BeeldreportageHuiselijk geweld

Erover praten, dat helpt tegen huiselijk geweld, weten deze ervaringsdeskundigen

De persoonlijkheden van de ouders van Avinash (rechts) botsten voortdurend.Beeld Mounir Raji

Hoe komen slachtoffers van huiselijk geweld – jaarlijks zo’n 300 duizend – uit hun isolement? Door een ander in vertrouwen te nemen bijvoorbeeld. Vijf portretten van mensen die met succes uit het web van schaamte en angst wisten te breken en daarover vertellen.

Dankzij zijn neef Dinesh (28, niet zijn echte naam) kan Avinash ­(27, rechts) eindelijk met iemand praten over het geweld bij hem thuis.

Avinash: ‘Mijn zussen gingen al vroeg uit huis, waardoor ik als tiener ­alleen woonde met mijn ouders. Hun persoonlijkheden botsten voortdurend. Eerst was er veel ruzie en geschreeuw, later gingen ze ook met dingen gooien, en ten slotte ging het over in fysiek geweld. Ik dacht altijd: papa is slecht, want hij slaat mijn moeder. Later merkte ik dat mijn moeder ook heel bot deed tegen m’n vader, terwijl hij juist heel liefdevol was. Hoe ouder ik werd, hoe meer mijn ouders mij gingen betrekken in hun ruzies. Van een druk en open kind werd ik zo steeds stiller. Ik sloot me op in mijn kamer en kon op school heel slecht vrienden maken. Ik wist niet goed wie ik was. Pas in mijn eindexamenjaar kwam ik erachter wat belangrijk was voor mij: ik wilde mijn rijbewijs halen en mijn schooldiploma. Ik was net begonnen aan het centraal schriftelijk, toen zich weer een incident voordeed. Mijn vader wilde zichzelf wat aandoen met een mes, en toen ik het probeerde af te pakken, heb ik mijn eigen vingers doorgesneden. Ik heb daarna lang moeten revalideren.

Ik ben tot mijn 27ste thuis blijven wonen. In die jaren heb ik hard aan mezelf gewerkt, en me meer opengesteld voor vrienden. Ik realiseerde me dat ik veel te lang de verantwoordelijkheid voor de situatie thuis op me had genomen. Met mijn neef kon ik daar goed over praten. Hij had ongeveer hetzelfde meegemaakt, wij konden bij elkaar klagen, maar ook praten over onze toekomstdromen. Die gesprekken hebben me enorm geholpen om perspectief te zien.’

Dinesh: ‘We waren rond de 20 toen mijn neef en ik elkaar in vertrouwen namen over onze thuissituatie. Best laat, maar voor mij voelde het als een taboe om erover te praten. Het deed mij goed te merken dat ik niet alleen was. Toen ik thuis woonde, had ik altijd het gevoel dat ik pas naar bed kon als mijn ouders waren gaan slapen, pas dan kon ik met een gerust hart mijn ogen dichtdoen. Dat is een situatie die geen enkel kind zou moeten meemaken. Dus: praat erover, je hoeft je niet schuldig te voelen. Je kunt de problemen juist doorbreken door een ander in vertrouwen te nemen.’

Remco (39) leerde samen met zijn vrouw ­Rebecca (37) zijn woede te beteugelen.

Remco met zijn vrouw Rebecca.Beeld Mounir Raji

Remco: ‘Ik ben altijd driftig geweest. Mijn ouders hebben hulp voor me gezocht. Eerst was ik het daar niet mee eens, maar ik begreep het wel. Toen ik een jaar of 16 was, gebeurde er elke dag wel iets; ik was verbaal agressief en sloeg dingen kapot omdat ik me niet gehoord voelde.

Ik ging naar een psycholoog, waar ik leerde hoe spanning zich opbouwt. Als je begrijpt hoe dat werkt, kun je er iets tegen doen. Ik heb toen vrij lang geen woedeaanvallen meer gehad. Ondertussen kreeg ik een relatie met ­Rebecca en kregen we kinderen. Op een gegeven moment had ik zoveel op m’n bord, dat ik terugviel in agressie. Ik had weer het idee dat niemand naar me luisterde, en begon me weer agressief te gedragen. Toen ben ik opnieuw bij de GGZ terechtgekomen.

In de groepstherapie leerde ik dat je ermee bezig moet blijven. Het is iets waar ik altijd aandacht aan moet blijven besteden. Rebecca is gebleven, we hebben een goeie vorm gevonden om te dealen met dit probleem. Ik ben blij dat ze nog naast me staat en dat ik goede dingen heb kunnen laten zien. En dat zij het ook wílde zien.’

Rebecca: ‘Remco is gewoon een boefje. Ik leerde hem kennen toen ik 21 was. In het begin ging het heel goed, Ik kon erg met hem lachen. Maar na verloop van tijd was ik blij als hij weg was, dat was ook beter voor de kinderen, want als hij thuiskwam wist je niet wat er ging gebeuren. Soms werd hij zo agressief dat de politie moest komen.

Toen Remco hulp kreeg, kreeg ik het advies om naar een lotgenotengroep te gaan. In het begin dacht ik: van mij hoeft dat niet, al die hysterische wijven met dat gejank, maar het heeft me veel gebracht. Ik herkende dingen, ook uit mijn eigen jeugd. Als meisje was ik altijd bang, en nu bracht ik mijn kinderen in een vergelijkbare situatie.

Uiteindelijk kreeg ik ook meer inzicht in Remco. Vroeger trok ik een muur op, maar nu doe ik een stapje naar hem en zet hij een stapje naar mij.

Ik ben trots op Remco, hij moest over een hoge drempel om er überhaupt over te praten. Want hij is die man die zijn vrouw heeft geslagen, nou dan ben je een loser hoor. Dat is toch wat iedereen bij voorbaat denkt? Als ik zie hoe Remco zich inzet, ook voor anderen, dan vind ik dat heel knap van hem.’

Door huiselijk geweld komt de moeder van Danny (28) om het leven. Hij komt in een liefdevol pleeggezin ­terecht bij Demi (30), Robin (27) en Mick (26).

Danny werd liefdevol opgenomen in een pleeggezin.Beeld Mounir Raji

Danny: ‘Mijn moeder was altijd op zoek naar de ware liefde. Die is ze meerdere keren tegengekomen, waarbij ze meerdere keren zwanger raakte en ook weer werd verlaten. Na de verliefdheid was er steeds meer ruzie, uiteindelijk dagelijks – vechten, schreeuwen, elkaar bedreigen. Als je niet beter weet voelt het niet onveilig, maar ik was soms wel bang. Op een nacht ­escaleerde het verschrikkelijk. Van het ene op het andere moment was ik als jochie van 11 alleen op de wereld.

Ik ging bij mijn tante wonen. Dat leek even een oplossing, maar na verloop van tijd ging dat toch minder goed, omdat we allemaal met hetzelfde verdriet zaten. Een voogd van jeugdzorg zag dat ik steeds kleiner en stiller werd. Hij nam mij mee naar een familie in een dorpje op het platteland, het leek hem goed voor mij om er even uit te zijn. De stad was ik nog nooit uit geweest en ik weet nog precies hoe ik daar de tuin inliep en allemaal ­lachende en spelende kinderen hoorde. Dat waren Robin, Demi, Mick, Joyce, Yara en Richard. Ik voelde voor het eerst een gevoel van geluk, plezier, dat ik niet kende. Daarna heb ik mijn voogd gevraagd of ik niet een tijdje bij die ­familie mocht blijven. Zo kwam ik in een fantastisch gezin terecht, met geweldige, warme, liefdevolle mensen, die mij een nieuw perspectief gaven. Daar ben ik onwijs dankbaar voor. Ik voel nu wat voor impact je op anderen kunt hebben. Ik wil mezelf ook in dienst van anderen stellen; hoe meer waarde je aan anderen meegeeft, hoe waardevoller je wordt als mens.’

Demi: ‘Onze ouders vertelden: Danny heeft moeilijke dingen meegemaakt, hij komt nu bij ons logeren. In het begin wisten wij niet wat zijn hele verhaal was. Dat kwam later pas.’

Robin: ‘Ik denk dat wij daar ook niet mee bezig waren. Er kwamen bij ons wel meer kinderen die een tijdje bleven. In ons gezin keken we altijd naar de toekomst, niet naar het verleden.’

Mick: ‘Natuurlijk boden onze ouders ook ruimte om gevoelens te delen, maar ik denk dat ze vooral de rol op zich namen om hun kinderen en pleegkinderen op te voeden, en ze te leren in het hier en nu te leven en te kijken naar de toekomst.’

Als Angelique (43) aanklopt bij ­politieagent Eric (64), kan ze los­komen van haar gewelddadige ex.

Angelique met politieagent Eric.Beeld Mounir Raji

Angelique: ‘In het begin was hij heel lief en charmant. Ik was 19, het was mijn eerste echte relatie. Hij beloofde me gouden bergen. Ik was vrij beschermd opgevoed en wist niets over cocaïne of alcoholmisbruik. Vrienden waarschuwden me: kijk dan naar zijn ogen. Maar ik zag het niet.

In de relatie raakte ik steeds verder geïsoleerd. Hij werd steeds dominanter, had allerlei trucjes om mij te laten denken dat ik gek was. Dan verstopte hij mijn ID-kaart bijvoorbeeld en was ik overal aan het zoeken en haalde hij ’m ineens uit mijn tas. Volgens mij ben je hartstikke gek, zei hij dan, hij was gewoon hier. Toen ik voor het eerst zwanger raakte, ging het van manipuleren naar slaan. Hij bleek ook betrokken bij criminele activiteiten, de ­politie viel geregeld bij ons binnen.

Ik wilde wel weg, maar was bang dat hij de kinderen iets zou aandoen. Hij heeft weleens gedreigd mijn dochter te verdrinken als ik weg zou gaan. Op een dag stormde er weer een arrestatieteam binnen, één van die gemaskerde mannen kwam naar mij toe. ‘Wanneer ga je nou eens bij hem weg?’, vroeg hij. Maar ik durfde gewoon niet.

Mijn ex bedreigde me ook met een ­pistool. Ik was op een gegeven moment zo moe dat ik dacht: schiet ook maar, dan ben ik overal van af. Het waren de ogen van mijn dochtertjes, die machteloos toekeken bij het geweld, die voor mij het keerpunt vormden. Ik heb lang getwijfeld of ik naar de politie moest gaan, maar uiteindelijk ben ik naar binnen gestapt. Zo leerde ik Eric kennen.

Hij stelde me gerust en ik putte veel kracht uit zijn hulp. Hij stond van meet af aan voor me klaar. Het was voor mij belangrijk dat ik gehoord werd, en dat Eric erbij bleef in dat hele proces. Ik kon altijd bij hem terecht.’

Eric: ‘Hij was een echte narcist. Ik heb geprobeerd gesprekken met hem te voeren, maar hij had niet het vermogen naar zichzelf te kijken. Toen zijn we een muur om Angelique heen gaan bouwen. We hebben een veilige plek voor haar geregeld en het contact verbroken. Angelique is een sterk voorbeeld van hoe iemand zich kan ontworstelen uit zo’n situatie; met vallen en opstaan en intens verdriet en angst, maar met veel kracht en doorzettingsvermogen. Ik ben trots op haar, en kom nog regelmatig polsen hoe het gaat.’

Gebruik het podium om te praten over ­incest, leerde theatermaker Karin ­Bloemen (60) van ­collega Adelheid Roosen (62).

Karin Bloemen en Adelheid Roosen.Beeld Mounir Raji

Karin: ‘Mijn stiefvader heeft mij misbruikt van mijn 7de tot mijn 15de. Hij legde de schuld voor zijn gedrag neer bij mij en mijn zusje. Wij waren erop uit, en hij kon de verleiding niet weerstaan.

In ons gezin was iedereen slachtoffer van die man. Er was psychologisch, ­lichamelijk en seksueel geweld. Het was de hel op aarde. En iedereen was in de ban van hem, mijn zusje is zelfs met hem getrouwd geweest. Toen ik het boek las van Natascha Kampusch (de Oostenrijkse die acht jaar werd opgesloten en misbruikt, red.), waarin zij schrijft over het stockholmsyndroom, waarbij de gegijzelde sympathie krijgt voor de dader, vielen veel dingen op zijn plek. Ik begon mijn moeder en zus te begrijpen. Ik dacht ook altijd dat wij de enigen waren die dit overkwam.

Uiteindelijk is mijn stiefvader schuldig bevonden. ‘Dit had u niet mogen doen’, zei de rechter. ‘U heeft het fout gedaan.’ Dat zijn de belangrijkste zinnen uit mijn leven. Ik had geen schuld.’

Adelheid was de eerste die zei: ‘Moet jij niet eens praten met een therapeut, over wat er is gebeurd?’ Zij was ook de eerste die mij een kans gaf om op de bühne, waar ik me sterk voel, één zinnetje te zeggen over kindermisbruik.

Openheid is het sterkste wapen tegen seksueel misbruik. Praten is het enige wat je kunt doen. Je moet er net zolang over praten totdat het iedereen duidelijk is hoeveel schade misbruik aanricht. Als ik erover praat, laat ik zien dat je eroverheen kunt komen, dat er licht is aan het eind van de tunnel, dat jouw waarde niet wordt bepaald door degene die jou heeft verkracht.’

Adelheid: ‘Mijn therapeut opende altijd met een ‘intune-moment’. Ze legde haar handen open en dan legde je daar je handen in en sloot je je ogen. Dat was voor mij zo iets liefs, die twee handen die me vasthielden, dat ik in het begin alleen maar huilde. Ik ben verkracht door een achterneef, en kon daar met mijn ouders niet over praten.

Ik probeerde Karin te verleiden tot openbaarheid. Daar ís dat podium voor! Voor mij is dat bijna een heilige plek, omdat ik denk dat de openbaarheid de genezer is. Hoe moeilijk dat ook is. Toen zij erover begon te praten, ook in haar theatershows, realiseerde ze zich dat ze niet alleen was: er zijn heel veel mensen die deze pijn met zich mee dragen.’

Expositie

De beelden en teksten maken deel uit van de buitenexpositie ‘Wij doorbreken de cirkel van geweld’. Deze is tot 8 december te bezoeken op het ­Kruisplein in Rotterdam, en is daarna in andere steden te zien. stichtingopenmind.nl/wij

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden