Janneke de Bijl.

interview cabaretier Janneke de Bijl

‘Eigenlijk ben ik nét wat gezelliger dan net niet gezellig’

Janneke de Bijl. Beeld Eva Roefs

Dit najaar gaat de eerste voorstelling van cabaretier Janneke de Bijl (37) in première: Zonder zin kan het ook. Nu is er al een bundel met ‘573 grijsgallige observaties’. Een karakterschets in vijf fragmenten.

Ze vindt de zin waarmee ze voor de zomer de try-outs van haar debuutvoorstelling begon een beetje flauw worden, moet cabaretier Janneke de Bijl (37) bekennen: ‘Hallo, ik ben Janneke en ik ben, zeg maar, nét niet gezellig.’ Maar ja, die zin zet wel precies de droge, net niet sombere toon van Zonder zin kan het ook. Eind oktober is de première. Nu verschijnt er al een boek met een titel die even tegen-de-klippen-op-optimistisch klinkt. Pogingen tot zomer is een bundeling van 573 ‘grijsgallige observaties’, zoals deze: ‘Wat ik zeker weet, is dat ik maximaal één kind wil. Ik ben 37 en ik heb er nul, dus ik lig op schema.’

Een paar van die korte en iets langere stukjes las ze in 2017 voor tijdens de finale van cabaretwedstrijd Cameretten, waar zowel de jury als het publiek viel voor haar eigenzinnige oog voor misverstanden en absurde overpeinzingen over kwesties en kwestietjes in het dagelijks leven. Komt er ooit een goed moment om een cadeau gekregen bruisbal te gebruiken? 

Ze bespreekt graag ongemakkelijke situaties waarin mensen zich tot elkaar moeten verhouden, of ze analyseert tot in het fijnste detail onwelgevallige gedachten waarop ze zichzelf betrapt – gedachten waarop we onszelf allemáál weleens betrappen. Dat kan trouwens ook in een pianoliedje zijn.

Een jaar voor ze Cameretten won sloot ze zich aan bij stand-upcomedycollectief Comedytrain, na een studie filosofie en een theateropleiding. In de tijd dat ze vier keer per week stand-upte in Comedytrain-thuishonk Toomler begon ze haar blog Hoge verwachtingen, een uitlaatklep voor de niet keihard op de grap geschreven teksten die ze daar minder goed kwijt kon. 

Beeld Eva Roefs

Nog steeds begint ze iedere doordeweekse dag met pianospelen en schrijven over iets dat haar is opgevallen. ‘Maar dat kan ook gewoon gezeur zijn dat ik nooit ga publiceren.’ Eens in de zoveel weken zet ze de stukjes die ze goed gelukt vindt op haar site, waar ze zijn gerangschikt op meevallers, tegenvallers (de grootste categorie) en meevallers noch tegenvallers. 

Een poging om Janneke de Bijl te leren kennen aan de hand van vijf stukjes uit Pogingen tot zomer, die overigens altijd met het woord ‘dat’ beginnen. ‘Dat scheelt inleidend gepraat, zo zit ik meteen middenin de situatie.’

201 Valentijnsdag III

Dat ik dit jaar weer niks aan Valentijnsdag heb gedaan en me daar nog altijd mee identificeer. Ik vind Valentijnsdag onzin en dat maakt mij Janneke. Net als dat ik niet getrouwd ben, daar identificeer ik me ook mee. Terwijl ik toen iemand me laatst vroeg wat ik zou zeggen als ik ten huwelijk word gevraagd, tot mijn spijt concludeerde dat het eerlijke antwoord toch echt ja zou zijn.

Met sommige andere aspecten van mezelf identificeer ik me juist weer helemaal niet, bijvoorbeeld met het feit dat ik tennis. Ik tennis wel, maar vind mezelf zeker geen tennis-iemand. Toen ik vroeger voetbalde voelde ik me wel echt een voetballer, hoewel ik er de conditie niet voor had. Comedian voel ik mij ook nooit, schrijver wel. En juf, als juf ben ik denk ik geboren.

Beeld Eva Roefs

Ik ben niet iemand van wie iedereen altijd al zei: zij moet op een podium. Ik ben meer een afstandelijke observator, eerder een denker dan een shower. Bij een comedian denken mensen toch vaak aan een wat uitbundiger type, maar inmiddels weet ik natuurlijk ook wel dat ik mijn eigen definitie van een comedian moet bijstellen. Het is juist leuk dat er bij Comedytrain zoveel verschillende types zitten. Howard Komproe is op het podium precies dezelfde persoon als naast het podium, hij is zo iemand die gewoon op het podium hóórt, maar hij heeft daardoor ook hele andere onderwerpen dan iemand die wat meer in zijn hoofd zit, zoals ik. 

‘Op de middelbare school was ik heel streberig, ik schreef graag en ik was goed in wiskunde. Iedereen vond het logisch dat ik wiskunde ging studeren, of Nederlands. Als je ergens goed in bent denken mensen vaak dat je dat ook leuk vindt, maar dat is natuurlijk niet per se zo. Ik zat op toneel, misschien ook wel omdat ik graag iets deed wat niemand me zag doen. Na het vwo ging ik naar de Vrije Hogeschool in Driebergen, een soort studiekeuzeschoolkamp van een jaar. Als opdracht moesten we een keer alle beroepen opschrijven die je ooit had willen worden. Ik had: cabaretier, filosoof, journalist, juffrouw. ‘Het gaat eigenlijk allemaal over je eigen ideeën ontwikkelen, vormgeven en overbrengen’, zei iemand. Toen ik die samenhang zag, werd het ineens veel minder ingewikkeld om een keuze te maken. 

‘Uiteindelijk ben ik eerst filosofie gaan studeren in Groningen, en tijdens het schrijven van mijn masterscriptie begon ik aan de particuliere theateropleiding Selma Susanna in Amsterdam. Ik had steeds in mijn hoofd dat stand-up te beperkt was voor mij, maar toen kreeg ik stand-up les van Sanne Wallis de Vries. Door de voorbeelden die zij gaf ontdekte ik dat je echt óveral stand-up over kunt maken.  De klas vond het hilarisch wat ik deed, maar ik had zelf totaal niet door waar het komische effect 'm dan in zat. ‘Gewoon, hoe je het vertelt, zo droog!’ Dat is best raar om te horen als je zelf denkt dat je dingen op een normale toon vertelt. 

‘Het minst comedian voel ik me als iemand in de kroeg of op een verjaardag vraagt wat ik doe en ik zeg: ik ben comedian. En dat ze je dan soms aankijken – of dat denk ik dan – met zo'n blik van: jij, comedian? Meestal is de volgende vraag wat mijn beste grap is. Alle comedians vinden het rottig om op een verjaardag te moeten vertellen dat ze comedian zijn. Ook omdat andere mensen dan vaak hun eigen beroep gaan downplayen: ‘oh, ik ben maar gewoon…’ Of ze denken dat ze je al hadden moeten kennen.

‘Tijdens mijn auditie bij Comedytrain had ik als begin: ‘Hallo ik ben Janneke en ik werk niet in een bibliotheek.’ Toen droeg ik ook nog een bril. Het werkt vaak goed om meteen te benoemen wat het publiek waarschijnlijk denkt: jullie verwachten mij niet op het podium. Maar als zo'n zin niet het beoogde effect oproept, is het meteen een hele rare zin. Hij komt trouwens voort uit een sollicitatie die ik ooit had bij de C&A. Ik werd niet aangenomen. ‘We vinden jou meer wat voor de bibliotheek’, zeiden ze. Toen was ik echt beledigd. Ik vond dat ze bij die suffe C&A blij met mij moesten zijn.’

182 Licht bezwaard

Dat ‘licht bezwaard’ mijn basisemotie is. Niet enorm schuldig, niet gegeneerd, maar gewoon licht bezwaard. Als ik een mailtje pas na twee dagen beantwoord, bijvoorbeeld. Als mijn hond meerdere keren op een dag even alleen is. Of als ik rechtsaf moet met de auto en degene achter mij daardoor ook moet remmen. Zeker toen ik nog rijles had ging ik vaak veel te hard door de bocht, omdat ik bang was dat mijn achterligger mij anders een typische lesauto vond. Het zijn geen grote issues dus je kunt er ook geen hulp voor zoeken. Maar het is er wel continu. Dat ik nog steeds met een vriendin zou afspreken, maar de hele tijd niet kan en bang ben dat zij nu denkt dat ik er geen zin in heb. Dat ik mijn tuin laat overwoekeren en de buurt zich daar misschien aan stoort.

‘Vanochtend heb ik me ook weer licht bezwaard gevoeld. Ik moest bloed laten prikken. Eerder ben ik weleens flauw gevallen door bloedprikken, dus ik had een vriendin die arts is om advies gevraagd. Zij vertelde dat het slim is om van tevoren even iets fysieks te doen om je bloeddruk omhoog te krijgen. De mevrouw die bloed ging prikken geloofde daar helemaal niks van, dus terwijl ik voor haar neus een oefening deed voelde ik me licht bezwaard. Bij de kapper heb ik het ook altijd. Ik heb de neiging om in te vullen hoe het voor haar is als zij mij niet enthousiast in de spiegel ziet kijken. 

‘Mijn redacteur zei: je stukjes hebben iets zwartgalligs, maar ze zijn ook tevergeefs optimistisch. Dat vond ik wel treffend. Het gaat bij mij vaak over zoeken naar lichtheid als het tegenzit, zin hebben om ergens in op te gaan terwijl ik daar dus niet zo goed in ben, of het verlangen om ergens bij te horen. Iets is bijna nooit alleen maar een meevaller, of alleen maar een tegenvaller.’

Beeld Eva Roefs

225 Interviewvragen

Dat ik in mijn hoofd vaak interviewvragen oefen, bijvoorbeeld over of vrouwen nou wel of niet grappig zijn, en zo ja, waar die vrouwen dan zijn. Dat ik dan eigenlijk wil zeggen dat ik die vraag niet wil beantwoorden. Dat ik niet al te arrogant wil overkomen, maar een beetje is misschien juist wel goed. Dat ik ook vaak bedenk wat ik aan zal trekken bij belangrijke premières, of ik dan op mijn mooist ga of juist een statement wil maken om het (gebrek aan) belang van het hele gebeuren aan de kaak te stellen. Dat ik denk ik beter even kan gaan schrijven.

‘Het onderwerp vrouw-zijn in comedy probeer ik altijd te vermijden, maar tegelijkertijd zou ik wel iets willen betekenen voor vrouwen die in Toomler willen spelen. Want het ís gewoon lastig om bijna altijd de enige vrouw in de line-up te zijn, dat hoor je van alle vrouwen die er spelen of hebben gespeeld. Het voelt meteen relaxter als er nog een vrouw speelt die avond. Er zijn nog steeds vooroordelen over vrouwen en humor en een deel van het publiek heeft die ook. Daar moet je tegenin spelen. Je voelt het soms als je wordt aangekondigd, dat mensen denken: shit, een vrouw. Dat heb ik niet zelf bedacht: na een goed optreden komen er achteraf geregeld mensen naar mij toe om te zeggen dat ze vrouwen normaal niet zo leuk vinden, maar mij wel. Terwijl er natuurlijk heel veel leuke vrouwen zijn. 

‘Met mijn vriendinnen voer ik andere gesprekken dan met de mannelijke Comedytrain-collega’s. Die geintjes, elkaar aftroeven enzo, dat is niet echt mijn manier van praten. Daar moet je wel tussen zien te laveren. In het begin zat ik soms misschien iets te hard mijn best te doen om leuk mee te doen, terwijl ik me beter even kon terugtrekken om me op mijn optreden te focussen.’

222 Mensheid

Dat ik op het podium zo graag wil zeggen wat ik zélf leuk vind, maar ook zo graag wil dat de mensen mij leuk vinden. Dan heb ik bijvoorbeeld een zin bedacht waar ik thuis in mijn eentje hardop om moest lachen, en neem ik me voor om die hoe dan ook te blijven zeggen. Maar vervolgens geeft het publiek geen sjoege. En dan weet ik zelf ook meteen niet meer wat er eigenlijk zo leuk aan was, en wil ik hem niet eens meer herhalen.

Dat ik daarom soms denk dat comedy niks voor mij is, maar dat ik ergens ook wel weet dat het dilemma veel wezenlijker is. Het is de eeuwige strijd tussen vrij en geliefd willen zijn. Dat comedy dus niet problematisch is op zich, maar een probleem van de algehele mensheid vertegenwoordigt.

‘Als ik grappen aan het bijschaven ben, voelt dat soms onvrij: waarom ben ik nou net zo lang aan het doorschrijven tot het publiek mij leuk vindt? Maar zodra ik een stukje heb dat werkt vind ik het tóch leuk dat ik de grap heb. Het geeft een gevoel van macht om mensen te laten lachen om iets dat ze herkennen, maar ik heb er ook echt lol in. Door die herkenning voel ik me verbonden met het publiek, terwijl ik die mensen helemaal niet ken.’

547 Helpen

Dat mijn somberheid vaak zakt zodra mijn vriend thuiskomt. Dat ik vervolgens boos op mezelf word omdat ik hem daarvoor nodig heb, ik vind dat ik het zelf moet kunnen ombuigen. Dat ik dan toch weer somber word. Zie je wel, hij kan me ook niet helpen.

‘De pieken en dalen in mijn leven komen bij mij van mijn werk. Mijn privéleven is al jaren rustig, ik woon samen met mijn vriend in Hilversum, maar als het om werk gaat ben ik superambitieus en daardoor snel gefrustreerd. Tijdens mijn proefjaar bij Comedytrain heb ik veel getwijfeld: moet ik dit wel willen? Het voelde als één lange auditie. Dan was Theo Maassen er en ging het uitgerekend die avond niet goed. Shit, dacht ik dan, hij heeft me drie maanden geleden ook al niet zo goed zien spelen. 

‘Iedereen heeft tijd nodig om goed te worden. Je weet dat je moet doorzetten, maar je wilt ook niet diegene zijn met een bord voor z’n kop. Ik ben met vrij weinig ervaring begonnen, dus het is logisch dat je dan een lange weg te gaan hebt, maar niemand kan jou beloven dat het goedkomt. Ik ging meteen beter spelen toen ik eenmaal vast was aangenomen.

‘Schrijven is ook een vorm van zelfrelativering. De somberheid en het piekeren zet ik wel extra aan. Een blokje stand-up in Toomler duurt soms maar zes minuten. In die korte tijd moet je jezelf uitvergroten.  In een avondvullende voorstelling kun je meer kanten van jezelf te laten zien. Nu is het begin dus dat ik net niet gezellig ben, maar dat vind ik inmiddels een beetje een karikatuur. Eigenlijk ben ik nét wat gezelliger dan net niet gezellig.’ 

Pogingen tot zomer is verschenen bij Nijgh & Van Ditmar. Zonder zin kan het ook gaat 28 oktober in première in De Kleine Komedie, Amsterdam. Tournee t/m 30/4/’20.

CV Janneke de Bijl

1982 geboren in Den Bosch
2008 Filosofie, Rijksuniversiteit Groningen
2012 theateropleiding Selma Susanna
2016 sluit zich aan bij stand-up comedygezelschap Comedytrain
2017 wint jury- en publieksprijs van Cameretten
2019 bundel Pogingen tot zomer, debuutvoorstelling Zonder zin kan het ook

Janneke de Bijl woont in Hilversum met haar vriend.

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden