Eindrapport André Bolhuis

Eindrapport NOCNSF-voorzitter André Bolhuis: een brombeer met hart voor de zaak

Van mei 2010 tot maandag 20 mei was André Bolhuis voorzitter van de sportkoepel NOCNSF. Hoe heeft hij het ervan afgebracht?

Even een biertje met Philip de ridder van Heineken. Beeld Hollandse Hoogte / VI Images

Topprestaties: positief

André Bolhuis trad aan in mei 2010, net na de Olympische Winterspelen van Vancouver waar de Nederlandse schaatsploeg met driemaal goud onder de verwachtingen bleef. De NOCNSF-preses maakte vervolgens twee uiterst succesvolle Winterspelen mee, die van Sotsji 2014 en die van Pyeongchang 2018, met 24 en 20 medailles. Hij stond, nieuwsgierig als hij is, aan de rand van het veld bij verrichtingen op de Zomerspelen van Londen in 2012 en Rio in 2016 door toppers als ­Kromowidjojo en Zonderland.

De toptienambitie werd bij die vier Spelen twee keer waargemaakt met op rij de plaatsen 12, 5, 11 en 5, en met een totaal van 83 olympische medailles. De organisatie van de topsport werd onder het voorzitterschap van Bolhuis verdicht, naar 55 projecten met medaillekans. Zonder zicht op eremetaal verviel de financiële steun. Dat was gedurfd, maar de oogst was naar behoren. Het was Bolhuis die tekende voor de opvattingen van de door hem nadrukkelijk ­beschermde technisch ­directeur Maurits Hendriks.

Europese Spelen 2019: negatief

Het fiasco van de Nederlandse kandidatuur voor de Europese ­Spelen van 2019 heeft initiatiefnemer Bolhuis stevig achtervolgd. Hij kreeg het nieuwe evenement min of meer op een presenteerblad aangereikt, maar NOCNSF bleek de ­financiële paragraaf niet op orde te hebben. De kosten, volgens de Nederlandse aanpak ergens rond de 105 miljoen, moesten voor de helft (57,5 miljoen) door overheden worden opgehoest. En dat voor een overbodig evenement dat direct al als ‘zwaar overschat’ door het leven ging.

De te laat geraadpleegde sportminister Edith Schippers weigerde een kwart van de kosten te betalen. Steden als Rotterdam, Utrecht en Den Haag stapten uit. In juni werd het al weer teruggegeven, al schenen de Europeanen verrukt over de Nederlandse aanpak, de Dutch approach. Directeur Dielessen sprak van ‘mind­blowing’. Maar zijn voorzitter durfde niet eens naar de beslissende sessie in Turkije te komen, omdat hij wist hoeveel gezichtsverlies er werd geleden door het naïeve Nederland.

Vrouwvriendelijkheid: positief

Als voorzitter van het ­hoogste sportbestuur van Nederland, dat van NOCNSF, vervulde André Bolhuis een voorbeeldrol in de ­elders zo vaak vergeten seksegelijkheid.

De voormalige hockeybaas trok tal van vrouwelijke bestuurders aan. Bij een glaasje wijn in Kijkduin haalde hij onder anderen de Haagse topambtenaar Anneke van Zanen over om penningmeester van zijn bestuur te worden. De handbalster volgde zwemmer Hans Gerrits Jans op. Toen Van­ ­Zanen stopte, werd het Annette Mosman. Weer een vrouw die op de winkel paste.

Intussen hebben vrouwen in het bestuur van NOCNSF zelfs de meerderheid gekregen. Nu ­Bolhuis vertrekt en als voorzitter wordt opgevolgd door een vrouw, de teruggekeerde Anneke van ­Zanen, wordt de verhouding zeer opmerkelijk in vrouwelijk voordeel gekanteld.

De verhouding is nu vijf vrouwen (Van Zanen, Mosman, Den Besten, Eijs en Schreuder) om twee mannen. Dat heet revolutionair.

De oud-hockeyer André Bolhuis slaat als sportbestuurder een strafbal. Beeld ANP

Het IOC-pluche verloren: negatief

Bij zijn aantreden als voorzitter had Bolhuis als punt 3 van zijn plannen ‘het vergroten van ­internationale invloed’ ­opgeschreven. Nederland was te mager vertegenwoordigd, behalve dan in het Internationaal Olympisch Comité (IOC) waar het lange tijd vier leden kenden: Anton Geesink, Hein Verbruggen, Els van Breda en Willem-Alexander van Oranje. Toen de een na de ander van dat toneel verdween, dacht Bolhuis er verstandig aan te doen zichzelf naar voren te schuiven. Hij werd, plat gezegd, te oud gevonden: 70 jaar is de grensleeftijd in het IOC.

De Nederlandse plek ging naar ­Camiel Eurlings die door koning Willem-Alexander en Verbruggen in de olympische bestuurskamer werd gedropt. Dat werd door de privé-besognes van ­Eurlings een martelgang, ­waardoor Nederland sinds 2018 zonder een vertegenwoordiger in het IOC zit. Ook een plek als vice-voorzitter van het Europese olympische bestuur ging aan Bolhuis voorbij: in 2017 verloor hij met drie stemmen verschil van de Deen Niels Nygaard.

 Financieel beleid: positief

Het aanspreken van de ­financiële reserves was haast on-Nederlands, maar André Bolhuis deed het. Toen De Lotto, een groot geldverschaffer voor de Nederlandse sport na een slechte stunt – de prijs van het gokformulier verdubbelde van 1 naar 2  euro – de opbrengsten zag kelderen, moest er worden bezuinigd. Bolhuis greep in en gaf penningmeester Van ­Zanen opdracht het reservefonds an te spreken. Dat was gevuld met middelen voor het overleven van één rampjaar.

‘Wat moeten we met al die miljoenen op de bank’, zei Bolhuis tot het bestuur. Er werd liefst 35 miljoen uitgehaald om de Nederlandse sport door de crisisjaren te helpen. Bolhuis zag de rode cijfers niet als verliescijfers. Ze vormden het bewijs dat het tijd was om een beroep te doen op het fonds aan te spreken. Dat ging van 72 naar 23 miljoen, per 2016. Zo overleefde de sport met name de jaren van zware bezuinigingen door de kabinetten-Rutte. Dat kan als prudent financieel beleid worden gezien van de man die weigerde chef de mission Van den Hoogenband een Balkenende-salaris te geven.

Cv

1966 Gymnasium B
1972 Tandarts
1987 Doctor geneeskunde
1972-1976 Aanvoerder olympische hockeyploeg
1973 Wereldkampioen hockey
1978 Europees kampioen hockey
1992-2006 Chef de mission olympische ploeg
2010 Voorzitter NOCNSF

Vlaggendrager bij de Spelen van Montreal in 1976. Beeld ANP

Slecht luisteren: negatief

De sportbonden schreven een plan uit om het Europese Spelen-echec te onderzoeken. Paul Depla zat de commissie voor die liefst vijftig interviews met betrokkenen hield. Het rapport dat Bolhuis en Dielessen ernstig ­bekritiseerde, droeg de titel Neem de tijd, als je haast hebt. De Nederlanders hadden zich laten opjagen door de Ierse voorzitter van de Europese Olympische Comités (EOC), de een jaar later in olympisch Rio gevangen gezette Ier Patrick Hickey. Ook was het contact met de Haagse politiek slecht.

De opvallendste kwalificatie uit het rapport-Depla over voorzitter Bolhuis was ‘uitstekende verteller, maar een matige luisteraar’. Hij had voor de troepen uitgelopen en hulp afgewezen. De alom uitgesproken suggestie dat hij beter plaats kon maken, negeerde hij ook. Bolhuis is een doorzetter tot het eind, geen wegloper en, meer dan eergevoelig.

Brombeer: negatief

André Bolhuis heeft vijftig jaar ervaring in de topsport. Hij liet zich eind 2009 overhalen zich te kandideren voor de post van voorzitter, als opvolger van Erica Terpstra. De vergelijking van de warme zorg van Erica kon de soms barse, dan weer joyeuze tandarts uit Soest niet aan. Zijn relatie met de media was matig. Zijn opvolger Anneke van Zanen sprak uit dat de buien van Bolhuis niet zo zwaar moesten worden beoordeeld. Zij noemde hem een knuffelbeer die af en toe de brombeer uithing. 

In gezelschap van koning Willen-Alexander. Beeld ANP

Geslaagd tweemanschap: positief

De hockeyer ­Bolhuis, wereldkampioen in 1973, geldt als een bestuurlijke solist, maar zijn algemeen directeur Gerard Dielessen gaf deze week in een blog juist hoog op van de samenwerking met ‘mijn voorzitter’. Hij sprak van een pact gesloten in een Utrechts restaurantje, van ‘een ongelimiteerde wederzijdse loyaliteit’. Dat verbond werd met de jaren steeds hechter.

De twee Utrechters vormden een sterke as. Ze vielen elkaar niet af. Er was geen ­eigenzinnige, ruzie­zoekende IOC’er Anton Geesink meer om hun samenwerking uit onverwachte hoek te breken. Het tweetal hield veel onrust buiten de deur, maar rende ook regelmatig te ver voor de troepen uit bij debacles als de toekenning en teruggave van de Europese Spelen van 2019. Die fouten gelden nu als leergeld.

Met opvolger Anneke van Zanen-Nieberg. Beeld ANP

Invloed: negatief

Het bekoelen van de banden tussen NOCNSF en ‘Den Haag’ leek in 2012 nog voorkomen, toen voorzitter Bolhuis akkoord ging met het schrappen van het Olympisch Plan 2028 uit het regeerakkoord van Rutte-2, ook al werd uitgelegd als gebrek aan ruggengraat. In 2015 ging het toch mis bij de Europese Spelen nadat er om geld was ­gevraagd zonder eerst de politiek te raadplegen over de kandidatuur.

Het leidde in 2016 tot de Nederlandse Sportraad, een college dat de minister adviseert over de lange termijn van de Nederlandse sport. De raad, onder leiding van KNVB-voorzitter Michael van Praag, was een teken dat het Rijk de kennis van zaken van het Nederlands olympisch comité, zo noemt ­Bolhuis zijn club nog vaak, niet serieus nam.

De banden met de politiek werden nadien wel aangetrokken. VVD-Kamerlid Rudmer Heerema fungeerde als het loket voor vragen uit Papendal. Dat betrof vooral geldkwesties. In totaal werd 35 miljoen bij geplust, toen NOC’ers als Dielessen, Hendriks en Slot de contacten verhevigden. Anneke van Zanen, per heden de NOCNSF-baas, werd de voorbije maanden tijdelijk lid van de sportraad. Dat kan tot dooi van de verhoudingen leiden. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden