En de winnaar is. . . J.M. Coetzee

D AT DE BRITSE Booker Prize publicitair gezien goud waard is, zal nergens in de wereld worden betwijfeld. Alleen de Nobelprijs is beroemder....

Roddy Doyle had al succes, toen hij in 1993 de prijs kreeg voor Paddy Clarke, Ha Ha Ha, maar de dag na de prijsuitreiking werden 27 duizend exemplaren verkocht - ongekend.

Ook auteurs die het meer van de fijnproevers moeten hebben, profiteren van de prijs. Ian McEwan geldt als een van de belangrijkste schrijvers in Engeland, maar van zijn vorig jaar bekroonde Amsterdam waren nog maar 27 duizend stuks verkocht. Door de prijs liep dat aantal op tot 84 duizend. Zelfs een moeilijk toegankelijk geacht boek als The Bone People van Keri Hulme bereikte in de drie maanden na de verrassende bekroning in 1985 een verkoop van 30 duizend exemplaren.

De Schot James Kelman (winnaar 1994 met How Late It Was, How Late) behoort tot de uitzonderingen; hij werd er financieel niet veel beter van. Hij speelde het spel dan ook niet mee en liet zich bij de prijsuitreiking in nogal barse, anti-Engelse bewoordingen uit.

Booker-baas Rose liet weten de bekroningen van de laatste jaren nogal elitair te vinden. De jury's hebben zich de afgelopen jaren inderdaad weinig gelegen laten liggen aan populaire genres als de (ook in Groot-Brittannië gewilde) autobiografische ontboezemingen in de trant van The Liar's Club van Mary Karr, de 'New Lad-stroming' waarvan Nick Hornby's About a Boy het vlaggenschip was, de 'dance & drugs-cultuur' van Irvine Welsh cum suis, breedvoerige historische liefdesverhalen (Louis de Bernières, Sebastian Faulks) en meeslepende non-fictie als The Perfect Storm van Sebastian Jung en Longitude van Dava Sobel.

Aan de andere kant zijn lievelingen van de literaire goegemeente, zoals Martin Amis, Bruce Chatwin, Peter Ackroyd, Julian Barnes en Vikram Seth, altijd buiten de prijzen gevallen. Laatstgenoemde (An Equal Music) was samen met Salman Rushdie (The Ground Beneath her Feet) de meest geruchtmakende afvaller, toen de shortlist van de Booker Prize 1999 werd bekendgemaakt.

De jury's mogen dan de literaire modes hebben genegeerd, de shortlist van dit jaar bestaat voor de helft uit boeken die keurig passen in een van de meest actuele trends: verhalen van drie generaties, liefst vrouwen, volgens het beproefde recept van Jung Chang, Margaretha Ferguson en hun vele, vele navolgers. Michael Rose zal tevreden zijn.

Van de zes genomineerden zijn de debutant Andrew O'Hagan en de uit Egypte afkomstige Ahdaf Soueif het minst bekend, zeker in Nederland. O'Hagan (Glasgow, 1968) werkte voor de London Review of Books, publiceerde The Missing (non-fictie), is redacteur van Granta en filmcriticus van de Daily Telegraph. In Our Fathers (Faber & Faber; ¿ 32,95) vertelt hij over drie generaties katholieke Glaswegians. Grootvader Hugh, plaatselijk bekend als 'Mr. Housing', bouwde in de jaren vijftig torenflats in de arbeiderswijk The Gorbals, zodat ook de gewone man een (min of meer) fatsoenlijk onderkomen had.

Zijn zoon Robert ontwikkelt zich tot een botte zuipschuit, die vrouw en zoon in de steek laat. Kleinzoon Jaimie, de verteller van de roman, komt te werken bij een slopersbedrijf, dat de inmiddels totaal verouderde flats van zijn grootvader - die uiterst symbolisch op zijn sterfbed ligt - met de grond gelijk moet maken. Our Fathers is een schrijnende en suggestieve verbeelding van het Schotse arbeidersmilieu, heeft gewicht genoeg om van betekenis te zijn voor de Schotse geschiedschrijving, maar had wat meer drama kunnen gebruiken.

Nog veel nadrukkelijker historische ambities heeft Ahdaf Soueif (Egypte, 1950) met The Map of Love (Bloomsbury; ¿ 51,95). De roman speelt in het Egypte van Lord Kitchener. Anna Winterbourne, weduwe van een Britse ambtenaar die in Egypte is overleden, reist anno 1900 naar Caïro. Ze is de expatriate-gemeenschap daar al snel zat, wordt in de woestijn door een groep nationalisten gekidnapt en trouwt met Sharif, een van hun leiders. Ook dit is het verhaal van meer generaties, want op een ander niveau vertelt Soueif over Anna's achterkleinkind Isabel, die een verhouding krijgt met Omar, nakomeling van Sharifs zuster. Het is nog maar het begin van een steeds gecompliceerder wordende reeks familieverwikkelingen. 'Egypte heeft zo lang bestaan. Het heeft vele dingen gezien. In het volgende millennium zal het nog steeds Egypte zijn', aldus een van de personages. Een uitspraak die veel zegt over de opzet van het boek, waarvan de eigenlijke hoofdpersoon Egypte is. Afwisselend intrigerend en ietwat vermoeiend.

Colm Tóibín (Ierland, 1955) betoonde zich met The South, The Heather Blazing, The Sign of the Cross en het in Argentinië gesitueerde The Story of the Night een van de meest getalenteerde jongere Ierse schrijvers. In The Blackwater Lightship (Picador; ¿ 24,40) keert hij terug naar Ierland. Declan, een jongeman, heeft aids en ligt op sterven. Om die reden besluit Helen, zijn oudere zuster, terug te keren naar de familie - haar moeder en grootmoeder - waarvan ze zich jaren eerder heeft losgemaakt. Tóibín vertelt hoe de drie vrouwen met elkaar in het reine proberen te komen en zich met de dood van de jongen trachten te verzoenen tegen de achtergrond van de nog altijd zeer aanwezige invloed van de katholieke kerk en haar onverdraagzaamheid inzake homoseksualiteit. Feitelijk gebeurt er niet veel in dit boek, maar het houdt de lezer in een ijzeren greep.

Anita Desai (India, 1937) werd al twee keer voor de prijs genomineerd. Haar werk handelt over het wel een wee van Indërs - zowel in India als in Groot-Brittannië - na de opdeling van het Indiase schiereiland. Fasting, Feasting (Chatto & Windus; ¿ 49,95) is deels in India, deels in de Verenigde Staten gesitueerd. Een Indiase familie in een dorpje heeft een niet erg intelligente dochter, Uma, die ook nog grote handen, een puistige huid en een dikke brillenglazen heeft. Pogingen om een geschikte man voor haar te vinden, zijn dan ook weinig succesvol. Ten slotte blijft Uma maar thuis wonen, terwijl haar aantrekkelijker zuster Aruna wel trouwt en deel gaat uitmaken van de Indiase middenklasse.

Het Indiase deel is het meest levendige en oorspronkelijke. Het tweede deel gaat over broer Aruns studie in Massachusetts en is onmiskenbaar wat clichématiger. De obsessieve belangstelling van de Amerikanen voor voedsel en gezondheid wordt breed uitgemeten; het lijnen (alsmede het lijden aan anorexia of boulimie) van sommige Amerikanen en de voorliefde voor reusachtige, bloederige biefstukken van andere, wordt tegenover de veel natuurlijker omgang met voedsel van de Indiërs gezet. Idem dito met de Amerikaanse en Indiase familiebetrekkingen, waarvoor eveneens geldt dat de laatste meer overtuigen.

Michael Frayn (1933) is vooral bekend als toneelauteur. Hij verwierf een zekere faam als romanschrijver met The Trick of It. Hoofdpersoon van zijn negende roman Headlong (Faber & Faber; ¿ 67,25) is de filosoof en kunsthistoricus Martin Clay, die van plan is een jaar vrijaf te nemen om in een huisje op het land aan een boek over kunst te werken. Bij toeval ontdekt hij bij een proleterige landeigenaar een schilderij - in gebruik als vuurscherm - dat volgens hem een verloren gewaande Brueghel is, die deel uitmaakt van een reeks van zes.

Clay wil het schilderij in handen zien te krijgen, uiteraard zonder de eigenaar in kennis te stellen van de werkelijke waarde, en zo rijk en beroemd te worden. De roman is doorspekt met aanstekelijke passages over Brueghels werk, terwijl het zestiende-eeuwse Nederland venijnig afgebeeld wordt als een wrede politiestaat. De plot is ingewikkeld, maar zit uitstekend in elkaar.

De in 1940 in Kaapstad geboren J.M. Coetzee is de enige van de genomineerden die de Booker Prize al een keer won, in 1983 met The Life and Times of Michael K. In Disgrace (Secker & Warburg; ¿ 49,95) vertelt hij over voormalig hoogleraar in de literatuur David Lurie, die nu gedwongen is 'communicatieve vaardigheden' te doceren.

Hij begint iets met een jonge studente, wat leidt tot een beschuldiging van misbruik en ongewenste intimiteiten. Lurie trekt zich terug op het boerenbedrijfje van zijn eigenzinnige, nuchtere, lesbische dochter Lucy, en daar aan de Oostkaap wordt hun toch al niet gemakkelijke verhouding extra ingewikkeld als Lucy op een dag door drie indringers wordt verkracht (en Lurie in brand gestoken). De jonge vrouw blijkt zwanger. Ze wil het kind niet alleen houden, maar trekt ook in bij haar voormalige 'boy', de zwarte man, die haar aanvallers kent. Hij zal haar beschermen in het Zuid-Afrika van na de Apartheid. Het is een huiveringwekkend verhaal, dat door Coetzee buitengewoon mooi wordt verteld.

Zoals bekend hebben Booker-jury's er een handje van de verkeerde te lauweren. Maandag, als ze in Londen de winnaar moeten aanwijzen, zullen ze die fout niet maken. Want, met alle respect voor de genomineerde boeken, er kan ditmaal geen sprake van twijfel zijn. The Blackwater Lightship is aangrijpend, Headlong alleszins aanstekelijk, maar slechts één van de zes boeken is eenvoudigweg verpletterend. J.M. Coetzee zal de eerste zijn die zich twee keer winnaar van de Booker Prize mag noemen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden