ColumnSylvia Witteman

Een kapotte wasmachine is een groot onheil

null Beeld

Ik had een spraakmakende tentoonstelling bezocht en zat in de zonnige tuin van het Rijksmuseum te denken aan mijn kapotte wasmachine. Dat was een tikje ongerijmd, maar anderzijds: een kapotte wasmachine is een groot onheil, en Oscar Wilde had eigenlijk ook wel gelijk toen hij schreef: ‘All art is quite useless.’

Hij was bonkend en krakend gestorven en bleek, toen ik hem openmaakte, vol te zitten met gruis. Mijn wasmachine dus, niet Oscar Wilde. Net nu er geen enkele schone handdoek meer in huis was.

Op het bankje naast me gingen twee vrouwen zitten. ‘Ik vond het héél intens’, verklaarde de ene vrouw, waarop de ander opmerkte: ‘Ja, heel bijzonder.’ Hierna zwegen ze en hieven hun gezichten met gesloten ogen naar de zon.

Ze waren een jaar of 50, slank en verzorgd zonder opzien te baren; ze zagen eruit als juristen, of huisartsen. De een droeg een goed gekozen bril die ik op 1.500 euro schatte, de ander een dito handtas, waarschijnlijk allebei onder het motto ‘het kost wat, maar dan ben je ook voor vijf jaar onder de pannen’.

‘Hè, héérlijk’, zei de bril en ging rechtop zitten. ‘Maar vertel eens, is Liam er nou al uit wat hij gaat doen?’ De handtas stootte een schril lachje uit. ‘Hmja’, zei ze. ‘Liam wil zich oriënteren. Iets van de wereld zien.’ Ze tekende met beide handen nadrukkelijke aanhalingstekens in de lucht.

‘Nou, dat kan heel waardevol zijn, een tussenjaar’, vond de bril. ‘Hij is nog zo jong... 18, of wat is hij, 19?’ Maar de handtas hernam: ‘Liam hééft al een heleboel van de wereld gezien. De prachtigste reizen hebben we met hem gemaakt. Maar of we nou in Venezuela zaten of in Vietnam, Liam had uitsluitend belangstelling voor hoe laat we gingen eten.’

‘Nou’, zei de bril dapper. ‘Misschien moet hij daar iets mee doen? Sushi leren maken in Japan of zo?’ De handtas lachte weer zo schamper. ‘Sushi... een hele harde schop onder zijn verwende reet moet hij hebben. Die kan hij van mij krijgen ook. Maar zijn vader...’

‘Ja, wat vindt Jeroen ervan?’, vroeg de bril, een beetje angstig. ‘Jeroen...!’, kermde de handtas. ‘Jeroen moet óók een hele harde schop onder zijn reet hebben. Met zijn bootje. En Isabelle, met haar...’

‘Zeg’, zei de bril, en stond haastig op. ‘Ik moet rennen. Zullen we dan volgende keer naar het Rembrandthuis? Die gravures?’ De handtas knikte lijdend. ‘Is goed’, zei ze. ‘We appen.’ Ze sloot haar ogen weer, niet tegen de zon, maar tegen Liam, Jeroen en Isabelle. Een bankje verderop ging ik verder met treuren om mijn dode wasmachine, helemaal vol met gruis.

Oscar Wilde had gelijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden