Een weekend zónder schermpjes: Maike Jeuken deed een experiment met haar zeven kinderen

.

Om haar kinderen een lesje vermaak zónder schermpjes te leren, stelt journalist en fotograaf Maike Jeuken, zelf (stiefmoeder) van zeven, een weekend offline voor. 'Hadden jullie vroeger heel veel tijd ofzo?'

Beeld Paul Faassen

'Nu al aan tafel? Kom op mam, ik zit net in een potje!' Zo'n moeder ben ik dus. Ik durf zomaar onaangekondigd m'n kroost aan tafel te roepen. Of ik echt niet begrijp dat je nooit zomaar een game kunt onderbreken? Ik erger me aan de digitale verslaving van mijn kinderen en toch ben ik ook klaar met al die onderzoeken die uitwijzen dat de schermpjes onze kinderen dommer, dikker en duffer zouden maken. De moraliserende weerstand tegen deze digitale revolutie gaat mij wat te ver. En de schadelijke invloed van al die media klinkt ook prehistorisch. Toen ik jong was, maakte iedereen zich ook zorgen. Televisie en stripboeken werden destijds verderfelijk geacht voor de kinderziel.

Mijn tweedehandsliefde en ik hebben samen zeven kinderen. Drie door hem gemaakt, vier door mij. Inmiddels wonen we samen. Onze gezellige drukte is tussen de 7 en 13 jaar oud. Nu is één lethargisch, bankhangend kind al nauwelijks te verteren, laat staan zeven stuks. Ik begon me af te vragen: wat voor kinderen wonen er eigenlijk in deze wezens als ze een tijdje offline zijn? Gaan ze dan eindelijk echt lezen? Toneelstukken opvoeren? Piano spelen? Je zou je eigen kindertijd er bijkans van gaan idealiseren.

Een weekend weg zonder apparaten. Dat zou ze leren.

'Fokking Niawier'

Op de krijtmuur schreef ik mijn, hopelijk ietwat ontwrichtende, idee. 'Zet je naam erbij als je dit aandurft en gezellig mee wil', rekruteerde ik geslepen onder mijn huisgenoten. Opgewonden plaatste ik mijn experiment ook op Facebook.

Niet alleen om te etaleren hoe-leuk-ik-wel-niet-ben, ook om andere ouders te inspireren. Op de barricaden met ons.

'Dan zijn die van mij niet te genieten', 'Mooi experiment' en 'Kansloos!', reageerden de Facebook-ouders. Maar. Een aantal co-ouderschapdagen later stonden er toch echt negen namen op de muur. Mijn laptop kon open: boeken nu.

De aanprijzing 'Draadloos internet aanwezig' op de Airbnb-site kon ik gevoeglijk overslaan. Dát voelde alvast lekker. We zochten een leuk huis voor twee volwassenen, zeven kinderen en één hond. Punt. Even voelde ik mij een behoorlijk goede moeder. In Niawier, in het noorden van Friesland, vonden we een boerderij voor ons digitale detoxweekend. In de weken die volgden informeerden de kinderen of tv ook verboden was, of ik wel wist dat Feyenoord die zondag een belangrijke wedstrijd speelde en wat er dan eigenlijk wél te doen was in 'fokking Niawier'.

Ook werd de bal keihard teruggekaatst: of ík eigenlijk wel dacht dat ik het kon, een paar dagen zonder mijn telefoon? Want 'jij bent pas verslaafd mam!'

De (stief)kinderen van auteur Maike Jeuken tijdens het offlineweekend Beeld Maike Jeuken

Ik beken schuld hoor. De relatie die ik met mijn mobiele minnaar heb is niet bepaald gezond te noemen. Als een blok viel ik voor het wereldwijde web. Wat een vondst. Alle vragen die in je hoofd oppoppen, ongezond veel in mijn geval, kunnen stante pede worden beantwoord. Daar komt bij dat er heel veel Leuke Mensen wonen in mijn telefoon. En daar kan ik contact mee hebben wanneer ik er zin in heb.

Daar word ik behoorlijk blij van.

Mark Deuze, hoogleraar mediastudies aan de UvA, vindt dat helemaal niet raar van mij. Sterker, mijn mediagedrag blijkt doodnormaal te zijn (ik dank u vriendelijk). In zijn onlangs verschenen boek Leven in media stelt hij mij gerust. Het gekakel via de schermpjes líjkt misschien nietszeggend, maar is in feite communicatie die van levensbelang is. Juist door dit soort communicatieve speldenprikken voelen we ons prettig. Het zijn tekenen van betrokkenheid, aldus mijn nieuwe goeroe. 'We zouden onszelf en elkaar dus niet te snel moeten veroordelen', schrijft Deuze. 'Vergeef elkaar de soms overenthousiaste manier waarop we ons overgeven aan, en soms zelfs verliezen in media.'

Afscheidsappjes

Toen ik ruim een decennium geleden debuteerde als moeder, marcheerden de nieuwe media zomaar binnen. Netjes voorstellen was er niet bij. Zonder handleiding zijn we eraan begonnen, ik in de spitstijd van m'n leven. En terwijl ik al die nieuwe kabels in de lucht probeerde te houden, had ik kinderen om op te voeden, Windows om onder de knie te krijgen en chatrooms om te ontdekken. Wist ik veel? Voor mijn generatie was er geen paplepel. Een goed voorbeeld hebben we niet gehad. Ik blunder me als ouder maar gewoon door deze digitale revolutie heen.

Kwispelend begin ik met het inpakken van de weekendtassen voor ons survivalweekend. Zo voelt het. Ik draaf echt door. En dat allemaal om het thuislaten van mijn telefoon? Jezus, twintig jaar geleden deed ik het toch ook zonder?

Nadat de auto is volgepropt, moeten de kinderen alles inleveren. Snel worden er nog wat afscheidsappjes in groepen geplaatst. Onze digital natives leggen hun apparaten bij elkaar op de grond en staan er wat sullig omheen. Dan stuiven ze het huis uit voor de beste plaats in de bus.

Ook ik moet mijn telefoon twee dagen achterlaten. Mijn verkering slaat dit tafereeltje gade. Met een best wel irritante glimlach. Nonchalant leg ik mijn telefoon op de stapel en loop de kamer uit. Dit lukt mij heus wel.

Ik ben de deur nog niet uit of ik voel me al kaal. Het is te zielig voor woorden, maar ik mis iets. Ik loop terug en haal het hoesje van mijn telefoon. Daar zitten mijn pasjes in. Zo, heb ik tenminste nog iéts in mijn zak.

P.l.a.t.t.e.g.r.o.n.d

Niawier is 151 kilometer. Normaal zou je daar 2 uur en 1 minuut over rijden. Maar onze omstandigheden zijn alles behalve normaal. Wij rijden namelijk in een oldtimer en zijn hartstikke offline. En dat zullen we weten ook. Zo komt de lekkere muziek tijdens deze roadtrip niet van Spotify maar van onze oude cd-collectie. Heerlijk toch? De medepassagiers denken daar anders over. Of die 'skere herrie' uit mag. De routebeschrijving heb ik uitgeprint. Want: geen Google Maps dit weekend. Mijn handlanger naast me op de voorbank, ziet al drummend en zingend een afslag over het hoofd. Ja en nu? Nergens verschijnt een herberekening of alternatieve route. Er zit niets anders op: we stoppen bij een benzinestation om daar eens lekker ouderwets de weg te vragen.

Twee uur later doen de oude ruitenwissertjes ijverig hun best. Het miezert. En niet alleen buiten. 'Hier was sowieso geen bereik geweest hoor mam, hoezo kunnen jullie het nog steeds niet vinden? Kijk even op de navigatie dan!'

We stoppen op een verlaten parkeerplaatsje aan de voet van een oneindig lange dijk. 'Kom jongens, even uitstappen allemaal!' Mopperend sjokken ze mee naar het bord waar we op wijzen. 'Kijk eens lieve Offliners, een p.l.a.t.t.e.g.r.o.n.d. Dít is onze navigatie'.

Veel later dan met de verhuurster afgesproken, komen we aan. Het was het offlineleven dat had tegengezeten.

We verkennen de boerderij en stuiten op een multomap voor gasten. Een m.u.l.t.o.m.a.p. Wat een gezellig attribuut tijdens ons analoge weekend. De map biedt soelaas: vlakbij is een supermarkt. Twee van de zeven dwergen willen mee boodschappen doen. 'Rustig aan jongens, niks slopen en geen ruzie maken', roep ik naar de rest. 'En als er wat is, dan bellen jullie hè?' Een veel te bijdehand kind werpt mij een grijns toe. Bellen?

Onze eerste schermloze avond zou niet misstaan in een Dickensverhaal. Tjonge wat zijn we zoet, met ons XXL-gezin. Er wordt getekend, gewandeld en verstoppertje gespeeld. Onder leiding van de kinderen verandert de keuken in een vrolijke warzone. Van de pannekoeken bakken ze werkelijk niks, maar dat mag de pret niet drukken. Blije analogen, dat is wat we zijn. Halleluja.

Als de kinderen op bed liggen drinken wij wijn op de bank. En we kletsen. Tot het langzaam licht wordt. Ach welnee, natuurlijk niet. Maar het is gezellig hoor, zo zonder tv, telefoon of laptop.

Beeld Paul Faassen

Heel veel tijd

Normaal gesproken mag ik de dag graag swipend beginnen. Nu duik ik in een tijdschrift. Note to self: vaker lezen in bed. Van papier wel te verstaan. Als ik het artikel uit heb, wil ik het met iemand wil delen. Maar: geen handige digitale-deelknoppen. Foto dan, flitst er door mijn hoofd. Noop. Geen telefoon, geen camera, geen mail, geen Whats-App. Jammer dit. Rest mij de optie het artikel ambachtelijk uit te scheuren, bron en datum erop te krabbelen en het in een envelop te sturen naar de dankbare ontvanger. Mijn vader doet dat nog vaak, tot mijn grote genoegen. Maar hoe sympathiek en nostalgisch ook, voor dit soort fratsen heeft mijn leven helaas geen tijd.

Vandaag willen we naar een strand. Maar waar? We snuffelen tussen folders en onmogelijke opvouwkaarten. Romantiek versus efficiency. De kinderen kiezen voor het strand bij Moddergat.

Met z'n negenen wandelen, mopperen en lachen we ons de tweede dag door. Niks nieuws onder de zon, zou je zeggen. Met uitzondering van dat wandelen. Want, het moet gezegd, dat is officieel Veel Leuker zonder piepende en trillende jaszakken. Bovendien loopt iedereen een stuk vlotter door. En rechter op. Het is ongelooflijk, in deze lichaamshouding zijn ze amper herkenbaar.

'Hadden jullie vroeger heel veel tijd ofzo?', vroeg een van de kinderen tijdens het afwassen met een teiltje. 'Alles duurt dit weekend zo lang'.

Zondagochtend lig ik wederom analoog in bed. En wat is het rustig. Nergens hoor ik ruziënde kinderen die minecraftend 'in elkaars wereld' lopen te etteren. In plaats daarvan hoor ik wat gestommel en gefluister. Het zijn mijn twee oudste kuikens die nog even lekker bij me in bed willen kruipen. U kunt mij thans wegdragen. Het weekend vliegt voorbij en in de loop van de dag tuffen we terug naar huis.

De voetbalwedstrijd wordt enigszins op de radio gevolgd en het weekend wordt geëvalueerd. De twee oudsten misten hun eigen mobieltje. De Xbox werd ook gemist. En YouTube natuurlijk. Dûh. Minecraft kan zich verheugen op de terugkeer van een aantal minderjarige architecten en de immer inspirerende vloggers kunnen ook weer opgelucht ademhalen. Ach en natuurlijk is er wel gezeurd. Maar dat ging over te weinig hagelslag / ík zat hier eerder / is het nog ver lopen naar het busje én het gebruikelijke 'dallusiknie'.

Deze kinderen bleken het prima te doen zonder stekkertjes en snoertjes.

Wat hebben we geleerd?

Handenwrijvend had ik gewacht op afkickverschijnselen. We hadden het immers over 'verslaafden'. Maar ze werden niet extra prikkelbaar, ze gingen niet trillen of zweten en ze sloegen elkaar ook niet vaker dan normaal de hersens in.

Waren ze dan wel verslaafd? Van detoxen was eigenlijk geen sprake geweest bij de kinderen. Als er dan toch iemand enigszins last van had, moet ik dat zijn geweest. Met mijn sneuïge, lege telefoonhoesje tegen de fantoompijn.

Ergo, we kunnen wel zonder maar we wíllen het niet. Het boek van hoogleraar Deuze valt me opnieuw bij: het is cruciaal dat je geniet van de mogelijkheden die media bieden. En dat is precies zoals wij het ervaren. Het brengt ons namelijk ook veel.

Wat leerden wij, zo zonder internet?

Het delen van mooie dingen kan niet altijd per post.

Google kunnen we zonder pardon als de hemelpoort beschouwen. Daarachter ligt a.l.l.e.s. wat we zoeken.

Navigatie is wel heel erg efficiënt.

In de auto, je verwacht het niet, kun je ook kletsen. Of zingen. Of een woordenslang maken met dieren- of voetbalnamen. Maar het liefst met vieze woorden.

Met z'n allen een spelletje doen is écht leuk. Pictionary, 30 seconds of verstoppertje. 'Buut mamma!' (ik pieste zowat in m'n broek).

Veel vragen zullen geduldig op hun antwoord moeten wachten. Draait die film nog in de bioscoop? Hadden ze nou volgende week een studiedag? Ga je niesen van rode wijn? Wat zou zo'n boerderij hier in Friesland nou kosten?

Keutelen in bed met je kinderen kan nog. (Het had überhaupt nooit mogen stoppen.)

Het vergt wat oefening maar dan lukt het werkelijk om op het toilet te zitten zónder telefoon in je handen.

Heerlijk om in bed te blíjven doen: lezen van papier.

Spotify, zo ontdekten wij, is stiekem een antidepressivum.

'Straks!'

Waarschijnlijk was dit weekend voor ons veel avontuurlijker dan voor de kinderen.Wij tripten down memory lane. Zij duidelijk niet.

Als we 's middags thuiskomen, blijft de afspraak: pas na 17:00 uur op je scherm. Zo hopen we de balans tussen on- en offline gezellig te houden. Dit is een punt om in de gaten te houden, haal ik uit Leven in media. De regels zullen moeten meegroeien met ons en met de ontwikkelingen. Ik lees dat het niet per se goed of slecht is als mijn kinderen urenlang op de iPad zitten. Wel moet ik beter bekijken wát ze erop doen. Als het stimuleert om samen te spelen en te leren, is het volgens de hoogleraar een goede zaak. Dat knoop ik in m'n oren.

Consequent als we lijken, sta ik tegen vijven bij de kast om de apparaten vrij te laten. Ratataaa!

Maar er is er niemand te bekennen.

'Joehoe! iPad, laptop, iPhone anyone?'

- 'Nee hoeft niet. Mijn batterij is nu toch leeg.'

- 'Ja-haaa, straks!'

- 'Eerst voetballen, doei!'

Nou moe.

Trots

's Avonds maken mijn verkering en ik ons klaar om naar bed te gaan. Als we voor de spiegel onze tanden staan te poetsen, zegt-ie ineens dat ik hem positief heb verrast dit weekend. Zijn elektrische tandenborstel heeft hij hier even voor uitgezet. Het woord 'trots' valt zelfs. Ik deed het ook goed zonder mijn telefoon. En bij thuiskomst was ik niet eens hongerig op mijn toestel gedoken, was hem opgevallen. 'Ik vond dat knap', zegt hij en zet zijn tandenborstel weer aan. Het is mij niet duidelijk of ik nou een compliment kreeg of dat ik liefdevol belachelijk werd gemaakt.

Dan spoelt hij zijn mond.

Treuzelend scharrel ik door de slaapkamer. Hij zet de wekker op zijn telefoon en leest nog even in een papieren boek. Ik wacht mijn kans geduldig af. Zodra hij zijn boek weglegt om te gaan slapen, stap ik in bed. Met mijn telefoon. Ik had me bij thuiskomst inderdaad ingehouden en mijn telefoon slechts herenigd met zijn leren hoesje. Maar nu, niet geheel schaamteloos, wil ik zo graag even snuffelen. Gewoon wat lezen, zoeken en swipen. Daar vindt hij vast wel wat van. Maar hij slaapt. Dus wij kunnen rustig ons gang gaan, mijn gêne en ik. We bekijken de vraagprijs van die boerderij, checken de studiedag en bestellen een papieren boek. Dan nog even kijken wat de rest van de wereld dit weekend heeft gedaan. Langzaam doven de vragen in mijn hoofd.

Morgenavond ga ik een boek lezen in bed.

Reageren? Twitter: @maikejeuken, Instagram: @maikejeuken

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.