EEN MARTELAARSBOM IN LIJN 17

Woensdag wordt de volgende stap gezet in het proces tegen Mohammed B., de verdachte van de moord op Theo van Gogh....

Mohammed B. was ook op 29 september 2004, vijf weken voordat hij Theo van Gogh ombracht, al een onomkeerbaar geradicaliseerde moslim. In tramlijn 17 zat een man vol 'opgekropte frustatie en woede' die zichzelf openlijk rangschikte onder de groep 'ons terroristen'. Alleen ontging dat, ondanks de talloze aanwijzingen, de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD ).

Het was verspilde tijd om zo in de Amsterdamse tram door 'de democratische martelkamer', zoals hij Nederland noemde, te rijden. De jihad wachtte niet, de 'martelaarsbom' tikte door. Want hij moest met andere 'ridders van Allah' het Binnenhof veroveren en het parlement vervangen door een islamitische rechtbank, schreef hij in de zomer, onder de naam Abu Zubair, op internet aan iedereen die het wilde weten.

Premier Balkende was een leugenaar. Minister Rita Verdonk moest op de knieën voor 'de Heer der Werelden', net als het 'arrogante zelfverzekerde' Kamerlid Geert Wilders. Het hart van Tony Blair moest ophouden te tikken, de cellen in het lichaam van George Bush moesten zich onophoudelijk delen en het 'zwijnenlichaam' van de Israëlische premier Sharon moest in stukken worden gescheurd .

Zubair: 'Ya Allah werpt in de harten van de ongelovigen vrees; drijf hen in groten getale bij elkaar en roei ze uit; laat niemand van hen aan uw wraak ontkomen. Laat hun vliegtuigen in uw hemelen in brand vliegen.'

En: 'Meneer Donner, wat is uw volgende wetsvoorstel om ons terroristen een halt toe te roepen?'

Mohammed B. had die woensdagochtend geen kaartje voor de beruchte tramlijn die de troosteloze straten van De Baarsjes, Osdorp en Slotervaart aaneenrijgt en eindigt op het Dijkgraafplein in Amsterdam-West. Hij vond dat hij geen kaartje nodig had.

Brigadier Heuwekemeijer: U maakt gebruik van uw zwijgrecht. Uw voornaam is Mohammed. U bent van 8 maart 1978. In Amsterdam geboren. U zou ingeschreven staan op het adres Marianne Philipsstraat 27-huis. Kunt u dat bevestigen?

Mohammed B.: Stilte. (geeft geen antwoord ).

Brigadier Kuiper: Nou, je mag het ook zeggen van zwijgrecht* eh*, dan weten wij het ook. Je bent niet gewond aan je mond, dus. Dan weten we...ja*ik wil het wel herhalen, maar*kunnen we dat niet afspreken? Hm?

M.B.: Stilte. (geeft geen antwoord ).

(Uit eerste politieverhoor na de moord op Van Gogh op 3 november in het ziekenhuis van de Schevening se gevangenis.) De Nederlandse wetgeving was volgens B. volkomen ondergeschikt aan de wetgeving van Allah, de Barmhartige en De Genadevolle. Een dag eerder had hij nog een document uitgeprint uit het boek Manbar Al Tawheed. Daarin stond: 'Ieder die andere wetten hanteert dan sjari'a is een heiden. De enige wet die moet gelden is Gods wet.' Dus waarom zou hij een strippenkaart aanschaffen? Wie kon hem daartoe verplichten? De ongelovigen op deze tramlijn al helemaal niet.

Niet voor niets had hij al vier keer ruzie gehad met dienaren van 'het Democratisch pretpark'. Drie keer verzette hij zich tegen politieagenten, beledigde hij hen, schopte en sloeg hij erop los. In 2001 stak hij een agent en wierp hij het mes ook naar een andere diender. De rechter veroordeelde hem voor 'wederspannigheid, belediging en eenvoudige mishandeling'.

Nog maar vier maanden eerder, in het voorjaar van 2004, had hij ruzie gekregen met een beveiligingsmedewerker van de gemeentelijke sociale dienst. 'Ik maak je dood', schreeuwde hij bij vertrek uit het kantoor. 'Ik ruk je hart eruit.'

Toen geüniformeerde vertegenwoordigers van de Nederlandse wet ter controle rond tien uur 's ochtend op 29 september om zijn tramkaartje vroegen, liep het onmiddellijk uit de hand. Hij was hen geen verantwoording schuldig, meende hij, ontstak in woede en schopte stennis in de tram, terwijl zijn medepassagiers verschrikt achteruit deinsden.

Op het politiekantoor van het district Amsterdam-West aan de Meer en Vaart zette de 26-jarige Amsterdamse Marokkaan, gekleed in een traditionele djellaba, zijn tirade voort. 'Ik haat jullie, ik haat jullie', schreeuwde de man die door zijn broeders werd neergezet als een rustige, stille jongen. Hij spuugde op de grond voor de agent die hem een hand wilde geven bij de start van het verhoor.

De Amsterdamse politie had al snel in de gaten dat ze niet te maken had met een doorsnee zwartrijder. Behalve vanwege zijn opgewonden gedrag, vooral door de 22 stukken die Mohammed B. bij zich had. Die bevatten, volgens een nog niet gepubliceerd AIVD-ambtsbericht, aantekeningen, namen, emailadressen en telefoonnummers van de Hofstadgroep, het door de dienst gevolgde netwerk van moslimextremisten.

Nog diezelfde dag werd het Amsterdamse kantoor van de AIVD ingelicht over wat er allemaal bij B. was aangetroffen en werd een envelop met kopieën van de documenten opgestuurd. Een dag later waarschuwde de politie de AIVD nogmaals, nu met de toevoeging 'dat Mohammed B. in de afgelopen jaren steeds fundamentalistischer is geworden'.

De aangetroffen internet-adressen maakten duidelijk met wie hij contacten onderhield en in welke fora hij op internet figureerde. Mohammed B. en andere radicale moslims maakten intensief gebruik van internet. In de chatgroep Muwahhidin/dewaremoslims en op andere 'jihadsites' discussieerden zij over hun extreme denkbeelden.

Er was meer in de papieren dat inzicht gaf over de postitie van B. binnen de groep van fundamentalistische Marokkanen. Zijn contacten met de nog steeds gezochte geestelijk leider van de Hofstadgroep, de Syriëer Mohammed al Issa, alias Abu Khaled, gingen verder dan het verschaffen van onderdak. B. wilde hem ook in Tilburg bezoeken.

De AIVD nam kennis van het signaal van de Amsterdamse politie over de radicalisering van Mohammed B. En ook van de bewijzen dat zijn connecties met de verdachte Hofstadgroep inniger waren dan bekend was. Volgens de dienst was dat geen reden tot verdere actie.

Pas anderhalve maand na de moord op Theo van Gogh, op 22 december, werden de bij de tramcontrole aangetroffen spullen overgedragen aan de Dienst Nationale Recherche van de KLPD. Al die tijd bleven ze op de plank liggen in het hoofdkantoor in Leidschendam. Waarom dat gebeurde, wil de AIVD niet zeggen. 'Hij bewoog zich in de periferie', zegt de dienst. 'Je kunt moeilijk destijds gemaakte keuzes terugdraaien.'

In de dagen na de moord op Van Gogh produceerde de dienst een lawine aan ambtsberichten waarin alle op dat moment bekende en bruikbare informatie over

Mohammed B. en de leden van de Hofstadgroep werd vrijgegeven. Maar de 'Amsterdamse' gegevens niet.

Brigadier Heuwekemeijer: Kunt u mogelijk zeggen waarom u het gedaan heeft?

Mohammed B.: Stilte. (geeft geen antwoord ).

Brigadier: Was het u bekend wie u neergeschoten en -gestoken heeft?

M .B .: Stilte. (geeft geen antwoord ).

Brigadier: Wat denkt u nu?

M .B .: Stilte. (geeft geen antwoord ).

Brigadier: Mag ik Mohammed zeggen?

M .B .: Stilte. (geeft geen antwoord ).

Brigadier: Kunt u daar geen antwoord op geven?

M .B .: Stilte. (geeft geen antwoord ).

Die Amsterdamse gegevens vormden overigens niet de eerste aanwijzing die de AIVD kreeg over de ommekeer in het denken van Mohammed B. Er waren legio signalen dat hij even radicaal was als de 'moslimbroeders' Jason W. en Samir A. Zij kwamen bij hem thuis en bezochten samen de opruiende, jihadistische bijeenkomsten van de charismatische, Syrische prediker M. Al Issa. Maar het Centrum Islamitisch Terrorisme (CIT), de afdeling die zich binnen AIVD met moslimextremisme bemoeide, zag hem nooit als target en hield hem dus niet nauwlettend in de gaten houden of luisterde hem permanent af .

Daar veranderden de arrestatie, zijn explosief gedrag, de moslimextremistische contacten en de bij zijn aanhouding aangetroffen spullen, niets aan. Een huiszoeking in de Marianne Philipsstraat 27h, na zijn arrestatie in de tram, zou inzicht hebben verschaft over het gedachtegoed van B. Zijn boekenkast puilde uit van de islamitische extremistische literatuur, stelde de Midden Oosten-deskundige van de KLPD vast na de moord op Van Gogh.

Maar Mohammed B. behoorde zelfs niet tot de 'lijst van 150', de door de AIVD als 'potentiële bedreigers' beschouwde moslimextremisten. De definitie daarvoor: 'Risicovolle personen, te weten instigatoren, organisatoren, teurs en rekruten'. rekruBrigadier Heuwekemeijer: Wa t zijn de gedachten nu bij u, meneer? Wat er gisteren gebeurd is? Mohammed B.: Stilte. (geeft geen antwoord ).

Brigadier: U realiseert zich wat een impact dat gegeven heeft? Het voorval van gisteren?

M .B .: Stilte. (geen antwoord). Brigadier: Hoe is uw contact met uw vader en uw zusters?

M. B.: Stilte (geen antwoord). Brigadier: Heeft u enige idee wat er in die mensen omgaat, op dit moment?

M.B.: Stilte (geen antwoord).

Mohammed B. was 'ondersteunend', luidde na de moord de verklaring, en hij speelde 'geen sleutelrol'. Maar al in 2002 bracht de dienst hem in verband met extremisme en het feit dat er 'huiskamerbijeenkomsten' bij hem plaatsvonden waarin de orthodoxe geloofsovertuiging centraal stond. Een half jaar later constateerde de AIVD een radicaliseringsproces in een groep Amsterdamse Marokkanen. Zij luisterden gezamenlijk in het huis van B. naar jihadistische preken.

Toen in het najaar van 2003 voor het eerst werd gesproken over 'het Hofstadnetwerk' meende men zeker te weten dat hij niet tot de kern behoorde -en dat beeld werd nooit meer bijgesteld.

Dat hij 'uiterlijke kenmerken van voortgaande radicalisering' vertoonde, dat zijn 'gedrag in korte tijd veranderde, hetgeen zich bijvoorbeeld uitte in het schreeuwen van Koranteksten', veranderde daar niets aan. Net zomin als de AIVD-observatie van 8 oktober 2003: 'Mohammed B. lijkt in toenemende mate onder invloed te komen van de netwerkomgeving waarin hij vertoeft'.

Een week later werden op drie adressen in Amsterdam invallen gedaan, omdat het vermoeden bestond dat er door leden van het netwerk een aanslag zou worden gepleegd. Ook het huis van B. werd doorzocht. 'Maar niet vanwege Mohammed B. zelf', aldus de stellige constatering van de AIVD. B. was 'geen belangrijke actor', luidde het oordeel. Hij was niet betrokken bij jihadreizen naar Pakistan en stond niet in contact met Abdelhamid A., een door Marokko gezochte terrorist die leden van het netwerk opdrachten zou geven.

Een half jaar later kwam hij andermaal bij de AIVD in beeld als 'een persoon die gevoelig is voor de radicale interpretatie van de islam, fundamentalistische kleding draagt en moeilijk afstand kan nemen'. Ook de Syriër Al Issa bleek de deur van B.'s krappe appartement aan de Marianne Philipsstraat nog steeds plat te lopen.

Dan was er nog een opvallende verklaring van zijn huisgenoot Nouredine E. Die was in Portugal opgepakt, omdat hij ervan werd verdacht tijdens het EK voetbal een aanslag te hebben willen plegen. Hij werd het land uitgezet en bij aankomst ,op 11 juni 2004, door de AIVD verhoord.

B., verklaarde Nouredine, was 'een hele goede vriend', die hij tweeëneenhalf jaar kende. Samen gingen ze naar de Al Tawheedmoskee in Amsterdam om te bidden en volgden ze cursussen van de Syriër, die regelmatig bij B. sliep. Hij omschreef zijn vriend als 'gevaarlijk' , omdat hij geloofde in de gewelddadige ideologie van Takfir Wal Hijra. 'Ik wil jihad. Ik wil naar Tsjetsjenië', zou B. volgens zijn huisgenoot hebben uitgeroepen. Ook het bij de inval van oktober 2003 aangetroffen en door Nouredine ondertekende jihad-testament, zou zijn geschreven door B.

Maar alles aan dit verhoor werd als 'ongeloofwaardig' beschouwd. E. probeerde zichzelf vrij te pleiten met 'ontwijkende en misleidende antwoorden', luidde de conclusie van de dienst

Brigadier Heuwekemeijer: Kunt u enige motivatie geven, waarom u tijdens het verlaten, van wat wij noemen: 'het plaats delict van het slachtoffer', dat u verschillende mensen heeft proberen aan te schieten, waaronder enkele politiemensen. Kunt u daar enige verklaring over geven?

Mohammed B.: Stilte. (geen antwoord ).

Brigadier: Hoever was u bereid voor uzelf te gaan? Kunt u daar enig antwoord op geven? Of blijft u zich beroepen op u zwijgrecht? M.B.: Stilte (geen antwoord).

Uiteindelijk gingen er in juli 2004 in de AIVD stemmen op om B. af te luisteren. Dat was nog altijd om meer te weten te komen over de leden van de Hofstadgroep die met hem in contact stonden. Pas op 9 augustus ging deze tap lopen. Die leverde niets op en werd op 21 oktober beëindigd omdat hij 'geen gebruik meer maakte van deze mobiele telefoon'.

Mogelijk tapte de AIVD zelfs gedurende de hele periode een ongebruikte mobiel. Een van de spraakzame leden van het Hofstadnetwerk, Mohammed F., vertelde tegen de recherche dat B. al sinds een jaar geen mobiele telefoon gebruikte, maar contact zocht vanuit belhuizen of telefooncellen.

Dat B. na zijn arrestatie in de tram niet meer aandacht kreeg, kwam ook doordat de aandacht van het Centrum Islamitische Terrorisme verschoof naar moslimextremistische ontwikkelingen in Utrecht. En ook met het schandaal dat zich binnen de eigen AIVD-gelederen aandiende. In het zogenoemde Vuursche-onderzoek, ook wel de Utrechtse terreurzaak geheten, werd Hassan O., die wellicht een aanslag voorbereidde, gevolgd. Op 26 september viel de politie binnen bij O. en trof daar geen explosieven aan maar wel AIVDstaatsgeheimen, twee gekopieerde A4-tjes van een rapportage van de geheime dienst over een mogelijk Utrechts netwerk.

Er tekende zich 'een drama' af in de AIVD, toen op 30 september, de dag na de arrestatie van Mohammed B., op het hoofdkantoor van de dienst de 34-jarige Nijmeegse tolk Outman Ben A. werd aangehouden. De audiobewerker, die zowel betrokken was bij het Vuursche-onderzoek en het Hofstadonderzoek, zou staatsgeheimen hebben gelekt. Ook in die brandende kwestie dook de naam Mohammed B. op, omdat een andere huisgenoot, Ahmed H., in het bezit was van AIVD-geheimen.

Na de moord op Van Gogh was er harde kritiek van de Tweede Kamer op de wijze waarop de geheime dienst Mohammed in de gaten had gehouden. Minister Remkes weerlegde deze aantijgingen met de vaststelling: 'Aanwijzingen dat hij risicovol was, waren er niet.'

Brigadier Kuiper: Dat heeft nog al commotie veroorzaakt* eh* in*in de wijk waar het is gebeurd, he? Mohammed? Mohammed B.: Stilte. (geeft geen antwoord ). Brigadier Heuwekemeijer: (Zegt iets over de koffie). Maar we beëindigen dit verhoor. Brigadier Kuiper: Ja, we beëindigen dit verhoor* eh* Brigadier Heuwekemeijer: Het is elf uur tweeentwintig. Bij deze is het verhaal formeel gestopt. Meneer wenst geen antwoord te geven op de vragen en gebruik te maken van zijn zwijgrecht en dat geeft hij ook aan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden