Eerstejaars op je veertigste

Wil je oude dromen waarmaken, dan moet het nu

Veel veertigers hebben een 'nu-of-nooitgevoel'. Wil je oude dromen waarmaken, dan moet het nu. Journaliste Francisca Kramer ging studeren.

Beeld Lars van den Brink

Het is de eerste bijeenkomst van de practicumgroep waar ik ben ingedeeld. Samen met veertien studenten zit ik in een zweterig lokaaltje van de Universiteit van Amsterdam. Als we aan het eind de opdracht voor volgende week bespreken, kijkt een medestudent mij aarzelend aan: 'Heeft u ook Facebook?', vraagt hij.

Elke generatie heeft haar eigen crisis. Veel veertigers schijnen het 'nu-of-nooitgevoel' te hebben. Met een beetje passen en meten kunnen onvervulde dromen nog worden waargemaakt. De gemiddelde veertiger is fit, de kinderen zitten op school en de carrière staat al een tijdje op de rails. Wil je oude dromen waarmaken, dan moet het nu. Naast journalist, wat ik ben geworden, was mijn droom psycholoog worden, of dokter.

Wiskunde

Op een zaterdagochtend, nu een jaar geleden, viel het kwartje. Met een vriendin praatte ik in een lunchcafé over onze carrières of wat daarvoor moest doorgaan. Opeens vatte de gedachte post dat wij waarschijnlijk tot ons 70ste zullen doorwerken. De conclusie was snel getrokken: ik had nog langer voor de boeg dan ik er al had opzitten. Diezelfde avond nog stuurde ik een mailtje naar de UvA. 'Ik ben een vrouw van 42 en wil graag dokter worden. Wat is voor mij de snelste weg?' Per kerende post kreeg ik een vriendelijk mailtje terug. Er waren allerlei mogelijkheden, en waar het op neerkwam, was dat ik waarschijnlijk pas op mijn 49ste klaar zou zijn. Met een basisstudie. Daarna volgde dan nog een specialisatie van minimaal twee jaar en waarschijnlijk vier. De teller stond inmiddels op 53 jaar.

Enter psychologie. Maar ook voor deze studie gelden inmiddels strenge voorwaarden, zoals wiskunde op vwo-niveau. Zonder gedegen voorkennis blijkt statistiek vaak een dusdanig struikelblok dat studenten in het eerste jaar massaal stranden. Een dag later geef ik me op voor een cursus aan de UvA. De zenuwen gieren door mijn keel, want wiskunde? Daar scoorde ik op de middelbare school doorgaans niet hoger voor dan een 3. Dat ik niet de enige veertiger ben met nu-of-nooitdromen, bleek wel uit mijn Facebookaccount (ja, die heb ik dus) die zo ongeveer ontplofte van de felicitaties en aanmoedigingen.

Fanatisme

Lang verhaal kort: na vier maanden ploeteren haal ik een 9, terwijl meer dan de helft het niet heeft gehaald. Ik moet me inhouden mijn wiskundeleraar van vroeger niet op te snorren om hem het ongelofelijke nieuws te melden.

Ik ben klaar voor de volgende hobbel. Van mijn houding van 'we zien wel waar het schip strandt' is weinig over; er maakt zich een onvervalst fanatisme van mij meester. Nu zal ik het halen ook. Psychologie is zo populair dat er een selectieprocedure is. Op een snikhete dag in juni begeef ik me na een zakelijke afspraak snel naar de Oudemanhuispoort in het centrum van Amsterdam voor mijn eerste college. Ik wijk nogal af in jurkje, op hakken en met een leren tas. De studentes dragen spijkerbroeken, hoogopgetrokken hotpants, slippers of sportschoenen en hebben een linnen tas of rugzak. Seminonchalant check ik mijn telefoon en ga dan in de rij staan voor een koffie. De jongen achter de kassa spreekt me aan met u. Ik zie hem denken: 'Vast een docent.'

Aangenomen

In de collegezaal ga ik vooraan zitten. Ik ben er nu toch. Het onderwerp is waarneming; wat volgt is een gedetailleerde uiteenzetting over de werking van het oor en het oog. Niks geen Freud met spannende cases op de sofa, dit lijkt meer op een biologieles. Als ik weer plaatsneem, na in de pauze met niemand te hebben gepraat, want waar moet ik het over hebben, is de plaats van de docent ingenomen door een jongen van hooguit 28 jaar die er in zijn strakke T-shirt uitziet alsof hij dagelijks de sportschool frequenteert. Hij is doctor, lees ik op het scherm.

Met een syllabus worden we naar huis gestuurd. Het is de bedoeling dat we een week lang studeren, digitale oefeningen maken en dan een examen doen. Terwijl mijn kinderen zwemmen, lees ik op het strand in het Engels van alles over het slakkenhuis en hoe het komt dat onze ogen in het donker moeten wennen. Een week later begeef ik mij naar het AMC waar de UvA een tentamenzaal heeft. Twee weken later krijg ik de uitslag: weer een 9. Hoera, ik ben aangenomen.

'Het schema is killing'

Dan is het september. Op mijn zojuist aangeschafte tweedehandsomafiets scheur ik vanaf het Centraal Station naar de James Wattstraat waar de meeste eerstejaarscolleges zullen plaatsvinden. Op de stoep zitten ze weer, al die kinderen met hoogopgetrokken broeken met naveltruitjes. Te roken, hun haren te kammen in de wc en mij aan te kijken. Deze generatie is wel heel beleefd, valt me op, want ze blijven u zeggen. Maar hun geouwehoer in de collegezaal irriteert me. 'Hou je kop toch eens', denk ik geregeld als de docent weer eens staat te wachten omdat het niet stil wordt. Maar na afloop van vrijwel elk college voel ik me bruisen. En na een paar weken bazuin ik aan iedereen die het maar horen wil rond dat dit het leukste is wat ik de laatste jaren heb gedaan: weer studeren.

Het schema is killing. Vier keer per week college en twee keer verplichte werkgroep verhoudt zich slecht met een baan van vier dagen en een gezin. Gelukkig bestaat die baan uit een eigen bedrijf. Mijn medewerker vindt het niet erg veel alleen te zitten en de stagiaire doet het prima, maar toch.

Braafste studenten van de UvA

Colleges skippen blijkt geen optie en mijn aanvankelijk laconieke houding (welke student gaat nou naar elk college en bestaat er één student die veertig uur aan zijn studie besteedt?) moet ik laten varen. De negens worden zeventjes, maar ik red het. Met dertig uur in plaats van de vooraf bedachte vijftien, dat wel. De weekendkranten uitgebreid lezen of een serie kijken op tv? Al maanden niet meer gedaan. Mijn vriendinnen worden verwaarloosd en mijn zoon van 10 kijkt noodgedwongen mee naar een college over genetica. Want ik heb toestemming gekregen de colleges op film te kijken. Een voorrecht dat is voorbehouden aan studenten die twee studies volgen (omdat er anders niemand meer naar college zou komen), maar na een zielige mail waarin ik uitleg dat ik echt af en toe de kinderen naar school moet brengen, behoor ik tot de uitverkorenen.

De werkgroep blijft verplicht, met veel opdrachten. Dat gaat ongeveer zo. 13.15 uur: de werkgroep begint. 13.10 uur: appje van een medestudent. 'Ik heb me verslapen, ben iets later.' Zelf ben ik vanaf kwart voor zeven in touw.

We moeten projecten doen in groepjes, zoals een 'psycholoog in het wild' interviewen. Dat ik al een jaartje of twintig interviews afneem, verhoogt de motivatie niet, maar vooruit. Ik regel het wel zo dat de betreffende psycholoog in Haarlem woont, zodat ik daarna direct door kan naar Albert Heijn. De twee jongens van 20 zijn te laat: 'De bus reed voor onze neus weg'. Gelukkig heb ik Tanja, de enige andere eerstejaarsveertiger. We zijn waarschijnlijk de braafste studenten die op de UvA rondlopen. Keurig leveren we alle opdrachten op tijd in en we slaan geen bijeenkomst over.

Kun je het allemaal nog wel opnemen?, is een veelgehoorde vraag. Maar iedereen die het moederschap heeft weten te combineren met een baan, is in principe geschikt als ceo, dus om nou te zeggen dat het moeilijker is? Misschien is het wel makkelijker. Want we kunnen plannen, multitasken en zijn gewend nul tijd voor onszelf te hebben. En vlak niet uit dat het bij deze studie juist een voordeel is als je al wat langer meeloopt.

Herfstvakantie

Maar een andere wereld is het wel, die van de twintigers. De Bijlmerramp hebben ze niet meegemaakt en de Twin Towers stortten in toen ze 8 waren. In de collegebanken werkt zo'n een op de drie studenten met een laptop. Het meisje naast mij heeft behalve de collegesheets ook haar Facebookaccount openstaan, waarop ze met drie mensen tegelijk chat, terwijl ze onophoudelijk zit te whatsappen.

Dan wordt het herfstvakantie. En ik heb geen herfstvakantie! Op de UvA wordt het Angelsaksische systeem gehanteerd, waardoor je alleen tijdens de Kerst twee weken vrij hebt en drie maanden in de zomer. Wat? Maar ik heb al drie dagen Parijs geboekt met man en kinderen. Het gevolg is dat ik na het beklimmen van de Eiffeltoren 's avonds op de hotelkamer met oortjes in op bed colleges zit te luisteren, terwijl naast mij de kinderen nog lang niet slapen.

Vlak voor het derde deeltentamen vliegt de paniek me aan. Drie weken statistiek in drie dagen proppen blijkt niet realistisch. Ondertussen moeten er websiteprofielen worden geschreven, interviews afgenomen en een communicatietraject afgerond. En de kinderen hebben weer luizen.

Als ik echt niet begrijp hoe ik p-waardes uit t-scores moet halen, besluit ik de jongen uit mijn werkgroep te appen met de hoogste statistiekscores. Als ik zijn nummer toevoeg in mijn contacten en hem app, verschijnt zijn foto. Daar staat hij: een übercoole gast op een of andere party. Ik voel me oma die haar kleinzoon vraagt hoe haar nieuwe iPhone werkt.

Dromen

Na vier maanden studie is dit het resultaat: alle punten binnen, slechts twee werkgroepen gemist, een schat aan kennis rijker en een geminimaliseerd sociaal leven. Waar ik vroeger meewarig zat te kijken naar de vrouw die net deed alsof het clubhuis op de hockeyclub een boardroom was en in 50 minuten zeventien telefoontjes erdoorheen joeg, ben ik nu zelf zo'n geval geworden. Als mijn dochtertje traint en de andere ouders aan de thee zitten, buig ik me met een highlighter over betrouwbaarheidsintervallen en de werking van de hippocampus.

Steevast krijg ik de vraag: 'Wat wil je er eigenlijk mee doen?' Precies weet ik het nog niet, maar mijn dromen zijn er niet kleiner op geworden. Die gaan over baanbrekend onderzoek dat ik verricht, een revolutionaire therapie die ik ontwikkel of een instituut dat ik zal opzetten. En misschien is dat wel het meest vervullend: nieuwe wegen die opeens weer openliggen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.