column Chris Oostdam

Eens per drie weken stap ik een geoliede machine in voor mijn kuur

Eens per drie weken krijg ik mijn kuur. Eens per drie weken stap ik in een geoliede machine. Het zijn lange dagen, veel wachten, maar het loopt op rolletjes. Eerst de prikpoli voor drie buisjes bloed. Anderhalf uur wachten tot het gesprek met de arts. Dat begint vrijwel altijd op tijd. De uitslag van mijn bloedonderzoek is dan al binnen. Tussen dat consult en de afspraak op het dagcentrum zitten twee uur, tijd die de apotheek nodig heeft om het medicijn klaar te maken. Dan naar het dagcentrum, infuus inbrengen, medicijn laten indruppelen, naspoelen, controles van bloeddruk en temperatuur. Een klein uur later is het klaar.

Ik heb nu 24 kuren gehad en het is maar één keer fout gegaan. De apotheek had een nieuw faxnummer, maar de afdelingen bleven de recepten naar het oude nummer faxen. Tegen de tijd dat iemand in de gaten had dat er iets niet goed ging, was het hele schema al in de soep gelopen. Voor mij betekende het anderhalf uur extra wachten, maar er werden die dag ook heel wat patiënten onverrichter zake naar huis gestuurd.

Best knap, hoor. Het dagcentrum met 35 bedden ontvangt van 8 uur ’s ochtends tot 8 uur ’s avonds talloze patiënten. Voor een bloedtransfusie of een aderlating (ja, ik dacht ook dat dat iets van de middeleeuwen was), voor chemo of immuuntherapie. Ook zo wonderbaarlijk: het personeel is altijd aardig. Altijd. Allemaal.

Maar als iets afwijkt van de gebruikelijke gang van zaken, gaat het mis. Ik had eens wat hoge waarden van mijn leverfunctie. Niet zo alarmerend dat ik mijn kuur niet mocht doen, maar wel dusdanig dat de arts een extra bloedonderzoek wilde. Het leek een eenmalige uitschieter omdat ik kort ervoor een heel gezellig – drankovergoten – etentje had met vrienden. Om niet voor een beetje bloedprikken naar Groningen te moeten, spraken we af dat ik me donderdag zou laten prikken bij mij in de buurt, waarna zij mij dinsdag zou bellen voor de uitslag. ‘Heb ik geen formuliertje nodig?’, vroeg ik. Nee, alles stond in de computer.

Maar donderdag bij de MFA (multifunctionele accommodatie) in het dorp, waar een paar keer per week een verpleegkundige komt prikken, bleek dat natuurlijk een probleem. ‘Ik heb hier geen computer. Zonder formulier weet ik niet wat ik moet afnemen’, zei de verpleegkundige van dienst. Toen zij erover ging bellen, ontstond verwarring omdat ik volgens afspraak dinsdag thuis zou worden geprikt. Ik legde uit dat dat een belafspraak betrof om de uitslag te bespreken van de prik die ik nu kwam halen.

Dinsdagochtend, koffietijd, komt er een wagentje van gezondheidsorganisatie Certe het terrein opgereden. ‘Ik kom u prikken’, zei de vriendelijke dame die uitstapte. Ik zei dat ik donderdag al was geprikt door haar collega. Na telefonisch overleg wilde ze me alsnog prikken. Ze was er nu toch en hoe verser hoe beter. Gelukkig heb ik makkelijke aderen.

De uitslag was overigens goed. Er is niks mis met mijn lever. Ik moet alleen niet kort voor mijn behandeldag al te erg de bloemetjes buiten zetten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden