Een zee zonder frisse zeewind

De Dode Zee is morsdood. Bijna 350 gram zout per liter water, dat overleven zelfs bacteriën niet. Maar er wordt door de Israëli's hard gewerkt om de Dode Zee tot leven te wekken....

MARGREET VERMEULEN

DE ZWAARLIJVIGE Zwitserse knort tevreden terwijl ze in de Dode Zee ronddobbert. Ze blijft er zo lang in dat haar man klaagt dat hij straks de zoutkorsten van haar af moet bikken. Een behandeling die de boeg van Lot's wife, het rondvaartbootje op de Dode Zwee, wekelijks ondergaat.

De Dode Zee lijkt eigenlijk in niets op een zee. Er zijn geen golven, geen krijsende meeuwen, geen spelende kinderen, geen frisse zeewind en geen vissen. De Dode Zee is morsdood. Bijna 350 gram zout per liter water, dat overleven zelfs bacteriën niet.

Maar er wordt door de Israëli's hard gewerkt om de Dode Zee tot leven te wekken. Vlakbij de plaats waar de vrouw van Lot achterom keek en veranderde in een zoutpilaar, verrijzen nu spierwitte hoteltorens met klinkende namen als Holiday Inn Crowne Plaza en Hyatt Regency.

De Dode Zee is niets minder dan een potentiële goudmijn, waarvan Israël de exploitatie al begon lang voordat de Oslo-akkoorden werden ondertekend.Maar nu het vredesproces hapert, houden de projectontwikkelaars en het ministerie van Toerisme hun hart vast.

'Een eerste vereiste voor toerisme op grote schaal is vrede. Dat begrijpt een kind.' Projectontwikkelaar Zeev Temkim zucht diep. Met maar liefst acht bouwprojecten aan de Dode Zee verlangt hij naar blijvende vrede. 'En dat geldt voor iedereen met wie ik samenwerk. De Palestijnen kijken begerig naar de werkgelegenheid die de hotels zullen opleveren; een deel van de Israëlische Dode Zee-kust is immers ''bezet gebied''. En ook de Jordaniërs, aan de overkant van de Dode Zee, zien het goud dat hier blinkt. Vergis je niet.'

Op de dag dat Nethanayu werd gekozen, zette Jordanië de samenwerking met de Israëli's in de Dode Zee-regio in de ijskast. Zonder Jordanië, dat aan de oostkust van de Dode Zee ligt, kan Israël de Dode Zee nooit ten volle exploiteren. Dat wil Yuval Shahaf, de hoogste baas van de regionale ontwikkelingsorganisatie van de Dode Zee, wel toegeven. 'De grens tussen Israël en Jordanië loopt door het midden van de Dode Zee. Om massatoerisme mogelijk te maken moet die grens open, niet alleen om aan de overkant een kop koffie te drinken, maar ook om daar je rondreis door het Midden-Oosten voort te zetten.'

Want Yuval Shahaf is ambitieus. Zijn organisatie wil van de Dode Zee het grootste kuuroord ter wereld maken, om te beginnen van het Midden-Oosten. Hij schildert een decor dat Arabische oliesjeiks moet verleiden hun dollars aan de Dode Zee-kust te spenderen. 'We hébben de faciliteiten. Je kunt je hier voor zeshonderd dollar per nacht volledig laten pamperen.'

In En Boqeq, waar de meeste hotels worden neergezet, toont het luxe complex van Hyatt Regency met zeshonderd kamers en suites wat Shahaf bedoelt: een ontvangsthal van marmer en glas, high-tec fitnesszalen en een zwembad dat is vormgegeven als een natuurlijk meer, compleet met palmen en hittebestendig gras. In deze kunstmatige oase, midden in de woestijn, wonen vooral Europese hotelgasten, onder wie de Duitsers zijn oververtegenwoordigd.

Opvallend is de aanwezigheid van de nouveau riche uit Rusland. Ze hebben van de gespannen inter-Arabische relaties nog het minste last. 'Vind je het gek?', grijnst Shahaf. 'Die hebben zo lang in een grot geleefd, die willen maar één ding: eruit en de wereld zien.' De nieuwe Russische rijken weten zich in En Boqeq omringd door voormalige landgenoten: geëmigreerde Russische joden, die in hun nieuwe vaderland als kelner, masseur of kamermeisje de kost verdienen. In de oase van marmer en glas dringen nog altijd genoeg flarden door van de gecompliceerde samenleving die Israël is.

Toch voelen de toeristen zich volstrekt veilig terwijl ze van modderpakking naar zwavelbron en bubbelbad slenteren. 'Er is in Israël nog nooit een aanslag op toeristen gepleegd', weet een Nederlandse. 'Kent U dat boek Als je uur geslagen heeft?', relativeert haar vriendin schouderophalend. 'De kans dat je hier iets overkomt is zó klein. En als er iets gebeurt, dan heeft het zo moeten zijn.'

De Dode Zee-regio mag nog zo crisisbestendig lijken, terrorisme en oorlogsdreiging zijn altijd funest voor het toerisme. In 1987 telde Israël 8,4 miljoen overnachtingen door toeristen. In 1991 was dat aantal, na vier jaar Intifada, gehalveerd. Van 1993 tot 1996 zwelde de toeristenstroom weer gestaag aan. Maar na de bomaanslagen van 1996 liep hun aantal vrijwel direct weer met zeven procent terug.

Al met al trekt Israël nu ruim twee miljoen toeristen per jaar. Een aantal dat volgens de Israëlische minister van Toerisme makkelijk verdubbeld kan worden, als de politieke situatie zich maar stabiliseert. De geplande uitbreiding van het aantal hotelkamers in de Dode Zee-regio van drieduizend kamers nu naar 15 duizend in 2020 maakt onderdeel uit van de plannen van het ministerie.

De ontwikkeling van de Dode Zee-regio is kostbaar. Dat is een andere reden waarom de samenwerking met Jordanië onontbeerlijk is. Drinkwater moet met leidingen van heinde en ver worden aangevoerd. Ieder sprietje groen moet tegen de meedogenloze woestijnhitte in bescherming worden genomen. Eén zomerdag zonder een kunstmatig regenbuitje kan fataal zijn voor de tropische vegetatie waarmee de hotels een Caribisch sfeertje proberen op te roepen. Maar dat is allemaal kinderspel vergeleken met de kosten die gemoeid zullen zijn met het op peil houden van de Dode Zee.

Ieder jaar zakt het waterpeil van de Dode Zee met een halve meter. Het vertrouwen van de projectontwikkelaars in de scheppingskracht van de Israëli's moet wel onbegrensd zijn dat ze het aandurven om hotelketens te bouwen aan de rand van een stervende zee. Shahaf lacht om die uitdrukking. 'Ach, de zee is 330 meter diep. We hebben dus nog 175 jaar te gaan. . . Dat is een probleem voor de volgende generatie.'

In werkelijkheid is het terugtrekkende water ook nu al een probleem. 'Ja, natuurlijk', benadrukt Temkin. 'We bouwen nu hotels aan de kust, maar over tien jaar liggen die hotels een heel eind van het water af. Dat is een regelrechte ramp.'

Een halve meter per jaar lijkt weinig, maar omdat de bodem van de Dode Zee heel geleidelijk afloopt, slinkt de omvang van de zee heel snel als het waterpeil zakt. Vandaar dat de badgasten per treintje van de zwavelbronnen van En Gedi naar het water vervoerd worden. Toen het badhuis in het begin van de jaren zestig werd gebouwd, lag het pal aan het water.

De grond die onder het bremzoute water vandaan komt, ziet er treurig uit. De cosmetische waarde van de zwarte blubber is onomstreden, al sinds Cleopatra, maar landschappelijk zijn de uitstrekte moddervlaktes, waarop niks wil groeien, een nachtmerrie voor een projectontwikkelaar die toeristen wil lokken. Toch zijn het uitgerekend de toeristen die de Dode Zee van de verdampingsdood kunnen redden, meent Temkin. 'Als de winning van mineralen de belangrijkste activiteit blijft, verschrompelt de Dode Zee langzaam maar zeker. Alleen een florerende toeristenindustrie kan daar tegenwicht aan bieden.'

Zowel Jordanië als Israël onttrekt zoveel water aan de Jordaan - vooral voor landbouw - dat er geen water overblijft om de Dode Zee te voeden. Dat beschouwt iedereen als onvermijdelijk. Ook de winning van broom, kaliumcarbonaat en magnesium in Sodom, de Bijbelse plaats aan het zuidpuntje van de Dode Zee, staat niet ter dicussie. Deze industrie is weliswaar dé grote slokop van Dode Zee-water, maar in het verder grondstofarme Israël zijn deze werken een cruciale bron van inkomsten.

Shahaf: 'En wie maalt er om het verlies van deze historische zee? Juist, bijna niemand. Dat wordt pas anders als de Dode Zee een belangrijke inkomstenbron wordt door de toeristenindustrie. Hoe meer geld de toeristen binnenbrengen, hoe aantrekkelijker het wordt om de Dode Zee te redden.'

Een mogelijk reddingsplan is het graven van een kanaal van de Middellandse Zeekust naar de Dode Zee of een kanaal van de Rode naar de Dode Zee. Maar zowel een Med-Dead kanaal als een Red-Dead kanaal zijn miljarden dollars verslindende projecten die Shahaf al tot de verantwoordelijkheid van de hele Arabische wereld én de komende generatie heeft gebombardeerd.

Liever tuurt hij door zijn oogwimpers naar de roerloze Dode Zee tegen het decor van het Moabgebergte aan de Jordaanse kant, dat tegen het eind van de dag steevast roze verkleurt. En dan haalt hij voor zijn geestesoog hoe 'zijn' zee er over twintig jaar uitziet. Overal liggen aanlegsteigers voor ponten en plezierbootjes, de oevers zijn groen in plaats van grauwzwart en tussen de hotels liggen tennisbanen, airconditioned winkelpassages en misschien zelfs een paardenrenbaan of een casino.

De voorzieningen voor hotelgasten die de dagelijkse sleur van de modderpakking, de masseur, de Dode Zee, het zwavel- en het zwembad willen doorbreken zijn nu nog beperkt, hoewel Jeruzalem op anderhalf uur rijden natuurlijk comfortabel dichtbij ligt. De lichtshow in de ruiées van Masada heb je na een keer wel gezien. De buikdans in de bedoeïenentent ook. Een ochtendwandeling door het natuurreservaat van En Gedi, een echte oase dit keer, is wel voor herhaling vatbaar. En ook de gebeeldhouwde schoonheid van de woestijn van Judea behoudt langere tijd haar aantrekkingskracht.

'Voor jullie Europeanen is de woestijn een avontuur en hier begint hij direct achter je hotel. De woestijn van Judea is er een op zakformaat, maar wel met alles erop en eraan. Zonder logistieke problemen loop je zomaar dat dramatische landschap binnen. Dat is ideaal, want de moderne toerist wil avontuur én luxe. Hij wil ontbijten met uitzicht over een canyon, maar wel graag met champagne. Ook een rit door de woestijn gooit hoge ogen, maar dan wel in een landrover met airconditioning.'

EVEN BUITEN En Boqeq is het jaar nul dichterbij dan de twintigste eeuw, op die ene asfaltweg na. De Dode Zee ligt er verlaten bij. De bergen aan weerszijden zien er uit als onneembare vestingen. De voorjaarszon steekt alsof hij de reizigers vast wil waarschuwen voor wat hen hartje zomer te wachten staat.

Geen wonder eigenlijk dat de Dode Zee tot medio vorige eeuw werd gemeden als de pest. In de volksmond heette het binnenmeer zelfs de Duivelszee - waar de vogels niet overheen durfden te vliegen. Alleen politieke dissidenten en religieuze asceten zagen in dit dorre landschap een toevluchtsoord om aan hun belagers te ontkomen. Koning Herodus, Jezus, Johannes de Doper en de schaapherder David, voordat hij koning zou worden.

'Ook de Dode Zee-regio is onderdeel van de bakermat van het christendom. Over deze grond heeft Abraham gelopen. Je kunt hier in de grot zitten waar David zich schuil hield voor zijn broer Saul. Stel je eens voor dat dit allemaal in Californië zou liggen', verzucht Shahaf. 'Dan was dit hier allang het grootste pretpark ter wereld geweest.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden