100 jaar

Egberdien van Rossum (100 jaar): ‘Sinds kort ben ik weer verliefd, op een schat van een man. Hij is ook oud’

Egberdien van Rossum, 100-jarige.  Beeld Aurélie Geurts
Egberdien van Rossum, 100-jarige.Beeld Aurélie Geurts

Egberdien van Rossum is evenals de Volkskrant 100 jaar. Hoe kijkt de voormalige galeriehouder en kunstverzamelaar, die op haar 75ste nog een carrière als fotomodel begon, terug op de eeuw die achter haar ligt en wat vindt zij van het huidige tijdsgewricht?

Marjon Bolwijn

Op korte laarsjes met hakken manoeuvreert Egberdien van Rossum haar rollator centimeter voor centimeter langs objecten en meubilair in de kleine, bontgekleurde galerie ‘Mevrouw Boon’ in Moordrecht. Hier spreekt ze graag af omdat een deel van haar kunstverzameling er hangt. In de 25 jaar dat ze op Curaçao woonde, had ze een bloeiende galerie met werk van internationale moderne kunstenaars, van Aruba tot Algerije.

In 1990, na de dood van haar echtgenoot, keerde ze terug naar haar geboortestad Rotterdam, niet wetende dat haar loopbaan nog een bijzonder staartje zou krijgen. Dankzij een vasthoudende vriendin werd ze op haar 75ste fotomodel en zou ze nog 20 jaar poseren voor beroemde fotografen als Andres Serrano en Erwin Olaf. Vier jaar geleden portretteerde Harmen Meinsma haar nog met haar lange rode manen en naaldhakken op een motor. Egberdien wil graag getutoyeerd worden en verkoopt een pets op de knie bij elke ‘u’ die per ongeluk klinkt.

U heeft in uw lange leven een grote verzameling moderne kunst aangelegd, hoe is het om in deze galerie werk van de hand te doen?

*pets*

‘Dat doet pijn in mijn hart. Maar ik kan straks niet alles meenemen, als je begrijpt wat ik bedoel.’

Hoe ben je in de kunstwereld verzeild geraakt?

‘In 1955 trouwde ik met Wil van Rossum. Hij werkte als jurist op het ministerie van Economische Zaken en kreeg een jaar na ons huwelijk het aanbod handelsattaché voor het Caribisch gebied te worden, met Curaçao als standplaats. Dat was een mooie kans, en zo reisden we per boot naar de andere kant van de wereld. Ik wilde niet met mijn duimen draaien in het land dat we ooit hadden ingepikt. Dat voelde niet goed.

‘Ik probeerde het werk voort te zetten dat ik in Rotterdam had gedaan: ik was apothekersassistente bij apotheek Nanning, aan de Korte Poten 7. Vergeet niet dat in die tijd alles met de hand ging. We kregen grondstoffen geleverd waar we zelf pillen van draaiden. In een vijzel mengden we de juiste bestanddelen. De poeders legden we op een papiertje. Voor particulieren vouwden we die anders dicht dan voor Ziekenfondspatiënten.

‘Het lukte op Curaçao niet een baan in een apotheek te vinden. Toen ik hoorde dat de enige galerie in Willemstad ermee stopte, besloot ik er zelf een te beginnen. Ik wist er niets van, maar dacht: laat ik het proberen. Ik vond een ruimte in de Keukenstraat en noemde het Gallery rg, naar mijn achternaam Rossum-De Goede.

‘Om te beginnen kocht ik catalogi van musea als Boijmans van Beuningen en het Stedelijk, want ik had heel wat te leren over hedendaagse kunst. Van lieverlee lukte het steeds vaker kunstenaars te interesseren voor een expositie in mijn galerie en werken naar het eiland verscheept te krijgen: beeldhouwwerken, schilderijen, grafische kunst, sieraden, keramiek. Ik koos vaak werk van jonge kunstenaars.’

Wat dreef u?

*pets*

‘Ik wilde mensen kennis laten maken met kunst, want kunst hoort bij het leven. Moderne kunst staat voor mij voor vooruitgang, verder kijken, ontdekken en vernieuwen. Het is een uiting van de mens van binnenuit en laat je kennismaken met de belevingswereld van een ander. Wat jij erin ziet, hoeft niet de bedoeling van de kunstenaar te zijn geweest, en dat maakt niet uit. Als je een kunstwerk niet snapt kun je het ook alleen mooi of lelijk vinden.’

Heb je een favoriet kunstwerk?

‘Dat is afhankelijk van mijn stemming. Het grote stalen kunstwerk van Naum Gabo voor de Bijenkorf in Rotterdam vind ik altijd mooi. Het heet ‘de gestileerde bloem’. Iemand die niet van moderne kunst houdt, zal zeggen: onzin, het is helemaal geen bloem. De meeste mensen zijn niet geschoold in wat moderne kunst behelst. Daarom vind ik het zo belangrijk dat het in de openbare ruimte te zien is. Dan kun je er niet meer omheen, en ga je je afvragen: wat staat daar in vredesnaam? Kunst kan ontregelen, verwonderen, verbazen.’

De handen van Egberdien van Rossum houden een foto vast, gemaakt door Harmen Meinsma, waarop Egberdien poseert op een driewieler in Hellevoetsluis, met op de achtergrond een tyrannosaurus rex.  Beeld Aurélie Geurts
De handen van Egberdien van Rossum houden een foto vast, gemaakt door Harmen Meinsma, waarop Egberdien poseert op een driewieler in Hellevoetsluis, met op de achtergrond een tyrannosaurus rex.Beeld Aurélie Geurts

Wat is het grootste avontuur dat je hebt meegemaakt?

‘Wil je een vrolijk, of een niet-vrolijk avontuur? Na mijn terugkeer in Nederland, na het overlijden van mijn man, belde een vriendin mij op. Ze vertelde dat een modellenbureau in Amsterdam een oudere vrouw als model zocht voor de Amerikaanse fotograaf Andres Serrano. Die vriendin had zelf geen tijd en vond het wel iets voor mij. Ik keek op de website van Serrano, zijn werk sprak mij helemaal niet aan. Hij bleek een van de meest controversiële fotografen van de VS te zijn. Maar mijn vriendin bleek mij al opgegeven te hebben en het bureau wilde al de volgende week met mij aan de slag. Toen ben ik het avontuur maar aangegaan.

‘Voor de eerste fotoshoot werd ik meegenomen naar de Wallen in Amsterdam. We gingen een trap af en kwamen in een seksshop terecht. Er hingen allemaal grote zwarte piemels. Ik dacht: mijn god, waar gaan ze me in mengen? Dit is niets voor mij. Gelukkig liepen we verder naar een andere ruimte waar de fotograaf mij vroeg een dwangbuis aan te trekken, een jas zonder mouwen. Omdat ik niet zo groot ben, zat het gelukkig niet zo strak. Daarna reden we naar Bergen aan Zee, waar Serrano mij fotografeerde aan de vloedlijn bij ondergaande zon. En toen werd het heel grappig: hij koos gelukkig die laatste foto aan zee en die kwam in het New York Times Magazine te staan. Er stond bij dat ik net zo sexy was als een 25-jarige. Het was het begin van meer modellenwerk voor grote fotografen, zoals Mario Testino en Erwin Olaf. In Olafs boek Silver sta ik op pagina 152.’

En zo werd u zelf een kunstwerk, met uw excentrieke verschijning.

‘De meesten weten dit al niet meer. Slechts een paar mensen blijven jarenlang bekend.’

Is dat jammer?

‘Nee, ik heb een heerlijk vrij leven geleid en ik voel me niet boven een ander staan.’

Welke levensinzichten heb je opgedaan?

‘Laat een mens zijn zoals hij is, laat zijn gedachten vrij en dring een ander niet jouw wil en mening op. Daar komt alleen maar ellende van, zoals we nu weer zien in Oekraïne. Dè waarheid bestaat niet. Belangrijk is ook van jezelf te houden, want dan is het makkelijker om van een ander te houden, ook als diegene heel anders is.’

In wat voor gezin ben je opgegroeid?

‘In een klein gezin met liefdevolle ouders. Ik was enig kind. Mijn ouders hielden goed in de gaten dat ik niet werd verwend, ze plaatsten mij nooit op een voetstuk. Nooit zeiden ze: doe dit of dat. Ik ben ook niet geslagen. Ons gezin behoorde zogezegd tot de gegoede middenstand. Mijn ouders gingen vaak naar de schouwburg. Vader had een wijnhandel. Boven de deur van zijn zaak was een afbeelding van art nouveau in glas-en-lood, zo mooi. Mijn vader hield van kunst en nam mij vaak mee naar museum Boijmans Van Beuningen. Moeder speelde piano en vader en ik zongen er bij. Als kind wist je vroeger minder dan je ouders, tegenwoordig is het andersom.’

Welke jeugdherinnering staat nog op uw netvlies?

‘De oorlog hè. Tijdens het bombardement van Rotterdam op 14 mei 1940 stond ik met mijn ouders op het dak te kijken hoe de bommen op de Waalhaven vielen. In een dag hebben de Duitsers alles in Rotterdam vernield.

‘Mijn ouders vonden voor de nacht onderdak op een andere plek in de stad. Onzin, vond ik, want hoe wist je waar het veilig was? Maar achteraf was het maar goed ook dat we niet thuis sliepen, want er viel een bom naast ons huis, de muur van onze badkamer was vernield. De volgende dag gingen we heel voorzichtig de trap op, bang dat er iets zou instorten.

‘Mijn vader liep voorop. Bij de badkamer aangekomen, riep hij uit: ‘Weg! Weg! Er liggen bommen in ons bad.’ Mijn moeder en ik schrokken natuurlijk. Maar hoe kon dat, bommen in ons bad? Mijn moeder ging toch kijken, en wat bleek? Het waren rode kolen, die mijn moeder een paar dagen eerder daar had neergelegd. Mijn vader had geen idee hoe bommen eruit zagen. Pas sinds vorige week weet ik dat ze helemaal niet rond zijn, zoals ik altijd dacht, eerder langwerpig.’ (Ze gebaart vorm en omvang.)

Hoe bent u daar vorige week ineens achter gekomen?

‘Mijn vriend vertelde het. Hij kan het weten, want hij heeft als dienstplichtige in het leger gediend.’

U bent sinds kort weer verliefd, hoorde ik uit betrouwbare bron.

‘Wie heeft je dat verteld? Het klopt wel. Ik heb hem leren kennen in het verzorgingshuis, waar ik vorige zomer ben komen wonen nadat ik thuis was gevallen. Hij woont er al tien jaar. Hij is ook oud en een schat van een man. Dat vinden ze allemaal in het huis, dus ik moet wel oppassen. Grapje hoor. Hij is zeer geïnteresseerd in het leven en in andere mensen. We hebben het leuk samen, kunnen overal over praten. Meer vertel ik niet.’

Ze kijkt op haar horloge in de vorm van een ongepelde pinda, met een rode wijzerplaat. Egberdien: ‘Een ontwerp van de Spaanse kunstenaar Salvador Dalí. Ik zie dat we al twee uur aan het praten zijn. Weet je nu genoeg?’

In een eerdere versie van dit artikel werd 1945 genoemd als jaartal waarin het bombardement op Rotterdam plaatsvond. Dat is aangepast naar het juiste jaar, 1940.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden