'Er ontstond na een halve eeuw een tweede ik'

Jeroen (63) voelde zich eerst als een vader voor zijn flink jongere collega. Later werd het meer.

'Ik was 48, hij 20. Een jongen nog. Tijdens een sollicitatiegesprek werd ik geraakt door zijn enthousiasme en talent. Een tijdlang werkten we als elkaars directe collega's en ik werd als de vader die hij al vroeg verloren had. Wat leuk, dacht ik, om een jong mens op het spoor te helpen. Meer haalde ik me niet in mijn hoofd.

Ik ben al jaren getrouwd, mijn man is mijn eerste en enige liefde. We zijn gelukkig. Op het gebied van de liefde ben ik nooit een aan-de-weg-timmeraar geweest. Dat een vriendschap met deze prachtige jongen binnen mijn bereik lag, overtrof al mijn stoutste verwachtingen. Ik adviseerde hem waar nodig, hielp hem bij een verhuizing.

Pas toen ik naar een andere afdeling vertrok en hij mij in een gedicht van drie A4'tjes om mijn vriendschap vroeg, begon wat al die jaren zachtjes had liggen gloeien op te laaien. De aanwakkerende liefde van een man van middelbare leeftijd voor een knul die van voetballen houdt, festivals bezoekt en naar harde muziek luistert, is vanzelfsprekend tot mislukken gedoemd. Ik heb me dat altijd voor ogen gehouden, ook toen we weleens samen een weekendje weggingen. Altijd prentte ik me moeiteloos in dat onze ontmoetingen nooit de plek zouden en mochten innemen van de verbintenis die ik had met mijn man.

Er kwam na verloop van tijd seks bij. Je zou zeggen dat dit alles zou veranderen, maar nog steeds hechtte ik meer aan onze kameraadschap dan aan de zinderende opwinding. Ik zou liegen als ik zei dat ik niet genoot van zijn lichaam, maar ik zweer dat ik nooit de magische grens heb overschreden waarbij diepe genegenheid plaatsmaakt voor nietsontziende koortsige obsessie.

Ook toen we eens een hele week naar het buitenland waren geweest, pakte ik na thuiskomst de draad met mijn man vrij makkelijk weer op. Hij wist van de jongen, hij stimuleerde mijn escapades niet, noch raadde hij ze af. Hij wilde er niet te veel van weten en zei altijd: zolang je maar niet verliefd wordt. Maar dat was ik natuurlijk allang.

Toen ik eens, zorgvuldig gekozen, mijn meest vrijzinnige vriendin mijn geheim opbiechtte, zei ze: wat fijn voor je. Verliefdheid is zo heerlijk, wanneer overkomt je dat nou? Haar woorden waren de zegen die ik nodig had en het laatste duwtje. De aantrekkingskracht van de jongen zat hem natuurlijk in zijn jeugd en spontaniteit, maar bovenal in de verbazing die ik voelde over mijn eigen vervoering.

Er ontstond na bijna een halve eeuw een tweede ik, een man die in staat bleek tot het hebben van twee verschillende bloeiende verhoudingen tegelijk. Hoe was het mogelijk dat mij dit overkwam. Het was dus waar, polyamorie bestond wel degelijk. Het was me gelukt een nieuwe invulling te geven aan de begrippen trouw en liefde. Ik voelde me rijk omdat mijn wereld niet langer ophield bij mijn voordeur. Vijf jaar heeft deze situatie geduurd. De gelukkigste jaren van mijn leven.

Toen gebeurde er iets, wat ik tot op de dag van vandaag nog niet begrijp. Een keer gingen we lunchen. We hadden elkaar een paar maanden niet gezien, wat niet uitzonderlijk was. We hielden elkaars hand vast, de jongen gedroeg zich gespannen. En toen sprak hij die verdomde zin, die velen voor mij al ongelukkig heeft gemaakt en waarvoor ik immuun dacht te zijn. 'Ik moet je iets vertellen.' Hij zei: je gaat me slaan, ik heb een relatie met een vrouw.

Ik sloeg niet, noch begon ik te huilen of te schreeuwen. Ik schrok wel, maar de vader die ik was geweest voordat we minnaars werden, maakte dat ik niet anders kon dan hem zijn geluk gunnen. Met een man of met een vrouw, wat kon mij dat schelen. Pas toen hij duidelijk maakte dat de intimiteit tussen ons dan nu voorgoed voorbij zou zijn, omdat hij niet het type vreemdganger was, voelde ik me als door een dolk getroffen.

Was dit hoe hij mij al die jaren had gezien, als een vreemdganger die de sleur van zijn relatie bestreed met hem als scharrel? Kon er dan toch geen sprake zijn van een herdefinitie van de liefde en bestond alleen de rangorde die moraalridders predikten: eerst de grote liefde, dan de buitenman? Dat ene woord, vreemdgaan, bijna terloops uitgesproken, maakte mijn huwelijk armoedig en de verhouding met de jongen alledaags en hitsig.

In de maanden erna lukte het ons steeds minder om elkaar te vinden. Ik merkte dat hij in de knel zat en last had van een misplaatst loyaliteitsconflict. Hij bleef schrijven: je weet hoe belangrijk je voor me bent. Maar het waren de woorden van iemand die zich vastklampt aan drijfhout. Waar ik hem altijd ter zijde had kunnen staan, moest hij nu zelf zijn beslissingen nemen.

Weer een jaar later liet hij weten dat zijn vriendin zwanger was, ik haalde mijn schouders op, het was al oké. Het echte kwaad geschiedde vorig jaar, toen mijn baas me belde: De jongen had me aangeklaagd wegens 'grensoverschrijdend gedrag' en stalken. Mijn baan stond op het spel. Ik geloofde het niet. Wat was zijn reden? Wat had hij te vrezen behalve zijn eigen onrust? Al die jaren had ik me tevreden gevoegd in elke rol die hij mij toebedeelde. Eerst die van collega, toen die van vader. Later werd ik een incidentele minnaar en vriend. Alles was goed voor mij. Nu deed hij voorkomen of ik hem had misbruikt voor mijn eigen lusten. Van alle mogelijke keuzen pakte hij de meest halfhartige eruit en nam in zijn kapseizen mijn mooiste herinneringen mee.'

Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Jeroen gefingeerd. Ook geïnterviewd worden over liefde en lust? Mail een korte toelichting naar lust@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden