Elfstedentocht en publieke omroep horen bij elkaar

De Elfstedentocht biedt democratisch schaatsplezier voor iedereen. Ook voor de kijkers thuis. Volgens Huub Wijfjes en Eric Smulders moet hun de commercie worden onthouden....

HET IS ronduit verbijsterend te zien hoezeer wij Nederlanders op dit soort winterse dagen mentaal bij elkaar schurken. Hoezo versplintering in het media-aanbod en geringe gemeenschappelijke ervaringen?

Ieder medium staat bol van de Tocht der Tochten. Het volk wíl de gekte, dan kríjgt het de gekte, tot walgens toe. Trokken na de eerste schuchtere vorstnachten eind december de eerste cameraploegen al naar het noorden, sinds Henk Kroes donderdagochtend 'it giet oan' riep, is de malligheid in onvoorstelbare omvang losgebarsten.

Meer dan tweeduizend 'journalisten' bevechten elkaar om elk vlokje nieuws, en bij het evidente gebrek daaraan is de aandacht voor randverschijnselen enorm. Alles weten we inmiddels van windwakken, kluunplaatsen en stempelposten. De wedstrijdschaatsers zijn onze huisvrienden geworden. Hulzebosch met dat malle spraakje, Kleine de laconieke oude postbode, Borst de verraderlijke plakker, Henk de broer van de held van weleer. Het is alsof we hen persoonlijk kennen.

De aantrekkingskracht van de Elfstedentocht is voor sommigen een raadsel, maar wie de integrerende kracht van geschiedenis en media kent, weet beter. De kracht van het festijn schuilt in het gevoel van winterse saamhorigheid dat al in de gouden eeuw op genrestukken werd vereeuwigd. De Elfstedentocht is de oer-Hollandse wintersfeer van besneeuwde polders, warme truien, en democratisch schaatsplezier voor iedereen.

Nu nationale grenzen langzaam lijken op te lossen in Europese visioenen, neemt de behoefte aan herkenbare nationale symbolen toe. De tocht is folklore die de Fries met bittere ernst vervult. Graag toont hij de Hollander hoe hij de ontberingen van het ruige Friesland kalm doorstaat, en benadrukt hij het contrast met de randstedelingen die in voortuintjes urineren en al hossend het ijs ontheiligen.

Bij alle gekte zou je haast vergeten dat de Elfstedentocht pas sinds de Tweede Wereldoorlog een fenomeen is. De vooroorlogse tochten leven slechts voort in de overlevering, ingebed in de sfeer van sterke kerels, sterke verhalen en sterke drank. Na de oorlog kwam de televisie, en het huwelijk tussen de Tocht der Tochten en het medium der media bleek een wonderbrouwsel. Niks is immers zo lekker als het aanschouwen van ontberingen vanuit een warme kamer.

Het was overigens wel sappelen met de beperkte techniek in het begin. De in 1951 gestarte Nederlandse Televisie Stichting (NTS) vergaarde in 1954 slechts enkele filmbeelden van de tocht, maar in 1956 had het NTS-journaal al drie filmploegen en zelfs een sportvliegtuigje ingeschakeld. De filmopnamen werden per auto naar Haarlem vervoerd waar ze werden ontwikkeld, zodat de eerste beelden nog om 20.00 uur konden worden uitgezonden.

Ook de beruchte tocht van 1963 werd voor het grootste deel op film opgenomen; tien auto's reden af en aan om het materiaal naar Bussum te vervoeren. Vanuit Bartlehiem zond de NTS voor het eerst ook rechtstreekse beelden uit met Arie Kleywegt als verslaggever. Hoe primitief de reportage ook was, de televisie had ervoor gezorgd dat, zoals Saartje Burgerhart op 19 januari 1963 in de Volkskrant schreef, 'het nationale schaatsevenement in al zijn barheid levende werkelijkheid werd in mijn warm gestookte woonvertrek. (...) Daarom is de Elf-Stedentocht 1963 voor mij in de eerste plaats het ijskruispunt in Bartlehiem en Arie Kleijwegt met muts en microfoon er middenop.'

De Elfstedentocht had zijn naam gevestigd als een ware televisiekraker, die lang in het nationale geheugen bleef gegrift. Bij elke vorstaanval na 1963 haalde de omroep de opnamen van de plank, en liep de koorts weer op.

Zo stonden de tochten van 1985 en 1986 in het teken van de eindeloos uitgestelde beloning. De NOS besloot fors uit te pakken. De televisieregistratie van de tocht op 21 februari 1986 werd geafficheerd als 'de grootste operatie in de geschiedenis van de Nederlandse omroep'. Er stonden 41 camera's, tien regisseurs en twintig commentatoren ter beschikking. De schaatsers werden op het ijs gevolgd door motoren met zijspan en vanuit de lucht door een helikopter. Voor de radio-uitzendingen waren - naast tientallen verslaggevers en technici - enkele motoren, een helikopter en een vliegtuig ingeschakeld.

Maar het kan blijkbaar nog gekker. Dit jaar schat de NOS de kosten op twee miljoen. Met 400 medewerkers, 70 camera's, drie helikopters en drie motoren wordt de tocht wederom 'het grootste televisiespektakel ooit'. En terecht zou je zeggen, want de kijk- en luistercijfers van de laatste tocht wezen uit dat we de tocht willen, in al zijn glorie.

Op 26 februari 1986 bleek dat maar liefst 97 procent van de Nederlandse bevolking van vijftien jaar en ouder korte of langere tijd de reportages van de tocht had gevolgd. Daarvan had 74 procent uitsluitend naar de televisie gekeken, terwijl 20 procent zowel op de radio- als op de televisiereportages had afgestemd. Ongeveer 30 procent van de ondervraagden was die dag vroeger opgestaan dan normaal, 16 procent had de hele dag televisie gekeken en 14 procent had vrij genomen van het werk.

Het zijn cijfers waarbij media-ondernemers het kwijl in de mond komt. En, laten we wel wezen, ze krijgen ook alle ruimte om de randverschijnselen uit en te na op het scherm te brengen en te gelde te maken.

Maar we kunnen ons gelukkig prijzen met de nuchtere bestuursleden van de Vereniging 'De Friesche Elfsteden'. Zij hebben 'onze' tocht niet uitgeleverd aan het grote geld, maar hebben vertrouwen gesteld in een 'goed en betrouwbaar verslag' door de NOS. De geldbeluste collega's bij de KNVB hebben aangetoond dat wij, al die 97 procent kijkers, dat ook willen. We willen betrouwbaarheid van verslaggeving, vrij van commercie en malle fratsen, mooi in beeld gebracht door mensen die weten wat ze doen, en die niet om het kwartier het zwijgen worden opgelegd omdat een erwtensoepfabrikant toevallig met een stapel bankbiljetten bij de STER heeft lopen zwaaien. Voor die niet-commerciële meerwaarde betalen we namelijk kijk- en luistergeld.

Laten we hopen dat de NOS ons vandaag een verslag voorschotelt dat zowel een hoogtepunt als een rustpunt zal vormen in het mediacircus dat ons al dagen teistert. De NOS zal daarmee kunnen tonen zich bewust te zijn van haar publieke taak.

Huub Wijfjes en Eric Smulders zijn mediahistorici.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden