringen gehad met de Duitsers, bovendien vonden sommigen het net goed dat ‘de kolonialen’ een koekje van eigen deeg hadden gekregen.

En al waren mensen wel geïnteresseerd: ‘Wat had het voor zin erover te praten?’, zegt Gomes, die door Engelse militairen werd geëvacueerd tijdens de ‘bersiap-periode’, de onlusten na de Japanse bezetting, en uiteindelijk bij een oom in Vaassen terechtkwam. ‘Ze begrijpen het toch niet, ze hebben het niet meegemaakt.’

Maar bij het praten over eten kwamen de verhalen toch los, merkte Captain. Op een bijna terloopse manier. ‘Soms werd tussen neus en lippen door verteld dat vader of moeder was gestorven aan hongeroedeem. Heel ontroerend was dat. Je merkt dat bij veel oudere mensen het besef doordringt dat ze het nu moeten vertellen. Straks zijn ze er niet meer.’

Het boek bevestigt het cliché dat Indische Nederlanders altijd over eten praten. Captain (38), zelf Indisch, kan ervan meepraten. ‘Zet ze bij elkaar en binnen de kortste keren gaat het over eten. Ik had daar een enorme hekel aan. Kunnen we het niet eens over wat anders hebben, zei ik dan. Daarin ben ik nu milder geworden.’ Voor een bevolkingsgroep die ontworteld is, speelt eten een cruciale rol in het verlangen naar vroeger, en als symbool van een gedeelde identiteit.

Praten over eten van vroeger is een vorm van thuis komen, zegt Molly Kooijmans. ‘Wij zijn een uiteen geslagen bevolkingsgroep. Wat je deelt, is de heimwee naar de natuur in Indonesië en het heerlijke eten dat je daar had. Daarin kun je elkaar terugvinden en krijg je het gevoel dat je ergens bij hoort.’

Idefiks in samenwerking met de uitgeverij Artemis BV, 160 pagina’s, 24,90 euro.

ISBN 9789077075364

Zie ook www.desmaakvanverlangen.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden