ColumnToine Heijmans

Een nieuw huis, ander uitzicht en een onprettig bed voor mijn vader. 'Jongens, dit gaat te ver’

Uit het familiealbum. Beeld
Uit het familiealbum.

Volkskrantverslaggever Toine Heijmans schrijft wekelijks over zijn vader, die alzheimer heeft.

‘Nou kom op’, zegt mijn vader. ‘Laten we maar weer gaan.’ Hij pakt zijn jas en begint ‘m aan te trekken, maar iemand heeft een mouw verkeerd aangezet, ondersteboven of achterstevoren, in elk geval niet zoals het was met die jas. Er ontstaat een worsteling en mijn vader is ervan overtuigd dat hij gaat winnen.

Mijn vader wint.

Wat staan ze nu naar hem te kijken? Al met al hebben we hier genoeg gezien. Mijn vader houdt van dingen bekijken, maar als je bijvoorbeeld te lang in een museum blijft hangen, raakt je hoofd vol. Zo vaak ging hij naar het Kröller-Müller, hij leek er wel een suppoost. Mijn vader lijkt ook op het bronzen beeld van Giacometti, L’homme qui marche II, een magere man in ganzenpas met supergrote voeten, een beeld dat hij altijd even moest aanraken, af moest stoppen. Net zoals de wandelende man heeft mijn vader geen idee waar hij heen moet, maar wel dát hij ergens heen moet.

Dus waar is de deur? ‘Kom jongens, we gaan weg.’

Dit is een hem onbekend gebouw. De koffie hier smaakt anders. Ze gebruiken creamer. Niet ideaal. Elk huis heeft z’n eigen koffiesmaak, zoals elk huis anders ruikt. En nu ruikt mijn vader iets wat hij niet wil ruiken. ‘Ik zie d’r niks in.’

Kunst hangt aan de muren van de kamer - bekende kunst. Precies dezelfde kunst heeft hij thuis ook hangen, opmerkelijk is dat. Een portret van Rottumerplaat, hij kan het slib ruiken, zacht slib, tussen je tenen. Een portret van, da’s gek, zijn vrouw. Op het onbekende nachtkastje naast het onbekende bed ligt een Verkade-album, ‘dat heb ik thuis dus ook’. Dat boek is identiek aan het zijne. Ja, leuk.

‘Nee’, zegt mijn vader. ‘Nou is het niet leuk meer.’

Zo te merken zijn de mensen die met mijn vader deze kamer bekijken, twee zoons en zijn vrouw, tevreden over het enige raam in de ruimte. Maar aan het uitzicht kan mijn vader, ook bij nadere inspectie, niets kunstzinnigs ontdekken. Wel aan het ronde glazen tafeltje, dat kocht hij zelf, decennia geleden. Precies zo’n tafeltje. Staat hier.

Ja, hoor eens even.

Dus als zijn zoon vraagt of ze nog een rondje willen lopen door dit huis, door dit onbehouwen gebouw, zegt mijn vader: ‘Nee natuurlijk niet. Daar hebben we helemaal geen tijd voor.’

Hij kijkt op zijn horloge maar kan de tijd niet vinden.

‘Het is toch allemaal onzin.’

Wat staren ze? Naar mijn vader. De magere wandelende man die stilstaat, maar nu graag in ganzenpas wil vertrekken. Met z’n allen in een ruimte die wat weg heeft van een badkamer voor oude mensen: wit. Ziekenhuistegels en een toilet met steunen. ‘Ik vind dit helemaal geen mooi toilet.’

Het is een onprettig bed ook, een zeer onprettig bed. In die kamer. Ze willen dat hij erop gaat zitten. Hij gaat erop zitten, hard is het. Ze zeggen dat ze zo even weg moeten, ergens naartoe.

‘Jongens dit gaat te ver.’

Hoe kan mijn vader dit nu formuleren.

‘Nou kom op.’

‘Nee dat ga je toch niet doen.’

‘Jongens.’

‘Nou geen grapjes meer!’

t.heijmans@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden