ELKE KNOOP EEN KUNSTWERK

Het Parijse modemuseum wijdt een tentoonstelling aan de Versierde Man. Goed getimed: mannenmode is de sector waarvan grote verrassingen worden verwacht....

De twee opgezette pauwen bij de ingang van de tentoonstelling L'Homme Paré zijn mannetjes. Uiteraard, omdat het een mannenmodetentoonstelling betreft, maar ook omdat de sensationeel gekleurde mannetjespauw mooier is dan zijn grauwe vrouwtje. Daarmee is het grote mysterie van de mens maar meteen aangesneden: waarom zijn mensen de enige levende wezens waarvan vrouwtjes doorgaans meer uiterlijk spektakel laten zien dan mannetjes? En gaat dat wellicht veranderen? Immers, de 'metroseksueel' is in opmars; de hedendaagse man begint een flinke modeverslaving te ontwikkelen, zo wijst marktonderzoek uit. Een goed moment dus voor een tentoonstelling over de Versierde Man, in het Parijse Musée de la Mode, in een zijvleugel van het Louvre.

L'Homme Paré ('de opgetutte man') concentreert zich, met zo'n driehonderd objecten en pakken, op West-Europa, met het standaard driedelige pak als uitgangspunt. De geschiedenis begint dus ongeveer bij het in de mode raken van de habit à la française, de voorloper van de colbertjas, in de 16de eeuw. Er zijn daarom geen beschilderde bosjesmannen te zien, geen getatoeëerde Hell's Angels en geen schilderijen van mannen met molensteenkragen, want daarmee zou de Versierde Man te divers worden.

Wat blijkbaar wel in het mannenmodebeeld van het museum past is een schitterende, met zilverdraad geborduurde cape van de kanselier van de Orde van de Heilige Geest, uit de 17de eeuw. En een metalen harnas, onvoorstelbaar gedetailleerd versierd, en zo te zien nooit echt gebruikt op het slagveld, want in perfecte staat. En rijke mannen kochten in de 17de eeuw uitbundig met bloemen versierde habijten, kamerjassen en fraks - elke knoop was een kunstwerk op zich. Totdat Engeland z'n stempel op de mode ging drukken en de stijl een stuk soberder werd. Daar springt het Parijse museum snel overheen. De 19de eeuw wordt overgeslagen, en gek genoeg ook het toch bepaald niet sobere begin van de 20ste eeuw. Waren Oscar Wilde en Louis Couperus geen rechtgeaarde dandy's, en hadden ze soms geen Franse tegenhangers?

Mannenmode volgens het museum begint weer na de Tweede Wereldoorlog, bij Pierre Cardin en André Courrèges, de opmars van plastic extravagantie. En de versierde man anno nu is bijvoorbeeld iemand in een met het Rolling Stones-lippenlogo bedrukt pak uit de komende voorjaarscollectie van Comme des Garçons. Of, van een jaar of twintig terug, een zeemleren sekspak van Thierry Mugler, dat zich raadselachtig goed laat combineren met een antiek gevechtstenue.

Want dat is de vermakelijke grap van de samenstellers van de tentoonstelling; hoewel de expositie redelijk chronologisch opgebouwd is, duiken er telkens moderne objecten op tussen de antieke garderobes, en andersom. Zo staat er een drie eeuwen oude jas naast de moderne barokmode van John Galliano, en staat het stokoude harnas naast een giftig kunststof pak van Walter van Beirendonck. Tussen de antieke schoenen hangt de kunststof instapper die Marc Newson laatst voor Nike maakte.

Het is de eerste tentoonstelling die het acht jaar oude museum aan alléén mannenmode wijdt, en dat is veelzeggend. 'Mode' is niet meer uitsluitend Estelle Gullit in de P.C. Hooftstraat of een meute hysterische meiden die zich gillend op de rekken van Stella McCartney voor H & M stort. In modekringen heerst nu al een paar jaar de opvatting dat in menswear de grote verrassingen te verwachten zijn. Mannen zijn de afgelopen jaren spectaculair veel meer geld aan kleren en beautyproducten uit gaan geven. De invloedrijkste modeontwerpers van nu zijn diegenen die zich concentreren op mannenmode: Raf Simons, Hedi Slimane, Bernhard Willhelm.

Voorts valt L'Homme Paré mooi samen met de heersende dandy-mode. Na jaren van kapotte jeans en shirts die al in de fabriek van vlekken, vouwen en gaten voorzien waren, is het nu tijd voor de fluwelen colbertjes, vestjes, buttondown overhemden. Jonge mensen die tot voor kort in spijkerbroek vastgeroest leken, lopen nu in een kaki broek van Dockers, zonder én met bandplooien. Aankleden is in, en illustratief is de aankondiging die laatst van het Amsterdamse ontwerpbureau MVOS binnenrolde, van een draadstalen 'mannenbijou' in de vorm van een stropdas 'voor de man die niet van een stropdas houdt'. Dat Prins Claus de man van de stropdas probeerde te bevrijden is even helemaal vergeten.

Tekenend voor de opmars van mannenmode is ook de vloedgolf van nieuwe mannenmodebladen die de markt dit jaar overspoelde. Omdat er iets te zéggen valt over mannenmode, en ook omdat de advertentiebudgetten van mannenmodemerken fors gestegen zijn. Zelfs de Goliath der Modebladen, de Amerikaanse Vogue, bracht dit najaar een versie voor heren uit, Men's Vogue geheten (en niet te verwarren met de Frans/Engelse Vogue Hommes International of de Italiaanse L'Uomo Vogue). Op de voorpagina van Men's Vogue staat George Clooney, gefotografeerd door Mario Testino. Daarmee is het leukste wel over het blad gezegd, want mannenmode volgens Men's Vogue is een aaneenschakeling van de allerdufste dandy's en snobs. De onderwerpen in het blad: maatkostuums, exclusieve horloges (anderhalf miljoen dollar per stuk), het plezier van een geheime bankrekening in Zwitserland, de nieuwste Bentley, of waar vind ik de ideale vintage lijst voor mijn schilderij?

Het is de tuttigheid die mannenmode van nu dikwijls kenmerkt: het mag weliswaar booming business zijn, maar het grote geld gaat vooral naar dure kasjmier, de fijnste soorten wol, jassen van superzacht handschoenenleer en als extravagante uitspatting wellicht een kleurige voering. Met andere woorden: dure mannenmode is meer luxury dan mode, want wanneer zie je nog iemand in een loeistrakke paarse geblokte trui lopen, of op blokhakken? In dat opzicht was mode dertig jaar geleden extremer en opvallender dan nu - de dandy van de 21ste eeuw is aartsconservatief.

In die uit de hand gelopen weelderigheid van de mannenmode verdiept L'Homme Paré zich niet, maar in het Parijse museum is iets anders geks aan de hand: de hedendaagse mannenmode die er te zien is, is het soort uitgesproken mode dat amper bestaat, behalve bij de modehuizen zelf. Beste voorbeeld is Jean Paul Gaultier, wiens baljurken-voor-mannen extreem vermakelijk zijn, maar die je natuurlijk nooit op straat ziet - het hele merk Gaultier lijkt tegenwoordig vooral een dekmantel voor de parfumlijnen die goed lopen. Hetzelfde geldt voor de enorm ingewikkelde pakken van John Galliano, die hij elk halfjaar toont tijdens grootse modeshows, maar waar verder nog nooit iemand in gesignaleerd is.

Daarom is de intentie van L'Homme Paré niet helemaal duidelijk, hoe leuk het ook is om die met krullen versierde pakken van Versace te zien; de fascinerende leren powerpakken van jaren tachtig-koning Claude Montana, de etnische spiegeltjes-bodysuits van Alexander McQueen, de obscure hedendaagse punkpakken van Fransman Sébastien Meunier. Het zijn kleren die de mode-industrie produceert en presenteert, maar daarmee wordt het nog geen mode.

Het zou interessant zijn geweest als de samenstellers nagedacht hadden over de IJdele Man van Nu. Daarvoor hadden ze niet eens zo ver hoeven zoeken; de buitenwijken van Parijs lopen vol jongens met de allernieuwste hagelwitte Lacoste trainingpakken, fonkelende sportschoenen, en hét bijbehorende mannenaccessoire: een minitasje, liefst van Gucci, Louis Vuitton of Dior, dat aan de riem schuin over de borst gedragen wordt - voor sigaretten en mobiele telefoon, want volle broekzakken kunnen het silhouet van de nieuwe kledingfanaat maar verstoren.

In het begin van de tentoonstelling, vlakbij de opgezette pauwen, hangen een aantal historische schuttersstukken, en daartussen één foto van een streetgang in Los Angeles: gevaarlijke gasten behangen met bling, piercings, bandana's en broeken die zo laag hangen dat je de onderkant van hun onderbroek kunt zien. Dát is de versierde man van nu, maar dat deel van de hedendaagse maatschappij komt nergens in de tentoonstelling terug, of het zou in de door etnische stijl beïnvloede mode van Bernhard Willhelm moeten zijn. Het is toch gek: het museum heeft goed gezien dat mannenmode leeft, maar stelt zichzelf niet de vraag hóé en wáár die mode leeft, en of de Parijse inner circle van de mode daar nu nog zoveel mee te maken heeft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden