Een jaloersmakend zeeduivelstaartje

Wat zal er over een eeuw, in 2099, op de menukaarten van de restaurants staan? Zal er nog wel buiten de deur worden gegeten op de manier die we nu zo prettig vinden?...

Buitenshuis eten vinden we nu heel gewoon, maar een eeuw geleden was dat helemaal niet zo gewoon. De rijkelui begonnen dat toen pas schoorvoetend te doen. Dus waarom zou het aan het eind van de volgende eeuw niet weer helemaal anders zijn?

Dat een mens, gezeten achter zijn computerscherm, alleen voedingspillen gaat slikken en het tafelen uit de mode raakt, geloofde ik niet toen dat ons alweer tientallen jaren geleden door trendwatchers als toekomstscenario werd voorgespiegeld. Volgens mij is de mens daarvoor teveel een sociaal wezen en een lekkerbek. Tot nu toe heb ik daarin gelijk gekregen.

Maar misschien gaat het toch gebeuren. Jongeren weten nu immers al niet meer hoe rauwe spinazie eruit ziet, zoals ik laatst in de supermarkt merkte. Zij herkennen spinazie alleen diepgevroren, als ze gewassen, gekookt, kleingesneden en met room is aangemaakt. Wachten tot die klomp is ontdooid, duurt ze vaak al te lang. En achter de computer zitten zij inmiddels ook langer dan mij leuk lijkt.

Over de computer heb ik het met mijn tafelgenoot op het aangename terras van restaurant Het Pomphuis in Ede. Hij heeft er zich professioneel in verdiept. Internet heeft veel meer invloed dan wij in Nederland geneigd zijn te denken, weet hij mij te melden, terwijl hij nog een hap neemt van zijn zeeduivelstaartje, de daaronder gelegen dunne spaghetti en de kerstomaatjes die zijn bord van kleur voorzien.

Ik peuzel wat van mijn salade Het Pomphuis, de visvariant, en probeer te bedenken of ik 's morgens wanneer ik wakker word direct achter mijn computerscherm zou gaan zitten om het laatste nieuws te lezen.

Niks voor mij, geef mij maar een grote tafel waarop je de krant kunt leggen, zodat een half uur later je ellebogen zwart zien van de drukinkt.

De gerookte zalm en paling van mijn salade zijn lekker zacht. Maar ik verslik me bijna in de kappertjes waarmee de salade is gegarneerd. Veel te scherp, daar ben ik niet op bedacht. Mijn gedachten zijn bij internet. De abonnee mag de krant dan misschien nog wel willen lezen voor het nieuws, zijn tweedehands auto of nieuwe huis zoekt hij liever via internet, gaat de tafelgenoot namelijk verder.

Voordat ik daar op in kan gaan, heeft hij een flinke portie van zijn zeeduivelstaartje en toebehoren op mijn bord gelegd. Je móet proeven, vindt hij. Ik gehoorzaam en word razend jaloers. Goddelijk! Alsof er een engeltje op je tong plast! En meer van dat soort superlatieven. Het liefst zou ik ter plekke de borden ruilen, maar dat is wel erg hebberig. Gelukkig komen er nog een paar happen van zijn gerecht mijn kant op.

We filosoferen verder over de invloed van internet op de journalistiek daar op het terras van Het Pomphuis. Maar mijn gedachten zijn er niet meer bij. Hoe zou de kok die zeeduivel hebben klaar gemaakt, vraag ik me af?

Een paar dagen later krijg ik Het Kookboek van de Eeuw onder ogen. Ik lees recepten voor makreel en schelvis uit een kookboek dat in 1908 verscheen. Heel eenvoudig die schelvis, denk ik. Gewoon de filets in een schaal met wat water en citroen, bestrooien met beschuitkruim en nootmuskaat, daarop wat klontjes boter en dan twintig minuten in een voorverwarmde oven van 180 graden Celsius.

In een opwelling pak ik de telefoon en bel Het Pomphuis. Ik leg chef-kok Axel Lankhorst uit dat recepten van bijna honderd jaar geleden zijn verschenen in een boek. Mag zijn zeeduivelstaartje ook worden vastgelegd voor later? Voor het geval de mensen dan eens iets anders willen eten dan instantvoedsel of zelfs voedingspillen. Of zich alleen maar willen verbazen over die simpele zielen van honderd jaar geleden die nog échte vis aten.

'Het is een heel eenvoudig recept', is het eerste dat Lankhorst zegt. Grappig, want dat zijn die eerste recepten in het historische kookboek ook. Men neme een zeeduivelstaartje van zo'n 250 gram, die gaat de oven in besprenkeld met witte wijn, een flinke dot salieboter en een klein drupje azijn. Als de vis gaar is, wordt het vocht - aangemaakt met wat room - over de spaghetti gegoten. De kerstomaatjes zijn even gebakken.

Na het uitwisselen van het recept praten we nog wat verder over Het Pomphuis en de ranglijst met de honderd beste restaurants van Nederland die jaarlijks verschijnt in het blad Lekker. Vorig jaar stond Het Pomphuis op plaats 57.

'Maar dit keer zullen we wel flink kelderen', vreest de chef-kok die pas sinds het voorjaar bij Het Pomphuis werkt. 'Er zijn begin dit jaar andere eigenaren gekomen en ander personeel in de keuken. Dat doet nooit goed.' Dat zou jammer zijn. Lankhorst verdient beter. Als hij blijft koken op het niveau van het zeeduivelstaartje, dan moet Het Pomphuis in de nieuwe eeuw weer bij de beste restaurants van Nederland kunnen gaan horen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden