Column Aaf Brandt Corstius

Een Japans boek deed Aaf anders naar haar katten kijken

Een goede vriendin nam uit Japan een pakje groene-matcha-met-gepofte-rijstthee voor me mee. Ze weet dat ik gevoelig ben voor dat soort dingen. Ik ben gevoelig voor bijna alles uit Japan, ook voor de spelers van het Japanse voetbalteam, die, nadat ze van België hadden verloren, hun hele kleedkamer Marie Kondo-den, schoonmaakten en een kaartje achterlieten waarop in het Russisch ‘Bedankt’ stond. Hartjes voor de Japanners.

En hartjes voor de verpakking van hun groene-matcha-met-gepofte-rijstthee, want daarop staat exact hoeveel graden het water moet zijn als je de thee erin doet (95) en hoeveel keer je het zakje op en neer moet bewegen (5 à 6).

Ik ben een boek aan het lezen van de Japanse schrijver Junichiro Tanizaki, A Cat, a Man, and Two Women, en dat heeft ook dat grondige, precieze en opgeruimde waar ik zo van hou.

Het gaat dus over een kat, een man en twee vrouwen, en alles is zo nauwkeurig beschreven dat je er helemaal gek van wordt (op een goeie manier): hoe ze sardientjes marineren, wat de kat eet, hoeveel tatami-matten er in elke kamer passen – ik weet dat het in Japan heel gewoon is om dat van die matten te vermelden, maar ik blijf het fantastisch vinden.

En ik ben er anders door naar mijn katten gaan kijken. De kat in het boek, Lily, speelt een prominente rol. Waar ik onze katten altijd zie als wezens met maximaal twee karaktertrekken per stuk – Bremton is lief en dom, Pipo is stout en slim, verder zijn ze harig – beschrijft de schrijver van dit boek Lily als een personage met peilloze emotionele dieptes waar Madame Bovary, om maar eens een dwarsstraat te noemen, als een oppervlakkige troela bij afsteekt.

Dan weer is er in de ogen van Lily een zekere eenzaamheid te bespeuren, dan weer is ze in lichte paniek omdat ze gaat bevallen, dan weer blijkt ze het moederschap niet zo leuk te vinden als ze had gedacht, dan weer houdt ze erg van uitkijken op berglandschappen, dan weer kruipt er een zekere melancholie in haar, dan weer straalt ze uit dat ze echt ouder begint te worden – het houdt maar niet op.

En het rare is; ik wist wel dat katten dat allemaal kunnen voelen (en vooral: dat hun baasjes dat allemaal op ze kunnen projecteren), maar ik had, afgeleid door mijn kinderen, al acht jaar niet op de katten gelet.

Nu probeer ik weer geconcentreerder naar ze te kijken en zie ik bijvoorbeeld dat Bremton ineens de uitstraling van een sympathieke maar vermoeide man op leeftijd heeft gekregen. Hij is ook acht jaar ouder geworden, in poezenjaren zesenvijftig jaar ouder. Ik heb zesenvijftig jaar niet op die kat gelet. Tijd om het de komende zesenvijftig jaar wel te doen. Dankzij de Japanners. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.