'En mijn vader kijkt toe, goedkeurend'

Liesbeth van Hennik (43) verloor een half jaar geleden haar vader. Pas in de twee maanden voor zijn dood leerde ze hem echt kennen....

'MIJN VADER was de regisseur van zijn eigen leven, tot in de dood. Twee weken voor hij stierf, is hij gestopt met eten. ''Meneer Van Hennik, moeten we dat zo laten'', vroeg de specialist. En toen knikte hij van ja. ''We moeten u dus laten aanmodderen?'' Ja, dat bedoelde hij: ''Laat me maar''.

Het is bijna een half jaar geleden dat mijn vader overleed. Hij was tot op hoge leeftijd zeer vitaal. In juli zou hij 85 zijn geworden. Het feest had hij al tot in de puntjes geregeld. Meer dan honderd mensen stonden er op de gastenlijst. Hij zei lachend dat hij namen moest schrappen, omdat er anders te veel mensen zouden komen.

Op 7 november kreeg ik een telefoontje. Een herseninfarct. Twee maanden heeft hij in het ziekenhuis gelegen. Spreken kon hij nauwelijks, zijn taalcentrum was ontregeld. Mijn vader, die altijd praatte, kon bijna niets meer zeggen. Op 30 december is hij overleden.

In die twee maanden toonde hij de warmte en de liefde die hij zeker in zich had. Ik ging twee tot drie keer per week naar hem toe. Er was geen strijd meer, geen spanning, zoals we vaak hadden, vanaf mijn vroegste jeugd. Het was een overgave van hem, aan hoe hij werkelijk was. We konden echt contact met elkaar krijgen. Dan keek ie me aan en zei ''oe''. Hoe gaat het met je, betekende dat. En dan vertelde ik, en dan luisterde hij. Mijn kinderen waren zeer verbaasd. Opa keek hen aan, en hij luisterde.

Mijn vader was een zeer dominante man, eigenwijs, vreselijk druk, een wandelende encyclopedie ook. Als hij een artikel las over de bevolkingssamenstelling over twintig jaar, maakte hij er een notitie van. Dat deed hij met alles dat hem interesseerde. Hij vroeg aan mensen honderduit, wilde alles weten van hun werk en wat ze deden.

Hij hield van kunst, eten en reizen. Hij liet me zien hoe je het leven moet pakken. Toen ik veertien was, nam hij me mee naar de beste restaurants. Op mijn zestiende kreeg ik kaartjes voor de opera van Brussel. Hij leerde me wijn drinken en asperges eten. Als we op vakantie gingen, nam hij ons mee, een week lang, naar steden, musea en kerken.

Hij was van zeer eenvoudige komaf. Zijn vader was hoefsmid, en verkocht later kachels. Zijn moeder kwam uit een boerenfamilie. Als een van de weinigen in het dorp ging mijn vader naar de HBS, en later naar de Landbouwhogeschool in Wageningen. Daar studeerde hij af als landbouwkundig ingenieur. In Zeeland heeft hij na de watersnoodramp geadviseerd over het herstellen van de fruitteelt. Daarna was hij expert land- en tuinbouw bij de EEG, totdat hij voor mijn moeder ging zorgen, die ernstig ziek was.

Ik ben opgegroeid met tegenstrijdige boodschappen: je moet zelfvertrouwen hebben mijn kind, je moet in jezelf geloven en gewoon doen wat je moet doen. Maar tegelijkertijd was hij heel bepalend. Zo moet je zijn, zo moet je leven. Hij heeft me te weinig het idee gegeven dat ik goed ben zoals ik ben, terwijl dat volgens mij een essentiële boodschap is voor je kinderen. Ik mocht niet lastig zijn, fouten maken. Maar dat hoort per definitie bij gezond opgroeien. Als je daar de kans niet toe krijgt, is het moeilijk je eigen weg te vinden, je eigen positie te bepalen.

Mijn vader was een man vol tegenstrijdigheden. Hij kon heel lief zijn, maar ook precies het omgekeerde. Ik was altijd op mijn hoede, omdat ik niet wist hoe hij zou reageren. Hij kon zonder aanleiding, om onbenulligheden, uit het niets in woede uitbarsten en gaan vloeken. Als ik als kind een kopje liet vallen bijvoorbeeld. Je kan best boos worden op een kind, maar hij deed het zo ongecontroleerd. Dan is het je vader niet meer. Als kind ga je zo loeren of er gevaar dreigt en uit welke hoek het kan komen.

Van kleins af verzette ik mij tegen hem, al was het niet op een manier die wat opleverde. Ik leek sterk op hem, ik was net zo temperamentvol. Later was mijn verzet passiever. Als we uit eten gingen, kon hij wel een uur lang vertellen, zonder dat ik er tussen kon komen. Wat dat betreft was hij volstrekt egocentrisch. Dan luisterde ik niet naar hem, daar merkte hij toch niets van. Achteraf vind ik dat heel jammer. Het waren heel leuke, interessante verhalen, waar iedereen graag naar luisterde.

Andere mensen zeiden: je vader is zo gek en zo trots op jullie. Maar ik kreeg dat nooit rechtstreeks te horen. Hij sprak veel over mij, hoorde ik van zijn vrienden en kennissen. Ik las ooit hoe belangrijk het is dat dochters door hun vader van jongs af bewonderd worden. Ik heb dat hevig gemist.

Ik denk dat ik door zijn houding heel lang overgevoelig ben geweest voor reacties, meningen en gevoelens van anderen. Omdat de scheidslijn tussen mij en anderen niet duidelijk was. Ik heb die scheidslijn als kind onvoldoende leren kennen. Ik heb geleerd te denken in termen van fout en schuldig en niet goed. Dat heeft me ontzettend boos gemaakt tegenover mijn vader.

Mijn moeder is overleden toen ik 22 was, maar ze was al jaren ziek. Kanker, maar dat vertelde mijn vader pas op het allerlaatst, om mij te beschermen. Het eerste jaar van haar ziekte heeft hij nauwelijks met me gesproken. Dat was onvermogen. Hij kon slecht met kinderen communiceren. Hij was wanhopig, omdat hij zielsveel van mijn moeder hield. Voor mij was het een eenzame en beangstigende periode.

Mijn oudere broer is overleden op zijn 38ste, ook aan een hersentumor. Mijn vader heeft onmiddellijk deskundigen geraadpleegd. Hij wilde zo snel mogelijk weten of zijn meisjes, mijn zus en ik, risico liepen. Dat bleek niet het geval. Noch van mijn moeder, noch van mijn broer heb ik destijds goed afscheid kunnen nemen. Dat is pas echt gelukt tijdens en nadat mijn vader op zijn sterfbed lag.

Ik verweet mijn vader veel, maar zittend aan zijn bed, in het ziekenhuis, is dat allemaal verdwenen. Een paar dagen voor zijn dood hebben mijn zus en ik alles tegen hem gezegd wat we nog wilden zeggen. Geen verwijten, nee, ik heb hem bedankt voor alles wat hij me heeft gegeven. De levensvreugde, het verder kijken dan je eigen wereldje, het kunnen feesten. Je zag hem luisteren en enorm genieten. En toen we klaar waren zag je een big smile. Het was af. Dat gaf een intense rust. Een paar dagen later is hij gestorven.

In de periode na zijn dood ben ik veel in zijn huis geweest. Een keer zelfs vier dagen achter elkaar, om rustig de tijd te hebben om op te ruimen. Hij zei altijd dat hij niets had bewaard van vroeger. Nou, ik heb dingen gevonden, onvoorstelbaar. In de kelder vonden we allemaal dozen. Reacties op de geboorte van zijn kinderen. Tekeningetjes van mij, met erboven geschreven: ''Liesje, twee jaar''. Menukaarten van restaurants waar we in de vakanties aten. Briefjes van zijn kinderen van schoolreisjes en zomerkampen. Het was zo ontroerend. Het waren allemaal cadeautjes.

Het was gezellig in dat huis, en aangenaam stil. Ik las veel, dronk wijn, deed de televisie aan als ik dat wilde. Ik moest veel aan mijn vader denken. Ik was wel verdrietig, maar niet overstuur. Een rustig verdriet, zo voel ik het. Het was hem leren kennen, dingen kregen hun plek. En die rust. Hij bepaalde het niet meer, hij zei niet: ''Nu moet je gaan slapen'', of: ''Nu gaan we eten''. Ik kon mijn eigen tijd bepalen, zalig. En ik had het idee dat hij dat prima vond. Hij zou wel zeggen: ''God, god, Liesbeth, vier dagen, wat een onzin'', maar ondertussen zou hij lachen. Zo'n type was ie. Hij zou het heerlijk hebben gevonden.

Vorige week hebben we de as verstrooid. Ik kan nu denken aan mijn vader zonder boosheid, zonder verwijten. Ik mis hem heel erg. Ik heb die laatste maanden contact gehad met hem, echt contact, al praatten we niet veel. Ook in stilte kun je met elkaar een band hebben. Misschien klinkt het gek, maar het was zo fijn, een groot cadeau.

Nu denk ik: sommige dingen hadden niet mogen gebeuren, maar het gaat niet meer gepaard met boosheid. Mijn zus zegt: ''Je praat niet meer in termen van schuld, niet meer in het negatieve, ook niet meer over jezelf.''

Ik voel me nu zoveel vrijer, omdat ik nu eindelijk begrijp dat het denken in die termen niet op het gewone leven en op mijzelf betrekking heeft. Ik kan nu aan het eind van de dag zeggen: ''Ik heb iets niet goed gedaan, ik heb een fout gemaakt.'' Dat is een vreselijk groot verschil met ''Ik bén fout.'' Er is een enorme last van me af gevallen. En mijn vader kijkt toe, glimlachend en goedkeurend. Dat geeft me een heel vrij gevoel. Nu besef ik dat hij toch wel trots was op die levendige, eigenwijze dochter die ik ben. En dat te weten is erg belangrijk.'

Harmen Bockma

Dit is de laatste aflevering van deze serie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden