Eindelijk is genocide hot

Achthonderdduizend doden waren ervoor nodig. Plus elf jaar bedenktijd, een handvol boeken, een generaal die zelfmoord wilde plegen, een Hollywoodfilm en een nieuwe crisis in een Afrikaans land....

Of zoals de schrijfster Samantha Power vorige week zei, na een openbaar gesprek met de voormalige VN-generaal Roméo Dallaire: 'Genocide is hot.'

Voor de massamoord op Tutsi's en het geweld in de Sudanese regio Darfur is 'in de mode' een nogal platte omschrijving. Toch, Power kan het weten. Haar carrière kreeg een zwengel toen haar genocide-boek, A Problem from Hell, in 2003 de Pulitzer-prijs won. Sindsdien heeft ze vanuit Darfur bericht over de gruwelen, en blijft ze met passie de westerse houding hekelen. Die komt opnieuw neer op mooie woorden - 'nooit weer' is favoriet - in combinatie met bar weinig actie.

Gezien de passiviteit in Washington, Europese hoofdsteden en het VN-gebouw in New York is Powers observatie paradoxaal. Toch is het waar. Voor zover het debat in de VS niet gaat over Irak of Iran, staat de toestand in Darfur centraal. En steeds wordt in de discussie naar Rwanda verwezen.

Ook in politiek Washington is het 'g-woord' gehoord. Het Congres was vorig jaar het eerste lichaam dat het etnische geweld in Darfur genocide noemde. Kort geleden nam de VN een andere positie in: geen genocide, maar wel 'wijdverbreide en systematische' mishandelingen door de Janjaweed, rebellen die met steun van de regering in Khartoem moorden, verjagen en verkrachten.

De vraag is of het gebruik van de beladen term wat uitmaakt.

Ten tijde van de gruwelen in Rwanda werd het woord vermeden, en de wereld deed niets. Nu velen stierven en sterven in Sudan, is niemand bang voor de frase, maar wederom doet de wereld weinig tot niets.

'De les van Rwanda is níet dat we zulke gruwelen in Afrika niet nog een keer accepteren', zegt Philip Gourevitch. Hij schreef het boek We Wish to Inform You That Tomorrow We Will Be Killed With Our Families, een standaardwerk over Rwanda, dat in 1998 verscheen. 'De les is dat we inderdaad niets doen. Als Darfur iets bewijst, is het dat de totale passiviteit van de regering-Clinton geïnstitutionaliseerd is.'

Gourevitch wil niet cynisch doen, maar je kunt dit toch moeilijk vooruitgang noemen:

'De machthebbers in Washington en Europa kregen op hun kop voor Rwanda. Voor Darfur krijgt niemand op z'n kop, terwijl de stilte even oorverdovend is.'

Een belangrijk verschil tussen Rwanda toen en Darfur nu is dat over Darfur voortdurend wordt gepraat in de VS. Rwanda kwam in die honderd bloedige dagen steeds op onbeduidende hoekjes in de krant terecht, in de schaduw van het nieuws uit Bosnië. Anno nu wordt Rwanda er juist voordurend bijgehaald. In zekere zin vindt de werkelijke geschiedschrijving over '1994' elf jaar later alsnog plaats, in Amerika althans.

Eén reden voor de aandacht voor Rwanda is het nieuwe boek van de Canadees Dallaire. De man die in 1994 met zijn driehonderd VN-soldaten deed wat hij kon, heeft zijn uniform afgelegd. In grijs pak en met een gepijnigd gezicht praat hij dezer dagen over zijn autobiografische verhaal, Shake Hands with the Devil.

In dat boek en tijdens publieke optredens maakt hij duidelijk dat het werkelijk een ontmoeting met de duivel was. Als gezicht van het Westen en de wereld werd Dallaire aan zijn lot overgelaten door de Verenigde Naties, de Amerikanen en de Europeanen. Het gevolg was dat hij de Tutsi's en gematigde Hutu's aan hún lot moest overlaten. De hoogste blauwhelm ter plekke wist als geen ander wat dat was: dood per kapmes.

Op Dallaires optredens, zoals vorige week met Samantha Power in New York, komen honderden nieuwsgierigen af. De zaal zat stampvol, tientallen mensen moesten bij de deur worden geweigerd. Die opkomst, normaliter gereserveerd voor presidentskandidaten, heeft volgens Power te maken met het gevoel dat men 'iets' moet doen. Tegenover het wegkijken terwijl de genocide woedde, is het luisteren naar Dallaire niet meer dan symbolisch. Maar het is íets. 'Wat voelen we ons toch graag lekker schuldig', zei ze tijdens haar gesprek met de oud-generaal.

Gourevitch ziet die psychologische impuls wat anders. 'Mensen zijn vooral verbijsterd dat ze dit verhaal grotendeels gemist hebben.' Dat was zo in 1998, merkte hij toen zijn boek uitkwam, en dat is nog steeds zo. 'Het is niet zozeer schuldgevoel als wel een idee van:

”Hoe heb ik dit kunnen missen? Dit moeten we goedmaken.”

De belangstelling voor Dallaire zal ook te maken hebben met het tragische karakter van de oud-generaal. Dallaire heeft een aantal zelfmoordpogingen gedaan. Hij kan moeilijk leven met de beelden van opengereten zwangere vrouwen, verminkte kinderlijkjes, bergen aan stukken gehakte mensen. Vooral is hij een verscheurd man. Enerzijds aanvaardt hij met tegenzin zijn beroemdheid omdat hij zijn verhaal belangrijk vindt. Anderzijds zou hij het liefst van de aardbodem verdwijnen.

Vorige week was dat onmiskenbaar, zoals hij daar ongemakkelijk op het podium zat. Tegelijkertijd was zijn verhaal intiem en krachtig, zodat je een speld kon horen vallen in de volle hal van het World Policy Institute. 'Ik voel me niet comfortabel met alle aandacht. De missie faalde volledig. Het was niet dat we een slag verloren; we verloren de oorlog.

'Ik wil de herinnering levend houden. Wat ik heb gezien - ik hoop dat niemand dat ooit hoeft te zien. Ik spreek hier niet vanuit woede of een getraumatiseerd soort rust. Ik spreek vanuit verbijstering: hoe kon het, dit catastrofale falen? En natuurlijk is er een verwoestend schuldgevoel. Natuurlijk.'

Shake Hands with the Devil is toegankelijk, meer anekdotisch dan analytisch van aard. Maar het bereikte publiek blijft beperkt; uiteindelijk pakt slechts een handvol lezers zo'n boek op. Tegelijkertijd is Rwanda doorgedrongen tot de massa's, en tot Hollywood. Dat komt door Hotel Rwanda: de indringende film, die op 17 maart zijn Nederlandse première beleeft, is de eerste met de genocide als achtergrond. De hoofdpersoon is de hotelier Paul Rusesabagina, die als een Afrikaanse Oskar Schindler (bekend door de film Schindler's List) honderden landgenoten redde.

Met kaskrakers kan Hotel Rwanda niet wedijveren. Maar de film is goed ontvangen door recensenten en is te zien in achthonderd bioscopen. Dat is weinig voor een film met een Oscar-nominatie, maar veel meer dan het alternatieve circuit waar Hotel Rwanda oorspronkelijk in zat.

De aandacht doet de Ierse regisseur Terry George goed. Zijn doel was steeds om wakker te schudden, over Rwanda én over Darfur.

'Het is overdreven optimistisch om te denken dat een film dingen kan veranderen', zegt George. 'Maar je informeert en legt uit. We moeten het van mond-tot-mondreclame hebben. George legt een direct verband tussen Rwanda en Darfur. Als filmmaker, activist en pleitbezorger zoekt hij toegang tot de regering-Bush, 'om te praten over de stap van vredeshandhaving naar vredestichting. Over het schrijnende verschil tussen de ruimhartige reactie op de tsunami en het niets doen in Darfur. Langzaam beginnen ze in Washington te reageren op pogingen tot een dialoog.'

Acteur Cheadle en Paul Rusesabagina zijn onlangs in Darfur geweest. Met een cameraploeg en een Congres-delegatie trokken ze naar de regio. 'Zo proberen we het moment vast te houden', zegt George. 'Als je zo'n film hebt gemaakt, is het niet de bedoeling dat die alleen maar als dvd op de plank belandt. Het gaat om véél meer.'

Het verhaal over Rusesabagina komt uit het boek van Gourevitch. De schrijver is blij met de film, maar nuanceert de sfeer van heldenmoed die eruit opstijgt. Wat Rusesabagina deed, was normaal, zegt Gourevitch. Hij liet familie, vrienden en passanten in zijn hotel niet wegvoeren om afgeslacht te worden. 'Dat zou geen afwijkend gedrag moeten zijn. De kracht van dit verhaal is juist dat normaal gedrag abnormaal was geworden.' Of die context, kenmerkend voor genocides, duidelijk wordt in Hotel Rwanda, betwijfelt Gourevitch. 'Maar als het bewustzijn over 1994 wordt verhoogd, is dat alleen maar goed.'

De aandacht voor Rwanda zal niet snel wegebben. Op basis van Dallaires boek is ook een documentaire met dezelfde titel gemaakt. Die wordt getoond op filmfestivals, en verschijnt 1 maart op dvd. Rond de Oscar-uitreiking op 27 februari zal Hotel Rwanda opnieuw in de schijnwerpers komen, zeker als Don Cheadle de Oscar voor beste mannelijke hoofdrol wint. Voorts is vorig jaar Seizoen van de machetes van de Fransman Jean Hatzfeld uitgekomen.

Intussen ontvouwt zich in Darfur wat Dallaire 'een herhaling van het falen van de mensheid' noemt. Voor de huidige en toekomstige slachtoffers van systematisch, etnisch geweld - of we het nu genocide noemen of niet - zijn alle geschreven en gesproken woorden op zichzelf betekenisloos.

Samantha Power en vele anderen hebben opgemerkt dat het 'nooit weer' van na de Holocaust een loze kreet is. Een cynische grap in Amerika luidt: 'nooit meer' betekent nooit meer jodenvervolging in Europa tussen 1933 en 1945. De miljoenen in Cambodja, Koerdistan en Rwanda weten dat dit waar is. Het is een bezwerende mantra die in de praktijk een leugen is, zeker uit de mond van opeenvolgende Amerikaanse regeringen, Democratisch of Republikeins van aard.

Dat ontslaat het even passieve Europa geenszins van verantwoordelijkheid, maar de Amerikaanse inactie is schrijnend vanwege de veelvuldige beloften van hulp.

Overigens merkt Gourevitch op dat het Europese wegkijken wat Afrika betreft zo mogelijk erger is. Hij noemt de houding in Parijs en Brussel 'het respecteren van de soevereiniteit van de meest cynische soort'. Niet de VS maar de oude koloniale machten hebben een speciale band met veel Afrikaanse landen, zoals Amerika die heeft met het Midden-Oosten. 'Het idee dat daar ook een bijzondere verantwoordelijkheid bij komt kijken, is kennelijk niet bij de Europeanen opgekomen', zegt Gourevitch.

Het biedt een beetje hoop dat Amerikanen bij spreekbeurten van VN-generaals en in het Congres niet langer bang zijn voor het woord genocide. Achteraf gezien is het een bron van diepe schaamte dat de term in het Witte Huis van Clinton taboe was. Door het woord in de mond te nemen, zou de regering zich moreel verplichten om in te grijpen. Krampachtig zocht Clintons buitenlandploeg maandenlang naar minder erge synoniemen, terwijl de beelden uit Rwanda glashelder waren.

Maar of het 'genocide' van het Congres ditmaal tot actie leidt? In de praktijk niet, en bij de VN evenmin. Zoals een hoge VN-diplomaat eind vorig jaar tegenover een groep journalisten doodleuk opmerkte: 'Ach genocide, het is maar een woordje. Laten we de boel nou eerst maar eens aankijken.' Het was een schokkende echo van de Clinton-lijn, elf jaar later, terwijl de beelden uit Darfur even helder zijn.

Kort na zijn aantreden in 2001 las president George W. Bush een artikel over Rwanda. In de kantlijn schreef hij: 'Niet onder mijn bewind.' Dat klonk krachtig, zeker nadat hij in 2000 tijdens een debat met Al Gore had gezegd: 'Ik denk dat de regering in dat geval een goede beslissing nam, dat denk ik echt.'

Het was een opvallende steunbetuiging, juist voor een beleidslijn die door iedereen - inclusief de toenmalige Nationale Veiligheidsadviseur Anthony Lake - als desastreus wordt beschouwd.

Nu Washington wel van genocide in oostelijk Afrika heeft gesproken, maar verder de oude, vertrouwde passiviteit betracht, is het misschien tijd voor een nieuw motto: 'Niet onder mijn bewind' betekent geen massaslachting in Rwanda in 1994 onder mijn bewind.

De bevolking van Darfur weet dat dit waar is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden