column eva hoeke

En wie staat er weer te wachten op station Wormerveer?

Dinsdagochtend, net na de spits, de Man aan de lijn.

Wóédend.

Hij: ‘Waarom nam je niet op?’

Ik: ‘Ik stond onder de douche.’

Hij, zuchtend: ‘Drie keer raden waar ik nu al een uur sta te wachten.’

Eerder die ochtend was hij naar station Wormerveer gefietst dus ik dacht dat ik wel wist waar hij was, maar ik geloof niet dat het de bedoeling was dat ik daar echt antwoord op zou geven. De Man, theatraal: ‘De trein reed weer eens niet! Ben je de halve nacht aan het werk om alles op tijd af te hebben, sta je een uur te blauwbekken op een tochtig station. Ze roepen ook helemaal niks om, dat vind ik zo asociaal. En niemand die er verder mee zat, dat vind ik ook zo vreemd aan deze streek. Er zat een vrouw op een bankje, ik zeg, moet u soms ook richting Amsterdam, dan kunnen we een taxi delen? Ikke niet, zegt ze, ik blijf gewoon wachten. Sjongejongejonge. Nu ga ik écht mijn rijbewijs halen, ik trek het niet meer.’

Elke week voer ik bovenstaand gesprek met de Man. Hij is er inmiddels van overtuigd dat de NS de boemellijn Amsterdam-Uitgeest er bij ieder zuchtje tegenwind als eerste uitgooien, om zo het cijfer van het aantal vertragingen laag te houden.

Elke week eindigt het gesprek met de mededeling dat hij nu echt zijn rijbewijs gaat halen.

We weten allemaal dat dat niet gaat gebeuren, want hij vindt alle instructeurs bemoeials die bij stoplichten in de wij-vorm beginnen te praten (zelf had ik ook zo’n rij-instructeur, de enige die hem ooit trotseerde was mijn vriendin Laura, maar die is dan ook verre familie van Klaas Bruinsma) en mocht hij tóch ooit zijn rijbewijs halen, ben ik de laatste die bij hem instapt.

Ik heb namelijk gezien hoe hij rijdt.

Jaren geleden, we lagen nog in bed toen er werd aangebeld, werd hij opgehaald door een Hindoestaanse rij-instructreur over wie hij aanvankelijk heel enthousiast was omdat haar hobby casino’s bleken te zijn, en bij wie hij zich had opgegeven als ‘gevorderd’. Vanuit het slaap­kamerraam zag ik even later hoe hij eerst de startknop niet kon vinden en daarna ‘de versnelling niet goed kreeg’, waarna hij hikkend en puffend de straat door ging. Omdat hij eerst het blok om moest om bij de doorgaande weg te komen zag ik hem pas weer vijf minuten later opnieuw voorbijpruttelen, inmiddels met een sliert geïrriteerde auto’s achter zich aan, waarna hij ook nog groen licht miste. Op de snelweg had hij vervolgens moeite gehad met invoegen, iets wat hij had opgelost door flink te toeteren. Na afloop had de instructeur gezegd: ‘Volgens mij ben jij helemaal geen gevorderde.’

Deze lijdensweg zou alles bij elkaar zo’n drie maanden duren, waarbij hij tussendoor ook nog een keer met een vriend ging oefenen op een stil weggetje, wat toch nog moeilijker bleek dan gedacht: ‘Er zit natuurlijk niemand bij die voor je remt.’ Na de zoveelste vernedering van straatje keren met een gniffelende 17-jarige achter in de lesauto vond hij het wel welletjes, voortaan ging hij weer gewoon op de fiets, hij wilde het er verder niet meer over hebben.

Tot vorige week. Met de Dochter (3) had hij in de botsautootjes gezeten, niet lang daarna was hij begonnen over een ouwe Citroën die hij ergens te koop had zien staan, een automaat, ‘dat is net karten, dat kan iedereen.’

Lieve NS, dóé iets aan de lijn Amsterdam-­Uitgeest, ik meen het.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden