Email kan een mens gek maken

Zelfs bejaarden doen het, heb ik me laten vertellen, en met gretigheid. Kinderen van zes. Invaliden, sociaal geïsoleerden of aan huis gekluisterden....

Ik (vrouw, 49) doe het ook. Ik moet wel. Email is namelijk reuze handig. Een etentje verzetten, een jarige feliciteren, een roddel de wereld in helpen, notulen verspreiden, iets vragen aan de belastingman, liefs zenden aan een overzeese vriend – mijn god, hoe deden we dat vroeger? Hoe veel tijd waren we niet kwijt met telefoneren en kaartjes sturen?

Toch maken we een rekenfout. Eén telefoontje is vraag en antwoord ineen. Een jarige stuurt geen kaart terug. Maar ieder verzonden mailtje wordt, dankzij de replyknop, vermenigvuldigd. Ja dank je, nee het was drie uur, jij ook liefs, mama ik eet bij Noortje, sorry ik bedoelde, waarom antwoord je niet, mijn vader is overleden, ik kom toch thuis eten. En dat is alleen nog de afdeling gewenste zakelijkheid en intimiteit. Die moet je opvissen uit een zee van ongevraagd om aandacht jengelde mensenkinderen die iets willen verkopen, of iets geweldigs hebben bedacht.

Toen halverwege de jaren tachtig hier berichten binnendruppelden over de razendsnelle verspreiding van aids aan de Amerikaanse westkust, verbaasden wij ons over het krankzinnige aantal 'wisselende contacten' dat daar onder actieve homo's gebruikelijk bleek. Elfhonderd keer per jaar, zeiden we, stel het eens voor! Deden die cruisende mannen nog wel eens iets anders? Wanneer verdienden ze de kost?

Nu kunnen we meewarig lachen om die toenmalige verbazing. Drie keer vijf minuten per dag, dat is te doen. Een beetje emailer heeft minstens elfduizend wisselende contacten per jaar, en vaak kosten die meer dan vijf minuten per keer. Daar kun je ziek van worden, in je hoofd.

Je komt op je werk, na een paar dagen afwezigheid. Je zet de computer aan. U heeft 46 nieuwe berichten. Vetgedrukt staren ze je aan, sommige met een alarmerend urgentietekentje. Je eerste reactie is hard wegrennen. Koffie halen en lekker aan het werk; een hoop te doen vandaag. First things first.

Maar dat gaat zomaar niet. Dat werk zit namelijk in diezelfde computer. En misschien blijk je vandaag heel ander werk te hebben, als je die mails hebt gelezen. Of geen werk meer. Negeer je de volle mailbox, dan zeurt die de hele dag treiterig door, als een kloppende ader. Maar beantwoord je ze alle 46, dan zal er die dag van werken geen sprake meer zijn. 's Avonds besluit je, uit woede over de vermorste tijd, je huiscomputer met geen vinger aan te raken. Na drie dagen zet je hem weer eens aan. U heeft 46 nieuwe berichten.

Niet alleen de hoeveelheid mail kan een mens gek maken, ook de ongelijksoortigheid werkt op de zenuwen. Vriendin B, die zonder werk zit, heeft jou gekozen als geadresseerde van haar maildagboek. Zuchtend klik je haar weg, tot een later dat nooit komt. C, drukke manager, antwoordt zó kort – 'wil ik niet'; 'is OK' – dat je denkt dat hij de vriendschap heeft opgezegd. Eenzame D, die zelden mail krijgt, kan na jouw snelle antwoord hetzelfde denken. Werkgever E geeft in twee zinnen snerend commentaar op je wanprestatie. F's vraag om te gaan lunchen lijkt op een huwelijksaanzoek. H was dronken toen hij mailde, maar jij broodnuchter toen je het las.

Alles vliegt op gelijke geluidssterkte binnen. Je weet niet meer welke toon je moet aanslaan. Menselijk contact zonder vragende blikken, bemoedigend schoudergeklop of verontschuldigende lachjes, is een emotioneel lunapark.

Op het installatiepakket van email zou een sticker moeten zitten: mail, maar met mate. Wie een brief schrijft, in het net tikt, het adres opzoekt en – hè, de postzegels zijn op – naar het postkantoor wandelt, bedenkt zich intussen wel drie keer. Email gaat sneller dan het geluid, maar de ziel, die gaat te paard.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden