ColumnAaf Brandt Corstius

Eerst denk je: wat voert die vrouw een verleidelijke Mata Hari-act op met haar sjaal, blijkt het de buurvrouw die haar mondkap vergeten is

null Beeld

Nu we voor de rest van ons bestaan als soort aan mondkapjes vastzitten – ik dacht van de zomer nog dat ik ze ritueel kon verbranden, maar we komen er dus nooit meer vanaf – is het tijd voor creatief met mondkapjes. Want er zijn altijd mensen die het anders doen.

Zo zie ik vaak vrouwen die duizend-en-één-nachtachtig lopen te doen met hun sjaal. Eerst denk je, wat voert die vrouw een verleidelijke Mata Hari-act op bij de Etos, zo schalks achter haar sjaal die ze half voor haar gezicht houdt. Maar dan blijkt ineens dat het gewoon de buurvrouw is die haar mondkap vergeten is.

Ook veel vertoond, vooral bij pubers: je hoofd in de kraag van je jas laten zakken en hopen dat niemand het merkt, of (realistischer) hopen dat het voltallige winkelpersoon zó geen zin heeft in een discussie met pubers dat niemand je aanspreekt.

En dan was er de man die ik zag in de stoptrein naar Dalfsen, die een damesonderbroek met tijgerprint over zijn gezicht had gedrapeerd. Dit moet een geheel bewuste keuze zijn geweest, want hij was niet in het gezelschap van een vrouw, dus het scenario waarbij hij zijn mondkap kwijt was en zij nog een tijgerprintonderbroek in haar tas had zitten, ging niet op.

Je zag ook meteen hoe nutteloos een onderbroek is als mondkap: hij heeft allemaal grote gaten en zit erg los. Het is sowieso ontzettend onaangenaam om een viezige, oude man met een tijgerprintonderbroek half voor zijn mond in een trein te zien zitten.

Sommige mensen lossen het anders op: die dragen de mondkap gewoon niet. Daarvan zie ik er ook steeds meer. Ik tel ze in de supermarkt, niet om ze te verklikken of omdat ik neerkijk op of opkijk tegen hun gedrag – ik heb hier allang geen mening meer over – maar uit interesse. En omdat ik me verveel tijdens het boodschappen doen.

Laatst zag ik bij Kruidvat een vrouw zonder mondkap. De jongen van de winkel zei dat ze hem op moest doen, waarop zij zei dat ze er geen bij zich had. ‘De volgende keer heb ik hem misschien bij me, inshallah,’ zei ze luchtig.

Inshallah betekent: ‘Als Allah het wil’.

Ik vond het grappig: ze ging niet door het stof, ging niet in discussie, ze eigende zich dit probleem niet toe, maar liet het volledig in de handen van haar god of ze de volgende keer bij een bezoek aan Kruidvat een lapje met twee elastieken eraan bij zich zou hebben.

De winkeljongen droop af. We zijn toch aan de goden overgeleverd, dan kon dit er ook nog wel bij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden