Eten met Lucebert

De villa ligt op een van mijn favoriete fietstochtjes in de Haagse regio. Al die keren dat ik op zondag het rondje Meijendel aflegde, zag ik haar staan, schuin tegenover de stallen van renbaan Duindigt....

Vorig jaar viel me ineens iets op bij de villa. Niet dat er plotseling leven te zien was of zelfs maar een auto op het grote parkeerterrein ervoor. Nee, er stond een ander bord in de voortuin. Met een naam die me intrigeerde: De Keuken Van Waarde.

Alles van waarde is weerloos, schoot er door me heen. Niet dat ik dagelijks de gedichten van Lucebert lees. Ik moet zelfs bekennen dat ik op dat moment niet eens wist uit welk gedicht die regels stammen. Maar het was een goede reden het gedicht van Lucebert op te zoeken én een keer in het restaurant te gaan eten.

Inmiddels betwijfel ik ten zeerste of meer mensen de associatie met de dichtregel hebben als ze de naam van het restaurant horen. Zelfs het eigen personeel niet, want als ik het aan twee van hen vraag, kijken ze me ietwat wazig en hulpeloos aan. Waardoor ik me op mijn beurt ook ongemakkelijk ga voelen. Zo snobby.

De eigenaars heten Van Waarden, wordt me duidelijk gemaakt. Hmm, dat weet ik wel, maar misschien toch? Maar ook zonder aan Lucebert te denken, weten veel mensen het jonge restaurant inmiddels te vinden. In Den Haag sprak afgelopen jaar ineens iedereen over De Keuken van Waarde. En geen betere reclame dan die welke van mond tot mond gaat. Dat blijkt ook als ik een tafeltje wil reserveren. Daar komt wat passen en meten bij kijken.

Uiteindelijk komt het er dan toch van. Op een zondagavond, als de weermannen nog spreken van een mooie nazomer, heet Yolanda van Waarden ons welkom bij de deur van de villa. Voor het eerst zie ik er mensen, brandt het licht en staan er auto's op het parkeerterrein.

De gastvrouw begeleidt ons naar het terras. Ze legt uit dat we daar níét kunnen eten, maar wel rustig van een drankje kunnen genieten en een keuze kunnen maken uit het menu. Dat laatste kost ons uren. Strudel met zwezerik, paling in 't groen, zeebrasem, tournedos, huisgerookte zalm, vijgen, kalfsorgaanvlees, crème brulée, wilde eend, het duizelt me.

Als de bediening voor de zoveelste keer komt vragen wat we willen eten, moet het maar. Ik kies de huisgerookte zalm. Of eigenlijk de soep van kropsla met kaviaar waarmee de zalm geserveerd wordt. Dat wil ik wel eens zien en proeven, soep van kropsla.

Als het voorgerecht op tafel komt, kijk ik enigszins verbaasd. En teleurgesteld. Ik had stiekem verwacht de zalm te zien drijven in een kop soep, getrokken van kropsla. Maar de zalm ligt gewoon op een plat bord, al is het wel op een bedje van verse blaadjes sla en ligt daar omheen een groene saus. Of is het soep?

Ik maak de ober deelgenoot van mijn verbazing. Ja, hij snapt de verwarring. Kan hij mij dan misschien het verschil uitleggen tussen soep en saus? Hij begint er dapper aan. Heeft het over bloem en binden, maar komt er uiteindelijk niet uit. Ik heb het gehad op de opleiding, zegt hij nog, met een ontwapende eerlijkheid en charme. Om het goed te maken brengt hij mij een soeplepel. En kan ik de voor mij onbekende, maar lekkere combinatie proeven van zachte zalm en bittere slablaadjes.

Mijn hoofdgerecht heb ik gekozen vanwege de mooie klanken: pasta, pesto en vongole. Over gedichten durf ik het die avond niet meer te hebben, maar neem die drie woorden op de tong, je hebt toch echt poëzie. De gegrilde zeebrasem die er bovenop ligt en eigenlijk de hoofdmoot vormt, heb ik vanwege de inbreuk die de vis maakt op de melodie, even weggelaten.

Het gerecht klinkt uiteindelijk mooier dan het smaakt. Het is alsof de de pasta niet goed is afgegoten, maar met aanhangend water en al op mijn bord is gelegd en daarna bestreken met wat pesto. Voor dit waterige geheel had ik de soeplepel van het voorgerecht beter kunnen bewaren. De vongole zijn vervolgens te taai. De zeebrasem, die niet in mijn dichtregel paste, past ook niet bij de rest.

Mijn tafelgenoot treft het beter. Zijn hoofdgerecht mag dan op papier niet poëtisch klinken, zijn lamsfilet is mals, de snijboontjes om van te snoepen - wat ik dan ook doe - en zelfs de stukjes gewone aardappel smaken buitengewoon. Alleen de kruidenkorst op de lamsfilet wordt als té kruidig terzijde geschoven.

Laat op de avond, na de koffie met lekker te veel koekjes, komt toch die dichtregel van Lucebert weer spoken in mijn hoofd. Wat is van waarde en daarmee weerloos, bij de Keuken Van Waarde. Terugfietsend naar huis, in de eerste zachte regen sinds tijden, bedenk ik dat het meest waardevolle de sfeer is. Ongedwongen en toch met cachet. Een ambiance waar zowel de Wassenaarse chic als de Haagse vrije jongen zich thuis voelt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden