Een lijkrede voor God die 'nog steeds ademt'

God is dood. Of valt dat nog te bezien? De drie monotheïstische godsdiensten, jodendom, christendom en islam, hebben meer dan we vermoeden nog een aanzienlijk stevige greep op onze samenleving....

Er is niet het geringste bewijs voor dat God dood is. Zijn verscheiden,dat al eind 19de eeuw door Friedrich Nietzsche in een van de paragrafen vanDie fröhliche Wissenschaft met de hamer was afgekondigd, heeft 'geenvruchtbaar terrein blootgelegd'. Integendeel, zegt Onfray, Gods laatsteademstoot leidde tot een 'cultus van het niets, passie voor het niet-zijn,een morbide voorkeur voor de nacht van het einde der beschavingen', kortomtot een sinister en deprimerend nihilisme.

De 'dood van God' is een gadget en een goocheltruc in een eeuw dieoveral de dood zag: dood van de filosofie, van de metafysica, van degeschiedenis, van de kunst, van de roman en van de tonaliteit. Maartegelijk, merkt Onfray op, 'zorgde de dood van de filosofie voor boekenover filosofie, de dood van de roman genereerde romans, de dood van dekunst kunstwerken, en ga zo maar door'.

God echter is dood noch stervend, omdat een verzinsel niet dood gaat,'een illusie sterft nooit, een sprookje wordt nooit weerlegd'. God isspringlevend, er wordt over Hem geschreven en gefilosofeerd. Want wie heeftzijn lijk gezien? Alleen Nietzsche misschien, of wellicht ook Onfray?

Zijn blasfemisch en pamflettistisch geschreven betoog - zeg maar: delijkrede voor God -, waarin hij jodendom, christendom en islam metwillekeurig bijeengeharkte argumenten 'deconstrueert', is een bestsellerin Frankrijk. Anders dan in vorige boeken schrijft hij dit keer heeltoegankelijk, schuwt geen clichés of postmodern gebabbel, hij preekt enwil overtuigen, spreekt recht voor zijn raap. Onfray is een discipel vande als gelovig protestant opgevoede Nietzsche, die in weer een andereparagraaf van zijn 'vrolijke wetenschap' de voorwaarden van God opsomt:'Hij kan niet zonder wijze mensen bestaan - heeft Luther gezegd, en metgoed recht; maar God kan nog minder zonder onwijze mensen bestaan - datheeft die brave Luther niet gezegd!'

Het monotheïsme is op zand gebouwd. Onwijze mensen - 'naïeve onnozelegelovigen', schrijft Onfray - fabuleren 'om de werkelijkheid niet onderogen te zien'. Het Godsverhaal is een rustgevende fictie, de 'handel inachterwerelden schenkt degene die ze voorstaan geborgenheid'.

De fictie van het geloof moet bestreden worden, dan pas ontstaat er een'metafysisch maagdelijk terrein' waarin een volkomen nieuwe discipline hetlicht kan zien, de atheologie, een concept dat hij aan Georges Batailleontleende, een discipline die talloze vakgebieden wil mobiliseren met alsinzet: een physique de la métaphysique - zoals de oorspronkelijke Franseondertitel van het Traité d'athéologie luidt, een 'fysica van demetafysica'.

Nog steeds bevinden wij ons in een theologisch of religieus stadium vande beschaving. Maar er zijn tekenen van bewegingen die volgens Onfray 'watweg hebben van schollentektoniek': toenaderingen en verwijderingen tussengelovigen en niet-gelovigen, verschuivingen, overlappingen en barsten inde rijk geschakeerde cartografie van de wereldgodsdiensten. Op die kaartonderkent hij een 'heidens' prechristelijk continent, het christelijke vande kerkvaders tot het wereldlijk deïsme van de Verlichting, en een derdetijdperk, dat van het postchristelijk continent 'waarnaar we nu op wegzijn'.

Het gaat in die tektoniek helemaal niet over westerse, vooruitstrevende,verlichte, democratische joods-christelijke tradities tegenover eenoosterse, traditionalistische, obscurantistische islam, Bush of Bin Laden,maar om een radicale ontrafeling en ontmaskering van godsdienstige mythenen ficties, Mozes, Jezus, Mohammed versus 'de ontmaskeraar' barond'Holbach, 'de deconstructeur' Ludwig Feuerbach en 'de doodgraver van God',Nietzsche.

Door de historische dominantie van de aanhangers van God, vindt Onfray,is de atheïstische woordenschat beperkt; ook de historiografie van hetatheïsme is karig en nogal beroerd. Wordt d'Holbach ('de sacralebesmetting') nog gelezen, of de 'analyse van een hersenschim' vanFeuerbach?

Zowel gelovigen als niet-gelovigen analyseren de bijbel, de thora ende koran. Sommige atheïsten - Luc Ferry en Alain Finkielkraut - smedeneen halfbakken 'christelijk atheïsme'. Onfray echter propageert - metaanmatigende retoriek - het authentieke 'atheïstisch atheïsme'. Met diepleonastische term verklaart hij niet alleen God dood, maar ontwricht hijook waarden en normen: 'Het postmoderne atheïsme schaft de theologischemaar ook de wetenschappelijke referentie af bij het construeren van eenmoraal.'

Strijdvaardig slaat Onfray om zich heen, zijn betoog ontspoort, zijnboek is een scheldkanonnade. Hij maakt het zijn tegenstanders makkelijk,zijn argumenten zijn eenzijdig en simplistisch. In L'anti-traitéd'athéologie - Le système Onfray mis à nu demystificeert schrijver enessayist Matthieu Baumier de demagogie van Onfray, zijn sofisterij en zijnsyllogismen, zijn spitsvondige maar weinig steekhoudende redeneringen,rumeurs de bistrot, borrelwijsheden. Filosofe Irène Fernandez noemt zijnatheologie in haar Dieu avec esprit - Réponse à Michel Onfray 'een magerintellectueel debat'. Het is 'verbaal gejongleer'; Onfray kan geen maathouden, het is weinig accuraat en ook smakeloos scheldproza, vindtFernandez.

Vooral het christendom moet het ontgelden. In zijn boeken is Onfray vaakopenhartig over zijn bedwelmende opvoeding in een katholieke kostschool (inL'archipel des comètes en Théorie du corps amoureux - Pour une érotiquesolitaire). Het tekende hem, zoals het protestantisme Nietzsche heeftgetekend. Hij rekent af met 'Jezus met de zweep' in de tempel, met Paulusen zijn theorie dat de macht van God komt, en met Augustinus en zijnrechtvaardige oorlog. Het christendom is de oorzaak van alle plagen:kolonialisme, genocide, etnocide. Dat christendom maakte ook het nazismemogelijk. 'De gaskamers kunnen dus worden ontstoken met het Sint-Jansvuur.'

Christenen, zegt Onfray, staan afkerig tegenover lichamelijkheid,verlangens, hartstochten, driften, vrouwen, liefde, seks, het leven in alzijn vormen, tegenover 'datgene wat de aanwezigheid in de wereld verheft,namelijk de rede, de intelligentie, de boeken, de wetenschap en decultuur'. Hij schrijft het allemaal ongenuanceerd op.

Zijn betoog over 'christendom en nazisme', over de houding van de paustijdens de Tweede Wereldoorlog tegenover het leed van de joden, haalt hijvooral uit Daniel Goldhagens boeken. Ook al heeft hij de Gewijde Boekengelezen, hij is geen exegeet. Alleen fundamentalisten lezen, zoalskennelijk ook Onfray, wat er staat; de spirituele kracht van grote verhalenen mythes is iets anders dan goedgelovigheid.

Hij beschimpt ook het doe-het-zelfmonotheïsme: de jood, de christen ende moslim 'kunnen naar wens uit de thora, de evangeliën en de koranputten, zij vinden erin wat ze nodig hebben om zwart en wit, dag en nachten deugd en ondeugd te rechtvaardigen'. De islam is echter 'structureelarchaïsch', dat kun je niet moderniseren, zegt hij in Atheologie. Pratenover een wereldlijke islam, die republikeins is, gelaïciseerd, isgebeuzel. Natuurlijk kunnen we ook christen zijn en niet werkelijk in Godgeloven, pauselijke bullen beschimpen en spotten met mysteries en dogma's,maar ook dat is in de ogen van de atheoloog 'incoherente logica'.

Zijn 'tabula rasa' is een illusie; je kunt niet - zoals de Franserevolutionairen - een nieuwe politiek of godsdienst construeren vanaf hetjaar nul. We zijn allemaal erfgenamen, of we dat willen of niet. Religie,religare, beweren sommige etymologen, betekent 'met elkaar verbinden'. Datwoord is flink geërodeerd. Régis Debray hanteert daarom in Les communionshumaines - Pour en finir avec 'la religion' het begrip 'communion'. In zijnbriljante bespiegeling over het geloof legt hij uit hoe een collectieveidentiteit mensen bindt. De term 'communion' maakt het ook makkelijker omzowel met gelovigen als ongelovigen over zingevingsvragen te filosoferen.De atheïst Debray speurt naar symbolieken, verhalen en referenties, naarovertuigingen en intenties die mensen met elkaar verbinden.

Godsdienst is in de ogen van Debray 'geen kinderziekte van de rede'; het'sacrale vuur', in welke vorm ook, dooft nooit uit.

Eigenlijk bestrijdt Onfray in zijn Atheologie vooral een hersenschim.Of God er nu is of niet, 'Dieu est Dieu, nom de Dieu!' - naar het woord vanjournalist en filosoof Maurice Clavel.

Paul Depondt

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden