InterviewOUDERS DJORDY LATUMAHINA

‘Er zullen altijd mensen zijn die denken: je wordt niet zomaar doodgeschoten’

Beeld BNNVara

De Amsterdammer Djordy Latumahina werd in 2016 in het bijzijn van zijn vriendin en dochtertje doorzeefd met kogels. Het werd bekend als de ‘vergismoord’. Voor het eerst doen zijn ouders hun verhaal. ‘Er zullen altijd mensen zijn die denken: je wordt niet zomaar doodgeschoten’, zegt Jozef Latumahina. ‘Ja, wel dus.’

‘Het is verschrikkelijk wat hier is gebeurd’, zegt de visboer.

‘O ja?’, reageert Jozef Latumahina.

Het is een kille novemberdag in 2016 als Jozef Latumahina (62) zich aanvankelijk afzijdig houdt. Hij staat bij visshop Bloemberg, een blauwwitte keet nabij het Koningin Wilhelminaplein in Amsterdam-West.

Ruim een maand eerder, op 8 oktober, werd Jozefs zoon, de populaire dj en evenementenorganisator Djordy Latumahina (31), vlak bij deze plek het slachtoffer van een vergismoord. Zijn schoondochter Cherrisha Sackman overleefde de moordaanslag in de parkeergarage van hun appartementencomplex ternauwernood. Jozefs kleindochter van 2 bleef ongedeerd, al werd op enkele centimeters van het kinderzitje ook een kogelgat gevonden.

Op deze novemberdag is schoondochter Cherrisha uit het ziekenhuis ontslagen, en voor het eerst sinds de fatale persoonsverwisseling is ze teruggekeerd naar de woning. Een groep vrienden en familieleden is meegegaan om haar te ondersteunen. Jozef: ‘Ik had geopperd om voor iedereen een kibbelingetje te halen.’

Djordy LatumahinaBeeld Privé-archief

En nu staat de Barnevelder bij de voor hem onbekende visboer. Die praat honderduit. Over Jozefs zoon.

Over hoe de visboer altijd met Djordy over voetbal sprak.

Over hoe cru het was dat het slachtoffer en zijn gezin in hetzelfde type Mini Cooper hadden gereden als het beoogde doelwit, een drugscrimineel.

Over hoe aardig en spontaan het slachtoffer was geweest, en een stijlvolle, trendsettende man bovendien. Vaak gekleed in een lange jas, met een wollen mutsje en een broek met opgerolde pijpen.

En over hoe het slachtoffer voor zijn dood iedere week bij de visboer kwam. Samen met zijn dochtertje River, voor een kibbelingetje. ‘Dan probeerde hij zijn dochtertje van alles uit te leggen’, vertelt de visboer.

‘Het is wel erg, hè’, vervolgt hij.

‘Het is zeker erg’, antwoordt Jozef. Om er even later aan toe te voegen: ‘Ik zal het maar zeggen: ik ben zijn vader.’

Bijna begint de visboer te huilen. ‘Meneer’, vervolgt Jozef, ‘ik vind het fijn dat u mij dit vertelt.’

‘In dat hoekje, meneer’, zegt de visboer wijzend naar de zitplek bij het raampje van de houten keet. ‘Daar zat-ie altijd. Met zijn dochtertje ernaast.’

Marlou LatumahinaBeeld Linelle Deunk
Jozef Latumahina.Beeld Linelle Deunk

Ruim drieënhalf jaar geleden verloren Jozef en Marlou Latumahina hun enige kind als gevolg van een persoonsverwisseling. Woensdagavond zendt BNNVara de documentaire Djordy uit over de gevolgen van deze fatale blunder. Het was niet de eerste vergismoord ooit, en zeker niet de laatste. Maar het was wel de moord waardoor de term ‘vergismoord’ een gangbaar begrip werd. ‘Inmiddels staat het in de Van Dale’, zegt documentairemaker Mark Schrader.

Afgelopen jaren hebben drugsvetes tientallen doden geëist. Elf onschuldige burgers, zoals Djordy Latumahina, stierven eveneens als gevolg van onderwereldgeweld.

Nog altijd koestert Jozef het gesprek met de visboer. Want, zeggen Marlou en hij in dit eenmalige interview voorafgaand aan de uitzending, het geeft aan hoe geliefd hun zoon was in Amsterdam. En dat hadden ze eigenlijk niet zo door.

‘De documentaire is het verhaal van onze zoon. Voor River en voor ons. Het meewerken aan de documentaire was een van de manieren om het verdriet te verwerken’, zegt moeder Marlou Latumahina (58) in de huiskamer in Barneveld. Djordy staat nu bekend als het slachtoffer van een vergismoord. Maar de oprichter en eigenaar van het bedrijf Concept385 was meer dan dat, stellen ze.

Na zijn opleiding vrijetijdsmanagement organiseerde Djordy Latumahina feesten in Amsterdamse clubs als Jimmy Woo, Bitterzoet en Paradiso. Daarnaast regelde hij evenementen, hield hij een modeblog bij en draaide hij als dj onder de naam $olo of IAMSOLO.

Jozef: ‘Hij vond veel te veel dingen leuk. Muziek maken, voetballen, kleding ontwerpen. En hij kon het ook allemaal heel goed. Hij was een zondagskind. Maar wel bescheiden. Als ik hem vroeg hoe het met zijn werk ging, zei hij: het gaat wel redelijk. Maar dan zagen wij op Facebook foto’s van Paradiso met dranghekken en lange rijen mensen voor de deur.’

Marlou: ‘En met River ging hij altijd naar Schiphol om vliegtuigen te kijken. Of naar de Hollandsche Manege in de Vondelstraat, waar hij op voorhand al een abonnement voor had gekocht voor twee jaar, om paarden te kijken. Zij en Cher waren zijn prinsessen.’

Djordy als kind.Beeld Privé-archief

Belangrijke vraag in de film is hoe je je leven weer oppakt na zo’n onverteerbaar verlies. Want voor documentairemaker Mark Schrader was deze moord anders dan andere moorden. Als verslaggever van stadszender AT5 zit hij vaker in de rechtszaal. ‘Moorden zijn altijd verschrikkelijk, ook als het om criminele afrekeningen gaat. Maar hier zat je in de zittingszaal letterlijk tussen de onder- en de bovenwereld.’

Aan de ene kant zwijgende criminelen die deden alsof hun neus bloedde. Aan de andere kant de nabestaanden van Djordy die overspoeld werden door emoties, maar zich kalm gedroegen omdat ze de goede reputatie van hun zoon niet wilden schaden. Schrader: ‘Ze werden opeens in een wereld gezogen die zó ver van hen af staat.’

Het resulteerde in Schraders’ eerste documentaire. Zijn doel was niet om de moord te reconstrueren, evenmin wilde hij het hebben over de daders en de rechtszaak. ‘Ik wil laten zien wie Djordy was, en welk leed er achter zo’n vergismoord schuilgaat. Als zoiets gebeurt, dan is iedereen geschrokken. Maar het grote publiek gaat daarna verder, stapt er eigenlijk overheen. Terwijl het belachelijk is dat criminelen de grenzen steeds verder overschrijden.’

En dat, stelt Jozef, was de tweede reden waarom ze meewerkten aan de documentaire. ‘De daders hebben voor een paar duizend euro iemand doodgeschoten. Wij zijn voor de rest van ons leven getekend. Iedereen kan het slachtoffer van een vergismoord worden.’

‘Dat ongemak merkte je ook tijdens de zitting. De advocaten van de verdachten hadden het er soms moeilijk mee, wisten zich soms geen houding te geven. Het slachtoffer had ook hun familielid kunnen zijn. Bij liquidatiezaken is het normaliter de onderwereld tegen de onderwereld, hier was het de onderwereld tegen de bovenwereld.’

In de film is onder meer te zien hoe de ouders van Djordy teruggaan naar plekken uit zijn jeugd, maar ook hoe Cherrisha dankzij intensieve revalidatie weer probeert om ‘100 procent moeder te zijn’ voor dochter River. Cherrisha werd eveneens geraakt door meerdere kogels, en moest meerdere malen gereanimeerd en geopereerd worden. ‘Ze kon na de schietpartij helemaal niet lopen’, zegt Jozef. ‘Ze wilde weer rondjes kunnen rennen met River op haar rug. Dat is haar gelukt. Dan zie je dat een mens tot heel veel in staat is.’

Ook wordt er niet eerder vertoond materiaal uitgezonden van Djordy – dansend met zijn dochter, draaiend als dj in een bomvol Paradiso en lopend door de Amsterdamse straten. De beelden – oud promotiemateriaal voor een van Latumahina’s projecten – tonen een levenslustige dertiger en passen naadloos in de film. Hierdoor bekruipt de kijker het gevoel dat Djordy er nog is. ‘Toen ik de ruwe beelden zag van Djordy die alleen door de binnenstad loopt, dacht ik: dit is waar het om gaat, laat maar zien dat het lijkt alsof hij er nog is. Omdat hij er nog had móéten zijn’, zegt Schrader.

Jozef: ‘Ik heb nog lange tijd gedacht dat-ie elk moment binnen kon lopen. Dan zat ik thuis op de bank, en hoorde ik de deur van de schutting. Hij kwam altijd met veel herrie binnen – dan viel er weer een sporttas of botste zijn fiets tegen de schutting. Als ik dat geluid hoorde, dacht ik: hé. Om vervolgens te denken: o nee.’

Marlou: ‘Nog altijd als ik een paar dagen weg ben geweest, en ik kom thuis, zeg ik in gedachten: mama is er weer. En dan vertel ik hem waar ik ben geweest.’

Het is zaterdag 8 oktober 2016 rond half 8 ’s avonds als Jozef en Marlou zich realiseren dat er iets ernstigs is gebeurd. Van een nicht horen ze dat op AT5 het bericht is verschenen dat een man en vrouw, met op de achterbank van de auto een klein kind, in de parkeergarage op het Koningin Wilhelminaplein zijn beschoten. De man was op slag dood, de vrouw zwaar gewond, meldt de stadszender. Jozef: ‘Toen wist ik het al – maar je hoopt dat het niet zo is.’

Als hij de politie belt krijgt hij te horen: ‘We kunnen u nu weinig vertellen. U moet naar het VU Medisch Centrum in Amsterdam komen.’ Maar nog voor ze daar arriveren wordt hun ergste angst bevestigd: om half 10 vertelt Djordy’s schoonmoeder dat het inderdaad om hun zoon, schoondochter en kleinkind gaat.

Eenmaal in het ziekenhuis horen ze de details. Ze zijn niet alleen. De hal van het Amsterdamse ziekenhuis staat vol vrienden en familieleden. In de hoek, bij een pilaar, zien ze ook een onbekende man staan. Jozef: ‘Ik dacht: wat doet hij? Hij keek wie er binnenkwam en hoe mensen zich gedroegen.’

Niet veel later stelt de man zich voor. Het blijkt een agent in burger, recherchechef Olivier Dutilh. Of ze weten wat er gebeurd is, vraagt hij aan Marlou en Jozef. We weten van niks, is hun antwoord.

Het ziekenhuis had Dutilh gebeld, de beveiliging vreesde ‘mogelijk gedoe’. Want, dacht het VU Medisch Centrum, misschien gaat het hier om een afrekening in het criminele circuit met één dode en één zwaargewond slachtoffer. Hoe moeten we dan omgaan met een hal vol mensen?

Maar, concludeert de recherchechef al snel: deze hal vol huilende, omhelzende mensen past helemaal niet in het reguliere beeld van een liquidatie. Niet alleen blijkt dat de naam ‘Djordy Latumahina’ in de politiesystemen op geen enkele manier te linken is aan de onderwereld. Ook de mensen die de recherchechef in de hal treft, passen niet in het plaatje. Want, is de ervaring van de politie, als een crimineel wordt geliquideerd of neergeschoten, komt er nauwelijks iemand naar het ziekenhuis.

Jozef: ‘Olivier zei dat hij bijna zeker wist dat het een vergissing was.’

Marlou: ‘Op zo’n moment kan je niks meer zeggen.’

Jozef: ‘Ik voelde 90 procent woede, 10 procent verdriet.’

Marlou: ‘Ik moest huilen, huilen, huilen.’

Jozef: ‘Vergissen doe je bij een pakje boter, als je Becel koopt in plaats van Croma. Niet bij een moord.’

Marlou: ‘Het woord ‘vergismoord’ kende ik nog helemaal niet.’

De dagen erna verschijnen er berichten in de media, waarvan enkele suggestief. Zo schrijft De Telegraaf op basis van ‘insiders’ over ‘grote spanningen binnen het nachtleven’, en dat het organiseren van een ‘feestje allang geen feestje meer is’.

‘Er zullen altijd mensen zijn die denken: je wordt niet zomaar doodgeschoten’, zegt Jozef. ‘Ja, wel dus.’ Ook Marlou en hij vroegen zich in de eerste dagen nog af of er iets speelde wat hun zoon fataal is geworden. ‘Niks crimineels’, zegt Marlou. ‘Want ik kende Djordy door en door. Maar ik dacht: misschien heeft het met zijn succes als dj te maken. In dat dj-wereldje speelt jaloezie natuurlijk ook een rol.’

Maar al na enkele dagen maakt de politie officieel bekend dat het om een persoonsverwisseling gaat. Eigenlijk, zegt Marlou, ‘gaat zoiets in het begin langs je heen. Je zit in een roes. Je bent nog niet bezig met wie wat gedaan heeft. We wilden die eerste periode alles wat we nog voor Djordy konden doen, doen. We hebben hem met z’n tweeën gewassen. Samen met vrienden aangekleed. We hebben samen de kist dichtgedaan en hem weggebracht. Tot het einde zijn wij niet van zijn zijde geweken.’

Ook gaan ze kort na de moord naar de parkeergarage om te zien waar het gebeurde. Ze waren er vaker geweest als ze op bezoek gingen, en hadden ook al eerder de auto gezien van het beoogde slachtoffer. Niet wetende dat die Mini Cooper van een drugscrimineel was die op een dodenlijst stond – naar verluidt geen topfiguur in de onderwereld, maar wel een bekende van de politie die na de vergismoord snel naar het buitenland vertrok.

Jozef: ‘Enkele maanden voor de moord stonden ze nog naast elkaar geparkeerd. We hadden nog gezegd: wat grappig, twee precies dezelfde auto’s.’

Marlou: ‘Djordy was zo blij met zijn Mini. Hij was er zo trots op.’

Voor ze de parkeergarage ingaan, zet Jozef de timer. Vijftien minuten. Ze willen geen seconde langer op de plaats delict blijven. ‘Ik weet hoe Marlou is. Dus voor haar bescherming, maar ook voor mezelf, zette ik de timer. Je wilt niet in de parkeergarage stukgaan, en daar maar blijven hangen.’

Marlou: ‘Maar ik wilde op dat moment wel alles doen en zien wat ik kon. Hoe vreselijk ook. Ik wilde voorkomen dat we later zouden zeggen: waren we nu toch maar naar de plaats delict gegaan. Het bleek ook een goed moment: er lagen toen nog bloemen en kaarten.’

Achteraf, zegt Marlou, probeerde ze het normale leven te snel op te pakken. Drie maanden na de dood van Djordy begint ze weer met werken in de modezaak waar ze al jaren in dienst was. Maar in mei 2017 gaat het alsnog mis. ‘Mijn lichaam voelde niet goed. Alles deed zeer, ik was moe. Als ik een uurtje had gestaan, moest ik weer zitten. Op een gegeven moment ging ik door mijn rug. Toen heb ik bij de dokter aan de bel getrokken, en gezegd dat het niet goed ging. Ik had het gevoel: van mij hoeft het niet meer.’

Inmiddels is ze dankzij therapie en hulp van een coach weer aan het re-integreren. ‘Ik heb wel een jaar therapie gehad om de angsten en de beelden uit mijn hoofd te krijgen. Ik heb het zelf niet gezien, maar het beeld dat mijn zoon daar alleen in die auto lag nadat River en Cherrisha naar het ziekenhuis waren gebracht, liet me niet los.

‘Hij heeft daar de hele avond alleen gelegen. Zo cru. Mijn kind. Hij deed geen vlieg kwaad.’

Jozef: ‘Voordat dit allemaal gebeurde was ik, net als Djordy, een vrolijke jongen. Als er gewerkt moet worden, wordt er gewerkt. Maar als het even kan maakte ik geintjes en trapte ik lol.

‘Toen ik weer begon met werken was ik een stuk rustiger. Collega’s wisten niet wat ze tegen mij moesten zeggen, konden niet met de situatie omgaan en liepen met een boog om mij heen. Echt op alle fronten hebben de daders schade toegebracht. En dat is nooit meer te herstellen.

‘Ik oog rustig, maar vanbinnen draaien alle radertjes volop. Alle beelden en geluiden. Ik kan het zo naar voren halen.’

Marlou: ‘Ik hoop dat de daders de documentaire ook zien. En dat ze toch gaan denken: ik ga mijn mond eens opendoen.’

Jozef: ‘Tijdens de zitting bleek dat ze ook allemaal vader zijn.’

Marlou: ‘Laatst waren we met River bij Djordy’s graf. Met de kiezelsteentjes maakte ze een hartje op het graf. Je hoort haar dan tegen hem kletsen en vragen: ‘Papa, vind je het mooi?’

Dit najaar wordt de strafzaak in hoger beroep behandeld. Dan zullen ze opnieuw geconfronteerd worden met de verdachten – van wie de hoofdverdachten in eerste aanleg gevangenisstraffen tussen de 15 en 30 jaar kregen. Op zich hoge straffen. Maar, zeggen de nabestaanden: we hopen dat de straffen straks nog hoger zullen uitpakken, als signaal naar jonge criminelen.

Jozef: ‘Mijn woede is gezakt, al is het er nog wel. Ons verdriet gaat nooit over.’

Marlou: ‘Als je constant boos bent, hou je het niet vol.’

Jozef: ‘Woede wil ik niet uitdragen. Hiermee zou ik Djordy’s naam schaden. En het is niet goed voor River. Zij kan inmiddels weer kind zijn.

‘Mijn zoon stond positief in het leven. Loslaten en vooruitkijken, dat hebben we hem zelf bijgebracht en zo moeten wij er ook mee omgaan.’

Marlou: ‘Soms heb ik als er iets positiefs gebeurt het gevoel dat Djor erachter zit. Dat hij tegen me zegt: mam, je hebt drie jaar gerouwd, nu moet je weer verder. Hij was niet het type dat bij de pakken neer ging zitten.

‘Het gaat beter met me. Het voelt alsof Djor me een duwtje geeft. Ik zie weer lichtpuntjes, en nieuwe kansen.’

Jozef: ‘In het begin kon ik me niet goed concentreren op mijn werk. Ik schipperde. Nu is die scherpte weer terug. Dan denk ik: oké, Djor, je zorgt voor me, je zit hierachter.’

Cherrisha Sackman en dochter River.Beeld BNNVara

Nog altijd koesteren ze de herinneringen aan hun zoon. Jozef: ‘Als ik River zie, zie ik Djor. Haar bewegingen zijn hetzelfde. Ze is zo hard gegroeid. En ze heeft nu ook van die lange benen, een klein bovenlijfje met een vrolijk gezicht erop.’

Kort na de moord zetten de ouders bovendien een stap waarvan hun zoon waarschijnlijk zou hebben gezegd: ‘Wat? Is mijn moeder de weg kwijt?’ In november 2016 stappen Jozef en Marlou een tattooshop binnen in de Amsterdamse Pijp.

Hun zoon had daar rond zijn 25ste zijn eerste tatoeage laten zetten. ‘We waren heel erg antitatoeage’, zegt Marlou. ‘Maar Djordy zei: ja mam, maar dit heeft een betekenis hoor.’ Op zijn arm had Djordy Latumahina een silhouet van zijn opa’s gezicht gezet, met een hartje en een klavertje drie. ‘Hij zei: dat klavertje betekent ons drietjes. Ik zei: o echt, wat mooi dat je ons erbij betrekt.’ Daarna volgden er steeds meer tatoeages. De laatste was een speentje op zijn buik, met de R van River. Marlou: ‘Ik zat echt te kijken: wat heb je daar nou?’

Het idee om zelf ook een blijvende herinnering te tatoeëren, ontstond vrij snel na de moord. Tijdens een gesprek in de gangen van het ziekenhuis – waar de familie wachtte om Cherrisha te mogen bezoeken.

Jozef: ‘We hebben het samen bedacht. Een vriend van Djordy zei: misschien moet je een vingerafdruk laten tatoeëren. De begrafenisondernemer kwam vervolgens met allemaal inktkussentjes en A4’tjes. Hij vond het ook een mooie gedachte.’

Marlou: ‘Ik heb hem aan de binnenkant van mijn pols laten zetten. Niet erg zichtbaar. Maar zo heb ik hem altijd bij me.’

Jozef: ‘Ik heb de vingerafdruk op dezelfde plek. Maar ik heb ook nog een silhouet van Djordy’s bovenlichaam en hoofd op mijn onderarm laten zetten.’

Marlou: ‘Als ik me onrustig voel, wrijf ik over mijn pols en kijk ik er even naar.’

Jozef: ‘En kijk, bij mij loopt mijn slagader precies door het silhouet heen. Als ik mijn hand bal tot een vuist, dan voel ik mijn slagader kloppen op de plek van zijn hart. Zo leeft hij voort in mij.’

Beeld Linelle Deunk

3Doc: Djordy 

De documentaire Djordy van Mark Schrader is woensdag 29 april om 20.25 uur te zien op NPO 3.

Fatale vergissingen

De afgelopen jaren werden elf mensen vermoord als gevolg van een persoonsverwisseling. Het eerste onschuldige slachtoffer was de 30-jarige Stefan Regalo Eggermont. Hij werd in juli 2014 doodgeschoten in Amsterdam. Eggermont, vader van een jong kind, reed net als Djordy Latumahina in hetzelfde type auto als het beoogde slachtoffer, een crimineel die in de buurt woonde. In het jaar erna vielen nog eens drie onschuldige slachtoffers in Amsterdam. Maar ook elders in het land vielen er onschuldige doden door de onervarenheid van de meedogenloze, vaak jonge huurmoordenaars. 

Rechterlijk oordeel

In mei 2018 werden de daders van de moord op Djordy Latumahina veroordeeld. Djurgen W., een van de twee schutters, kreeg 30 jaar gevangenisstraf opgelegd. Cedric R. kreeg 26 jaar cel, hij wordt gezien als de organisator van de moord. De chauffeur van de vluchtauto, Ulrich B., kreeg 18 jaar gevangenisstraf. Wendell R. , de broer van Cedric, kreeg 15 jaar celstraf opgelegd vanwege medeplichtigheid. De daders hebben volgens de rechtbank ‘met een niet te bevatten nonchalance en roekeloosheid’ gehandeld en ‘geen enkel respect voor het leven van anderen getoond’. ‘Een jong en gelukkig gezin is stukgemaakt’, zei de voorzitter. In het najaar begint het hoger beroep. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden