En niemand gaat erheen! H

Noord-Ierland Kustroute..

They paved paradiseand put up a parking lot

Het zinnetje op de iPod – uit Big Yellow Taxi van The Counting Crows – lijkt voor deze plek geschreven. ‘Ze plaveiden het paradijs en maakten er een parkeerplaats van.’

Vorig jaar was dit nog een verlaten kiezelvlakte. Het parkeerplaatsje aan de voet van de steile rotswand is intussen afgezet met houten palen waartussen een touw is gespannen. ‘Deze auto’s komen uit Zuid-Ierland’, zegt Jackie McCollam. ‘Die rode Chevrolet komt uit Schotland en daarginds staat zelfs een camper uit Engeland.’ Ze herkent de nationaliteit aan het aantal letters op de kentekenplaten. ‘Soms, als de zon een paar dagen achtereen schijnt, is het moeilijk hier nog een plaatsje te vinden.’

McCollam leidt toeristen over de touwbrug bij Carrick-a-Rede, wat ‘rots in de route’ betekent. De wiebelige brug verbindt een rotspunt in de Atlantische Oceaan met de steile kliffen van de Noord-Ierse kust. De wind giert er om je oren. Dertig meter lager slaan de golven stuk op de rotsen. In het verleden hingen vissers de touwbrug op in het visseizoen om zalm en kabeljauw te vangen, nu is de oversteek een toeristische attractie.

De parkeerplaats wordt elke maand een stukje groter, zegt McCollam. Vier extra paaltjes geven aan waar een bus mag staan. Over vijf tot zeven jaar, voorspelt ze, ziet het hier zwart van de mensen. Dan is het roodharige sproetenmeisje met haar koeltas vol zelfgemaakt schepijs vervangen door een patatkraam. Dan is het houten kassahuisje een betonnen gebouw met toiletten en tourniquets, en is het wandelpad langs de rotswand met hekken afgeschermd.

Maar het ontbreken van voorzieningen is juist de charme van dit land: op de heuvels staan geen wegwijzers, geen balustrade voorkomt dat je kind van de rotsen valt, de wandelpaden zien eruit zoals ze duizenden jaren geleden zijn ontstaan.

Verder op pagina 5

Noord-Ierland Golfers slaan hun bal tussen koeien, ruïnes en grafzerken door

‘Wij gaan niet op vakantie om te worden gebombardeerd’

‘Wij gaan niet op vakantie om te worden gebombardeerd’
Vervolg van pagina 1

‘Wij gaan niet op vakantie om te worden gebombardeerd’
Noord-Ierland, dat kampt met een imago van terreur, lijkt het decor voor een sprookje. De heuvels zijn groen, de dorpjes schilderachtig, legendes over reuzen en kabouters zijn er talrijk.

‘Wij gaan niet op vakantie om te worden gebombardeerd’
Wie het ongerepte Noord-Ierland wil zien, moet geen vijf tot zeven jaar wachten. Sinds dominee Paisley en ex-IRA-commandant McGuinness op 8 mei in Belfast een regering formeerden en daarmee de fragiele vrede tussen katholieken en protestanten bestendigden, ontdekken toeristen het mooie landschap met zijn hartelijke inwoners.

‘Wij gaan niet op vakantie om te worden gebombardeerd’
‘Een jaar geleden had je ons hier niet aangetroffen’, zegt Ian Cunningham in de jeugdherberg aan het strand van Whitepark Bay. Hij schilt aardappels in de keuken voor zijn fietsgroepje van vier volwassenen en zijn 15-jarige zoon, die allemaal uit de buurt van het Engelse Bradford komen. ‘Noord-Ierland was voor Britten een no-go-area’, vult zijn fietsgenote Ruth Sutcliffe aan, terwijl ze een pan diepgevroren erwtjes op het vuur zet. Zoon Marcus: ‘Wij gaan niet op vakantie om te worden gebombardeerd.’

‘Wij gaan niet op vakantie om te worden gebombardeerd’
Whitepark Bays jeugdherberg, in het julinummer van de jeugdherbergorganisatie YHA uitgeroepen tot een van vijf mooiste ter wereld vanwege het uitzicht op de kliffen en de oceaan, trekt voornamelijk toeristen uit eigen land. Maar dit seizoen kwamen er Engelsen, Schotten, twee Fransen en zelfs een bus Japanners, benadrukt directeur Gretta Scott-Campbell bij het haardvuur in de huiskamer. ‘Langzaam dringt het tot de wereld door dat Noord-Ierland een land is geworden waar je veilig naartoe kunt.’

‘Wij gaan niet op vakantie om te worden gebombardeerd’
Een paar kilometer westwaarts, in een weiland langs de weg naar Dunseverick, begint een smal wandelpaadje. Het ruikt er naar vers gemaaid gras en koeienmest. Het pad kronkelt door weilanden totdat er geen huizen, schapen en koeien meer staan. Hier hebben de heuvels namen als Glentaisie en Lisnagunogue en Bengore Head en zijn de rotsen beneden in de oceaan naar historische helden vernoemd. Hier komen geen toeristen. Hier bliept het mobieltje, omdat het geen bereik heeft. Hier klinkt alleen het suizen van de wind.

‘Wij gaan niet op vakantie om te worden gebombardeerd’
Het pad voert in een uur of vier, vijf, naar The Giant’s Causeway, een rotsformatie van zeskantige basaltzuilen die op Unesco’s Werelderfgoedlijst staan. De zuilen zijn net als de touwbrug een attractie waar toeristen in steeds grotere aantallen naartoe komen. Niet te voet, over de opgedroogde koeienstront vanuit Dunseverick, maar met auto’s en bussen naar de betaalde parkeerplaats bij het inderhaast opgerichte bezoekerscentrum in Bushmills, vanwaar het slechts een straf kwartier lopen is naar beneden.

‘Wij gaan niet op vakantie om te worden gebombardeerd’
‘De nieuwe regering is een zegen voor ons’, zegt Jackie McCollam tevreden. Ze verwacht veel van de vrede in haar land. De economie trekt aan, toeristen komen, mensen vinden weer een baan. ‘De waarde van mijn huis is in twee maanden tijd gestegen van 150 duizend naar 275 duizend pond.’

‘Wij gaan niet op vakantie om te worden gebombardeerd’
De leegstaande huizen in de havenplaats Ballycastle worden opgeknapt. In Belfast stampen projectontwikkelaars imposante winkelcentra en chique hotels uit de grond. Easyjet vliegt sinds 2001, drie jaar nadat de ‘gewapende vrede’ werd getekend, rechtstreeks op de hoofdstad en Aer Lingus gaat dat vanaf december twee keer per dag doen. Het land hoopt de komende tien jaar een groei van het aantal toeristen van 14 procent te bereiken, waar dat sinds 1998 krap 3 procent per jaar was.

‘Wij gaan niet op vakantie om te worden gebombardeerd’
Het zijn vooral Ieren uit de republiek en Schotten die Noord-Ierland bezoeken. Maar ook Engelsen, de aloude vijanden van de Ierse katholieken, durven sinds dit jaar de oversteek te maken, ondanks het negatieve imago waarmee Noord-Ierland nog altijd worstelt. Het wachten is op grote groepen toeristen van het Europees continent.

‘Wij gaan niet op vakantie om te worden gebombardeerd’
De haat tussen katholieken en protestanten, of liever: tussen republikeinen en loyalisten, is met het vredesverdrag niet uitgewist. Daar gaan vermoedelijk generaties overheen. Maar de Noord-Ieren zijn gastvrij en hun land is een paradijs voor wandelaars, mountainbikers, vrijkampeerders, golfers en duikers. Op de natuurlijk gevormde golfbanen, zoals die bij Cushendun in het noordoosten, slaan golfers hun bal over de heuvels tussen koeien, ruïnes en grafzerken door. ‘If you kill a cow, you have to buy it’, waarschuwt de terreinbeheerder zijn gasten. ’s Avonds wordt de pub er bezocht door boerenzonen die op hun tractors van heinde en verre komen om Guinness te drinken.

‘Wij gaan niet op vakantie om te worden gebombardeerd’
Duikers hebben Noord-Ierland al veel eerder ontdekt. Voor de kust liggen duizenden wrakken op de bodem van de Atlantische Oceaan, het hoogste aantal ter wereld, zegt Richard Lafferty van duikcentrum Aquaholics uit Portstewart. ‘De zeebodem is hier één grote begraafplaats.’

‘Wij gaan niet op vakantie om te worden gebombardeerd’
Laffety’s boot vaart vanaf het water onder de touwbrug bij Carrick-a-Rede naar Rathlin, een idyllisch eiland voor de Noord-Ierse kust. Er wonen negentig Ieren, er is een kerkje en een pub, McQuaig’s Bar, waar de bewoners fish & chips eten en waar duikers hun logboek bijwerken. In de pub hangt een grote kaart waarop alle bekende wrakken met een klein lampje zijn gemarkeerd. Bij Point Lacada verging de Girona van de Spaanse Armada met bijna 1.300 opvarenden, verderop ligt de Black Diamond op slechts zeven meter diep, de Justicia is bij Innistrahull getorpedeerd en in Doon Bay zonk het oorlogsschip SS Loghlarry in 1942, nadat het de rotsen voor de kust had geramd. Juist vandaag, de dag waarop de laatste Britse soldaten uit Noord-Ierland vertrekken en de BBC meldt dat voor de Noord-Ierse kust witte haaien zijn gesignaleerd, gaat Richard de Loghlarry van binnen bekijken.

‘Wij gaan niet op vakantie om te worden gebombardeerd’
Het water voelt koud aan als het in de duikpakken sijpelt. Eerst ziet de oceaan groen en donker van het plankton, maar op 25, 30 meter diepte is het opvallend helder. Daar doemt het wrak op. De SS Loghlarry is nog helemaal intact. Het schip is begroeid met wier en zacht koraal, en wordt bewoond door duizenden vissen. Vanuit het ruim zwemt een grijze hondshaai langzaam en sierlijk het wrak uit. Een duiker die ’s ochtends nog angstvallig het BBC-nieuws over witte haaien had geresumeerd, – ‘word je niet gebombardeerd, zul je zien dat je door de haaien wordt opgevreten’ – reageert opgetogen. Ze gebaart opgetogen: een haai! Prachtig! Ze is niet bang meer.

‘Wij gaan niet op vakantie om te worden gebombardeerd’
Als de duikers boven komen, echoot het geschreeuw van de meeuwen rond de kliffen. Hoog boven Richards boot bungelt de touwbrug van Carrick-a-Rede. Richard haalt de automaat uit zijn mond en hapt naar adem. ‘Zo zie je maar weer’, lacht hij. ‘De ergste vijand in Noord-Ierland zijn tegenwoordig de haaien, en zelfs die doen je niks.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden