PodcastserieDe plantage van onze voorouders

Een verrassende podcast: de nazaten van de slaven en de aandeelhouders gaan samen op zoek naar hun verleden

Maartje Duin en Peggy Bouva. Beeld Frank Ruiter

De voorouders van podcastmaker Maartje Duin waren mede-eigenaar van een suikerplantage in Suriname, die van Peggy Bouva waren daar slaaf. Samen doken ze in beider familieverleden. Ze stuitten op verhalen over lijfstraffen en rebellie - en op eigentijdse gevoeligheden.

VPRO-radio- en podcastmaker Maartje Duin (44) en Rotterdams gemeentelijk consultant Peggy Bouva (41) zijn generatiegenoten en groeiden allebei op in Rotterdam. Daar lijken de overeenkomsten wel zo’n beetje op te houden. Maar ze hebben nog iets gemeen: een familieverleden dat terug gaat naar suikerplantage Tout Lui Faut in Suriname. Duin via haar adellijke familielijn die een financieel aandeel had in de plantage en Bouva als nazaat van haar voorouders die op de plantage werden gedwongen tot slavenarbeid.

Nu - meer dan 150 jaar later - kruisen hun familielijnen elkaar opnieuw in de achtdelige podcastserie De plantage van onze voorouders, waarin ze samen op zoek gaan naar hun familiegeschiedenis.

Die zoektocht begint in 2018, bij Keti Koti - de viering en herdenking van de afschaffing van slavernij. Duin loopt dan met haar microfoon over het terrein van de herdenking in het Oosterpark in Amsterdam, sterk doordrongen van het ongemakkelijke vermoeden dat ook in haar familielijn een smet door de slavernij niet onwaarschijnlijk is: haar familielijn van moederskant, Van Lynden, gaat terug tot de 14de eeuw, ver genoeg in de geschiedenis om mogelijke sporen van kolonialisme en slavernij te vinden. 

Ze besluit in haar stamboom te duiken en haar zoektocht minutieus te documenteren. Tijdens een bezoek aan een genealoog, niet lang na haar bezoek aan Keti Koti, wordt haar vermoeden over een donkere kant in haar familie bevestigd: Duins bet-betovergrootmoeder Antonia van Lynden-van der Heim had een (geërfd) aandeel in een suikerrietplantage, een 72ste deel om precies te zijn. Dat komt erop neer dat iets meer dan één slaaf onder haar bezit viel.

Het borderel van aangifte met de namen van de tot slaafgemaakte voorouders van Peggy

Duin kwam ook tot de ontdekking dat de achternamen van slaven op plantage Tout Lui Faut zijn bijgehouden in de archieven. Dertien van hen droegen Bouva als achternaam, een achternaam die niet veel voorkomt in Suriname of Nederland en dus mogelijk makkelijker te traceren is. Wat, dacht Duin voorzichtig, als er directe afstammelingen van de familie Bouva in Nederland wonen? En wat als ze contact zocht met een van hen? Hoe zou dat gesprek verlopen?

Ze komt Peggy Bouva op het spoor, die ervoor openstaat om samen met Maartje Duin op onderzoek te gaan voor de podcast, omdat zij net als Duin meer wil weten over haar voorouders en het verband met de suikerrietplantage. Maar Bouva’s Facebookpagina schrikt Maartje Duin in eerste instantie af.

Waarom schrikte haar Facebookaccount je af?

Duin: ‘Ze draagt haar identiteit als zwarte vrouw heel erg uit op haar profiel. Zwarte Piet, het slavernijverleden en berichten over de zwarte gemeenschap komen daar prominent aan bod. In diezelfde periode onderzocht ik mijn eigen stamboom, waarin ik steeds meer mensen voorbij zag komen die bewindhebber op de West Indische Compagnie waren geweest of aandelen hadden in slavernij. Dan zie je jezelf op een gegeven moment niet meer als journalist, maar als een nazaat van slavenhouders die een systeem van onmenselijkheid hadden opgetuigd. Ik was bang dat Peggy mij zou zien als een representant van mijn voorouders. Maar zo reduceer ik haar natuurlijk ook slechts tot haar Facebookprofiel.’

Bouva, lachend: ‘Je was bang dat ik je direct zou beschuldigen.’

Wat vond je van die aanname?

Bouva: ‘Ik kan me goed voorstellen dat je eerder afstand neemt dan toenadering zoekt als je niet verder kijkt dan mijn Facebookprofiel. Maar ik gebruik mijn profiel niet alleen om maatschappelijk onrecht aan te klagen, ik deel ook positieve berichten die je in de mainstream media niet snel zult tegenkomen - bijvoorbeeld verhalen over zwarte kinderen die uitzonderlijke resultaten halen in het onderwijs. Ik zou mijn profiel ook nooit gebruiken om andere mensen aan te vallen. Maar op de een of andere manier denken mensen vaak dat je automatisch anti-wit bent, wanneer je pro-black bent. En ik hoop dat luisteraars straks zullen horen dat ik in mijn contact met Maartje toegankelijker ben dan je zou denken.’

De podcastserie had aanvankelijk een andere werktitel

Bouva: ‘Ja, Meesters en knechten.’

Duin: ‘Het leek me een prikkelende titel, voor mij ging het over machtsverhoudingen die verschuiven. Maar ik ging daarmee voorbij aan de enorme gevoeligheid van taal.’

Bouva: ‘De term ‘knecht’ is aanstootgevend voor de zwarte gemeenschap, ook al waren onze voorouders feitelijk tot slaaf gemaakt. Maar dat betekent niet dat we die stigmatiserende woorden moeten blijven herhalen. Dan krijg je straks dat mensen niet eens willen gaan luisteren vanwege de titel. Zonde toch? Dus ik zei tegen Maartje: laten we op zoek gaan naar een titel waarin we niet de verschillen benadrukken, maar de overeenkomsten. Toen werd het De plantage van onze voorouders.’

Wanneer Duin voor het eerst bij Bouva over de vloer komt, realiseert ze zich hoeveel waarde die hecht aan haar voorouders.

Duin: ‘In haar huis staat een altaar voor haar voorouders. Bij mij spelen mijn voorouders vooral een rol in materiële zin, in de vorm van erfstukken en een landgoed dat zij hebben nagelaten. Die erfstukken hebben niet die emotionele-spirituele waarde die Peggy toekent aan haar voorouders.’

De moeder van Duin, die in de podcast geregeld aan het woord komt, wil juist niet te lang stilstaan bij de geschiedenis van haar voorouders. Althans, niet bij het gedeelte over het slavernijverleden. ‘Waarom moet dit opgerakeld worden?’, vraagt ze zich af in de eerste aflevering. ‘Je kunt er niets meer aan doen, ze zijn dood.’ Ze wil bovendien niet in de richting van een confrontatie worden geduwd, of in een ‘rol van nederigheid’.

Toch blijft haar moeder de zoektocht van Duin en Bouva geïnteresseerd volgen wanneer ze in archieven duiken, familieleden en deskundigen spreken en historisch relevante plekken bezoeken, van Den Haag tot Suriname. Zo lezen ze voor het eerst over de wrede lijfstraffen die op de suikerplantage van hun voorouders werden uitgedeeld. Maar ze ontdekken ook informatie over rebellie, dans en muziek op de plantage.

Bouva: ‘Er begonnen verhaallijnen door elkaar heen te lopen. Ik las over witte slavenhouders die een zwarte vrouw vrij kochten om een nieuw leven mee op te bouwen. Ik kwam erachter dat sommige Nederlanders van adel - en ook niet per se van adel - zich wel degelijk hard hebben gemaakt voor afschaffing van de slavernij, ook al was dat kleinschalig.’

Albertine Duin - van Lynden, Peggy Bouva, Diana Joval, John Rijssel en Maartje Duin voor het hotel in Paramaribo. Diana en John zijn een tante en oudoom van Peggy.Beeld Brian van der Leij

Duin: ‘Toen we voor ons onderzoek Suriname bezochten, sloot mijn moeder zich later aan bij de reis. Dat was een aangrijpende ervaring, niets kan je daar op voorbereiden. We spraken een oom van Peggy die vertelde dat hij niet bezig wil zijn met het slavernijverleden van zijn voorouders, maar soms toch nog steeds de zweepslagen kan voelen. Ik kreeg er zo’n steen in mijn maag van. Ook mijn moeder vond het erg indrukwekkend.’

Ondertussen verlopen de verhoudingen tussen Duin en Bouva niet altijd even harmonieus wanneer ze samen het geluidsmateriaal voor de podcast doornemen. Een felle discussie ontstaat wanneer Bouva zich afvraagt of haar eigen familieleden met een gemengde achtergrond wel aan het woord moeten komen in het maatschappelijke debat. Enkele familieleden zijn onvoldoende op de hoogte van het wrede slavernijverleden, vindt Bouva. Ze is van mening dat in zulke gevallen die middenstem geen empathie toont voor de zwarte voorouders.

Waarom zouden hun stemmen niet gehoord moeten worden?

Bouva: ‘Je laat ook niet iemand toe in een comité over slavernijverleden als je weinig hebt met de Surinaamse gemeenschap. Dus als je je geen onderdeel voelt van de zwarte gemeenschap, dan kun je ook geen spreekbuis zijn van die gemeenschap.’

Duin: ‘Dat vind ik dus heel ingewikkeld. Ik heb het daar ook over gehad met schrijver en denker Stephan Sanders, een van de twee denkers die ik heb geraadpleegd voor mijn onderzoek en ook te horen is in de podcast. Hij zei: ‘Maar wat is dé zwarte gemeenschap dan? En wat is dé witte gemeenschap?’

Bouva: ‘Uiteraard. Maar als het verhaal specifiek gaat over het slavernijverleden, dan blijft het emotioneel gezien misplaatst om daar mensen bij te betrekken die totaal geen gevoel hebben voor hun zwarte voorouders.’

Duin: ‘Maar die mensen zijn er ook. En dat wil ik ook laten zien - en waar die afwezigheid van interesse in het slavernijverleden van hun familie vandaan komt. Ik vind het juist heel mooi om binnen jouw familie - net als binnen die van mij - die verschillen te zien.’

Bouva: ‘Ja, dat is ook goed om dat te laten zien. Maar ik wil benadrukken dat die stemmen niet namens mij spreken. Ik ben er verder niet op uit om ze te labelen.’

Ben je bang dat de stemmen van je gemengde familieleden jouw perspectief overschaduwen?

Bouva: ‘Ik denk dat in de media vaker artikelen en essays verschijnen van mensen die een ietwat genuanceerde visie hebben dan mensen als ik, ja. Ik ben direct en ik vier geen sinterklaasfeest zolang Zwarte Piet nog overal te zien is.’

Duin: ‘Dat vond ik ook interessant aan de bijeenkomst die we tussen onze families hebben belegd voor de laatste aflevering van de podcast. Waar je me voor waarschuwde, gebeurde: je neef, die een witte moeder en een zwarte vader heeft, werd in de armen gesloten door mijn familie toen hij vertelde dat hij ook weinig behoefte heeft om het slavernijverleden op te rakelen. Omdat een groot deel van mijn familie het moeilijk vindt om erover te praten - en daarmee die boosheid en pijn te erkennen die wél bij veel nazaten leeft.’

Bouva: ‘En zijn mening wordt dan vervolgens hun referentiekader in het maatschappelijk debat over het slavernijverleden. Dat bedoel ik.’

De familiebijeenkomst vindt plaats in Museum van Loon, een kapitaal pand aan de Keizersgracht in Amsterdam. Het museum heeft dan net de tentoonstelling ‘Aan de Surinaamse grachten’ geopend voor het publiek, gewijd aan de banden die de adellijke familie Van Loon met Suriname en het slavernijverleden had. Bouva bezoekt de familiebijeenkomst in een traditionele Surinaamse avondjurk en gebonden hoofddoek. Ze merkt dat enkele familieleden van Duin met een grote boog om haar heen lopen. Bouva vermoedt dat haar voorkomen misschien als lichtelijk intimiderend wordt ervaren.

Was het ook een bewuste keuze om in Surinaamse kleding naar die bijeenkomst te gaan?

Bouva: ‘Ja, het was een knipoog naar mijn voorouders. Ik ga daar misschien wat verder in ga dan andere vrouwen in mijn familie, maar dit is wie ik ben.’

Duin: ‘Ik vond het prachtig hoe Peggy daar trots en zelfbewust rondliep in die zaal van een museum waar schilderijen van adellijke families hangen.’

In de podcast is een duidelijk contrast merkbaar: Peggy gaat direct de gesprekken aan en omarmt haar identiteit en verleden. Maartje komt eerder verontschuldigend en aarzelend over. Waar komt dat vandaan?

Duin: ‘Omdat het nog steeds gevoelige materie is. Ik heb meer kennis en empathie dan voorheen, maar het is nog steeds spitsroeden lopen. Onlangs heb ik nog een hele discussie gehad met mensen van een radioprogramma omdat zij alleen mij te gast wilden hebben om over de podcast te praten.’

Bouva: ‘Dat is toch niet erg?’

Duin: ‘Maar het hele idee van die podcast is dat het een gezamenlijk verhaal is. Om dan een uur lang in mijn eentje over mijn makerschap te praten, dat voelt toch niet goed.’

Bouva: ‘Maar het is ook echt jouw podcast, Maartje. Ik heb er dan wel een aandeel gehad en mij opengesteld, maar het is door jou geïnitieerd.’

Duin: ‘En ik ben ook trots op het resultaat. Maar het gevaar dat je jezelf als witte vrouw centreert in dit verhaal ligt wel voortdurend op de loer.’

Bouva: ‘Je moet ook niet iedereen willen pleasen. Soms ligt de impact van een boodschap niet zozeer aan de zender, maar aan de ontvanger. Je hebt daar niet altijd invloed op, en dat moet je ook niet willen.’

Duin: ‘Misschien moet ik het inderdaad niet zo persoonlijk nemen. Een van de adviseurs die ik sprak voor de podcast, een witte vrouw, zei: je moet je ervan bewust zijn dat je onderdeel bent van een emancipatieproces waarin jij dan de witte Nederlander of de witte geprivilegieerde maker vertegenwoordigt.’

Dat klinkt wel erg nederig, een houding waaraan je moeder zich ergerde toen je haar aan het begin van je zoektocht sprak voor de podcast.

Duin: ‘Maar ik vind niet dat ze gelijk heeft. Witte mensen mogen ook wat vaker luisteren als het gaat over dit onderwerp. We weten zo weinig. We zijn in onze geschiedschrijving voornamelijk met onszelf bezig geweest.’

De zoektocht van Duin en Bouva heeft verdrietige én verrassende informatie over hun gedeelde verleden opgeleverd. Ook de familiebijeenkomst heeft iets losgemaakt binnen de families. De moeder en neven van Duin zijn zich nadien meer gaan verdiepen in het slavernijverleden. Binnen de familie Bouva rijst het besef dat ze iets ‘bijzonders’ hebben gedaan.

Heeft deze zoektocht ook teleurstellingen opgeleverd?

Duin: ‘Dat je de illusie hebt dat je als individu iets kunt oplossen van de pijn over het koloniale verleden. Als wij nou maar iets heel moois maken, dacht ik, als ik me er maar in verdiep en er begrip voor kan opbrengen, dan doet dat ook iets met Peggy’s kijk op de witte mens. Aflevering acht wordt dan ook een ontluisterende aflevering, denk ik. Want toen vertelde je opeens dat je doodongelukkig bent in Nederland en eigenlijk weg wilt.’

Bouva: ‘Ik zei dat mijn ziel hier niet gelukkig is.’

Duin: ‘Maar dat vind ik ook erg, dat je je hier niet thuis voelt.’

Bouva: ‘Dat is niet iets waar jij iets aan kan doen. Maar je betrekt het wel op jezelf.’

Duin: ‘Ja, natuurlijk. Want ik denk dan: ik heb nu toch laten zien dat de witte mens ook aardig kan zijn? Zoiets. Maar goed, dat blijkt naïef van me.’

Bouva: ‘Dat mijn ziel hier niet op haar plek is, heeft onder meer te maken met de verharding van de maatschappij. Dat ligt niet aan een individu.’

Duin: ‘Dan blijkt het uiteindelijk maar een kiezelsteentje in de rivier dat ik verplaatst heb. Het gewicht van deze geschiedenis heb ik onderschat. We staan nog maar aan het begin van dit verwerkingsproces - je moet echt niet denken dat je dat zomaar kunt oplossen. En dat stemt soms…’

Bouva: ‘... somber?’

Duin: ‘Nee. Nederig.’

Keti Koti

Keti Koti is de jaarlijkse herdenking (1 juli) van de afschaffing van slavernij. Keti Koti betekent ‘ketenen gebroken’ en komt uit het Sranantongo, een taal die in in Suriname wordt gesproken. In verband met de coronacrisis zijn de herdenking en festiviteiten rondom Keti Koti in Nederland afgelast.

De plantage van onze voorouders, vanaf zondag 31/5 wekelijks om 10.00 uur op NPO Radio1. Vanaf 30/5 als podcast beschikbaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden