Reportage

'Een psychische aandoening kan iedereen overkomen'

Ook een nette burger kan op een dag in de war raken. Deze drie mensen overkwam het.

Beeld anp

Een op de vijf Nederlanders krijgt ooit zelf te maken met een psychische aandoening. Volgens onderzoekers van het onderzoeksinstituut Trimbos zijn dat niet alleen personen met een lange psychosomatische geschiedenis: voor een groot deel zijn het mensen die nooit eerder een psychische aandoening hebben gehad. Vaak vormt een trauma zoals een lichamelijke ziekte, scheiding, dood van een dierbare of werkgerelateerde problemen, de trigger. Drie portretten van mensen die hun leven op de rit hadden: hoogopgeleid, een goede baan, een gezin en een sociaal netwerk om op terug te vallen. Toch kregen zij op latere leeftijd te maken met ernstige psychische problemen. 'Dit kan echt iedereen overkomen.'

Dirk Jan van Arkel (45) Raakte rond zijn 36ste manisch depressief

'Ik ben altijd iemand geweest met een tomeloze energie. Als geen ander kon ik nachten doorhalen zonder dat daar drugs voor nodig waren. Niet iets om je zorgen over te maken, lijkt me. De een heeft meer energie dan de ander. Maar somber of zwaar op de hand? Nee, dat was ik niet. Tijdens mijn opleiding aan de Sociale Academie leerde ik mijn toenmalige vriendin kennen. Nadat we waren getrouwd, vormden we een traditioneel gezin. Mijn vrouw zorgde voor het huishouden en onze twee kinderen en ik bracht het geld binnen. Behalve als jongerenwerker werkte ik als zelfstandige in opdracht van landelijke jongerenorganisaties. Ik verdiende bovenmodaal en werkte hard, draaide geregeld werkweken van tachtig uur.

Tot we in de zomer van 2006 terugkwamen van een vakantie. In plaats van uitgerust, voelde ik me uitgeput. Alsof er een ballon leegliep. Ik verwachtte na een paar dagen me weer beter te voelen, maar dat gebeurde niet. Het werd erger. Ik lag de hele dag in bed, kon geen krant lezen, zelfs televisiekijken was me te veel. En ik voelde me somber, alles was nietszeggend, naar en lelijk. De dagen werden weken, de weken werden maanden.

Dirk Jan van Arkel. Beeld Emile Hudig

Zinloosheid

De huisarts schreef me diverse anti-depressiva voor. Dat leek te helpen. Ik krabbelde op en had zin om aan het werk te gaan. Drie weken ging het goed, daarna ervoer ik de complete zinloosheid van wat ik aan het doen was. De tweede keer dat ik ertussenuit klapte, was zwaarder dan de eerste ronde, en de derde keer zwaarder dan de tweede. Tussendoor kwamen manische perioden, waarin ik niet te stuiten was en nauwelijks sliep. In zo'n periode heb ik eens in een week tijd een gastouderbureau uit de grond gestampt. De papieren had ik dankzij mijn opleiding, maar ik moest een handboek van vijfhonderd pagina's doorworstelen en implementeren met alle wetten en regels waaraan je moest voldoen. Behoorlijk wat juridische kost, maar een week later stond ik bij de GGD met een prachtige presentatie van mijn gastouderbureau.

Tijdens zo'n manie lijkt het beter te gaan, maar je raakt uitgeput en stort vervolgens in een nieuwe depressie. Na de zoveelste ronde werd ik 'vrijwillig' opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Dan zit je opeens tussen mensen die iets mankeren. Ik dacht: wat doe ik tussen deze dwazen en zotten? Maar ik hoorde er zelf net zo goed.'

Dat waren zware tijden. Ik ben de realiteit echt kwijt geweest. Door dat negatieve gevoel ervaar je alles als een grote, zinloze leegte en zie je alleen nog de narigheid om je heen. In desperate wanhoop heb ik eens een rubberen slang aan de uitlaat van mijn auto bevestigd, met het andere uiteinde door het raam. De volgende dag werd ik wakker in mijn auto. Ik dacht: god, ik ben er nog. Ik voelde niks, geen opluchting en ook geen verdriet. Een depressie neemt bezit van je, het overstijgt wie je in werkelijkheid bent.

Bipolaire stoornis

Het is zwaar geweest, voor mij, en vooral voor ons gezin. Ik was zo hard en cynisch, het moet vreselijk zijn geweest om met zo iemand te leven. Uiteindelijk heeft ons huwelijk het niet gered, maar dat had niks te maken met het doorzettingsvermogen van mijn ex. Zij heeft enorm geknokt, zonder haar had ik het niet gered.

Na een jaar of vier werd de diagnose bipolaire stoornis gesteld. De medicijnen die ik daarvoor kreeg, werkten goed, maar na een paar jaar realiseerde ik me dat die pil elk gevoel dempte, ook de blijdschap. Daarom ben ik in overleg gestopt. Het gaat nu vrij goed, zolang ik maar grenzen stel. Een manie moet ik zien te voorkomen, anders volgt als cadeau een depressie. Een echte baan zit er daarom niet in. Daar kun je niet zeggen: vandaag even niet. De afgelopen jaren heb ik mijn master sociologie gehaald en daarnaast werk ik als vrijwilliger voor verschillende organisaties. Mijn leven is honderdtachtig graden gedraaid: ik ben mijn huis kwijt, mijn werk, mijn vrouw en ik zie mijn kinderen minder. Maar sinds twee jaar heb ik het idee dat ik mijn leven aan het opbouwen ben. Ik heb geleerd wat ertoe doet in het leven. Ik heb het allemaal gehad: het huis, de auto, de vette bankrekening, een groot sociaal netwerk. Uiteindelijk zijn het diepe vriendschappen die tellen. Veel vrienden zijn er niet overgebleven, maar degene die bleven, zijn echt. In die zin ben ik een rijker mens geworden.'

Karen Wolsing (63) Kreeg op haar 48ste een psychose met kenmerken van een bipolaire stoornis

'Achteraf denk ik wel eens: als ik beter naar mijn gevoel had geluisterd, was het niet gebeurd. Ik heb lang getwijfeld toen me een baan werd aangeboden als algemeen directeur van een psychogeriatrisch opleidingsinstituut. Ik had leuk werk als directeur van een verpleeghuis, maar vond dat ik me moest blijven ontwikkelen, dus ik accepteerde het aanbod. Ik kreeg de opdracht om de bedrijfsvoering en structuur op orde te brengen, maar al snel bleek dat niemand in de organisatie wilde meewerken. Blijkbaar bracht ik een cultuur mee waarin zij zich niet konden vinden. Na anderhalf jaar besloot ik op te stappen. Ik kon niet meer, werd doodongelukkig van alle tegenwerking. Het voelde als een nederlaag. Nachtenlang lag ik te piekeren over de reden waarom het was misgelopen. Ik zat slecht in mijn vel.

Eerder had ik een toezegging gedaan om naar een tweedaagse communicatiecursus te gaan. Dat was in mijn opzegtermijn. Dat weekend was de trigger. Tijdens het seminar kwamen alle prikkels keihard binnen. Het geluid van pratende mensen, van lepeltjes die tegen koffiekopjes tikten, van stoelpoten die over de vloer schoven. Tijdens de treinreis naar huis, vond ik dat mijn medereizigers zich vreemd gedroegen. Op een zeker moment zag ik ze zelfs vechten. Waarschijnlijk zat ik toen al in een psychose. Ik ving prikkels op uit de omgeving, maar vertaalde ze anders in mijn hoofd. Ik snapte er niks van, wist alleen dat ik dingen zag die heel raar waren.

Mijn psychose laveerde tussen negatieve ervaringen en periodes waarin ik hyper was, nachtenlang niet sliep, overliep van energie en himmelhochjauchzend vrolijk was.

Karen Wolsing. Beeld Emile Hudig

Eenzaam

Later ging ik helemaal op in een kwade fantasiewereld met boze geesten en akelige gedaanten. Afschuwelijke ervaringen. Op het moment dat je er dieper in wegzakt, kun je je zelfs niet meer afvragen wat er met je aan de hand is. De rede, het fundament van de mens, is weg, zowel in het waarnemen als het begrijpen van anderen en jezelf. Dat maakt een psychose heel eenzaam.

Veel mensen die een psychose meemaken, hebben geen liefderijke omgeving om op terug te vallen. Mijn gezin was mijn redding. Overigens snapte niemand wat er met me aan de hand was. Drie maanden hebben we getobd met medicijnen, huisartsen en psychiaters. Niemand die het heeft gezien. Ze dachten zelfs aan een hersentumor.

Het taboe om op latere leeftijd zoiets te krijgen is zo groot, dat het niet wordt begrepen als het voor ieders neus gebeurt. Ik was een redelijk mens met een goede baan, een leuk gezin en een mooi leven. Wie wordt er nou uit het niets gek op zijn 48ste? Inmiddels heb ik begrepen dat veel meer mensen zoiets overkomt.

Lang heb ik me er tegen verzet. Als je lichamelijk ziek bent, wil je naar het ziekenhuis. Maar omdat je ziek bent in je hoofd? Dat is een taboe. Een maand ben ik opgenomen geweest en verbazend snel opgeknapt, mede dankzij het medicijn dat ik nu slik.

Het gaat goed, al heb ik een en ander moeten aanpassen. Drukte moet ik vermijden en ik kan me niet lang concentreren, maar de psychose beheerst niet meer mijn leven. Onlangs ben ik gepensioneerd. Laatst hield ik een praatje, als ambassadeur van het Fonds Psychische Gezondheid. Na afloop kwam een vrouw naar me toe die zei: 'U bent zo'n normaal mens, helemaal geen type voor psychiatrische problemen.' Ik zei: 'Vertel eens, wie is dat type dan wel?' Dat is er niet! Als je ze ontmoet, zul je zien dat het gewone mensen zijn.'

Mieneke Bril (47) Kreeg op haar 42ste een zware depressie met psychotische kenmerken

'Voordat de problemen begonnen, had ik een leuk leven. Ik had goede vrienden, deed aan sport en werkte als senior communicatieadviseur bij grote organisaties in het bedrijfsleven en de overheid. Weliswaar was ik na een huwelijk van zeven jaar gescheiden, maar ik deelde met mijn ex-man het co-ouderschap over onze twee kinderen en dat verliep vrij goed. Terugkijkend denk ik wel dat ik het moeilijk vond als moeder overal alleen voor te staan. Mijn kinderen waren alles voor me en ik probeerde uit alle macht voor hen een leuke moeder te zijn. Praktisch verliep dat prima, emotioneel brak me dat soms op.

En toen kreeg ik een conflict met mijn ex-man. In mijn hoofd nam dat zulke proporties aan, dat ik opeens bang werd mijn kinderen te verliezen. Mijn ex was daar niet mee bezig, maar ik reageerde extreem op de situatie.

Kort daarop begonnen de stemmen in mijn hoofd. Het klinkt misschien gek, maar dat was voor mij niet beangstigend. Zo akelig als de stemmen op het laatst waren, zo fijn waren ze in het begin. Ze gaven me kracht, zelfvertrouwen en energie. Mijn verklaring was dat ik paranormaal begaafd moest zijn. Zo verloor ik geleidelijk, zonder het te beseffen, steeds meer grip op de werkelijkheid.

Mieneke Bril. Beeld Emile Hudig

In de ban van de stemmen

Na een paar maanden gingen mijn kinderen bij hun vader wonen, omdat het met mij overduidelijk niet goed ging. Zelf had ik dat alleen niet in de gaten. Dat mijn kinderen opeens niet meer thuiskwamen, was traumatisch. Een gezonde moeder zou direct in actie komen, die zou zoeken en rondbellen. Ik zat angstig en passief op de bank te wachten tot ze terugkwamen.

In de maanden die daarop volgden, raakte ik in de ban van de stemmen. Van hen moest ik alles weggooien: meubels, flatscreen, computer, gordijnen, beddengoed, al mijn kleding: alles ging bij het grofvuil. Ook dierbare bezittingen als fotoalbums en plakboeken van de kinderen verdwenen in de kliko. Uiteindelijk zat ik in een leeg huis.

Mensen in mijn omgeving trokken aan de bel bij hulpinstanties, maar die komen pas in actie als je een gevaar bent voor jezelf of voor anderen. Pas toen ik mezelf praktisch had uitgehongerd en over straat zwierf in een blauw kinderjurkje van mijn dochter, werd ik gedwongen opgenomen.

In de kliniek ging het vrij snel beter. Juist omdat ik me toen voor het eerst realiseerde dat de stemmen niet echt waren geweest, maar een uiting van een ziekte. Door dat besef verloren ze hun macht en verdwenen langzaam. Na acht maanden werd ik ontslagen. Dat is ruim drie jaar geleden.

Veel mensen vinden het choquerend dat ik zo ziek heb kunnen worden. Dat iemand zonder psychiatrisch verleden, die zijn leven ogenschijnlijk goed op de rit heeft, toch de weg kan kwijtraken. Ik wil niemand schrik aanjagen, maar het kan echt iedereen overkomen. Ik slik geen medicijnen, maar bang voor een terugval ben ik niet. De afgelopen jaren heb ik de stappen gezet om mijn leven weer in eigen hand te nemen. Ik ben in een andere stad gaan wonen, heb een relatie met een lieve man en mijn contact met anderen is verdiept. Ik durf te stellen dat mijn leven een stuk rijker is geworden, ik waardeer mezelf nu meer dan ooit.

Alleen mijn kinderen had ik dit enorme verdriet willen besparen. Natuurlijk zijn zij het belangrijkste in mijn leven, maar ik begrijp inmiddels dat het minstens zo belangrijk is eerst jezelf gelukkig te maken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden